erfgoedobject

Burcht en kasteel Pietersheim

bouwkundig element
ID: 895   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/895

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek

De heerlijkheid Pietersheim met slot, gelijknamig gehucht en de dorpen Lanaken, Bessemer, Briegden, Kauberg en Smeermaas ontstaat in de 11de eeuw. De oudste archeologische vondsten dateren uit het laatste kwart van de 11de en het eerste kwart van de 12de eeuw.

Eerste vermelding in 1227 wanneer Arnold, graaf van Loon het leen schenkt aan Willem van Pietersheim. In 1292 beschreven als "ons huis in Pietersheim, met toren, binnen- en buitenvesting". In 1378 wordt de ringwalwaterburcht vrijwel volledig verwoest door de Luikse en Tongerse troepen. Deze burcht was van het shell-keeptype. De kern van een hoge, min of meer polygonale weermuur bleef bewaard, opgetrokken op een kunstmatige, bij het uithalen van de binnengracht opgegooide kiezelwal. Hiertegen waren, aan de binnenzijde, alle defensieve en residentiële gebouwen opgetrokken. Reeds in de eerste helft van de 13de eeuw worden nieuwe gebouwen toegevoegd. De noordzijde van deze burcht verdwijnt volledig, mogelijk in het tweede of derde kwart van de 15de eeuw, bij de verbreding van de binnengracht. De burcht was omgeven door drie concentrische grachten met voorburcht, buitenkapel en opeenvolgende, versterkte toegangen.

In 1449 komt Pietersheim door huwelijk in het bezit van de familie de Merode, waar het tot het einde van de 18de eeuw blijft. De familie bouwt het kasteel verder uit met een corps-de-logis met aangrenzende keukenvleugel aan de noordzijde, en een imposante dienstvleugel aan de westzijde, haaks erop. De oostzijde behield haar defensief karakter. Ten noorden en ten zuiden van de bewaarde, middeleeuwse torenruïne worden twee rechthoekige kazematten ingericht.

Het kasteel wordt in 1569 belegerd door Gerard van Groesbeek, en in 1579 door de prins van Parma ingenomen en geplunderd. In het derde kwart van de 17de eeuw wordt het slot omgeven door vestingswerken, die in 1670 op bevel van de prins-bisschop worden geslecht. Het kasteel raakt in verval, en in 1721 stort een gedeelte van het corps-de-logis in.

In 1792 wordt begonnen met de bouw van een nieuw kasteel op de plaats van de oude kasteelhoeve. Het oude kasteel brandt in 1836 af en de resten worden systematisch afgebroken en opgeruimd; alleen de kapel blijft bewaard.

Het nieuwe kasteel wordt in 1909 volledig door brand verwoest. De resten worden in 1910 verbouwd tot het huidige kasteel; bij deze bouwcampagne verdwijnen de hoevegebouwen. Met het gerecupereerde materiaal bouwt men in 1911 de mergelstenen stallen naast het poortgebouw van de oude burcht. Het nieuwe kasteel brandt op zijn beurt in 1920 volledig uit. In 1926 is het gerestaureerd. In de jaren 1960 worden de eiken en linden van de oorspronkelijke dreef omgehakt. In 1971 wordt het domein door de gemeente aangekocht.

Beschrijving

De ringvormige burcht is nog duidelijk in het landschap te herkennen; ook de binnenste gracht is nog aanwezig. Van de gebouwen bleven alleen de ruïnes van het zuidelijke gedeelte bewaard.

Het poortgebouw is de meest monumentale restant van de oude ringwalwaterburcht. Het is het centrale gedeelte van een voorheen door ronde hoektorens geflankeerde gebouw. De verschillende tekeningen van A. Schaepkens (circa 1840) tonen een gebouw dat nog aanzienlijk hoger is dan het huidige. Parement van carboonzandsteen in onregelmatig verband. In de zeer zware muur werd een rondboogvormige poort en tunnelachtige gang met een tongewelf uitgespaard.

