erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Clemens

bouwkundig element
ID: 39784   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/39784

Juridische gevolgen

Beschrijving

De op een lichte hoogte gelegen neoromaanse parochiekerk werd opgetrokken in de periode 1870-1874 naar een ontwerp van de Limburgse architect Herman Jaminé. Het oorspronkelijk omringende en sedert de jaren 1888-1889 niet meer gebruikte kerkhof werd ontruimd in het begin van de 20ste eeuw; de laatste kerkhofmuren verdwenen tijdens de Eerste Wereldoorlog toen het Gemeenteplein geëgaliseerd werd. De huidige omheiningsmuur werd gebouwd in 1953-54 en wordt geaccentueerd door een rij leilinden ten zuiden en ten noorden. De rij aan de noordzijde werd in het kader van de heraanleg van het Gemeenteplein in 2016-2017 gerooid; ook de muur werd aan deze zijde gesloopt. De begraafplaats werd overgebracht naar de Molenberg aan de Jezus-Eiksesteenweg.

Historiek

Volgens een bijdrage van pastoor Joossens bestond er al voor het einde van de 12de eeuw een gebedshuis ter plaatse van de huidige kerk; het zou gebouwd zijn door de hertog van Brabant en behoorde tot het bisdom Kamerijk.

Het personaat van de Sint-Clemenskerk werd in 1223 geschonken aan het kapittel van Sint-Goedele in Brussel. Het begevingsrecht van de pastorie bleef in dezelfde handen tot het einde van het ancien régime. Halverwege de 19de eeuw was de bestaande gotische kerk te klein geworden en bovendien in zeer slechte staat. In 1858 liet de toenmalige pastoor Sterckendries (1820-1864) een plan maken door de Gentse architect Ch. Bruggeman; er werd gekozen voor de neogotische stijl maar bij gebrek aan financiële middelen werd dit project nooit gerealiseerd, net zoals een ontwerp van architect Jozef Claes van 1866. In 1867 werden nieuwe plannen voorgelegd, ditmaal in neoromaanse stijl naar ontwerp van de Limburgse architect Herman Jaminé. Het lastenboek werd geregistreerd op 21 december 1868. Op 20 september 1869 werd toelating verleend voor de bouw van de nieuwe kerk.

De oude kerk werd volledig afgebroken in 1870; bij deze werken kwam een votiefsteen uit de Romeinse periode aan het licht (begin 2de eeuw na Christus), die was verwerkt in de funderingen en momenteel bewaard wordt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel. Een kopie ervan staat opgesteld in het Jan van Ruusbroecpark. Ter vervanging van de oude kerk werd in de periode 1870-1874 de huidige kerk gebouwd, maar de voorziene toren werd wegens stabiliteitsproblemen nooit uitgevoerd. Op 23 november 1874, feestdag van de Heilige Clemens werd de eerste mis officieel opgedragen. Op het kadaster gebeurde de registratie als 'reconstruction totale' in 1875 in opdracht van 'Hoylaert de Kerk fabrieck'. De kerk was op dat ogenblik nog niet volledig voltooid, de afwerking van de toren zou nog meerdere decennia duren en eigenlijk nooit voltooid worden. In 1885 werd er met medewerking van de provinciale architect Gustave Hansotte nog gewerkt aan de opbouw van de gewelven in het portaal en op het hoogzaal.

Beschrijving

Het betreft een neoromaanse, longitudinale kruiskerk met basilicale opstand en een west-oost oriëntatie. De plattegrond vertoont een driebeukig schip van twee brede traveeën, voorafgegaan door een zware vierkante oosttoren, een licht uitspringend transept van één rechte travee met vlakke sluiting en een lagere rechthoekige uitbouw voor de biechtstoelen, en tot slot een koor van één rechte travee met halfronde, lagere apsis, geflankeerd door twee zijkapellen en door de sacristie ten zuiden en een bergruimte ten noorden. De toren wordt geflankeerd door een doopkapel ten noorden en ten zuiden door de Ruusbroeckapel, ingericht in 1951, momenteel omgevormd tot weekkapel.

