Priorij Onze-Lieve-Vrouw van Bethanië

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Zedelgem
Deelgemeente Loppem
Straat Sysen
Locatie Sysen 8, Zedelgem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Zedelgem (geografische inventarisatie: 01-10-2008 - 31-03-2010).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Priorij Onze-Lieve-Vrouw van Bethanië

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

Beschrijving

Achterin en volledig in het groen gelegen priorij "Onze-Lieve-Vrouw van Bethanië", behorend tot de benedictijnerorde. Geheel van kerk, klooster, gastenverblijf en internaat tussen 1924 en 1957 opgetrokken in een neoromaanse stijl, naar ontwerp van architect Joseph Viérin (Brugge). Opgenomen door de gemeente Zedelgem op de lijst van het erfgoed op haar grondgebied. De priorij "Bethanië" is in de Landschapsatlas (versie 1.0, AROHM 2001) als puntrelict opgenomen binnen de relictzone "Kasteelparken en bosgebieden Sint-Andries – Varsenare".

Historiek. Zusterklooster, ontstaan als tegenhanger van het broederklooster van de nabij gelegen abdij van Zevenkerken (zie Brugge, Sint-Andries).

Abt Dom Théodore Nève van de abdij van Zevenkerken geeft de aanzet tot het stichten van de priorij. De gedachte is ingegeven door het verpleegsterwerk van enkele jonge dames, wanneer in 1918 Zevenkerken als oorlogshospitaal dient. De naam verwijst naar de Bijbelse plaats Bethanië.

De eerste kloosterlingen vestigen zich tussen 1921 en 1925, na een vorming in Angers (Frankrijk), in het kasteel "Lisbona" zogenaamd "Klein Bethanië". De zusters doen aan missioneringswerk in Kongo en stichten er meerdere kloosters.

Door de vele roepingen dringt de bouw van een volwaardig klooster zich op. Dit komt tussen 1924 en 1957 fasegewijs tot stand en is net zoals de abdij van Zevenkerken ontworpen door architect Joseph Viérin (Brugge) en gerealiseerd door het aannemersbedrijf Verhaeghe (zie Stationsstraat nummer 18 en Heidelbergstraat nummers 2-4).

Tijdens de Tweede Wereldoorlog vinden de paters van de abdij van Zevenkerken een onderkomen in het gastenkwartier.

In 1969 wordt het meisjesinternaat van de abdijschool van Zevenkerken hier gehuisvest.

Achtereenvolgens worden het gastenverblijf (1924), de vleugel met internaat en werkplaatsen (1929), de kerk (1935-1936), de refter (1948) en de vleugel met kapel en bibliotheek (1957) gebouwd.

Beschrijving. De priorij is toegankelijk via een geasfalteerde dreef en ligt aan een driehoekig en beboomd plantsoen. Vierkante plattegrond met vier vleugels rond een kloostertuin. De kerk en de refter bevinden zich in elkaars verlengde op een centrale as, de voeding van lichaam en geest symboliserend. Symmetrisch en evenwichtig opgebouwde gevels. De westvleugel bevat verder de huiskapel, sacristie, gastenkwartier en onthaalruimte. De zuidvleugel is grotendeels ingericht als gastenkwartier en met een conferentiezaal. De oostvleugel herbergt de refter en studiezaal voor de internen en een was- en keukengedeelte. In de noordvleugel zijn bibliotheek en scriptorium ondergebracht. Tegen de gevel staat een vierkante klokkentoren onder tentdak. Op de verdieping dienen de vroegere kloostercellen nu als slaapkamers voor de internen.

Ondanks de verschillende bouwfasen straalt de architectuur van de kerk, de refter en de vier vleugels een eenheid uit. De gebouwen zijn opgetrokken in rozerode baksteen onder zadel- of lessenaarsdaken (leien). De neoromaanse stijl is geïnspireerd op de basiliek van Sint-Laurentius-buiten-de-Muren in Rome en de abdijkerk van San Miniato te Firenze. Typerend is het doorgedreven gebruik van de rondboog bij de poorten, deuren, al dan niet gekoppelde vensteropeningen en rondbooggalerijen en tussen de verdiepingen de omlopende fries met visgraatmotief onderbroken door krukkenkruisen.

De kerk (1935-1936) is ontworpen volgens het principe van de gulden snede, het plan voorziet oorspronkelijk ook twee torens, links en rechts van het portaal maar die zijn wegens geldgebrek niet uitgevoerd. Evenwichtige en sobere architectuur met dominante achthoekige vieringtoren onder kegeldak met bekronend smeedijzeren kruis.

De gevels worden verlevendigd door siermetselwerk zoals de omlopende lijst met meandermotief onder de dakranden, het rastervormige metselwerk in de topgevels van de westgevel en vieringarmen en lijst met ruitmotief bij de vieringtoren. De gekoppelde rondboogvensters bij de westgevel en vieringtoren steunen op natuurstenen of bakstenen zuiltjes en hebben witstenen teerlingkapitelen.

Portaal onder lessenaarsdak rustend op een open houten dakstoel. Boven de ingang een medaillon met Christusmonogram en Alfa en Omega. Dubbele, houten vleugeldeuren met verzorgd schrijnwerk en hang- en sluitwerk. Boven de westgevel een bekronend natuurstenen kruis. Tegen de koorgevel hangt centraal een witstenen beeld van Maria met Kind op een sokkel en onder een baldakijn.

Sober en uitgepuurd interieur met bakstenen muren onder open houten dakstoel, onder de vensterzone omlopende bakstenen lijst onderbroken door krukkenkruisen. De plattegrond ontvouwt een Latijns kruis met centrale opstelling van het altaar in de viering met ten westen de driebeukige benedenkerk en ten oosten het gemeenschapskoor met koorgestoelte. Gebruik van meerdere marmersoorten voor de vloeren (onder meer grijs, zwart, rouge royale) en andere rijke materialen, afkomstig van de diverse missioneringsgebieden.

