Geografisch thema

Kalfvaart

ID: 3928   URI: https://id.erfgoed.net/themas/3928

Beschrijving

Naar "Kalfvaart", lokaal toponiem, mogelijk afgeleid van "kaal fort", duidend op vervallen halve maan in 1818 ten noordoosten van de binnenstad aangelegd door de Hollanders. Later, bouw van herberg "De Kalfvaart" op de schansglooiing.

In 1873, doortrekken van de Lange Torhoutstraat tot aan vermelde herberg; aanleiding tot ontstaan van de zogenaamd "Kalfvaartwijk".

Huidige Kalfvaartwijk met arbeiderswoningen gesitueerd aan de Brugseweg, Vrijheidsstraat, Duivenstraat, Lindendreef en Rozenlaan; naar ontwerp van architect R. Acke (Kortrijk) van 1920 en gerealiseerd door de Nationale Maatschappij voor Goedkope Woningen: een meer progressief project in de stadsperiferie als uiting van eigentijdse huisvestingsprincipen gebaseerd op oudere tuinwijkgedachten en met aandacht voor de meer sociaal-functionele wederopbouwaanpak van de modernisten. Tuinwijkconcept echter eerder geïnspireerd op de "regionale" dorpsbebouwing den op de typische tuinwijkaanleg naar Engels model: blokken met rijwoningen aan de straat of geschikt rondom beboomd graspleintje, en al of niet voorzien van uitgespaarde voortuintjes ten voordele van grotere achtertuinen. Niet uitgevoerd: blijkbaar een tweetal woonblokken, en de geïntegreerde oprichting van burgerwoningen en gemeenschapsvoorzieningen als handelshuizen en openbare gebouwen, met de bedoeling schakering te brengen in het stratensilhouet en de wijk een meer pittoresk uitzicht te geven. Voorziene bouwpercelen tot op heden nog meestal onbebouwd en opgenomen in het openbaar domein zie hoek Lindendreef-Duivenstraat, aangewend als stapelplaats van een bouwonderneming zie hoek Duivenstraat-Brugseweg, of ingevuld met recentere arbeiderswoningen zie Brugseweg nummer 116/ Lindendreef nummer 39. Afwezigheid van wijkvoorzieningen, mogelijk aanleiding tot de oprichting in de jaren 1920 van een schooltje in traditionele bouwtrant in de nabijheid - echter los van het basisconcept van de wijk (Lindendreef nummer 3); in hetzelfde kader, aanpassing en uitbouw van een arbeiderswoning tot wijkwinkel (Vrijheidsstraat nummer 21). Sinds de jaren 1950, minder geïsoleerde wijk ten gevolge van de aansluitende sociale verkavelingen met arbeiderswoningen.

Vrij uniforme architectuur, echter ook veel meer overhellend naar de "regionale" bouwtrant den naar de radicalere modernistische esthetiek zie het gebruik van "streekeigen" bouwmaterialen en onderdelen respectievelijk: baksteen, mechanische pannen, aandaken, tuitgevels, muurvlechtingen; tevens typerende inbreng van gestandaardiseerde houten deur- en vensterkozijnen voor een snelle en goedkopere realisatie. Sindsdien, verschillende beeldtransformaties voornamelijk met betrekking tot muuropeningen en nieuwe gevelparementen, waardoor het oorspronkelijk, "gestandaardiseerde" karakter soms moeilijk herkenbaar blijft; ook garages in plaats van vroegere tuintjes. Breedhuizen nog te herleiden tot de drie oorspronkelijke woningtypen:

type I: huizenblok van drie of meer woningen van twee à drie traveeën en twee bouwlagen onder mank zadeldak, al dan niet doorbroken door een of meerdere tuitgevels zie Vrijheidsstraat nummers 11-19, 2-16; Duivenstraat nummers 13-17; Rozenlaan nummers 1-5; Brugseweg nummers 78-82, 84-96.

type II: huizenblok van vijf of meer enkelhuizen van twee traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak, volgens spiegelbeeldschema zie Brugseweg, nummers 98114; Duivenstraat nummers 3-11, 19-31; Lindendreef nummers 25-37, 64-76; Rozenlaan nummers 2-14.

type III: huizenblok van vier of meer dubbelhuizen van drie traveeën en één bouwlaag onder mank zadeldak, voorzien van twee dakvensters met tuitgevel, per huis zie Duivenstraat nummers 6-12; Lindendreef nummers 7-17; Rozenlaan nummers 7-13, Vrijheidsstraat nummers 3-9, 21-23, 18-24.

  • Algemeen Rijksarchief, Dienst Verwoeste Gebouwen, 833, 835, 877.
  • CATRY Y., De wederopbouw van Ieper na de eerste wereldoorlog, onuitgegeven eindverhandeling, Sint-Lucas Gent, 1981, p. 66-69.
  • SMETS M., De ontwikkeling van de tuinwijkgedachte in België. Een overzicht van de Belgische volkswoningbouw in de periode van 1830 tot 1930, Brussel-Luik, 1977, p. 122-123.
  • SMETS M., Resurgam. De Belgische wederopbouw na 1914, (Brussel), 1985, p. 200, 206, 210.
  • STYNEN H., Architect Richard Acke (1873-1934) en de woningbouw in de frontstreek, in M&L, II, 5, 1983, p. 42-53.

Bron     : Delepiere A.-M., Huys M. & Lion M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Delepiere, Anne Marie, Huys, Martine, Lion, Mimi
Datum  : 1987


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Kalfvaart [online] https://id.erfgoed.net/themas/3928 (Geraadpleegd op 30-09-2020)