erfgoedobject

Huis De Motte of Den Bergh

bouwkundig / landschappelijk element
ID
40239
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40239

Juridische gevolgen

Beschrijving

Restant van "De Motte", of eertijds "den Bergh", meer bepaald een kasteel op een motte, gebouwd in 1768 door Marie-Thérèse Peeters, 'vrouwe' van Merchtem. Dit kasteel bevond zich 200 meter noordwaarts van de historische burchtmotte naast de parochiekerk van Merchtem. Heden rest enkel een verbouwd bijgebouw van het kasteel, evenals enkele bouwelementen.

Historiek

Van het 18de-eeuwse kasteel zijn drie iconografische bronnen bewaard, namelijk de Ferrariskaart (1771-1775), een niet-gedateerde of -ondertekende figuratieve kaart en een pentekening van het 'Heerlijk Kasteel' in vogelvlucht vanuit het zuiden. Toen de Ferrariskaart werd opgemaakt, waren de werken blijkbaar nog in uitvoering. De brede, 150 meter lange dreef die het nieuwe kasteel met de oude burchtmotte verbindt, moest nog worden omgevormd tot een rechte, 10 meter brede laan; de transformatie van de voorheen ronde motte tot een strakke rechthoek was nog niet voltooid en de lunetvormige uitstulping in de noordelijke arm van de omgrachting moest nog worden uitgegraven. De ingang tot het kasteeleiland lag ten zuidwesten van het kasteel.

De figuratieve kaart, die waarschijnlijk na de Ferrariskaart werd opgemaakt, toont de noordelijke motte met het nieuwe kasteel – een imposant neoclassicistisch gebouw van negen traveeën en twee bouwlagen op een souterrain dat bijna een volwaardige bouwlaag vormt. Het steile schilddak gaat gedeeltelijk schuil achter een gevelbreed gebogen fronton met een oculus, maar dit detail komt op de tekening van 1801 niet (of niet meer) voor. Het kasteel en de cour d'honneur, door twee losstaande dienstvleugels geflankeerd, verdelen het nu strak omlijnde eiland in twee gelijke delen. Het kasteel staat bovendien pal in het verlengde van de dreef naar de oude burchtmotte. Een brug met een poorthek tussen hoge pijlers vormt de toegang tot het kasteeleiland. De met boompjes of struikmassieven omgeven tuinen aan weerszijden van het kasteel worden door een padenkruis onderverdeeld in vier, door haagjes omzoomde parterres met kegelvormige boompjes op de hoekpunten en centrale rotondes met een waterbekken op de kruispunten. De lunetvormige uitstulping in de noordelijke arm van de ringgracht versterkt de symmetrie van de aanleg.

Om de uiteindelijke bedoeling van de opdrachtgeefster en haar gemaal, Jean-André-Norbert Peytier, een uit Montélimar afkomstige Fransman en schepen van de stad Antwerpen, te doorgronden, is het nuttig om er een van de invloedrijkste 18de-eeuwse handboeken voor tuinaanleg op na te slaan, 'La théorie et la pratique du jardinage' van Antoine Joseph Dezallier d'Argenville (1709). Eén van de platen in het eerste boekdeel zou als model kunnen hebben gediend maar om één of andere reden bleef de aanleg beperkt tot het onderste gedeelte: het kasteel tussen twee tuincompartimenten die op hun beurt in vier parterres verdeeld zijn. De twee tuincompartimenten hebben in het scenario van Dézallier én in Merchtem – zoals de belijning op de figuratieve kaart suggereert – de functie van 'potager', maar uiteraard gaat het niet om een eenvoudige moestuin, maar om een 'representatieve', een met sierelementen beladen specimen. Het nog maagdelijke weiland ten noorden van het kasteeleiland wordt door het drevenpatroon in de aanleg betrokken. De opdrachtgevers beschouwden het ongetwijfeld als uitbreidingszone en er was ruimte genoeg (1 hectare 79 are) voor een successie van parterres (al of niet met loofwerk), 'bosquets', 'boulingrins'... Het verschil met Dézalliers model betreft de ringgracht, die aan de noordzijde een lunet vormt.

De strakke symmetrie, ideaal in de 18de-eeuwse tuinaanleg, wordt enigszins gedwarsboomd door de topografie of de toenmalige eigendomsstructuur. Het nieuwe kasteeleiland (de noordelijke motte) is geen echte rechthoek maar een trapezium; de zuidelijke grachtarm loopt niet haaks op de dreef tussen het kasteel en de oude burchtmotte. De spie aan de zuidzijde van het kasteeleiland werd benut voor de aanleg van een 'onregelmatig' compartiment. Het is duidelijk dat de opdrachtgevers ook één of meer van de door Georges-Louis Le Rouge tussen 1774 en 1789 gepubliceerde cahiers met voorbeelden van 'nouveaux jardins à la mode' onder ogen hebben gekregen en zich lieten verleiden tot een hoekje 'jardin anglo-chinois'. Op het brede oostelijke uiteinde van de spie is dan ook een 'Chinees' paviljoen herkenbaar. Men kan het zich zo voorstellen: tijdens de graafwerken voor de aanleg van de nieuwe ringgracht, werd de overbodige grond voorlopig in een verloren hoekje van het eiland gestort. In plaats van de grond na afloop af te voeren, is iemand op het lumineuze idee gekomen om deze hopen om te toveren tot een 'jardin anglo-chinois' en tezelfdertijd de asymmetrie van de aanleg als het ware homeopathisch te verdoezelen door een overdaad aan asymmetrie. Een originele toepassing van het aloude principe 'nut en sier verenigd', die herinnert aan een grootschaliger voorbeeld op de grens van Diest en Tessenderlo: het 'Engels Hof' van Groot Asdonk, rond 1800 aangelegd op een oude kleiwinning.

