erfgoedobject

Woning Derks-Lowie

bouwkundig element
ID: 306035   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306035

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd monument Woning Derks-Lowie
    Deze bescherming is geldig sinds 19-10-2018

Beschrijving

In 1986 opgeleverde stadswoning, als eerste van een hele reeks naar ontwerp van Marie-José Van Hee in de buurt van het Prinsenhof.

Historiek

Hier bevond zich zeker sinds de 19de eeuw een gespiegelde tweewoonst van twee en een halve bouwlaag met een deels bepleisterde en witgeschilderde lijstgevel. Achteraan het perceel stond een derde arbeiderswoning die ontsloten werd via een steeg. In 1983 gaven Vinciane Lowie en Peter Derks opdracht aan een bevriende architecte (Marie-José Van Hee) om op dit perceel voor hen een woning te ontwerpen. Hun enige wens was om de leefruimte, eetplaats en keuken op eenzelfde verdieping te hebben. Voor Marie-José Van Hee was dit de eerste van een hele reeks woningen die ze ontwierp in Gent, voornamelijk in de buurt van het Prinsenhof. 30 mei 1984 werd een vergunning verleend voor de sloop van de bestaande woningen en voor de bouw van een nieuwe woning. In 1986 werd de woning opgeleverd. Sindsdien bleef de woning vrijwel ongewijzigd bewaard. Recent werden de poreus geworden betonnen dekstenen van de zijmuur en carport afgedekt met inox kappen naar ontwerp van een medewerker van Marie-José Van Hee (Viktor Derks).

Beschrijving

De woning Derks-Lowie is een diephuis van vijf traveeën en drie bouwlagen op de hoek van de Tinnenpotstraat en de gelijknamige steeg tussen deze woning en nummer 25. Een tuinmuur langs deze steeg verbindt de woning met een carport achteraan het perceel. De woning heeft een zadeldak en de carport een steil lessenaarsdak, beide bekleed met rode pannen en met daklichten aan de nok. De gevels hebben een ruw geborstelde, lichtgele bepleistering en een eenvoudige betonnen kroonlijst die bij de zijmuur en carport later afgedekt is door gelijkvormige inox kappen. Onderaan bevindt zich een blauwhardstenen plint, aan de woning met een afzaat, en op de hoek een schamppaal.

De symmetrische en sobere voorgevel heeft een centrale puntgevel en twee zijrisalieten met een lijstgevel, en wordt verder gekenmerkt door grote blinde muurvlakken en symmetrisch aangebrachte, verticale vensters. De zijgevel is bijna volledig gesloten maar verspringt viermaal om de versmalling van het perceel naar achteren toe op te vangen. De gevel wordt verder verlevendigd door een smalle opening tussen de woning en de tuinmuur (die plaats biedt voor beplanting en een rechthoekige regenwaterafvoerpijp op een blauwhardstenen sokkel) en door een verhoging van die muur ter hoogte van de derde verspringing. Op de begane grond aan de hoek is een verticaal venster aangebracht en verder heeft de zijgevel een klein venster ter hoogte van de eerste verdieping van de woning en de carport, evenals een garagepoort in de carport. De vensters zijn heel sober qua vormgeving met licht uitkragende, grijs geschilderde betonnen dorpels. De ramen gaan naar buiten open en zijn wit geschilderd, de centrale voordeur en de poort (beide met bovenlichten) zijn Pruisisch blauw geschilderd. De vensters en de bovenlichten van de voordeur en de garagepoort hebben een tweeledig raam met middenstijl.

De achtergevel is analoog qua gevelbehandeling, vensters en detaillering. Ook deze gevel is perfect symmetrisch opgebouwd met een puntgevel en zijrisalieten maar in vergelijking met de voorgevel is deze minder sober door de toevoeging van een middenrisaliet en een witgeschilderde houten balustrade. Deze gevel is ook minder monumentaal door de verlaagde zijtraveeën, en meer open met in het middenrisaliet drie vensterdeuren op de begane grond en ook vensters op de eerste verdieping. De gevels van de minder diep uitgewerkte zijtraveeën op de tweede verdieping – die enkel zichtbaar zijn van op de dakterrassen – hebben elk een klein venster. De twee zijgevels aan de achterzijde van de tweede verdieping hebben centraal een dubbele vensterdeur naar de dakterrassen. De tuingevel van de carport telt één bouwlaag en vijf traveeën die geritmeerd worden door vier rechthoekige pijlers. De middelste drie traveeën zijn open, de rechtertravee is gesloten en de linkertravee bevat een open trap. De gevelafwerking is identiek aan die van de huisgevels. De vensterdeuren in de achtergevel hebben kruisvensters.

