Villa Joossens in park

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Parkvilla, Carolusburg
Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Merksem
Straat Speelpleinstraat
Locatie Speelpleinstraat 53, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Herinventarisatie bouwkundig erfgoed in Merksem (inventarisatie: 09-12-2016 - 30-04-2018).

Juridische gevolgen

Beschrijving

Villa Joossens, eertijds Carolusburg, gebouwd in 1887 in opdracht van Cornelius Joossens. De gegoede Antwerpse wisselagent Cornelius Joossens, die in Dambrugge en Merksem heel wat eigendommen bezat, kocht in 1860 verschillende gronden aan in de Kroonpadwijk. Hij liet de villa bouwen als huwelijksgeschenk voor zijn zoon Carolus; de villa werd hierom eertijds Carolusburg genoemd.

De villa is één van de meest herkenbare en representatieve voorbeelden van de zeldzaam geworden voorbeelden van de vroeg-20ste-eeuwse villa’s en landhuizen in grote tuinen die door de gegoede burgerij werden gebouwd, aan de rand van het historische centrum van Merksem.

Historiek

Omstreeks 1891 liet Joossens op het domein een intussen gesloopte hovenierswoning en serres. De ontwerper van de villa en bijgebouwen is niet gekend. Na de dood van Carolus Joossens, die zijn vrouw reeds vroeg verloor en kinderloos bleef, werden alle eigendommen geërfd door diens meid Maria Berckmans. In 1921-1922 besliste de gemeente om, in functie van een nieuwe begraafplaats, de voormalige terreinen van de familie Joossens samen met een aantal aanpalende gronden te onteigenen. Na het juridisch beslechten van het door Maria Berckmans ingediende beroep aangaande de financiële compensaties, werden de plannen voor de nieuwe begraafplaats en het park naar een ontwerp van ingenieur August Mennes op 26 september 1924 definitief goedgekeurd. Voor de parkaanleg werd hij bijgestaan door de tuinbouwkundige Guillaume De Bosschere, die in die periode ook instond voor de heraanleg van het eerste provinciale domein Rivierenhof in Deurne. Op 30 september 1924 zijn de werken in Merksem uitbesteed aan de in Sint-Lenaarts gevestigde gebroeders Ch. D’Huyvetter, die tevens de herinrichting van de in 1925 door de gemeente aangekochte terreinen van het Hof van Roosendael als park en voetbalvelden voor rekening namen. De aanleg van de nieuwe begraafplaats werd uitgevoerd door de Merksemse aannemer H. Flor. Van den Bulck. Volgens een nabij de vijver ingeplante herdenkingssteen met rocaillesokkel, is het park officieel ingehuldigd op 11 oktober 1925.

De voormalige tuin van de villa Carolusburg kreeg daarbij een landschappelijke aanleg met nieuwe wandelpaden, groepen van hoogstammen en een vijver, waarvan de grond aangewend werd voor de ophoging van het kerkhof. De villa werd ingericht als 'Café het park'. Het openbaar park geraakte zwaar geteisterd door de inslag van verschillende V-bommen in 1944, waarbij de hovenierswoning uit 1891 volledig vernield werd. Ook de parkvilla geraakte beschadigd in zowel de buitengevels als het interieur, en werd in 1949 door de in Aartselaar gevestigde aannemer Hendrik Thijs hersteld. Na verschillende herbestemmingen werd in 1973 beslist er de gemeentelijke peutertuin onder te brengen, officieel geopend op 7 februari 1974.

Beschrijving

De villa is noordoostwaarts ingeplant in het park tussen de Speelpleinstraat en de centrale vijver uit 1925, waarvan de brug in rocaille, behoudens de vernieuwde balustrade, gaaf bewaard is. Het park heeft nog zijn landschappelijke aanleg uit 1925 met rond de centrale vijver kronkelende, thans verharde wandelwegen en bomengroepen van coniferen en deels uit de oude villatuin gerecupereerde loofbomen, aangevuld met een recentere aanplant van onder meer lindes. De uit 1887 daterende, oorspronkelijke bakstenen en met witte natuurstenen speklagen gelede pilasters die de toegangsweg aan zijde van de Speelpleinstraat markeren, hebben blauwe hardstenen sokkels en verzorgde bekroningen en metalen hekwerk.

De villa heeft een vierkante plattegrond, met tegen de zuidwestgevel op de hoeken respectievelijk een zeshoekige traptoren en een vierkante uitbouw, waartegen de dienstingang gesitueerd is. Tegen de noord- en zuidoostgevel is in de jaren 1970 in functie van de peutertuin een L-vormig en één bouwlaag hoog prefab-gebouw op bakstenen sokkel en onder lessenaarsdak toegevoegd.

