Geografisch thema

Zedelgem

ID: 13395   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13395

Beschrijving

ALGEMENE SITUERING

Gemeente Zedelgem, hoofdgemeente van de fusie gerealiseerd in 1977 met de gemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem. Gelegen in de provincie West-Vlaanderen, even ten zuiden van de provinciehoofdstad Brugge en ten noorden van de stad Torhout. Begrensd ten noorden door Zerkegem (Jabbeke), Snellegem (Jabbeke), Sint-Andries (Brugge) en Sint-Michiels (Brugge), ten oosten door Oostkamp, Waardamme (Oostkamp) en Ruddervoorde (Oostkamp), ten zuiden door Torhout en Wijnendale (Torhout) en ten westen door Ichtegem, Eernegem (Ichtegem) en Bekegem (Ichtegem).

Zedelgem telt 22.181 inwoners (01/01/2010) en heeft een oppervlakte van 60,34 km². Gerechtelijk en administratief behoort Zedelgem tot het arrondissement en kanton Brugge. Kerkelijk behoort het tot het bisdom Brugge.

De gemeente wordt in het noorden begrensd door de E40/A10 (Brussel-Oostende) en in het oosten door de E403/A17 (Brugge-Doornik). De Torhoutsesteenweg (N32) die Brugge met Torhout verbindt, doorsnijdt de gemeente van noord naar zuid over het grondgebied van Loppem, Zedelgem en Veldegem en vormt de belangrijkste historische wegverbinding. Daarop aansluitend ook de Heidelbergstraat (Loppem), de Brugsestraat (Aartrijke) en de Groenestraat (Zedelgem).

De as Eernegemsestraat-Brugsestraat-Ruddervoordsestraat (N368) doorkruist van west naar oost het Zedelgemse grondgebied en gaat respectievelijk door Aartrijke, Zedelgem en Veldegem. Te Zedelgem, ten zuidoosten van de dorpskern kruisen beide wegen elkaar ter hoogte van het kruispunt Zuidwege. Ongeveer parallel met de Torhoutsesteenweg (N32) loopt de spoorlijn Brugge-Kortrijk, met station op het grondgebied van Zedelgem waar de spoorweg (lijn 66) de Ruddervoordsestraat (N368) kruist. Het gebied wordt doorsneden en gedeeltelijk begrensd door enkele beken. Bevaarbare waterlopen ontbreken.

Zedelgem en in mindere mate Veldegem kennen een belangrijke industriële en commerciële functie die in schril contrast staat met het landelijke en residentiële karakter van Loppem en Aartrijke.

Zowel hoofdgemeente Zedelgem als de drie deelgemeenten zijn eerder op zichzelf gericht.

Fysisch-geografisch behoort de fusiegemeente Zedelgem tot Zandig Vlaanderen en meer specifiek het Westelijk Houtland. De bodem is hoofdzakelijk samengesteld uit zand- en zandleemgronden uit het Eoceen (40 tot 70 miljoen jaar oud).

In het zuidwesten van het grondgebied, aansluitend bij het grondgebied van Ichtegem en het gehucht Edewalle bij Handzame (Kortemark) en binnen het Westelijk Houtland, wordt ook nog het "Plateau van Wijnendale" onderscheiden, dat zich als een zogenaamd erosiereliëf uitstrekt van Aartrijke (Zedelgem) over Wijnendale (Torhout) tot aan "Ruidenberg-Belhutte" (Koekelare). Deze zone correspondeert ook met de zogenaamde oude veldgebieden van Torhout, waarvan het "Wijnendaleveld" (met onder andere Verloren Kost en kasteel "d' Aertrycke") in het naburige Torhout en Ichtegem een restant vormt. Langs de flank van dat plateau ontspringen er verschillende beken. Deze ten oosten van Aartrijke wateren af in noordoostelijke richting naar de Kerkebeek en de Lijselebeek (Bekken van de Brugse polder), deze ten westen wateren af in noordwestelijke richting naar de Bourgonjevaart en Moerdijkvaart (IJzerbekken).

Zedelgem heeft een zacht tot plaatselijk glooiend landschap met hoogteverschillen die variëren van circa 40 meter boven zeespiegelniveau nabij Aartrijke tot circa 6 meter nabij Loppem. Het reliëf neemt af ten noordoosten en ten noordwesten van het grondgebied, respectievelijk naar de grondgebieden van Brugge en Ichtegem-Jabbeke toe.

Actuele bossen situeren zich ten westen van Zedelgem (Vloethemveld) en ten oosten van Zuidwege (Merkemveld). Zij corresponderen met de voormalige veldgebieden die pas in de negentiende eeuw werden ontgonnen. Deze oorspronkelijke heidegebieden strekten zich ook uit over de buurgemeenten Jabbeke, Brugge, Oostkamp en Torhout. In een oorkonde van Karel de Goede, graaf van Vlaanderen, uit 1119 heette dit woeste heidegebied "wostina" of "utfang".

