erfgoedobject

Résidence La Pépinière

bouwkundig element
ID: 300220   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300220

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Appartementsgebouw in beaux-artsstijl naar een ontwerp door de architecten Fernand de Montigny en Louis Somers uit 1929, voltooid in 1930. Opdrachtgever was de advocaat Paul-Emile Timmermans, eigenaar van het intussen verdwenen, rechts aanpalende herenhuis. Voor de bouw, uitgevoerd door de aannemer Van Beirs & Zonen uit Lier, werden twee bestaande koetshuizen gesloopt. Omdat het 22 m hoge complex de toegestane bouwhoogte met 2,5 m overschreed, legde het stadsbestuur voor de gevel het gebruik van natuursteen op, daar waar de architecten in de bovenbouw 'simili pierre' voorzien hadden. "Résidence La Pépinière", waarvan de naam verwijst naar de oude benaming Warande of Pépinière van het Koning Albertpark, omvat twaalf identieke appartementen van hoge standing, met een conciërgewoning in het souterrain. Met dit complex en de appartementsgebouwen "Le Confort" door de architecten Alfred Portielje en Jan De Braey aan de Prins Albertlei, werd eind jaren 1920 de schaalvergroting in de Warandewijk ingezet. Dit exclusieve woonoord voor de hogere burgerij kende tot dan een homogene bebouwing van hotels en voorname burgerhuizen uit de tweede helft van de 19de eeuw en de belle-epoque. Ook het vijftal appartementsgebouwen dat hier tijdens het interbellum tot stand kwam, behoorde tot de meest standingvolle in de stad.

"Résidence La Pépinière" is representatief voor het rijpe oeuvre van Fernand de Montigny en Louis Somers, en hun enige gekende appartementsgebouw. Tijdens het interbellum legden zij zich vooral toe op residentiële architectuur voor de betere kringen. Associés van omstreeks 1910 tot 1940, tekenden de architecten in 1920 voor het stadion voor de Olympische Spelen op het Kiel. De statige beaux-artsstijl die de Montigny en Somers zich al vóór de Eerste Wereldoorlog toe-eigenden, getuige waarvan het "Acaciahof" in de Nieuw-Parkwijk "Den Brandt", werd tijdens de jaren 1920 doorgetrokken in het merendeel van de burger-, herenhuizen of villa's die zij ontwierpen. Op hetzelfde moment waren het bureau actief in de wederopbouw van Oostkerke (Diksmuide), met neotraditionele ontwerpen. Tot hun laatste gezamenlijke realisaties behoort de Sint-Theresiakerk met karmelietenklooster aan de Grotesteenweg te Berchem uit 1938-1939.

Architectuur

Met een gevelbreedte van vier traveeën, omvat het gebouw een souterrain en zes bouwlagen onder een plat dak. De statige lijstgevel heeft een verzorgd parement uit witte natuursteen, met gebruik van rood baksteenmetselwerk in kruisverband voor de penanten van de bovenbouw. Een gevelsteen boven het portaal vermeld de huisnaam "Résidence La Pépinière". Axiaal symmetrisch van opzet, beantwoordt de opstand aan een klassiek, drieledig compositieschema, geleed door waterlijsten en balustraden.

De geboste pui met het centrale spiegelboogportaal in kwarthol geprofileerde portaalomlijsting, geflankeerd door korfboogopeningen met balustrade, vormt de eerste geleding. Hierboven strekken zich in kolossale orde de bovenverdiepingen uit, met registers van alternerend rechthoekige en spiegelboogvensters, op de bel-etage gemarkeerd door een centraal uitgebogen balkon, en bovenaan afgewerkt met een stafwerkfries, een kroonlijst op klossen en een attiekbalustrade. De zijtraveeën zijn uitgewerkt als bow-windows, oplopend over het eerste attiekniveau en aldaar bekroond door een spiegelbogig pseudo-fronton. Als topgeleding onderscheidt het tweede attiekniveau zich opnieuw door en volledig natuurstenen parement, vensterentablementen en een gekorniste kroonlijst.

Het geveldecor dat uit de cartouchesleutels van portaal en frontons, voluutconsoles en -sleutels met guirlandes en de stafwerkfries bestaat, zijn net als het sierlijke smeedwerk van de inkomdeur, keldertralies en borstweringen, ontleend aan de Franse régence- en Lodewijkstijlen. Afgaande van het merkplaatje op de inkomdeur, werd het smeedwerk vervaardigd door de Ateliers de Construction Pierre Meeuws uit Antwerpen. Het oorspronkelijke houten schrijnwerk met kleine roedeverdeling en typische waaiers is bewaard.

Uitzonderlijk kreeg het appartementsgebouw ook aan de tuinzijde een verzorgd gevelfront, uit baksteenmetselwerk en 'simili pierre' op een hardstenen plint. De gevelcompositie vormt een vereenvoudigde versie van de voorgevel, met een gelijkaardig compositieschema maar zonder decor. Oplopende driezijdige erkers ritmeren de bovenverdiepingen, bekroond door een gevelbreed smeedijzeren balkon ter hoogte van de attiek.

Plattegrond

Volgens de bouwplannen omvat de plattegrond twee appartementen per bouwlaag, in spiegelbeeld gegroepeerd rond de centrale traphal met lift, die wordt ontdubbeld door het trappenhuis met dienstlift voor het huispersoneel. Het linker appartement op het gelijkvloers, boet aan ruimte in door de centrale vestibule en aangrenzende conciërgeloge. In de kern wordt het gebouw ontsloten door één grote, en zijdelings door twee kleine lichtschachten, waaraan de dienstlokalen en het sanitair hun lichtinval en verluchting onttrekken. In het souterrain beschikken de appartementen over een individuele kelder.

De hal met vestiaire geeft toegang tot de L-vormige suite woon- en ontvangstvertrekken, gevormd door het salon, de eetkamer en het fumoir, met uitzicht over het Koning Albertpark. De middenzone wordt ingenomen door twee meidenkamertjes en de keuken waarop de dienstlift uitkomt, uitgerust met een terras en een stortkoker voor huisvuil. Achteraan bevinden zich een berging, de badkamer en twee slaapkamers die uitkijken over de ruime, beboomde tuin.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1929#32566.

Bron     : -
Auteurs : Braeken, Jo
Datum  : 2015


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Résidence La Pépinière [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300220 (Geraadpleegd op 25-05-2019)