Het vierkante grondplan van de woning wordt gekenmerkt door een vrijwel perfecte symmetrie met als middenas een tot boven doorlopende trap. Via een centrale inkomhal betreedt men de begane grond, waarvan de vloerpas een viertal treden hoger ligt dan het straatniveau om inkijk te beperken. Rechts en links van de inkom bevinden zich twee kleinere ruimtes: de keuken op de hoek en de voormalige bibliotheek of bureau aan de andere zijde. De rest van de begane grond (aan de tuinzijde) is één grote ruimte, die door de trap onderverdeeld wordt in een eetkamer rechts, en een woonkamer links. De steektrap, die vertrekt aan de achterzijde van de woning, geeft uit op de overloop van de eerste verdieping. Vandaar vertrekt in het verlengde van die steektrap, een trap met drie steken en een tussenbordes naar de tweede verdieping. Op de eerste verdieping bevinden zich aan de tuinzijde twee gelijkaardige slaapkamers aan weerszijden van de trap, aan de straatzijde twee kleinere ruimtes (met name een badkamer op de hoek, en een linnenkamer aan de andere zijde), en tussenin respectievelijk een WC (rechts) en een berging (links). Op de tweede verdieping bevindt zich aan de achterzijde een atelier met aan weerszijden een dakterras, en vensters aan drie zijden. Aan de straatzijde zijn een donkere kamer (op de hoek) en een berging ondergebracht. Boven de trap en de overloop bevindt zich ten slotte nog een nokkamer die via een houten ladder in het atelier kan bereikt worden. De carport ligt – in tegenstelling tot de woning – op het niveau van de straat. Deze bevat ook een WC aan de zuidzijde, onder de steektrap die toegang verleent tot een berging op de eerste verdieping. Via twee treden verleent de carport toegang tot de tuin die aansluit op het niveau van de woning.

In het interieur worden de gepleisterde en witgeschilderde wanden verlevendigd door een draagstructuur met rechthoekige pijlers en een latei aan de voor- en achtergevel, en door nissen in de zijgevels. Ook het plafond op de eerste en tweede verdieping vertoont een dergelijke gelaagdheid met verspringingen. De vloer op de begane grond bestaat uit donkere natuurstenen tegels van 50 op 75 cm die aansluiten op de maatvoering van de woning. Ook de plint en de eerste trede van de trap is in dat materiaal opgebouwd. De trap zelf is in hout en heeft geen plint. De dakterrassen, tuin en carport zijn voorzien van betontegels, de treden en de trap van de carport zijn in gegoten beton. Het binnenschrijnwerk is, net zoals het buitenschrijnwerk, verticaal van vorm en indeling en meestal in wit geschilderd hout, met name de dubbele vensterdeuren van de inkomhal, bibliotheek en keuken (ingevuld met kruisvensters en melkglas) en de ingemaakte kasten onder of boven de trap (in de slaapkamers en de badkamer). De vensterbanken op de begane grond en de eerste verdieping zijn in donkere natuursteen. In de oostgevel van de woonkamer is een inbouwhaard naar ontwerp van Marie-José Van Hee aangebracht.

De tuin is geometrisch van aanleg en bestaat uit betontegels en enkele rechthoekige vakken voor beplanting (kruiden en struiken).

Erfgoedwaarde

De woning Derks-Lowie is de eerste woning die beschouwd wordt als representatief voor de architectuur van Marie-José Van Hee, die een enigszins aparte maar prominente plaats bekleedt in de recente architectuurgeschiedenis van Vlaanderen, tussen verschillende stromingen in. Haar oeuvre sluit aan bij het postmodernisme in het herwaarderen van de historische stad, de hernieuwde belangstelling voor de zintuiglijke en labyrintische kwaliteiten van architectuur, en de tendens om architectuur te beschouwen in haar autonomie. Dat laatste heeft ze ook gemeen met stromingen als het neorationalisme en de Nieuwe Eenvoud, net zoals de uitgezuiverde, ornamentloze vormgeving. De gevoeligheid voor context kan dan weer gelinkt worden met het kritisch regionalisme.