Viering met rondbogen steunend op eenvoudige pijlers, achthoekige lantaarntoren op trompen onder een open dakstoel. Beeldbepalend en verhoogd hoofdaltaar onder ciborium met vierkante geelmarmeren zuilen. Rijk aangekleed en uitgewerkt. Tentdak bekleed met veelkleurig Chinees lakwerk rustend op een architraaf met aan de westkant een bas-reliëf met pauwen (symbool van verrijzenis, eeuwigheid en contemplatie). Het gewelf van het ciborium is bekleed met gedreven koper met afbeelding van de eeuwige lofprijzing der engelen. Altaar met het blad in groen resedamarmer, aan de zuidkant met alliantiewapen van Albert van Caloen en zijn echtgenote Maria-Theresia van Ockerhout. Boven het altaar een bronzen kruis versierd met goud en kristal met aan beide zijden een beeld van de verheerlijkte Christus aan koorzijde met serene en aan westzijde met meelijdende uitdrukking. Zijaltaren van de viering met blauwhardstenen beelden respectievelijk van de Heilige Benedictus (zuid) en de Heilige Scholastica (noord) onder marmeren baldakijn. De altaartafels staan tegen een witgeaderde grijsmarmeren plaat uitgewerkt à livre ouvert. Het noordaltaar met accenten in malachiet en het zuidaltaar met accenten in gele marmer. Op het noordaltaar een kunstig uitgewerkt tabernakel in groene malachiet en versierd met gesneden ivoren engelfiguur en Chinees lakwerk. Het zuidaltaar met een Kruisbeeld, geflankeerd door twee kandelaars, uitgewerkt in hout, gele marmer en mozaïek.

Koorgedeelte met aan beide zijden een tribune met blauwhardstenen, zuilen en geïnspireerd op de basiliek van Sint-Laurentius-buiten-de-Muren, aan zuidzijde ten behoeve van zieke zusters en aan noordzijde met het orgel.

Meubilair. Koorgestoelte in Sloveens eikenhout uitgevoerd door het Brugse bedrijf Nobilis. Boven het koorgestoelte oorspronkelijke armaturen met lampen. Het orgel is door de Belgische componist en organist Flor Peeters ontworpen en in 1937 uitgevoerd door de orgelbouwers Leyers en Verschueren (Tongeren).

De glasramen met abstracte motieven dateren uit het einde van de jaren 1950 en zijn gerealiseerd door de glazenier Michel Martens (Brugge, Sint-Andries). Het edelsmeedwerk is van de gebroeders Devroye (Brussel).

Kloosterpand met witbeschilderde muren en rondbooggewelven geritmeerd door bakstenen gordelbogen, vloeren met cementtegels (niet in het gedeelte van 1957) met florale motieven. Langs de kloostergang liggen de vleugels elk met hun eigen functie. Bewaarde vloeren en deuren, de meeste in dennenhout, trappen in granito met ijzeren leuningen. Eenvoudige, begraasde kloostertuin.

Westvleugel met ten zuiden van de kerk de toegang tot de priorij met atrium waarin het onthaal. Toegang met portiek en deur in verzorgd schrijnwerk en versierd met art-decomotieven. Onthaalruimte met fraaie vloer met mozaïek in granito. Ten noorden van de kerk bevindt zich de sacristie met parket, brede balk met balksleutels en met bewaarde kasten en de voormalige kapittelzaal nu in gebruik als huiskapel. Deze is toegankelijk via een rondboogdeur met brede bakstenen omlijsting versierd met neoromaans kepermotief, dubbele vleugeldeur met verzorgd schrijnwerk en versierde makelaar met jaartal "1957". De ruimte wordt verlicht door gekoppelde tweelichten en aan de westzijde centraal een roosvenster, glas in lood.

Zuidvleugel (1924) ingericht in functie van de gasten met achtereenvolgens de spreekkamers, eetzaal, keuken en conferentiezaal (eerste kapittelzaal). In de oostvleugel (1929) zit centraal de refter (1948) van de zusters geflankeerd aan zuidzijde door refter en studiezaal van het internaat en aan noordzijde door de keukens en het washuis.

Dieper gelegen refter met voorliggende narthex gedragen door massieve witte zuilen op zwartmarmeren sokkel en met versierde kapitelen. Hoge ruimte met zoldering met balken gedragen door standvinken en korbelen met versierde balksleutels. Vloer met cementtegels in watergroen en zwart.

De gebouwen zijn omgeven door tuinen en parkgebied met een vijver ten noorden van de priorij en ten noordoosten een boerderijgebouw van circa 1942 nu in gebruik door het internaat.

  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, Monumenten en Landschappen, Landschapsatlas, 2001, OC GIS-Vlaanderen.
  • DELAERE R., Priorij O.-L.-Vrouw van Bethanië in Loppem, in Zilleghem. Handelingen van de Kring voor heemkunde en geschiedenis Pastoor Ronse, jg. 23, nr. 1, 2002, p. 16-27.
  • Via Europa. Reisverhalen in steen. De priorij van O.L.V. van Bethanië. Open Monumentendag Vlaanderen. 12 september 1999, Zedelgem, 1999.

Bron: Van Vlaenderen P. & Vranckx M. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West- Vlaanderen, Gemeente Zedelgem met deelgemeenten Aartrijke, Loppem en Veldegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL47, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Van Vlaenderen, Patricia & Vranckx, Martien

Datum tekst: 2010

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sysen

Sysen (Zedelgem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.