Jongensschool 4

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Leguit
Locatie Leguit 6, Antwerpen (Antwerpen)
Status Verbouwd of Gesloopt

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Antwerpen (actualisaties: 05-01-2006 - 05-01-2007).
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Herinventarisatie stad Antwerpen (geografische herinventarisatie: 10-02-2010 - 31-12-2018).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).

Juridische gevolgen

Beschrijving

Lagere jongensschool in neoclassicistische stijl gebouwd door de Stad Antwerpen, naar een ontwerp van stadsbouwmeester Pierre Bruno Bourla uit 1851. De bouw werd bij openbare aanbesteding in september 1851, aan een bedrag van 40.000 Belgische frank toegewezen aan aannemer P. Van Herck-Cels. Het oorspronkelijke programma omvatte acht gelijkvloerse klassen ingeplant aan weerszij van de centrale hal, waarvan de bovenverdieping de onderwijzerswoning herbergde. Jongensschool 4, die in 1849 was opgericht in het hotel Van Havere aan de Koepoortbrug, nam in 1853 de nieuwe gebouwen aan de Leguit in gebruik. Bij de bouw van de aanpalende lagere meisjesschool in de Keistraat, naar een ontwerp door stadsbouwmeester Pieter Dens uit 1876-1877, werd de lagere jongensschool uitgebreid met een turnzaal, uitgevoerd door aannemer C. Verbert uit de Oranjestraat in 1877. Vervolgens voegde Dens vier klassen toe op de eerste verdieping, naar een ontwerp uit 1879. De werken werden bij openbare aanbesteding in januari 1880 aan een bedrag van 44.000 Belgische frank toegewezen aan de aannemers J.B. Slootmaeckers en G. Van Gorp uit de Loosstraat, en nog datzelfde jaar uitgevoerd. Deze ingreep hield de verbouwing in van de gelijkvloerse klassen voor de installatie van twee traphallen, en de herindeling van de onderwijzerswoning. Stadsingenieur Gustave Royers breidde de school verder uit met nog eens vier klassen, naar een ontwerp uit 1891, uitgevoerd door de aannemer Adolphe Laurent Van Peeterssen uit de Zetternamstraat in 1892. Waar de klassen uit 1879-1880 aan weerszij van de onderwijzerswoning werden opgetrokken, kwamen de vier klassen uit 1891-1892 boven de uiterste traveeën. Het schoolgebouw kreeg zo over de volledige oppervlakte twee bouwlagen. De Jongensschool 4 werd omstreeks 1983 samen met de klassenvleugels van de lagere meisjesschool in de Keistraat gesloopt voor de bouw van een sociaal wooncomplex.

De Jongensschool 4 behoort tot de latere gebouwen die Pierre Bruno Bourla als stadsbouwmeester tot stand bracht. Hij bekleedde deze functie meer dan veertig jaar, vanaf september 1819 tot eind 1861. Uit de jaren 1820 dateren de pastorie van de Sint-Laurentiusparochie aan de Markgravelei, zijn magnum opus het Théatre Royal Français (Bourlaschouwburg), en de verdwenen oranjerie van de Kruidtuin. In de jaren 1840 ontwierp Bourla het poortgebouw en museum van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, en een verdwenen stadsschool aan de Kipdorpvest.

Oorspronkelijk symmetrisch gebouw met de hal en onderwijzerswoning van drie traveeën en twee bouwlagen onder een schilddak, geflankeerd door twee klassenvleugels van elk vier traveeën en één bouwlaag onder een afgesnuit zadeldak. Bij de uitbreidingen van 1879-1880 en 1891-1892 werden de klassenvleugels in twee fasen verhoogd tot twee bouwlagen onder parallelle schilddaken. Bepleisterde en beschilderde lijstgevel van in totaal elf traveeën, horizontaal geleed door de geprofileerde hardstenen plint, de sterk vooruitspringende en gekorniste puilijst en de eenvoudige houten kroonlijst. Licht vooruitspringend middenrisaliet van drie traveeën, gemarkeerd door het inkomportaal in geriemde omlijsting. De zijvleugels worden per twee traveeën geritmeerd door pilasters, geblokt op de begane grond en met verdiepte schacht op de verdieping. Voorts registers van rechthoekige vensters met geprofileerde dagkanten op hardstenen lekdrempels.

Sinds de verbouwing uit 1891-1892 bood het centrale volume gelijkvloers ruimte aan de inkomhal met het trappenhuis van de onderwijzerswoning, die op de eerste verdieping uit twee (slaap)kamers, een eetkamer, keuken en ‘cabinet’ bestond. Beide klassenvleugels telden per verdieping vier klaslokalen, telkens ontsloten door de centraal ingeplante traphal.

  • Stadsarchief Antwerpen, dossiers MA#80810, MA#81425, MA#81589 en MA#82356, plannen 697#198, 697#1008-1009, 697#1205 en 697#2289.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo

Datum tekst: 2018

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Leguit

Leguit (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.