Gedenkzuil Geeraert, militaire doden en oud-strijders

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Nieuwpoort
Deelgemeente Nieuwpoort
Straat Brugse Steenweg
Locatie Brugse Steenweg zonder nummer, Nieuwpoort (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Gedenkzuil Geeraert, militaire doden en oud-strijders

Deze vaststelling is geldig sinds 09-11-2011.

Beknopte karakterisering

Betrokken personen
Tags Eerste Wereldoorlog, Tweede Wereldoorlog

Beschrijving

Locatiebeschrijving

Gelegen op de stedelijke begraafplaats van Nieuwpoort, gelegen langs de Brugse Steenweg, op circa 800 meter ten oosten van de Onze-Lieve-Vrouwkerk en op circa 750 meter ten zuidoosten van de Ganzenpoot. Op deze begraafplaats zijn eveneens nog 3 Britse militaire ereperken terug te vinden.

Historische Achtergrond

Half oktober waren de Duitsers dicht bij Nieuwpoort genaderd. Ze beschoten de stad en op 22 oktober namen de inwoners de wijk, eerst naar de gemeenten ten westen van Nieuwpoort en dan verder richting Frankrijk. De Duitsers zouden echter vóór Nieuwpoort stranden: de onderwaterzetting van de IJzervlakte stopte hun opmars. Over het precieze verloop van die onderwaterzetting is reeds veel geschreven. In elk geval openden kapitein Fernand Umé, enkele andere militairen en schipper Hendrik Geeraert, op voorstel van de toezichter van de Noordwatering van Veurne, Karel Cogge, in de nacht van 29 op 30 oktober de afwateringssluis van de Noordvaart. Door dit enkele nachten te herhalen, steeg het water tussen de IJzer en de spoorwegberm Nieuwpoort-Diksmuide. De IJzerslag was ten einde. De sector "Nieuwpoort" werd eerst door Belgen, maar reeds vanaf oktober 1914 door Fransen bezet. Koksijde diende als kantonnement voor de eenheden die hier streden. Eind 1914 waren er nog vele gevechten, waarbij Fransen erin slaagden de rechteroever van de IJzer heroveren. Tot juni 1917 bleven de Fransen Nieuwpoort verdedigen, met inbegrip van koloniaal gerekruteerde militairen: Zouaven, Tirailleurs, Chasseurs d'Afrique, Marokkanen, Spahis… Vanaf juni tot november 1917 bezetten de Britten deze sector. Hun aanvallen vanop zee op de door Duitsers bezette havens waren succesvol, maar hun aanval te land vanuit Nieuwpoort richting Westende in juni was een mislukking. In juli voerden de Duitsers een aanval uit, waarbij ze de geallieerde stellingen op de rechteroever konden veroveren. In februari 1918 namen de Belgen de sector over na een korte Franse bezetting. Op 17 oktober 1918 verlieten de Duitsers voorgoed het geteisterd gebied. Zowel Stad Nieuwpoort als Nieuwpoort-Bad raakten door het artilleriegeweld volledig vernield. Enkel 2 oude poedermagazijnen en de ruïne van de Sint-Laurentiustoren stonden nog overeind. Stemmen gingen op om de ruïnes te bewaren als herinnering. In 1920 ontving de stad samen met 3 andere "martelaarssteden" het Frans Oorlogskruis. Geleidelijk aan kwamen de inwoners echter terug. Door het Koning Albertfonds werden in afwachting van de wederopbouw aan de stadsrand noodwoningen gezet. In 1921 telde Nieuwpoort er zowat 600; 4 jaar later bleven er nog 180 over, waar arme gezinnen in woonden. De huidige stad heeft veel te danken aan architect Jozef Viérin, die met zijn neogotiek en neorenaissance zo veel mogelijk het vooroorlogs aanzicht herstelde. Er kwam wel een nieuw stadhuis en de Sint-Laurentiustoren bleef een ruïne. Nieuwpoort-Bad behield eveneens het stratenplan, maar de riante eind-19de-eeuwse villa's werden niet in oude trant herbouwd. Deze gedenkzuil herinnert aan Geeraert, de militaire doden en oud-strijders van Nieuwpoort. Hendrik Geeraert (Nieuwpoort, 1863 - Brugge, 1925) was zijn vader opgevolgd als binnenschipper. Sedert 21 oktober 1914 was hij als vrijwilliger bij de Genie van de 2de Legerafdeling, die dienst zou doen bij de "Dienst voor de Onderwaterzetting". Op die dag opende hij samen met enkele militairen de sluizen van de Oude IJzer en overstroomde de Kreek van Nieuwendamme van de IJzer tot Sint-Joris. Van 26-28 oktober poogde Karel Cogge een bijkomende overstroming te realiseren die echter niet afdoende was. In de nacht van 29 op 30 oktober stond Geeraert dan weer de militairen bij voor de geslaagde poging tot inundatie via het openzetten van de afwateringssluis van de Noordvaart, op voorstel van Cogge. In december 1914 kreeg Geeraert hiervoor een Franse onderscheiding. Geeraert bleef de rest van de oorlog deel uitmaken van de speciale geniecompagnie die de waterwerken onderhield ("Sapeurs-Pontonniers"). In december 1918 werd hij bedacht met de titel "eresluiswachter". Pas op zijn sterfbed in het Sint Julianusgesticht te Brugge werd hij benoemd tot Ridder in de Leopoldsorde en tot "Legendarisch figuur van het Veldleger 1914-1918". Hij werd onder massale belangstelling ten grave gedragen. 25 jaar na zijn dood werd hij afgebeeld op een bankbiljet van 1000 Belgische Frank. Verder had hij nog andere medailles en 7 frontstrepen.

