Tuin bij herenhuis en distilleerderij Oriënte

inventaris landschappelijk erfgoed \ historische tuin of park

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Geetbets
Deelgemeente Rummen
Straat Galgestraat
Locatie Galgestraat 57-59 (Geetbets)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie tuinen en parken in zuidoostelijk Brabant - Haspengouw (geografische inventarisatie: 1978 - 2008).
Toegankelijkheid Niet toegankelijk

Juridische gevolgen

is deel van de bescherming als monument Cisterciënzerinnenabdij

Deze bescherming is geldig sinds 30-09-2014.

Beschrijving

Informele tuin van circa 1 hectare, aangelegd omstreeks omstreeks 1850 bij de tot distilleerderij met herenwoning verbouwde relicten van een voormalige abdij.

De voormalige abdij van de cisterciënzerinnen, voor het eerst vermeld in 1234, mag niet verward worden met het verdwenen Hof Ter Weiden aan de oever van de Melsterbeek één kilometer zuidwaarts, dat op de stafkaarten van 1886 en 1904 als 'Château d'Oriente' wordt aangeduid (Maar de naam Terweiden wordt op sommige kaarten – onder meer de kadasterkaart van Popp (1860) en de stafkaarten van 1877 en 1886 – ook gegeven aan het nabijgelegen Hof te Rode op grondgebied Zoutleeuw). De abdij werd in 1798 als 'nationaal goed' in twee loten verkocht. Het gesloten abdijcomplex, dat op de Ferrariskaart (1771-1775) wordt afgebeeld, werd grotendeels afgebroken. Op de Primitieve kadasterkaart (1828) worden nog slechts twee gebouwen getoond: een langgerekt volume, vermoedelijk het vroeg-18de-eeuwse abdissenkwartier, en een veel kleiner gebouw. Een zekere Constant Jamin uit Zoutleeuw was toen de enige eigenaar. In 1841 kwam Oriënte in handen van notaris Pierre-Louis Vinckenbosch uit Tienen. De vergunning voor de uitbating van een distilleerderij werd afgeleverd in 1842 en enkele jaren later werd het gebouwencomplex fors uitgebreid (volgens A. Wauters stond de uitbatingsvergunning op naam van Alphonse en Victor Vinckenbosch, mogelijk zonen van Pierre-Louis). De residentiële vleugel werd naar het noordoosten toe verlengd tot in 1868 de huidige lengte van 100 m werd bereikt – een heterogene opeenvolging van trapsgewijs afdalende volumes. Maar in het hoogste gedeelte, de zes zuidelijke traveeën, is het 18de-eeuwse gebouw nog herkenbaar, ondanks de voor de periode 1840-1860 obligate mezzanine. De industriële vleugel met zijn pakzolders, ontsloten door grote, uit de gevel oprijzende, beluikte dakvensters, is ook typisch voor die tijd. In 1901 werd de distilleerderij uitgerust met een stoommachine. Evenwijdig met de woonvleugel bouwde notaris Vinckenbosch voor zijn zoon-landbouwer nog een grote overwelfde stal met een centrale zuilenrij. Twee secundaire constructies trekken nog de aandacht: een langgerekt éénlaags gebouwtje met boogdeurtjes, dat de binnenplaats visueel afscheidt van de lusttuin bij de residentiële vleugel – kennel en/of kippenren; en een zeshoekig, bakstenen tuinpaviljoen, geregis­treerd in 1879.

In de tijd van de cisterciënzerinnen was er al een siertuin en een moestuin aanwezig, maar de oudste kadastrale omschrijving (1831) suggereert een hoge graad van landelijkheid: buiten een tuinperceel van 25 are bestond Oriënte alleen maar uit weiland, akkers en vijvers (in feite de oude ringsloten). Het perceel ten westen van de woonvleugel, 91 are groot, wordt in de loop van de daaropvolgende jaren als 'hof ' geregistreerd, maar het lijdt geen twijfel dat het al sinds de eerste Vinckenbosch om een informele lusttuin ging. Twee monumentale, laagvertakte esdoorns (Acer pseudoplatanus), een witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum), een bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') – op een heuveltje –, en een door gele kornoeljes (Cornus mas) gevormd prieel achter de woonvleugel, getuigen van deze periode. Op een oude ansichtkaart is, buiten het nog bestaande bakstenen paviljoen, een tweede, rustiek paviljoen zichtbaar, dat geen sporen heeft nagelaten – een kegelvormig strodak met lantaarn, rustend op pijlers van knoestige boomstammen. De tegen de zijgevel gebouwde serre werd later vervangen door de huidige veranda.

Merkwaardige bomen (opname 18 juni 2002)
Het cijfer in vet geeft de stamomtrek in centimeters weer. De omtrek wordt standaard gemeten op 150cm hoogte.

  • 6. gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) 635 (50), tweestammig
  • 8. gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) 533 (50), tweestammig
  • 11. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 448 (130)
  • 13. witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) 399, afgebroken gesteltakken
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Oudste kadastrale legger 212 Rummen, art. 90 nrs. 1-10, art. 317 nrs. 20 en volgende en art. 903 nrs. 3 en 26.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschetsen Rummen 1846 nr. 13, 1869 nr. 10 en 1879 nr. 8.
  • WAUTERS A., Géographie et histoire des communes belges. Arrondissement de Louvain – canton de Léau, Bruxelles, Culture et Civilisation, facsimile van editie 1887, 1963, p. 185, p. 200-203.
  • WOLTERS M.J., Notice historique sur la commune de Rummen et sur les anciens fiefs de Grasen, Wile, Bindervelt et Weyer, en Hesbaye, Gand, 1846, p. 61-94.

Bron: DENEEF, R., 2008. Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Zuidoostelijk Brabant - Haspengouw: Geetbets, Hoegaarden, Kortenaken, Landen, Linter, Tienen, Zoutleeuw, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.

Auteurs: Deneef, Roger; Halflants, Jacques & Wijnant, Jo

Datum tekst: 2008

Relaties

maakt deel uit van Cisterciënzerinnenabdij

Galgestraat 57-59, Geetbets (Vlaams-Brabant)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.