Steentijdsites Sonisse Heide

inventaris archeologisch erfgoed \ archeologische zone

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Houthalen-Helchteren
Deelgemeente Helchteren
Straat Sonnisstraat
Locatie Sonnisstraat (Houthalen-Helchteren)

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Inventarisatie ankerplaats Abeek Meeuwen (erfgoedonderzoek, inventarisatie: 01-01-2016 - 01-12-2016).

Juridische gevolgen

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Algemene situering

Helchteren Sonisse Heide bevindt zich op het Kempisch Plateau. De archeologische zone (AZ) omvat duinen langs een groot en permanent waterhoudend ven genaamd “het Stroes”. Dit ven maakt deel uit van het brongebied van de Schansbeek (verder stroomafwaarts Mangelbeek, Scheldebekken). Op de duinen ten westen van het ven werden finaalpaleolithische en mesolithische sites aangetroffen. De AZ is volledig in het militair domein van Houthalen-Helchteren gelegen en begroeid met bos en heide. De bodemkaart biedt omwille van de ligging in militair domein geen gegevens voor het oostelijk deel van de AZ, maar aan de rand van het militair domein worden podzolen (profielklasse g) en recente stuifzanden (profielklasse X) aangegeven. Bij de opgravingen werden echter goed ontwikkelde podzolen aangetroffen aan de huidige oppervlakte waar de bodemkaart profielklasse X aangeeft. De bodemkaart lijkt voor deze zone dan ook slechts in beperkte mate betrouwbaar. Onder de podzol werden paleobodems waargenomen, voor Helchteren Sonisse Heide 1 beschreven als een grijze uitgeloogde horizont zonder houtskool op ongeveer 90 cm diepte (Vermeersch 1974), voor Helchteren Sonisse Heide 2 als een witte uitgeloogde horizont met houtskoolvlekken op 175 cm (Gendel et al. 1985). Deze bodems zijn vermoedelijk laatglaciaal en kunnen dus finaalpaleolithische steentijdsites bevatten in uitzonderlijke bewaringsomstandigheden. Ze werden echter nog niet geprospecteerd of gedateerd.

Archeologische nota

De eerste vindplaats, Helchteren Sonisse Heide 1, werd aan een zandwinningkuil ontdekt door Dhr. J. Carolus. Hij groef er zonder veel registratie een concentratie lithische artefacten op maar zamelde deze slechts selectief in. In 1972 en 1973 groef de Dienst prehistorie van de K.U.Leuven er verder op. Hierbij werden in twee, 50 m van elkaar gelegen, sectoren een kleine 300 m² opgegraven. De noordelijke sector leverde enkel artefacten in silex en Wommersomkwartsiet op in lage densiteit, maar in de zuidelijke sector waren meer artefacten aanwezig. Er werden zowel Federmesser als mesolithische elementen aangetroffen (Vermeersch 1974). Helchteren Sonisse Heide 2 werd eveneens door Dhr. J. Carolus gevonden, een 200-tal meter van de eerste vindplaats verwijderd. De K.U.Leuven groef er in 1983 42 m² op en voerde uitgebreide ruimtelijke analyse uit met refitting en microwear-analyse. Het leek om één relatief homogene mesolithische concentratie te gaan met een hoog percentage aan Wommersomkwartsiet (Gendel et al. 1985; Gijselinks 1983). De vondstlocatie komt duidelijk overeen met de typische locatie van mesolithische en finaalpaleolithische sites in de Kempen, namelijk op een droge hogere plaats langs voormalig open water (De Bie & Van Gils 2009; Van Gils & De Bie 2008). Het is dan ook waarschijnlijk dat de duinen langs het Stroes over grote oppervlakte een reeks vondstconcentraties van deze periodes herbergt. Er is bij het vroeger onderzoek niet geprospecteerd naar vondsten in de beschreven paleobodems, maar de kans is reëel dat op dit niveau steentijdsites in uitzonderlijk goede bewaringsomstandigheden aanwezig zijn. Aangezien de bodem er niet diep begraven was, was de basistopografie er ten tijde van deze bodemvorming waarschijnlijk nagenoeg dezelfde als nu, waardoor deze locatie toen evenzeer aantrekkelijk was voor jagers-verzamelaars.

