erfgoedobject

Wederopbouwhoeve De koppeldreve

bouwkundig element
ID
307528
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307528

Beschrijving

De wederopbouwhoeve ‘De Koppeldreve’ met vrijstaande gebouwen is gelegen aan de straat. Ze werd in 1923-1924 ex situ heropgebouwd. De hoevenaam ‘De Koppeldreve’ is aangeduid op een recente gedenksteen boven de voordeur van het boerenhuis. Tegen de hoevegebouwen zijn recente loodsen aangebouwd.

Geschiedenis

De hoeve stond vóór de Eerste Wereldoorlog aan de straat. De weergave op de Kabinetskaart van graaf de Ferraris (1771-1778) met nog belangrijke restanten van de walgracht laten een veel oudere oorsprong vermoeden. Het oorlogsgeweld verwoestte de boerderij, die toen naar de pachter hoeve Depuydt werd genoemd, reeds in 1915. Na de oorlog sloot de eigenaar Armand Vercruysse in oktober 1921 een contract met de Belgische Staat voor de wederopbouw van de hoeve. Intussen had hij voor de wederopbouw van zijn drie hoeves in Bikschote de Langemarkse architect Victor Renders en de Brusselse architect Hippolyte Steels als ontwerpers aangesteld. In februari 1922 vond voor de wederopbouw van de drie hoeves één aanbesteding plaats, waarbij alle bouwwerken aan de Oostendse aannemer L. Lootens werden toegewezen. Voor het schrijnwerk werd in belangrijke mate geopteerd voor gestandaardiseerde deuren (onder andere van het type P.B.1, P.D.1, P.F.E.4, P.F.E.5, P.F.G, P.G.1 en P.G.V.2) en ramen (onder andere van het type F.F.4, f.F.1bis en F.B2). Voor het metselwerk werden ‘plaatselijke goede bakstenen van Veurne’ gebruikt, terwijl voor de onzichtbare delen, zoals kelders, recuperatiebakstenen werden aangewend. Bij de voorlopige oplevering in januari 1924 had de pachter de hoeve reeds opnieuw in gebruik genomen. Samen met de definitieve oplevering op 29 maart 1925 vond ook de overdracht van de hoeve door de Staat aan eigenaar Vercruysse plaats.

De wederopbouwhoeve

De losstaande roodbakstenen hoevebestanddelen onder zadeldaken met dakoverstek zijn U-vormig rondom het erf opgesteld. De zadeldaken zijn gedekt met rode mechanische platte pannen zoals bij de wederopbouw voorzien. Ten noordoosten bevindt zich de boerenwoning, ten noordwesten het stalvolume met rechts een aanbouw onder pannen lessenaarsdak en ten zuidoosten het schuurvolume. Ten noorden van het boerenhuis bevindt zich een kleiner nutsgebouw met aanbouw onder pannen lessenaarsdak. Bij de wederopbouw vond een veralgemeende toepassing plaats van zijgevels met muurvlechtingen en halfcirkelvormige smeedijzeren muurankers. De westelijke zijgevel van de boerenwoning werd tevens voorzien van een beeldennis, een beluikt segmentbogig zoldervenster en een keldervenster met horizontale diefijzers. In de erfgevel steekt boven de voordeur een gedenksteen met vermelding: “De Koppeldreve. Hier herbouwd na vernieling in 1915. Aanbesteding op 5 september 1923. Afgewerkt in 1924”. De zijgevels van het stalvolume en het schuurvolume laten zich kenmerken door een laadvenster en verluchtingsspleten. Van het stalvolume zijn de langse gevels voorzien van vierkante natuurstenen met rond verluchtingsgat. De erfgevel vertoont  nog deels bewaard houten schrijnwerk, meer bepaald enkele kozijnconstructies met kleine roedeverdeling, een laadvenster met gedeeld bovenlicht, twee staldeuren naar het model PB1 uit het ‘Handboek van den Dienst der Verwoeste Gewesten’ (1920) en een staldeur met bovenlicht (paardenstal) naar het model PB2 uit hetzelfde handboek. Het schuurvolume huisvest een dwarsschuur met rechts een geïncorporeerd wagenhuis. Kenmerkend voor de langse gevels zijn de verluchtingsspleten. In de langse erfgevel steekt een segmentbogige schuurpoortopening, in de langse achtergevel onder een houten latei een rechthoekige poortopening met een bewaarde houten schuurpoort met klinket. Deze is vervaardigd naar het model G.4 uit het ‘Handboek van den Dienst der Verwoeste Gewesten’. In de achtergevel tekent zich ook de dichtgemetselde segmentbogige poort van het wagenhuis af. Op de hoeken bevinden zich getrapte steunberen met afzaten. In het nutsgebouw ten noorden van de boerenwoning is een bakhuis geïncorporeerd. De zijgevels vertonen in de top verluchtingsspleten. In de voorgevel is nog een kozijnconstructie met kleine roedeverdeling bewaard.

De stalvleugel is nog steeds gevloerd met klinkaarts. Een gewelf in holle gewapende baksteen (systeem Hennuyères) dekt er de koestal af, terwijl de paardenstal voorzien is van een plafond in rode baksteen. In de paardenstal zijn de betonnen eet- en drinkbakken en metalen ruiven ook nog aanwezig. Een gordingenkap met  driehoekspanten overspant de volledige stalvleugel. In de schuur met wagenhuis bestaat de vloer uit klinkaarts. Ook het gewelf in gewapend beton ter hoogte van de aardappelkelder en het wagenhuis is nog bewaard. Een gordingenkap met driehoekspanten op kruisende schoren en verkorte makelaars dekt het schuurgebouw af.

  • Algemeen Rijksarchief Brussel, Dienst der Verwoeste Gewesten, dossier nr. 3027.
  • Archief van het Kadaster West-Vlaanderen, Mutatieschetsen en bijhorende staten Langemark-Poelkapelle, afdeling 2, 1924/22, 1927/2, 1948/7, 1955/13, 1958/8, 1986/9.
  • S.N. 1920: Handboek van den Dienst der Verwoeste Gewesten, Brussel, Ministerie van Staathuishoudkundige Zaken.

Auteurs :  Becuwe, Frank
Datum  : 2019


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Wederopbouwhoeve De koppeldreve [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/307528 (Geraadpleegd op 23-06-2021)