Typische kenmerken van haar architectuur, die ook aanwezig zijn in de woning Derks-Lowie, zijn de ruimtelijke complexiteit en gelaagdheid van het interieur met een centrale plaats voor de trap en de mogelijkheid tot alternatieve circulatie, het gebruik van de binnentuin als deel van de woning, het ingekeerde en geborgen karakter, het geslaagde evenwicht tussen architecturale autonomie en contextuele integratie (door respectievelijk de symmetrie en grote blinde muurvlakken enerzijds en de topgevel, bepleistering en gevelopeningen anderzijds), de eenvoud, de verticaliteit van de gevelopeningen en de zintuiglijke materialiteit. Het is bovendien heel herkenbaar bewaard, heeft een hoge ensemblewaarde – zowel exterieur, interieur als tuin werden volledig door Van Hee ontworpen – en een hoge contextwaarde door het architecturale concept (integratie) en door de aanwezigheid van heel wat van Van Hees ontwerpen in de onmiddellijke omgeving.

  • Stad Gent RO Stedenbouwkundige vergunningen, 1984/314.
  • BEKAERT G. 1995: Hedendaagse architectuur in België, Tielt.
  • BORRET K. 2004: Juiste afstand. De architectuur van Marie José van Hee, Ons Erfdeel 47, 530-538.
  • BORRET K., DELBEKE M., JACOBS S. e.a. 2000: Homeward. Hedendaagse architectuur in Vlaanderen, Brussel-Antwerpen.
  • DUBOIS M. 1991: Architetti [della Fiandra], Gent.
  • DUBOIS M. 1993: Woning Derks-Lowie. Gent 1983-1986, in: VANDERMARLIERE K. (red.) M. José Van Hee. Ontwerpen 1977-1993, Antwerpen, 26.
  • DUBOIS M. 2003: Van Hee, Marie-José, in: VAN LOO A. (red.), Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 563.
  • HEYNEN 1995: Het postmodernisme en de Vlaamse architectuur, Vlaanderen 44, 341-346.
  • IBELINGS H. & STRAUVEN F. 2000: Hedendaagse architecten in Nederland en Vlaanderen, Rekkem.
  • LOECKX A., MANN W. & BORRET K. 2002: Architectuurmonografieën. Marie-José Van Hee Architect, Gent-Amsterdam.
  • MERMANS M. 2016: Vlaamse architectuur op de scharnierlijn tussen 20ste en 21ste eeuw, onuitgegeven masterproef Faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur UGent.
  • PROVO B. 2002: Stil leven in de stad. Huizen van Marie-José Van Hee. 1979-2000, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Faculteit Letteren en Wijsbegeerte UGent.
  • S.N. 1985: M.-José Vanhee, in: S/AM 2.1, bijlage 3.
  • STRAUVEN F. 1998: Inleiding, in: VERLINDEN J., DUBOIS M., HEYNEN H. e.a. (red.), Jaarboek architectuur Vlaanderen 1996-1997, Brussel, 11-26.
  • VANDERMARLIERE K. (red.) 1993: M. José Van Hee. Ontwerpen 1977-1993, Antwerpen.
  • VERMEULEN P. 1993: Deze en gene zijde van de muur, in: VANDERMARLIERE K. (red.) M. José Van Hee. Ontwerpen 1977-1993, Antwerpen, 9-11.
  • VOET C., VANDERMARLIERE K., DE CAIGNY S. & SCHRIJVER L. 2016: Autonomous architecture in Flanders: the early works of Marie-José Van Hee, Christian Kieckens, Marc Dubois, Paul Robbrecht and Hilde Daem, Leuven.
  • Informatie verkregen van architectenbureau Marie-José Van Hee via email (22 februari 2018).
  • Mondelinge informatie verkregen van de eigenaar en architect (26 januari 2018).

Bron     : -
Auteurs : Vandeweghe, Evert
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Woning Derks-Lowie [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/306035 (Geraadpleegd op 25-06-2019)