Kenmerken

Gedenkteken uit witte natuursteen. Op een platform met drie treden en afgeschuinde hoeken staat een brede lage muur. Hiertegen is een gecanneleerde zuil, bekroond met een kruis, op een rechthoekige sokkel geplaatst. Over het kruis hangt een lijkwade, die sierlijk gedrapeerd over de zuil heen in een gebogen lijn uitloopt op de sokkel. Op het kruis zijn een aantal decoratieve medaillons aangebracht. Opzij van de sokkel staan in natuursteen uitgevoerde waakvlammen. Op de sokkel van de zuil: in reliëf "Aan onze Helden", in het midden de portretbuste van Hendrik Geeraert in vlakreliëf. Het reliëf is gevat in een bronzen omlijsting, waarop de volgende tekst is aangebracht: "H. Geeraert de Held der Overstrooming". Op de lage muur links en rechts: "Hier rusten" en de namen van de gesneuvelden. Op de zwartglazen plaat vooraan "Hier rusten de stoffelijke overblijfselen van Oudstrijders van 1914-18 en 1940-45", versierd met een klimmende leeuw en de nationale driekleur. Hoogte: 347 centimeter, breedte: 504 centimeter, diepte: 200 centimeter. Uitvoering: F. Schoup, architect (gesigneerd).

  • Brochure bij de gelijknamige tentoontelling "Nieuwpoort. Den Grooten Oorlog 14- 18" in de Stadshalle, Marktplein, Nieuwpoort, 15 juni t/m 15 september 2002. (Collectie Roger Verbeke)
  • BAUWENS J., Nieuwpoort 3/5", in: "Bachten de kupe", XXXII, 3 (1996), p. 11-16.
  • BIJNENS B., "Nieuwpoort, de Franse stellingen tijdens de Eerste Wereldoorlog op de rechter IJzeroever", in: "Bachten de kupe", XXXXI, 4 (oktober-december 1999), pp. 165-171.
  • BIJNENS B., "Wat herinnert in Nieuwpoort nog aan Hendrik Geeraert", in: "Bachten de Kupe", XXXI, 4, oktober-december (1999), p. 171-187.
  • JACOBS M., "Zij, die vielen als helden... Inventaris van de oorlogsgedenktekens van de twee wereldoorlogen in West-Vlaanderen", Deel 2, Brugge, Provincie West-Vlaanderen, 1996.
  • KEPANOWSKI G., "Présence des armées françaises en Flandres. Guerre de 14-18. Divisions d' infanterie et de cavalerie dans les Flandres françaises et belges, leurs passages entre le 2 août 1914 et le 11 november 1918. (Engagement, parcours, composition...) Document technique n° 01. Document à l' intention de: Musée d' Ypres in Flanders Fields". Loker, onuitgegeven document, septembre 2002.
  • VANACKER L., "De IJzer, oktober 1914. Een slag te veel? Het idee en de timing van de eerste onderwaterzetting", in: "Westvlaamse Gidsenkring Westhoek", XXXIX, 3 (augustus 2003), pp. 1-26.

Bron: WOI Relict (1139): Gedenkzuil Geeraert, militaire doden en oud-strijders (Nieuwpoort - WOI-WOII)

Auteurs: Decoodt, Hannelore

Datum tekst: 2004

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Nieuwpoort-Stad

Nieuwpoort (Nieuwpoort)

is gerelateerd aan Nieuwpoort Communal Cemetery

Brugse Steenweg zonder nummer, Nieuwpoort (West-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.