Geografisch thema

Broechem

ID: 13695   URI: https://id.erfgoed.net/themas/13695

Beschrijving

Landelijke gemeente ten zuidoosten van Antwerpen; 3.269 inwoners (1976) en 1179 hectare. Sinds 1977 oostelijk gelegen deelgemeente van Ranst.

Vroegmiddeleeuwse nederzetting gelegen op het hoogste punt van de streek. Voor eerst vermeld in het "Polypticon" van de abdij van Lobbes, opgemaakt onder Lotharius in 868-869, en dus op geestelijk vlak afhankelijk van de abdij van Lobbes. Voor 1161 was het patronaatsrecht in handen van het aartsdiakonaat van Luik. De bisschop van Kamerijk schonk in 1161 het geestelijk gezag over Broechem en zijn afhankelijkheden Oegelem en Wijnegem aan de abdij van Tongerlo- en bij bulle van 1233 nam paus Gregorius IX alle bezittingen van Tongerlo, waaronder Broechem, onder zijn bescherming. De abdij van Tongerlo bezat te Broechem en omliggende een groot aantal hoeven, landerijen en ook een laathof "Ter Eenwen" zijnde op de plaats van de huidige "Bergse hoeven" ten noordoosten van de gemeente nabij de oude Herentalsebaan. De abdij kocht de grond in 1156 en reeds in 1164 werd melding gemaakt van een grangium "Awen" uitgebaat door lekebroeders. De hoeve "Awen" of "Ter Eeuwen" werd van circa 1180 tot 1280 bewoond door vrouwelijke religieuzen, waarna het terug een "grangium" werd. Ten behoeve van de kloostergemeenschap was er een kapel gebouwd, waarvan het altaar mogelijk in 1329 overgebracht werd naar de kerk van Broechem. Het "grangium" evolueerde verder tot twee pachthoeven, verhuurd aan leken. Het laathof van de abdij van Tongerlo dat ook gevestigd was op deze hoeve, bestond er zeker voor 1233 en tot 1584 werden hier de gerechtszaken behandeld. Daarna werd dit laathof overgeplaatst naar de pastorie in de dorpskern. In de 12de en 13de eeuw was de rechterlijke macht van de abdij van Tongerlo in de streek zeer uitgebreid, maar in de 17de eeuw beperkte dit zich tot Broechem-Oelegem en enkele hoeven onder Viersel.

Naast Oelegem en Wijnegem is er in 1186 en 1256 sprake van een derde afhankelijkheid van de kerk van Broechem namelijk Allier te Emblem. In 1292 of begin 14de eeuw werd Wijnegem een afzonderlijke parochie en op 25 juni 1604 werd op aanvraag van de inwoners ook Oelegem een afzonderlijke parochie.

Op het wereldlijke vlak stond Broechem ook onder gezag van de abdij van Tongerlo. Maar de heerlijke rechten werden in de 13de eeuw uitgeoefend door de familie Berthout. Bij erfdeling van de goederen van Walter III Berthout verkreeg Egidius I Berthout de dorpen Berlaar, Keerbergen, een gedeelte van het land van Geel en vermoedelijk ook Ouden, Broechem, Vremde en Millegem. Zijn zoon Egidius II gaf in 1236 aan de abdij van Villers goederen te Vremde, Millegem, Broechem en Ouden op voorwaarde dat in een van deze plaatsen een klooster van de orde van Cteaux zou gesticht worden. Egidius II Berthout behield er wel de hoge gerechtigheid, die terug in handen kwam van de hertogen van Brabant. Met toestemming van de hertog werden vanaf 1437 tot 1651 de gezworenen van de rechtbank aangesteld door de Sint-Bernardusabdij van Hemiksem, en dit voor wat betreft Broechem, Vremde, Zandhoven, Ouden en de "Byvang" van Lier waaronder Emblem.

