Eclectische villa van 1912

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Pittem
Deelgemeente Egem
Straat Paardestraat
Locatie Paardestraat 23, Pittem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie Pittem (geografische inventarisatie: 01-03-2009 - 30-06-2010).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Eclectische villa van 1912

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Eclectische villa uit 1912, aangebouwd aan oudere 19de-eeuwse huizenrij, gelegen op de oude molensite van de "Plaatsmolen".

Historiek. De "Plaatsmolen" klimt volgens schriftelijke bronnen minimaal op tot 1465, wanneer de molen wordt opgenomen in een renteboek. De molen was gelegen op gronden van de heerlijkheid Brande, in bezit van de heer van Egem. Tijdens de godsdienstoorlogen op het einde van de 16de eeuw wordt de molen vernield en in 1612 heropgebouwd. In 1834 laat molenaar Petrus Vancraeymeersch een "oliepeerdmolen" en het nog bestaande woonhuis, vermoedelijk het eerste tweelaagse woonhuis op Egems grondgebied, bijbouwen ten zuiden van de bestaande "koornwindmolen". In 1851 wordt aan zuidzijde van de woning een aanbouw gerealiseerd, in 1901 bij kadaster als "magazijn" omschreven. Een foto uit het begin van de 20ste eeuw toont echter een woning van twee traveeën en twee bouwlagen met korfboogvormige poort. De oliemolen uit 1834 moet na brand in 1860 volledig worden heropgebouwd. In 1868 wordt de Plaatsmolen vervangen door een stenen exemplaar nadat de houten windmolen in 1866 was omgewaaid. De molen bestond uit een benedenverdieping en drie zolders. De molen wordt in het begin van de 20ste eeuw door de gebroeders Maes, kleinzonen van Pieter Vancraeymeersch gemoderniseerd. In 1909 wordt een gasmotor geplaatst waardoor ook bij windstilte geproduceerd kon worden. Snel daarop volgt de ontmanteling van de historische Plaatsmolen. In 1911 en 1916 wordt de molenwal afgegraven, in 1912 worden de molenwieken en het molenkruis verwijderd en in 1922 de molenkap, de molenkuip wordt daarbij ongeveer twee meter verlaagd. De oliemolen en maalderijgebouwen worden daarentegen nog herhaaldelijk uitgebreid, volgens kadastergegevens in 1910 door een uitbouw aan voorzijde, en in 1912 wanneer de maalderijgebouwen tot tegen de molenromp worden aangebouwd. De oudere woning ("magazijn") ten zuiden wordt door Alidor Maes in 1912 afgebroken en vervangen door een nieuwbouwwoning in eclectische stijl, naar verluidt een ontwerp van bouwmeester Naert, pas na de Eerste Wereldoorlog bewoond. In 1926 wordt een achteraanbouw aan de molenromp en maalderijgebouwen gerealiseerd. In 1950 en 1956 – de maalderijgebouwen zijn ondertussen in bezit gekomen van Frans Lammertyn-Maes -, wordt een achterliggend magazijn gebouwd en vergroot. De maalderijgebouwen worden tot 1984 gebruikt bij de productie van veevoeders. In 1988 wordt het grootste deel van de achteraanbouw uit 1926 afgebroken. Op het einde van de 20ste eeuw, in 1998 tenslotte worden de rest van de molenromp en de voormalige maalderijgebouwen gesloopt, evenals het achtergelegen magazijn. In 2003 wordt volgens kadastergegevens op de plaats van de oude windmolen een nieuwbouwwoning opgetrokken.

Beschrijving. Half vrijstaand eclectisch burgerhuis van twee bouwlagen onder zadeldaken in zwartgeglazuurde dubbel gegolfde pannen. Nieuwe gootlijst. Gevels getypeerd door venstertraveeën oplopend in decoratief uitgewerkte tuitgevels en dakvensters, met overhoekse topstukken, getrapt motief en breed uitkragend schoorsteenvolume. Afgeschuinde zuidwestelijke hoek onder breder uitkragende verdieping. Segmentboogvormige vensteropeningen, onder meer gekoppeld als twee- en drielicht en gevat binnen traveenissen, waarin bewaard houtwerk (T- en schuiframen met kleine roedeverdeling in de bovenlichten voorzien van geel glas). Geelbakstenen parement bekleed met sierankers en verlevendigd door veelvuldig gebruik van natuursteen voor geblokte plint, dorpels, hoek- en sluitstenen, kraagstenen, consoles en topstukken. Gevelritmering door gekoppelde segmentboognisjes in de borstweringen. Benadrukte inkompartij uitgewerkt als portiek onder tandlijst en leien schilddakje, en opengewerkt door rondbogen steunend op natuurstenen zuiltje. Rondbogige dubbele deur in neogotische stijl met bovenlicht uit gekoppelde segmentboogvenstertjes. Bekroond door tweezijdige erker onder leien bedaking.

Naastliggend schuin tegenover de rooilijn gebouwd volume met resterende voorliggende kasseistrook. Huizenrij van drie en twee traveeën en anderhalve bouwlaag onder zadeldak in zwartgeglazuurde mechanische pannen. Nieuwe gootlijst. Lichtgeel beschilderde sierbepleistering voorzien van brede imitatiebanden op het gelijkvloers, in gebogen lijn omlopend rond de borstweringen van de vensters op de verdieping, getypeerd door schijnvoegen en panelen met ruitmotief op de daklijst. Zwartbeschilderde plint en doorgetrokken onderdorpel, verspringend onder lager laadluik. Rechthoekige muuropeningen met deels bewaard houtwerk, T-ramen en houten deur onder gedeeld bovenlicht met geprofileerd kalf. Aansluitend deel met blinde gevel onder zelfde bedaking, voorzien van rechthoekige poortopening en nieuwe noordelijke zijgevel, volgens foto uit het begin van de 20ste eeuw voorheen tevens door vensters opengewerkt, later dichtgemaakt en herbepleisterd.

Interieur. Burgerwoning met bewaarde interieurindeling en -aankleding, onder meer met keramische tegelvloertjes (mozaïekimitatie, floraal motief); lijstwerk en rozetten; fraaie schouwen, onder meer in gepolijste arduin met inscriptie: "OOST WEST THUIS BEST". Trap met vierkante trappaal en geometrische balusters. Lagere woningen deels dienstruimtes (voormalig bureau en winkel), deels woonvertrekken, onder meer met bewaarde balkenroostering en cementtegelvloertjes (floraal motief).

  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Egem, 1835/7, 1851/21, 1901/9, 1910/6, 1913/11, 1926/9, 1950/12, 1956/19, 1988/14, 1998/18, 2003/3.
  • ARICKX V., Geschiedenis van Egem. Deel I: een dorp voor de Franse Revolutie, Kortrijk, 1982, p. 554-556.
  • ARICKX V., Geschiedenis van Egem. Deel II: Egem sedert de Franse Revolutie, Kortrijk, 1982, p. 333-335.
  • DENEWET L., Ook deze Vlaamse molenrompen haalden 2000 niet meer, in Molenecho's, jg. 28, nr. 1, 2000, p. 10-16.
  • DEVLIEGHER L., De molens van West-Vlaanderen, in Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 9, Tielt, 1984, p. 340-341.
  • VANDECAVEYE E., DEVOLDERE W., Egem in oude prentkaarten, Tielt, 1978, foto 14.

Bron: Devooght K. & Santy P. 2010: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Pittem met deelgemeente Egem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL49, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Devooght, Kristien & Santy, Pieter

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Paardestraat

Paardestraat (Pittem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.