Het geheel is opgetrokken uit baksteen, afgewisseld met regelmatige speklagen van kalkzandsteen onder leien zadel- of lessenaarsdaken; in sterk contrast tot de rest van de kerk is de koorapsis volledig opgetrokken uit kalkzandsteen. Laatstgenoemd materiaal (zowel wit als roze) werd ook aangewend voor de onderbouw, enkele omlijstingen en decoratieve accenten, waaronder de hoekstenen.

De toren telt drie geledingen onder een tentdak. Massieve, versneden hoeksteunberen accentueren het zware karakter; de kalkzandstenen dekstenen zijn uitgewerkt met een drielobmotief. De kerk is toegankelijk via een bordestrap die uitgeeft op een trapsgewijs verdiept rondboogportaal met een tuitgeveltje, voorzien van een medaillon met reliëf van Sint-Clemens. In het portaal worden de rondbogige archivolten ondersteund door zuiltjes met een romaans knoppenkapiteel. Een van de archivolten is versierd met ruitmotieven. De rechthoekige eiken vleugeldeur vertoont decoratief ijzerbeslag. Hogerop is er een roosvenster met straalsgewijze roedeverdeling, gevat in een rondbogig spaarveld. De bovengeleding vertoont aan drie zijden een gekoppeld rondbogig galmgat met een tussenzuiltje en een bekronend uurwerk, gevat in een puntgeveltje bekroond door een hogel. Aan de zuidzijde aangebouwde ronde traptoren, gemarkeerd door lichtgleuven.

De traveeën van het schip worden geritmeerd door lisenen en steunberen en van elkaar gescheiden door een luchtboog. De lagere zijbeuken worden geopend door rondboogvensters met neoromaans maaswerk in een rondbogig spaarveld, de middenbeuk door een gelijkaardig rondboogvenster, geflankeerd door kleinere rondboogvensters, samen gevat in een dito spaarveld. Een gecombineerde tand- en overhoekse baksteenfries beëindigt de gevel. Het uitzicht van het transept en koor met zijruimten sluiten hier grosso modo bij aan, de puntgevels worden evenwel afgelijnd door een getrapte fries. De transeptarmen hebben aan de westzijde elk een halfronde apsis (zijkapellen) met een fries zoals in de koorapsis; de steunberen die de vlakke sluiting flankeren hebben ook nog in hardsteen uitgewerkte waterspuwers. Het uitzicht van de koorapsis wijkt enigszins af door het gebruikte materiaal. De eenvoudige rondboogvensters zijn uitgespaard in gevelhoge spaarvelden afgelijnd met een boogfries. Opmerkelijk is de in baksteen uitgewerkte fries met uitgespaarde en gevarieerde kruismotieven, gestut door verschillend uitgewerkte maskerkopconsooltjes en bovenaan afgelijnd door een daklijst met plantaardige motieven. De vormgeving van de doopkapel en de Ruusbroeckapel sluiten aan bij de rest van de kerk.

Interieur

Het interieur van de kerk is deels bepleisterd, deels van natuursteen. De beuken worden van elkaar gescheiden door een rondboogarcade met zuilen op een basement met torus en gevarieerde bladwerk- (koolblad en acanthus) en knoppenkapitelen; het koor vertoont een gelijkaardige, doch deels blinde arcade met rondboogdeurtjes naar de bergruimten en sacristie; in de noordzijde was er een tribune voor baron de Man en zijn familie, momenteel afgesloten met een rolluik. De deuren zijn versierd met opgelegd houtsnijwerk; de bovenlichten zijn voorzien van beschilderd glas met monogram of bloemmotief. De geprofileerde zandstenen omlijstingen vertonen gesculpteerde imposten.

Het geheel wordt overdekt door kruisribgewelven, een koepelgewelf op de kruising en een straalgewelf in de koorapsis; de gewelfribben komen neer op een omlopende kroonlijst op modillons. In de middenbeuk worden de gewelven van elkaar gescheiden door zandstenen gordelbogen, bij de toren en het transept gestut door bundelpijlers, elders door driekwartzuilen. De zijkapellen aan weerszijden van het koor hebben een half koepelgewelf, blauw geschilderd met vergulde sterren. Zwarte tegelvloer, in het koor een keramische cementtegelvloer. In de zijbeuken en het transept zijn de wanden tot onder de vensters bekleed met een houten lambrisering met een ingewerkte gepolychromeerde kruisweg.