Met de dood van Jean-André-Norbert Peytier, de laatste heer van Merchtem, in 1804 kwam er vermoedelijk een einde aan de hoge ambities en de status van de familie. Het kasteel was immers in 1796 en 1798 gedeeltelijk verwoest. Nadat het pas was hersteld, werd het door zijn zoon Jean-Patrice, die zichzelf in de overlijdensakte van zijn moeder omschrijft als landbouwer, in 1822 afgebroken en werden de dienstvleugels (paardenstal en koetshuis) omgevormd tot woonhuis. De primitieve kadasterkaart, die het jaar daarop door J.-B. Guiot wordt uitgetekend, toont het in twee percelen 'hof' verdeelde eiland, waarbij de dreven langs de buitenoevers van de ringgracht in de kadastrale legger worden omschreven als 'plantagie'.

De motte bleef eigendom van de familie Peytier tot 1882, toen het geheel via huwelijk in handen kwam van landbouwer Jan-Baptist Robyn. Op de stafkaart van 1892 wordt een landschappelijke siertuin gesuggereerd, maar de kadastrale legger spreekt van een boomgaard en een 'hof'. Rond 1960 verdwijnt de ringgracht en wordt een groot gedeelte van het voormalige kasteeleiland in bouwkavels opgedeeld. De zuidelijke dienstvleugel wordt op dit moment gesloopt, zodat het noordelijke bijgebouw, heden Burchtlaan nummer 41, de enige herkenbare restant is van het in 1822 gesloopte kasteel. Het tot woning aangepaste gebouw werd verbouwd omstreeks 1955.

Beschrijving

Heden gecementeerd woonhuis van zes traveeën en één bouwlaag onder een schilddak (pannen, nok loodrecht op de straat), ten zuiden geflankeerd door een lagere, recentere uitbouw. Gecementeerde, grijs geschilderde gevels op een hardstenen plint. De constructie, de houten dakkapellen en de kroonlijst van de woning zijn vermoedelijk nog oorspronkelijk. Een foto van de voormalige toestand van het bijgebouw toont een getoogde deur in een hardstenen rococo-omlijsting in de vierde travee van de westgevel. Deze deur verdween echter en werd verbouwd tot een venster. Een gelijkaardige hardstenen rococo-omlijsting is geïntegreerd in de recentere woning nummer 39 (gebouwd circa 1964), namelijk voorzien van posten en steekbooglatei met breed, doorlopend profiel en grote schelpsluitsteen. Boven de flankerende vensters zijn eveneens twee losse hardstenen sluitstenen bewaard. De lijstgevel wordt afgelijnd door een geprofileerde kroonlijst met een kwarthol beloop.

Tijdens de eerste inventariscampagne van het bouwkundig erfgoed (1975) waren verspreid in de tuin bouwelementen van het oude kasteel bewaard evenals van het tussen hardstenen pijlers gevat hek, dat de toegang vormde tot de dreef. Deze elementen bestonden uit sluit-, boog- en pijlerstenen van hardsteen (toegangspoort), het gesmeed ijzeren hek, en enkele zandstenen blokken afkomstig van de kroonlijst van het andere, afgebroken dienstgebouw. Deze elementen zijn anno 2017 niet langer bewaard.

Een inventarisatie van de tuin (2011) registreerde in kegel of bol gesnoeide schijncipressen (Chamaecyparis sp.), taxussen (Taxus baccata), goudgerande hulst (Ilex aquifolia 'Aureomarginata'), buxus (Buxus sempervirens),…

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Primitief kadaster Merchtem, afdeling II (Merchtem).
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Merchtem, afdeling II (Merchtem), 1960/35.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • ASSELMAN R. e.a. 1996: Merchtem ons dorp, deel I. Bloemlezing. Een reeks bijdragen tot de geschiedenis van Merchtem, Merchtem, 27-28.
  • BIESEMANS F. 2001: Merchtemse wegen en straten, een beknopte historiek, Merchtem.
  • DE MAEGD C. & VAN AERSCHOT S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen 2N, Gent.
  • DENEEF R. 2011: Historische tuinen en parken van Vlaanderen - Noordwestelijk Vlaams-Brabant: Affligem, Asse, Grimbergen, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Meise, Merchtem, Opwijk, Wemmel, Brussel.

Bron     : -
Auteurs :  Deneef, Roger, Verhelst, Julie, Wijnant, Jo
Datum  :


Relaties

  • Is gerelateerd aan
    Motte De Borght of De Burcht met cottagevilla

  • Is deel van
    Merchtem


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Huis De Motte of Den Bergh [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40239 (Geraadpleegd op )