De hertog van Brabant gaf in 1559 aan Jan van der Rijt de jurisdictie over de dorpen Broechem en Oelegem in leen. Dit omvatte de hoge, middelbare en lage gerechtigheid. Leenverhef voor Broechem-Oelegem door Andreas van der Rijt in 1618 en door Lancelot Maximiliaan 't Seraerts in 1630. In hetzelfde jaar nog in het bezit van Renier van der Rijt die in 1634 het "Root Hoffken", zijnde het huidige Broechemhof, aankocht. Na zijn dood in 1638 ontstond een proces om de heerlijkheid tussen Willem van der Rijt en Lancelot 't Seraerts. Filips II had echter de heerlijkheid teruggekocht v66r 1643. Hij verkocht de heerlijkheid dan definitief in 1644 aan Filips le Roy. Deze kocht in 1649 het "Root Hoffken" en in 1651 de rechten die de Sint-Bernardusabdij had te Broechem. In 1679 geërfd door zijn kinderen en in 1681 aangekocht door Louis van Colen, die tevens de heerlijkheid Burcht bezat. Na de dood van Louis van Colen in 1715 werden Broechem-Oelegem geërfd door Louis van Colen-Lunden, terwijl Burcht in het bezit kwam van Jean van Colen. Zijn weduwe gaf Oelegem aan haar dochter Suzanne gehuwd met Jacques de Fraula, maar zij behield Broechem, dat van 1779 tot 1786 in onverdeeldheid bleef. Kasteel Broechemhof en de heerlijkheid kwamen in het bezit van Thomas de Fraula. Zodus kwamen Oelegem en Broechem terug onder dezelfde heer, en dit tot aan de Franse Revolutie.

Het dorp werd door de troepen van Maarten van Rossem in 1542 geplunderd en gedeeltelijk in brand gestoken. Ook in 1584 hadden de kerk en het dorp te lijden onder brandstichting door de troepen van de prins van Parma, zodat er in 1587 nog slechts twee woningen recht stonden. Tijdens de Spaanse Successieoorlog werden onder meer te Broechem en Oelegem een versterkingslinie, de zogenaamde "Liniekens" aangelegd in het uiterste oosten van de gemeente, met forten aan de Bortelbrug, dit is aan de Herentalsebaan bij de Tappelbeek, en in het uiterste zuidoosten van de gemeente bij het vroegere gehucht Moll-ter-Nethe. Laatst genoemde was voor 1570 een belangrijk gehucht, in 1584 vernield en zelfs in 1678 lag het nog onder het puin. In 1705 werden bijna alle hoeven van de gemeente vernield. Tussen 1909 en 1912 werd het fort van Broechem opgericht in het zuidoosten van de gemeente. De beschieting van dit fort tijdens de Eerste Wereldoorlog veroorzaakte heel wat schade aan het dorp. Tot de 20ste eeuw was Broechem voornamelijk een landbouwgemeente waar de veeteelt de belangrijkste bron van inkomsten uitmaakte. In 1916 werd een plaatselijke afdeling van de Boerenbond opgericht. Intensieve fruitteelt werd ingevoerd met teelt van voornamelijk stekelbessen, perziken, kersen, appelen, peren en aardbeien. Een fruitmarkt werd opgericht in 1922, en in 1939 na afschaffing van de markt ontstond een veiling aan de Antwerpsesteenweg.