Mobilair

Beeldhouwwerk. Onze-Lieve-Vrouw in aanbidding voor het Kind (geglazuurde keramiek), mogelijk door het atelier Della Robbia (Firenze, 15e eeuw). Gepolychromeerde houten beelden van de Heilige Lucia, Sint-Cornelius en Sint-Clemens, Mariabeeld (buste) met Kind, 18de eeuw. Geschilderd 19de-eeuws terracottabeeld (?) van Jeanne d’Arc en gepolychromeerd houten beeld Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede; houten beeld van Jan van Ruusbroec van de hand van R. De Grijse. Plaasteren beelden van Sint-Rochus, Heilige Antonius, Sint-Benedictus en Sint-Barbara. Een beeld van Sint-Antonius van Padua draagt op de sokkel de signatuur G. Parentani Bruxelles, verwijzend naar beeldhouwer Gabriël Parentani.

Meubilair. Natuurstenen hoofdaltaar met retabel, C. Van de Capelle en L. Wuidart (Anderlecht), 1912. Eenvoudige zijaltaren, ten zuiden toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, te noorden aan Sint-Clemens. Communiebank (ontwerp van 1873) en preekstoel (1875) van de hand van een Cornelis Janssen, beeldhouwer uit Sint-Truiden (zie plannen KCML); biechtstoelen, kerkmeestersbank en doopvont met koperen deksel, alle uit de bouwperiode; orgel van 1888 geleverd door orgelbouwer Emile Kerkhoff van Laken, ontwerp van 1887 (zie plannen KCML). 18de-eeuwse sacristiekasten.

Onder impuls van baron de Man d’Attenrode werden glasramen besteld bij de werkhuizen E. Didron in Parijs; ze werden geplaatst in 1873 (zie uitvoerder en jaartal in de glasramen). In de koorapsis worden taferelen uit het leven van Christus afgebeeld, in het koor zelf onder meer de Heilige Clemens en Sint-Franciscus. De geometrisch uitgewerkte glasramen in het schip dateren van na de Tweede Wereldoorlog (1949) en werden geschonken door belangrijke families.Glasraam in de Ruusbroeckkapel met voorstelling van Jan van Ruusbroec en in de doopkapel ‘Doopsel van Christus’ van de glazeniers F. Crickx en Cucunelle van 1951.

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Hoeilaart, 1875/11.
  • Onroerend Erfgoed Brussel, Plannenarchief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Hoeilaart, Sint-Clemenskerk.
  • DEWIT R. & VAN LOON R. s.d.: Hoeilaart mijn dorpje vroeger en nu, Hoeilaart, 19-20.
  • Pastoor JOOSSENS 1974: De neo-romaanse Sint-Clemenskerk te Hoeilaar. In: Hoeilaart, Glazen dorp, Het Dorp van Neo-stijlen, Brochure uitgegeven door het Gemeentebestuur van Hoeilaart en het Gemeentekrediet, 20-25.
  • VANDENBORRE R. 1999: Beschrijving van de Sint-Clemenskerk te Hoeilaart, Zoniën 23.2, 53-75.
  • VANDENBORRE R. 1999: Flarden bouwgeschiedenis van de Sint-Clemenskerk te Hoeilaart, Zoniën 23.2, 76-102.
  • VANDENBORRE R. 2008: Van twee kerkhoven te Hoeilaart, Zoniën 32.1, 11-17.
  • VERSLUYS L. s.d. (1990): Nogmaals de neo-romaanse Sint-Clemenskerk op het Gemeenteplein. In: Hoeilaart, Glazen dorp, Het Dorp van Neo-stijlen, Brochure uitgegeven door het Gemeentebestuur van Hoeilaart en het Gemeentekrediet, 26-32.

Bron     : -
Auteurs :  Kennes, Hilde
Datum  : 2017


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Clemens [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/39784 (Geraadpleegd op 19-11-2019)