Aan beide zijden van het poortgebouw, de hogervermelde stallen, gebouwd van gerecupereerd materiaal van de oude hoeve. Mergelstenen gebouwen met zware, smeedijzeren muurankers met krullen. Geprofileerde, mergelstenen kroonlijst. Bakstenen restauraties aan de buitenzijde. Rechthoekige muuropeningen in kalkstenen omlijsting met negblokken, onder meer een kruis- en bolkozijn, en een rechthoekige deur. Boven laatsgenoemde een rondboogvormig bovenlicht in geprofileerde, mergelstenen omlijsting, en een kalkstenen gevelsteen met wapenschild van de Merode en opschrift: ANNO/ 1745. Twee korfboogpoorten in een kalkstenen omlijsting met ellipsvormige bovenlichten.

Aansluitend, de zogenaamde kapel, een diephuis van anderhalve bouwlaag onder zadeldak, op souterrain. Het is het enige monumentale gebouw dat van de oorspronkelijke residentie overbleef. Het werd in het laatste kwart van de 14de eeuw door Jan van Pietersheim heropgebouwd. Het bevatte oorspronkelijk drie verdiepingen: een gedeeltelijk ondergrondse kelder, een eerste verdieping met zaal en private slotkapel, en een tweede woonverdieping in vakwerk met versteende haard aan de gevelzijde. Op de zaalwanden werden schaarse resten ontdekt van muurschilderingen. In de loop van de 17de eeuw werd de bovenverdieping vervangen door een zadeldak met dakruiter, en werd de ruimte als kapel ingericht; de kelderverdieping kreeg een nieuw, mergelstenen tongewelf. Na afbraak van het kasteel in het tweede kwart van de 19de eeuw en de bouw van het nieuwe kasteel, werd de kapel gebruikt als houtschuur.

Ingang via een rondboogpoort in geprofileerde, kalkstenen omlijsting voorafgegaan door een steektrap. Het huidige kasteel dateert, zoals hoger vermeld, uit het begin van de 20ste eeuw. Rechthoekig bakstenen gebouw van elf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (leien) met dakkapellen. Verhoogde begane grond. De oostgevel is in de drie middentraveeën voorzien van een risaliet van drie bouwlagen onder driehoekig fronton, en afgelijnd met natuurstenen pilasters. De westgevel heeft een gelijkaardig afgelijnd middengedeelte onder breed, boogvormig fronton. Natuurstenen hoekbanden. Rechthoekige vensters met hardstenen latei en lekdrempel. In het centrale gedeelte, drie rondboogdeuren in een geprofileerde, hardstenen omlijsting, voorafgegaan door trappen.

Engels park met vijver en dreven.

  • CLAASSEN A., Van mottoren tot kasteel, Publicaties van het Gallo-Romeins Museum, 14, Tongeren, 1970, p.68.
  • COENEN J., Het slot Pietersheim, Limburg, 25, 1944, p.14-27; 29-37.
  • COENEN J., De kastelen van de Maaskant, Maaseik, 1947, p.111-134.
  • DE DIJN C.G., Gezicht op het kasteel Pietersheim te Lanaken in de zeventiende eeuw, in: Middeleeuwse burchten in Limburg, catalogus, Tongeren, 1970, nummer 128.
  • MAENEN J., Inventariseringsfiche 1975.
  • MAENEN H.,Inventariseringsfiche 1975.
  • PAQUAY J., De heerlijkheid Pietersheim, Limburg, 18, 1936-37, p.189-193.
  • PEREAU A., Les sires de Pietersheim, Tongeren, 1862.
  • WAEGEMAN T., Onuitgegeven nota's, 1995.
  • WOLTERS J., Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, grands vassaux de l'ancien Comté de Looz, Gent, 1854.

Bron     : Schlusmans F. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kantons Bilzen - Maasmechelen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N3, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 1996


Relaties

  • Is deel van
    Koning Albertlaan
    Koning Albertlaan (Lanaken)

  • Is deel van
    Lanaken
    Lanaken (Lanaken)

  • Is deel van
    Waterstraat
    Waterstraat (Lanaken)

  • Omvat
    Solitaire kastanje als herdenkingsboom
    Koning Albertlaan 255 (Lanaken)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burcht en kasteel Pietersheim [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/895 (Geraadpleegd op 15-09-2019)