Thans is het nog een landelijke gemeente met een vruchtbare zandachtige teeltlaag waar voornamelijk aan intensieve fruitteelt wordt gedaan. Het dorpscentrum ligt centraal aan de baan WommelgemZandhoven, die de gemeente in west-oostelijke richting doorkruist. De voormalige voornaamste verkeersweg was de meer ten noorden gelegen Herentalsebaan namelijk huidige Herentalsebaan, Abelebaan en Kapelstraat. In de 18de eeuw was de gemeente bebouwd rondom de kerk en voornamelijk in oostelijke richting aan de huidige Massenhovensesteenweg en Mollentstraat; verder in het westen van de gemeente aan huidige Achterlo en rondom het kasteel Broechemhof. Steenwegen werden aangelegd in de tweede helft van de 19de eeuw zoals onder meer de steenweg Broechem-Ranst in 1850, de steenweg naar Lier (huidige Ranstsesteenweg) in 1867, naar Oelegem in 1872 en vanaf 1878 werden alle straten in het dorp gekasseid. In de loop van de 19de en de 20ste eeuw breidde de bebouwing zich uit langsheen de bestaande wegen en voornamelijk rondom de dorpskern, zonder dat er overgegaan werd tot de aanleg van nieuwe wegen. Het prachtige natuurgebied in het noorden van de gemeente, gevormd door de domeinen van de kastelen Bossenstein en Broechemhof, werd vanaf 1958 doorkruist door de autosnelweg Antwerpen-Luik, en deze naar Turnhout in 1971.

Tussen de beide autosnelwegen ontstond een spaarbekken van de Antwerpse Waterwerken en de aanzet van het Duwvaartkanaal vanaf het Albertkanaal.

  • BLOMMAERT V., Bouwkundige monumenten in het natuurpark der beide Neten, in Natuur- en stedenschoon, jaargang XLII, nummer 4, juli-augustus 1969, 15-24.
  • DE BELSER A., Bijdrage tot de geschiedenis van Broechem, Broechem, 1963.
  • DE BELSER A., Het laathof van de abdij van Tongerlo te Broechem, in Bijdragen tot de geschiedenis, jg. XXXVIII, 3de reeks, deel VII, aflevering 4, Antwerpen, 1955, 195-199.
  • DE BELSER A., Het laethof van de abdij van Tongerlo te Broechem, in Heemkundig handboekje voor de Antwerpse randgemeenten, jaargang VIII, nummer 3, Borgerhout, 1960, 12-13.
  • DE BELSER A., Sedert 1830... Bijdragen tot de geschiedenis van Broechem V, Heemkundige kring Broechem, 1957.
  • DE LATTIN A., Omzwervingen in de provincie Antwerpen. Het labeurgewest bezuiden Antwerpen, tot aan de Nete, onuitgegeven, 1953, 74-77.
  • DE RAADT J.TH., Notice historique sur Broechem et ses seigneurs, in Bulletin du cercle archéologique, litteraire et artistique de Malines. Mémoires, rapports et documents, deel I, Mechelen, 1889, 62-109.
  • EGGENSTEIN H., Broechem, in Toerisme, jaargang XXIII, nummer 1, januari 1944, 3-5.
  • LUYCKX L., Broechem in oude prentkaarten, Zaltbommel, 1974.
  • MORETUS PLANTIN DE BOUCHOUT R., Demeures familiales, Antwerpen, 1951, 309-319.
  • ROELANTS J., Santhoven met omgeving van gister, nu en morgen, Brecht, 1934.
  • S.N., Grepen uit het oude Broechem. Bijdragen tot de geschiedenis van Broechem II, Heemkundige kring Broechem, 1951.
  • SCHOBBENS J., Dans la province d'Anvers fl. 71 promenades pedestres dans un rayon de plus de 10 kilomètres à partir de l'Hôtel de ville, Brussel, [1930], 29-41.
  • SPRINGAEL G., Eenige historische herinneringen en bijeenrapelingen over Broechem en omstreken, Antwerpen, 1898.

Bron     : Plomteux G., Steyaert R. & Wylleman L. 1985: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Antwerpen, Arrondissement Antwerpen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 10N2 (Ho-Ra), Brussel - Gent.
Auteurs :  Wylleman, Linda
Datum  : 1985

Aanvullende informatie

Broechem heeft zeker een vroegmiddeleeuwse oorsprong. Het vroegmiddeleeuws –heim toponiem geeft hiervoor een indicatie. Bovendien werd tussen 2001 en 2010 in Broechem een uitgestrekt Merovingisch grafveld uit de 5de tot 7de eeuw opgegraven.
Auteurs : Annaert, Rica
Datum: 02-04-2014

Relaties