Evaluatie van de bewaringstoestand en motivatie voor de afbakening

*Evaluatie van de bewaringstoestand

De AZ bleef grotendeels gevrijwaard van intensieve menselijke verstoring (verkaveling, landbouw, wegenaanleg, industrie...) als gevolg van de ligging in voormalige “woeste gronden” en huidig militair domein. Bij de opgravingen van 1972, ’73 en ‘83 bevonden de artefacten zich in relatief goed bewaarde podzolbodems, wat voor lithische artefacten een goede bewaringstoestand aangeeft, zowel ruimtelijk als fysiek. Er waren wel locale verstoringen zichtbaar in de vorm van zandwinnings- en schutterskuilen. Naast kleinere zandwegen loopt ook een brede onverharde militaire weg door de AZ. De natuurlijke topografie en bodem lijken over het algemeen echter goed bewaard. Er werd nog niet naar artefacten gezocht in de aanwezige paleobodems, maar indien deze steentijdsites bevatten, bevinden deze zich de best mogelijke bewaringstoestand in een droge zandcontext. De natte context van het ven maakt daarnaast de bewaring van organische sedimenten en misschien zelfs organische artefacten mogelijk.

*Motivatie voor afbakening

De afbakening werd bepaald op basis van de gekende vondstlocaties en de natuurlijke topografie (op basis van het digitaal hoogtemodel en de topografische kaart). Het ven “het Stroes” en een kleiner ven net ten zuidoosten ervan worden als centrum van de AZ genomen. Deze kunnen mogelijke organische sedimenten met een hoge waarde voor paleoecologisch onderzoek bevatten. Het zijn echter in de eerste plaats de drogere gronden rondom die op de gekende vondst-locaties zeker en voor de rest van de AZ waarschijnlijk steentijdsites bevatten. Enkel de opgegraven oppervlaktes kunnen geen archeologie meer bevatten, maar de omvang hiervan is te klein om ze uit de AZ te houden. De afbakening gebeurde op perceelsniveau, waarbij het GRB werd gevolgd. De AZ vormt het noordwestelijk uiteinde van een zeer uitgestrekt en goed bewaard landschap met talloze vennen en duinen op het militair domein. De kans is reëel dat er zich in dit landschap nog vele steentijdsites bevinden buiten deze AZ, maar op dit ogenblik zijn daar geen vondsten gekend en ontbreken de nodige geomorfologische gegevens.

DE BIE M. & VAN GILS M. 2009: Mesolithic settlement and land use in the Campine region (Belgium). In: McCARTAN S., SCHULTING R., WARREN G. & WOODMAN P. (red), Mesolithic horizons, Papers presented at the Seventh International Conference on the Mesolithic in Europe, Belfast 2005, 282-287.

GENDEL P.A., VAN DE HEYNING H. & GIJSELINGS G. 1985: Helchteren-Sonnisse heide 2: a Mesolithic site in the Limburg Kempen (Belgium), Helinium 25, 5-22.

GIJSELINGS G. 1983: Helchteren - Sonnisse Heide (Limb.), Archeologie 1983-2, 94-95.

VAN GILS M. & DE BIE M. 2008: Les occupations tardiglaciaires et postglaciaires au nord de la Belgique: modalités d’occupation du territoire. In: DUCROCQ T., FAGNART J.P., SOUFFI B., THEVENIN A. & COUDRET P. (red), Le début du Mésolithique en Europe du Nord-Ouest. Actes de la table ronde d’Amiens. 9 et 10 octobre 2004, 205-218.

VERMEERSCH P.M. 1974: Epipaleolithicum en mesolithicum te Helchteren, Sonnisse Heide, Archaeologia Belgica 169.

Bron: AZ-dossier

Auteurs: Van Gils, Marijn

Datum tekst: 2016

Relaties

maakt deel uit van Heide, vennen en bovenloop van de Abeek

Helchteren, Houthalen (Houthalen-Helchteren), Meeuwen, Wijshagen (Meeuwen-Gruitrode)

maakt deel uit van Helchteren

Helchteren (Houthalen-Helchteren)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.