Opgetrokken in rode baksteen in kruisverband met knipvoegen boven een blauwe hardstenen plint, is de twee bouwlagen hoge villa onder een met natuurleien gedekt mansardedak horizontaal geleed door gevelbanden in witte natuursteen, en blauwe hardstenen cordonlijsten waarin de geprofileerde vensterdorpels opgenomen zijn. Met uitzondering van het afwijkende kruiskozijn in de bovenverdieping van de traptoren, is de gevel geopend met regelmatige rechthoekige vensteropeningen onder geoorde witte natuurstenen omlijstingen met opvallende sluitsteen met diamantkop. De gevels zijn beëindigd met een over de gevels doorlopende sierlijst en een wit geschilderde houten kroonlijst met tandlijst op geprofileerde klossen. De zoldervensters in de afgeschuinde mansarde van de voor- en achtergevel hebben nog hun oorspronkelijke houten omlijstingen met voluutvormige klauwstukken, geblokte stijlen, centrale diamantkop en driehoekig fronton.

De hoofdingang is gesitueerd in de parallel aan de Speelpleinstraat gesitueerde, drie traveeën brede noordwestgevel. De toegang in de rechtse travee is bereikbaar langs een volledig in blauwe hardsteen uitgevoerde trap met panelen op de wangen, en een in functie van de peutertuin toegevoegde balustrade. Het omlijste bovenlicht is gevat tussen de gecanneleerde voluutconsoles die het volledig in witte natuursteen uitgevoerde balkon van de verdieping dragen, afgebakend door balusters tussen met panelen versierde pilasters en een forse handlijst. In de flankerende venstertraveeën zijn de witte natuurstenen borstweringen met panelen gedragen door guttae.

De rechts van de toegangstravee gesitueerde, drie bouwlagen hoge traptoren met rondboogfries onder een zeshoekige afgeknotte torenspits, heeft op de begane grond, de eerste verdieping en de tussenverdiepingen verspringende lichten onder eenvoudige witte natuurstenen lateien en steekbogen. De bovenverdieping is geopend door een kruisvenster met witte natuurstenen monelen, lateien en (tussen)dorpels en een eenvoudige ronde oculus. In de torenspits zijn de oorspronkelijke, verzorgd gesneden houten oculi met sluitsteen en kroonlijst bewaard. De spits is bekroond met een uitkijkplatform, omgeven door een niet-oorspronkelijke ronde metalen balustrade en een windvaan.

Tegen de begane grond van de noordwest- en oostgevel is in de jaren 1970 een nieuw volume aangebouwd. Op de verdieping zijn de gevels respectievelijk blind of hebben ze een gelijkaardige vormgeving als de voorgevel.

De rechts van de traptoren twee traveeën brede zuidoostgevel, heeft naast de brede venstertravee met drielichten, een vierkante uitbouw onder met natuurleien gedekt lessenaarsdak. Op de begane grond is in deze uitbouw de diensttoegang gesitueerd, bereikbaar langs blauwe hardstenen trappen, en op de verdieping bekroond door een smal venster met onversierde latei. Links van de diensttoegang is een bijkomende deuropening gemaakt, ontsloten door een nieuwe bakstenen trapconstructie met blauwe hardstenen treden. Beide toegang hebben een vernieuwde gemeenschappelijke luifel.

Het mogelijk nog deels oorspronkelijke houten en wit geschilderde vensterschrijnwerk met diamantkoppen is bewaard. In de toegangen zijn de deurpanelen vernieuwd, met in de hoofdtoegang een eenvoudige, niet-oorspronkelijke dubbele paneeldeur met vervangen deurgreep.

Hoewel het oorspronkelijke ontwerp niet teruggevonden is, kan de plattegrond van de villa ten dele worden afgeleid uit een herinrichtingsplan uit 1943. De hoofdtoegang geeft uit op een ruim salon, dat in de travee tegen de traptoren geflankeerd is door een trapzaal, een woonkamer en achteraan een keuken met diensttoegang en –trap naar de kelder en de verdieping. Op de verdieping geeft de tegen de traptoren gesitueerde trapzaal uit op een centrale gang, met aan weerszijden twee slaapkamers en boven het salon twee kamers, die dan ingericht waren als lees- en vergaderzaal. In de mansarde zijn drie zolderkamers ingericht.

  • Kadasterarchief Antwerpen, Leggers Antwerpen, afdeling XLI (Merksem), artikel 114, 1009.
  • Kadasterarchief Antwerpen, Mutatieschetsen Antwerpen, afdeling XLI (Merksem), 1888/13, 1891/9.
  • Stadsarchief Antwerpen, Archief Merksem, 1500#2932, 1500#2950.
  • HORIONS L., JACOBS E., STEVENS M., VAN LONDERSELE L. e.a. 1992: Merksemse Nostalgie in Prentkaarten, Merksem, 157-160.
  • S.N. 1926: Gedenkboek der eeuwfeesten van de Koninklijke Harmonie Sint-Bartholomeus 1823-1926, 153.

Bron: -

Auteurs: Van Severen, Elke

Datum tekst: 2018

Relaties

maakt deel uit van Merksem

Merksem (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.