erfgoedobject

Dokterswoning in art nouveau

bouwkundig element
ID: 6942   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6942

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Dokterswoning in art-nouveaustijl, gebouwd in opdracht van Modest Terwagne, naar een ontwerp van architect Victor Horta uit 1909. De arts Modest Terwagne (Namen, 1864-Brussel, 1945), notoir vrijmetselaar en politiek kopman van de Antwerpse socialisten, was gemeenteraadslid van 1897 tot 1920 en volksvertegenwoordiger van 1900 tot 1919. Als provinciaal voorzitter van de Nationale Liga tegen Tuberculose, nam hij samen met zijn confrater Victor Desguin, de liberale schepen voor Onderwijs, het initiatief voor de Villa Maritime in Wenduine, een vakantiekolonie voor pre-tuberculeuze kinderen opgericht in 1903. Zijn socialistische achtergrond verklaart wellicht ook de keuze voor Horta, de architect van het Brusselse Volkshuis, voor het ontwerp van de eigen woning. Horta en Terwagne werkten overigens in 1909 al samen aan een niet uitgevoerd project voor een thermaal kuuroord in de bossen van het Luikse Chevron, waar de arts zich in 1921 vestigde. De woning Terwagne was de tweede bouwvergunning die aan de Jan Van Rijswijcklaan werd verleend, na het herenhuis Donnet op nummer 54. Het bleef één van de weinige panden in zuivere art nouveau.

De woning Terwagne is één van de laatste realisaties van Victor Horta van vóór de Eerste Wereldoorlog. Het gebouw kwam tot stand in dezelfde periode als onder meer de Antwerpse vestiging van het warenhuis A l’Innovation en de juwelierszaak Wolfers in Brussel. Deze late art-nouveau-ontwerpen van Horta worden gekenmerkt, door een grote mate van versobering en een beheerste lijnvoering, die het ornament tot een minimum herleidt. Ook de woning Terwagne onderscheidt zich door een regelmatige ordonnantie en een vlakke behandeling van het gevelvlak, en contrasteert zo met de over het algemeen rijk gedecoreerde eclectische panden in dit bouwblok. De plattegrond is minder ingenieus of vernieuwend dan de vroegere, meer bekende woningen van Horta, en wijkt nauwelijks af van de klassieke typologie van de burgerwoning. De woning onderging in 1953 en eerste belangrijke aanpassing naar een ontwerp van architect Jan De Mol, waarbij de benedenverdieping werd heringedeeld en uitgebreid tot appartement, met verbouwing van de pui. Vanaf 1975 wordt deze ruimte meermaals verbouwd tot bankkantoor. De trap met ijzeren leuning bleef tijdens deze ingrepen, als een van de weinige onderdelen van het interieur integraal en in zijn oorspronkelijke positie gehandhaafd. Het art-nouveausmeedijzer van de inkomdeur en het voortuinhek is daarentegen een reconstructie. Een fragment van het oorspronkelijke voortuinhek is evenwel bewaard op de perceelsgrens van de nummers 68 en 70.

Architectuur

Het rijhuis omvat drie bouwlagen onder mansardedak (kunstleien). De lijstgevel met een verzorgt parement van natuursteen, toont een asymmetrische compositie die de indeling van het interieur weerspiegelt. Nadrukkelijk verticaal geleed, vormt het brede hoofdgestel met kroonlijst en attiek het enige horizontale accent. De brede hoofdtravee is uitgewerkt als een licht verheven risaliet met drielichten en een bekronend dakvenster. Een hoge, driezijdige erker waarop een balkon met nog het oorspronkelijke ijzerwerk in de borstwering, markeert de bel-etage. Typisch voor de art nouveau van Horta zijn het profiel van water- en daklijsten, de luchtroosters in de borstweringen, de console van de vlaggenmast en het gegolfde topstuk van het dakvenster. Dit geldt evenzeer voor het metselverband met een systematisch alterneren van brede en smalle steenlagen, en de ontlasting van vensters met een afgeschuind lateiblok tussen kraagstenen met kwartrond profiel. Van het vroegere middenportaal met zijvenster zijn de posten bewaard die in een vloeiende beweging de erker ondersteunen; het huidige rechthoekige portaal vervangt een drielicht.

Het burgerhuis van het bel-etagetype is opgetrokken op een plattegrond in L-vorm. De hoofdruimten nemen de voorbouw in, een getrapte achterbouw groepeert zoals gebruikelijk de dienstruimten en het sanitair. De verticale circulatie is ondergebracht in de linkerzijtravee, waarbij de hoofdtrap, met oorspronkelijk een glas-in-loodbovenlicht, wordt ontdubbeld door een dienstrap die doorloopt tot de meidenkamer op de mansarde. De lage begane grond bood volgens de bouwplannen ruimte aan de dokterspraktijk, met aan de straatzijde een consultatieruimte en wachtkamer links en rechts van de centrale vestibule, en aan de tuinzijde een kantoor met veranda. De keuken met keukenlift en het washuis namen de achterbouw in; hierbij sloot de garage aan met toegang in de Lokkaardstraat. De bel-etage vormt een doorlopende suite met een klein salon en een woonkamer-kantoor vooraan, de eetkamer met ondiep terras achteraan, en de office en een studeervertrek in de achterbouw. De bovenverdieping omvat twee grote slaapkamers met 'en suite' badkamer. Het perceel werd oorspronkelijk aan de Lokkaardstraat afgesloten door een bakstenen tuinmuur met deur en garagepoort.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossiers 1909#913, 1910#961, 18#31880, 18#57411, 86#880607 en 86#920415.
  • HOPPENBROUWERS A., VANDENBREEDEN J. & BRUGGEMANS J. 1975: Victor Horta architectonografie, Brussel, 144-145.
  • VANHOVE B. 1978: De Art Nouveau-architectuur in het Antwerpse: een doorsnede, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Rijksuniversiteit Gent, 98.

Bron     : Braeken J. & Hooft E. 2011: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Antwerpen, Stad Antwerpen: Jan Van Rijswijcklaan, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen ANT3, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2011


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Dokterswoning in art nouveau [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6942 (Geraadpleegd op 28-05-2020)