In de Landschapsatlas (versie 1.0, AROHM 2001) liggen vijf relictzones geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van fusiegemeente Zedelgem. De relictzone "Vloethemveld" strekt zich uit over deelgemeenten Zedelgem en Aartrijke en fusiegemeenten Ichtegem en Jabbeke. De gelijknamige ankerplaats bevindt zich op grondgebied van Zedelgem, Aartrijke en fusiegemeente Jabbeke, en heeft op het grondgebied van Zedelgem de hoeve "Noortweghe" als puntrelict. Een tweede relictzone, het "plateau van Wijnendale en Aartrijke" strekt zich uit over deelgemeente Aartrijke en fusiegemeenten Torhout, Koekelare, Kortemark en Ichtegem. Binnen deze relictzone ligt de baan Koekelare-Aartrijke (Ichtegemsestraat, Aartrijke) als lijnrelict en liggen het kasteel "Litterveld" en de hoeve *"De Drie Zwaluwen" als puntrelicten op het grondgebied van Aartrijke. Een derde relictzone, de "vallei van de Moubeek", strekt zich uit over deelgemeenten Zedelgem, Aartrijke en Veldegem en fusiegemeente Torhout. Tot deze relictzone behoort het lijnrelict, de Moubeek. Een vierde relictzone, "Kasteelparken en bosgebieden Sint-Andries – Varsenare", strekt zich uit over deelgemeenten Zedelgem en Loppem en fusiegemeenten Brugge en Jabbeke. Kleine stukken van de ankerplaats "Kasteeldomeinen van Beisbroek, Tudor, Tillegem en de abdij van Zevenkerke" liggen op het grondgebied van Loppem en Zedelgem. Als puntrelicten behoren het kasteel "Emmaüs", het kasteel "Lisbona", het "Vijverskasteel" en de priorij "Bethanië". De vijfde en laatste relictzone, "Kasteelparken en bosgebied Oostkamp", strekt zich uit over deelgemeente Loppem en fusiegemeente Oostkamp. Als ankerplaats vinden we op het grondgebied van Loppem het "Kasteel van Loppem en Hof van Breda", met als puntrelicten het *"Kasteel van Loppem" en de hoeve "De Rode Poort". De relictzone omvat ook het Merkemveld-Baesveld, met als puntrelict het kasteel Baesveld. Tot slot zijn er nog een aantal puntrelicten die niet tot relictzones of ankerplaatsen behoren: de *"Sint-Laurentiuskerk", het voormalig tolhuis *"Heidelberg", het kasteel *"ter Mote", het kasteel "Hoogveld", het "Hof te Wyssant", de hoeve en voormalige herberg "De Lange Hage" en de hoeve "Het Klokhof".

ALGEMENE GESCHIEDENIS VAN DE VELDONTGINNINGSGEBIEDEN

Op het grondgebied van Zedelgem komen zogenaamde veldontginningsgebieden voor. In de historisch-geografische context van de Vlaamse zandstreek slaat de term 'veld' (zie Vloethemveld, Maantjeveld, Baesveld-Merkemveld) op onvruchtbare grond, arm aan houtgewassen en gelegen buiten het eigenlijke landbouwareaal. Het geregeld afbranden, afsteken van zoden ruwe humus en het laten grazen van vee maken een regeneratie van het oorspronkelijke bos onmogelijk. De Noord-Vlaamse veldzone is als dusdanig een voorbeeld van een zogenaamde wastine, een oud-Nederlandse term (wastina, woestijne, woestenije) voor een door bosdegradatie ontstaan gebied, bijvoorbeeld heide, broek of moeras.

Als niet ontgonnen gronden zijn de 'velden' hier oorspronkelijk eigendom van de Graaf van Vlaanderen, waarop de dorpsgemeenschappen uit de omgeving gemeenschappelijke gebruiksrechten (bijvoorbeeld begrazing, houtsprokkeling, turfwinning…) konden laten gelden. Ten gevolge van de bevolkingsaangroei worden de Noord-Vlaamse veldgebieden op grote schaal voor ontginning prijsgegeven vanaf de 13de eeuw. Het zijn kapitaalkrachtige instellingen, zoals abdijen en stedelijke hospitalen, die aanvankelijk pogen deze onvruchtbare gronden te ontginnen. De meeste ontginningen falen echter omwille van het marginale karakter van de zandgronden en mede door de agrarische depressie die de late middeleeuwen kenmerkt.

Onder invloed van het Oostenrijkse bewind gebeurt er in de 18de eeuw een totaal andere aanpak. Uit vrees voor een nijpend houttekort in Vlaanderen worden de 'velden' met speculatieve doeleinden op een systematische wijze verkaveld en omgezet tot bos of - eerder uitzonderlijk - tot akkerland. Deze ontginningen zijn vaak het initiatief van nieuwe grootgrondbezitters. Ook de overheid, aanvankelijk onder Frans en later ook onder Hollands bewind, voert hierbij een stimuleringspolitiek waarbij aan ontginningscampagnes belastingvoordelen worden toegekend. Aanvankelijk wordt veelal loofhout aangeplant, terwijl later (eerste helft 19de eeuw) meer wordt overgeschakeld op naaldhout omdat het door zijn snellere groei een vluggere recuperatie toelaat van het geïnvesteerde kapitaal. Vanaf het midden van de 19de eeuw, wanneer de plattelandsbevolking blijft stijgen en het kleinbedrijf toonaangevend is in de landbouw, wordt een aanvang gemaakt met het plaatselijk ontginnen van de tot bos omgezette 'velden'. Dit proces wordt op het eind van de 19de eeuw versterkt door het gebruik van kunstmest. Het omzetten van bos tot bouwland gebeurt op de meeste plaatsen met behoud van het 18de-eeuwse verkavelingspatroon. Vele vroegere veldzones tekenen zich in het actuele landschap dan ook af door een dambordpatroon van eiken- en/of beukendreven en door restanten van regelmatig in percelen opgedeelde naaldhoutaanplantingen. Deze veldzones vormen als dusdanig jonge ontginningslandschappen.


Bron     : Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Zedelgem met deelgemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL47, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Van Vlaenderen, Patricia, Vranckx, Martien
Datum  : 2010


Relaties