erfgoedobject

Boskapel en ommegang

bouwkundig element
ID: 44566   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/44566

Juridische gevolgen

Beschrijving

De kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Smarten, Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën of ter ere van de Nood Gods, ook gewoon Boskapel genoemd, bevindt zich aan de rand van het Buggenhouts bos. Dit bos is in twee gesplitst door de Kasteelstraat. De Boskapel staat vlakbij het kruispunt van de bosdreven. In de onmiddellijke omgeving van de boskapel werden in 1949 de vijftien statiën of Geheimen van de Heilige Rozenkrans opgericht door Octave Tondeleir en Zoon.

Bouwhistoriek

De Boskapel werd in het begin van de 16de eeuw opgericht door Jacoba van Heffene, de weduwe van ridder Jan de Rijcke, drossaard van Grimbergen en Buggenhout, op de plaats waar de ridder op 4 december 1504 tijdens een jachtpartij door een wild zwijn gedood werd. In de kapel werd een beeld van de Nood Gods geplaatst en gaandeweg werd de kleine bidplaats meer en meer bezocht. De kapel werd deels vernield en beroofd door de beeldenstormers op het einde van de 16de eeuw. Het beeld van de Nood Gods kon door de parochianen gered worden, maar de gedenksteen voor Jan de Rijcke werd vernield. Na het vredesbeleg werd de kapel opnieuw een belangrijke bidplaats. Spoedig werd de bidplaats echter te klein en drong prinses Ernestine van Arenbergh, echtgenote van Alexander II de Bournonville, prins van Buggenhout, aan op een uitbreiding van de kapel. Zij overleed in 1663 zonder dat er iets aan de kapel veranderd was, maar gelastte in haar testament een stenen gevelbeeld te maken van Onze-Lieve-Vrouw ter Nood Gods (Piëta).

De echtgenote van ridder Jan van Boom, Martina van Waerbeke, de achterkleindochter van de verongelukte drossaard kwam met prins Alexander overeen om de kapel te vergroten. De werken werden aangevat in 1664 en waren in 1667 voltooid. De oude kapel bleef behouden en werd als het koor van een nieuwe, ruimere bidplaats geïntegreerd. De voorbouw was 13 meter lang en 7,5 meter breed en werd opgetrokken in Rupelmondse baksteen met een gewelf in witte hardsteen. Het klokkentorentje op de kapel dateert van 1764.

De Boskapel groeide uit tot een waar bedevaartsoord en in 1683 en 1773 verleenden Paus Innocentius XI en Paus Clemens XIV een volle aflaat op de derde zondag na Pasen. Tijdens de Franse Revolutie werd de kapel gesloten, maar vanaf mei 1798 werden de plechtigheden in de kapel hernomen en ononderbroken voortgezet.

In 1885 werd de kapel hersteld door Janssens-Lammens uit Gent en in het derde kwart van de 20ste eeuw gerestaureerd op initiatief van de parochiepriester.

Beschrijving

Plattegrond en opbouw

De kapel bestaat uit een éénbeukig schip en een smaller koor met een driezijdige vlakke afsluiting. Schip en koor zijn voornamelijk opgebouwd uit baksteenmetselwerk met gebruik van kalkzandsteen voor de plint, deur- en vensteromlijstingen, lisenen, hoekkettingen, kroonlijst en andere decoratieve elementen. De daken zijn bedekt met leien. Vooraan op het dak van het schip staat een kleine dakruiter en aan de achterkant van het koor is er een houten dakkapel.

De voorgevel is symmetrisch opgebouwd en bestaat uit drie traveeën, die van mekaar gescheiden zijn door middel van lisenen. Het gevelvlak wordt horizontaal doorbroken door een geprofileerde kroonlijst. Centraal is er een rondboogvormige deuropening met een getoogde omlijsting en hoekblokken. Daarboven bevindt zich een rondboogvormige beeldnis in kalkzandsteen waarin een groot gepolychromeerd stenen beeld van de Piëta staat, met op de voluutvormige sokkel het opschrift "Nood Gods". Dit beeld werd in 1677 gemaakt door Filip de Backer uit Brussel en in 1802 gerestaureerd door Laurent De Vidts. De achterwand van de beeldnis is bekleed met een goudkleurige mozaïek. Onder de nis hangt een kleine afgesloten kaarsenhouder.

Links en rechts van de toegangsdeur bevonden zich twee kleine vensteropeningen met hoekblokken, die op heden dichtgemetseld zijn en deels verscholen gaan achter terracotta bas-reliëfs met de voorstelling van de statiën der Zeven Smarten (of Zeven Weeën) van Onze-Lieve-Vrouw. Deze zeven statiën werden tegen de buitengevels van het schip en de achtergevel van het koor aangebracht en zijn in 1858 gemaakt door P.F. Van Passel uit Brussel en in 1885 hersteld door de Gentse beeldhouwer Joris Dunstheimer. Als de Zeven Smarten gelden: de vlucht naar Egypte, de besnijdenis of presentatie in de tempel, de twaalfjarige Jezus in de tempel, de gevangenneming van Jezus of de kruisdraging, de Kruisiging, de kruisafneming en de graflegging. De beeldnis wordt geflankeerd door twee grote rondboogvormige getraliede vensteropeningen. In de afgestompte puntgevel werd het opschrift: "ANNO 1664" ingemetseld op twee afzonderlijke gedecoreerde kalkzandstenen blokken en hogerop hangt een gepolychromeerd wapenschild met een klauwende leeuw van de prins van Buggenhout, Alexander II de Bournonville.

