erfgoedobject

Gemeentelijke Begraafplaats

bouwkundig element
ID
211763
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/211763

Juridische gevolgen

Beschrijving

Gemeentelijke Begraafplaats, gelegen ten westen van de dorpskern. Ingewijd in 1807, ter vervanging van het oude kerkhof dat rondom de kerk gelegen was. In 1886 wordt een oudere calvarie uit 1828 vervangen door een beeldhouwwerk door de Brugse H. Pickery. In 1899 wordt een kerkhofkapel gebouwd.

Begraafplaats afgesloten van de straat door een roodbakstenen muur geleed door lisenen, met recenter parement aan straatzijde. Toegang via een fraai ijzeren hek met een centrale bekroning in de vorm van een gevleugeld engelenhoofd met topkruis. Rechthoekig perceel, aan noord- en zuidzijde afgeschermd door hoge beuken. Aanleg getypeerd door rechtlijnige paden in gemalen baksteen, waartussen grote rechthoekige perken. Veel bewaarde monumentale graftekens en familiegraven uit arduin, voornamelijk gelegen langs de hoofdassen. Langs de toegangsas graven uit de tweede helft van de 19de eeuw, van onder meer graaf Gustave-Adolphe de Mûelenaere, de priesters Brulois en Castel, de familie Bernolet en Muyle-Van Hee. Monumentale graftombes van de families Van Canneyt-Callens en Van Maele-De Snick. De as naar de kerkhofkapel, aan het begin en einde gemarkeerd door lindebomen, wordt afgezoomd door graven uit het eind van de 19de en begin van de 20ste eeuw, zoals het graf van de familie de ter Beerst, een werk van de Brugse beeld- en steenhouwer Louis Pick uit 1882.

Aan noordzijde, de grafkapel flankerend, bevinden zich de graven van de zusters van Maria en van de broeders Maristen. Beide gekenmerkt door liggende marmeren platen (bij de zusters één enkele plaat) waarin de namen gegraveerd werden van de overledenen, begeleid door een arduinen grafteken met spitsbogige marmeren plaat (zusters) of nis (broeders). Grafperken omheind door arduinen pijlers verbonden door ijzeren kettingen. Omliggende graven uit de jaren 1920, onder meer van de families De Corte en Veys-David. Naastgelegen kindergraven ten noordoosten. Verspreid over de begraafplaats bevinden zich meerdere gietijzeren grafkruisen, onder meer van oorlogsslachtoffer Henri Van Rijssel (†1919). Graf van Valère Meerschaert, oorlogsslachtoffer uit de Eerste Wereldoorlog (zie inlichtingsplaatje naast toegang).

Rechthoekige perken ingevuld met grafstenen in dezelfde stijl en dezelfde periode, zoals uit de jaren 1950-1960.

Het pad vanaf de toegang leidt naar een monumentaal gestileerd ijzeren herdenkingskruis voor oorlogsslachtoffers, met een top gemarkeerd door een doornkroon. Hoge sokkel geplaatst tussen verjongende, centraal toelopende betonpijlers. Voorliggend gekasseid perkje waarin plaat met inscriptie "TER NAGEDACHTENIS/ VAN DE/ BURGERLIJKE EN MILITAIRE/ OORLOGSSLACHTOFFERS/ VAN BEIDE WERELDOORLOGEN", langs de achter- en zijkant afgeschermd door een laag breukstenen muurtje. Het kruis verving mogelijk een oudere calvarie, voor het eerst opgericht in 1828 en in 1886 vervangen door een beeldhouwwerk gemaakt door de Brugse H. Pickery.

Centraal aan noordzijde van het perceel situeert zich de kerkhofkapel uit 1899. Roodbakstenen volume met zadeldak in (kunst)leien, gevat tussen aandaken. Plint uit breuksteen en blauwe hardsteen. Toegang gemarkeerd door vier voorstaande lindebomen. Fraaie houten rondbogige vleugeldeur met hang- en sluitwerk, toegankelijk via twee treden, bekroond door een leien zadeldakje met bebording, steunend op schoren aan de uiteinden. Daarboven een beeld van gekroonde Onze-Lieve-Vrouw in een korfbogige nis, bekroond door een natuurstenen topkruis. Zijgevels gekenmerkt door een spitsboognis met twee spitsbogige vensters onder een centraal radvenstertje, ingevuld met glas-in-lood. Tevens oculus met glas-in-lood in de achtergeveltop. Kraag- en dekstenen in blauwe hardsteen. Interieur. Wanden met baksteenmetselwerkbeschildering onder een houten spitstongewelf. Natuurstenen stichtingsstenen met inscriptie "BENEDICEBATUR CEMETERIUM/ PRIDIE KAL. NOV. A.D. 1807/ AMPLIABATUR A SEPTENTRIONE/ A.D. 1899" en "AEDIFICABATUR DOMUS HAEC/ A.D. 1899, PRAECIPUE DONIS/ EUCENIAE CLAERHOUT + 1907/ ET ROSALIAE DEVOS + 1906". Vloer uit witte en blauwe natuursteentegels. Altaar met beeld van Mater Dolorosa, afgesloten door een laag altaarhek met bovenhangende godslampen. Smeedijzeren offerblok en natuurstenen wijwatervat.

Grafsteen voor de Pittemse politieke gevangenen uit de Eerste Wereldoorlog. Samengestelde grafplaat met kruis in vlakreliëf, aan het hoofdeinde begeleid van een rechtopstaande steen met afgeschuinde bovenhoeken die de namen bevat ter "ROEMVOLLE GEDACHTENIS AAN DE POLITIEKE GEVANGENEN VAN PITTEM". Bovenzijde getypeerd door bronzen hoofd in reliëf, twee vlaggen en gekruiste lauwertakken in reliëf en vier foto's op porselein.

Een recente zuidwestelijke uitbreiding van de begraafplaats op een onregelmatig perceel aan westzijde, bevat naast recente graven het lapidarium, de strooiweide, en het columbarium. Tevens groot, onregelmatig gevormd grafperk van de zusters van Maria.

  • ARICKX V., Geschiedenis van Pittem, Pittem, 1951, p. 156, 158, 162.
  • DEMEULEMEESTER A., Adel in een dorp op de buiten. Losse aantekeningen over enkele adellijke families te Pittem tussen 1850 en 1900, in De Roede van Tielt, jg. 15, nr. 1-2, 1984, p. 43.
  • JACOBS M., Zij die vielen als helden… Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen, Deel 2, Brugge, 1996, p. 315.

Bron     : Devooght K. & Santy P. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Pittem met deelgemeente Egem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL49, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Devooght, Kristien, Santy, Pieter
Datum  : 2010


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Gemeentelijke Begraafplaats [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/211763 (Geraadpleegd op 12-04-2021)