De zijgevels van het schip bestaan uit twee traveeën met in het midden een geknikte steunbeer. Langs weerszijden zijn er twee grote rondboogvormige getraliede vensteropeningen in een grijze bakstenen omlijsting met een kalkzandstenen druiplijst en sluitstenen. Onder de vensters hangen terracotta bas-reliëfs van de Zeven Smarten. De achtergevel van het schip werd met een cementbepleistering bezet.

Het koor, dat het oudste deel is van deze bidplaats onderscheidt zich van het schip qua afmetingen en afwerking. Het rode baksteenmetselwerk is namelijk op regelmatige afstanden geritmeerd door horizontale banden van telkens drie lagen grijze baksteen. De kalkzandstenen afgeschuinde plint is hoger dan die van het schip, maar bij de laatste restauratie werd een deel van de natuursteenblokken vervangen door baksteenmetselwerk. Het dak van het koor is lager dan dat van het schip en de overstekende dakrand wordt gedragen door houten klossen. Aan de laterale zijden van het koor zijn er telkens twee grote rondboogvormige vensteropeningen in een getoogde grijze bakstenen omlijsting. Tegen de achtergevel van het koor hangt een Calvarie onder een houten afdak dat met leien bekleed is. Lager bevindt zich een terracotta bas-reliëf.

Tegen de noordzijde van het koor en schip is een kleine sacristie aangebouwd. Deze annex bestaat uit baksteenmetselwerk op een gecementeerde plint en is afgedekt met een leien lessenaarsdak. Aan de oostzijde bevindt zich een rechthoekige deuropening in een gecementeerde omlijsting, het resultaat van de laatste restauratie. Oorspronkelijk was er namelijk een kalkzandstenen omlijsting met hoekblokken en een bovenlicht. Aan de noordzijde is er een kleine rechthoekige getraliede vensteropening. Aan de zuidkant van het koor werd vrij recent een annex gebouwd waarin kaarsen gebrand worden.

Kapelinterieur

Binnenin is het schip van het koor gescheiden door een korfboogvormige boog. Het schip is overwelfd met twee kruisribgewelven met daartussen een gordelboog met rankwerk en de afbeelding van de dood van ridder Jan De Rijcke. De decoratieve voorstelling toont een jachttafereel met een hoornblazer met twee honden die voor hem uitlopen, een jager die een spies op de schouder houdt, twee wilde zwijnen, een tweede jager die een hert gaat aanvallen, een schildknaap die door een hond wordt gevolgd houdt een gezadeld paard in toom, ridder Jan de Rijcke die door een wild zwijn besprongen wordt, een tweede hoornblazer met een hond en een zittende jager die het zwijn op een rechtstaande spaak gespiest heeft.

In het koor zijn er gepolychromeerde kruisribgewelven met een gouden bies. De wanden zijn in witte en beige tinten geschilderd met rode en blauwe biezen rond de vensteropeningen. De vloer is bedekt met vierkante tegels in zwarte marmer.

Op het eikenhouten doksaal is het opschrift "ANNO 1762" vermeld in twee rococo cartouches met cherubs. Tegen de wanden in het schip hangen twee marmeren gedenkstenen uit de jaren 1960.

Kapelmobilair

Het mobilair bevat onder andere volgende vermeldenswaardige elementen:

  • Hoofdaltaar: wit gemarmerd houten altaar met een gouden bies, vervaardigd door Antoon van Brunswijck in 1763-1764.
  • Zijaltaren: bruin geschilderd houten Sint-Eligiusaltaar (1765) en Sint-Rochusaltaar (1768) vervaardigd door Antoon van Brunswijck.
  • Eiken lambrisering in het koor van de kapel, versierd met pilasters met Ionische kapitelen.
  • Orgel vervaardigd door Nicolas Langlez uit Gent in 1686 en vernieuwd door Pieter van Peteghem in 1769. Dit orgel werd gemaakt voor de Sint-Niklaaskerk en in 1879 overgebracht naar de Boskapel. Langlez wordt beschouwd als de overgangsfiguur tussen Langhedul (+1592) en Forceville (1660-1739), de vader van het Vlaamse rococo-orgel. Langlez werkte tussen 1637 en 1687 in Doornik, Laarne, Bergen en Gent. Hij is de enige 17de eeuwse Zuidnederlandse orgelbouwer die in het Noorden een belangrijk orgel bouwde, met name in de oude Walenkerk te Amsterdam (1680). Langlez werkte ook in de Sint-Janskerk te Gouda en transformeerde het orgel van de Sint-Niklaaskerk te Gent in barokstijl. Het orgel werd in 1804 hersteld door Pieter Verbeeck uit Gent en werd in 1957 opnieuw hersteld door de firma Stevens uit Duffel.
  • Doksaal, orgelkast, balustrade en cherubs vervaardigd door Antoon Van Praet in 1762.
  • Beeldhouwwerk:
    • Gepolychromeerde houten piëta uit de 17de eeuw.
    • Heilige Barbara: gepolychromeerd beeld in gips.
    • Heilige Petrus: gepolychromeerd houten beeld.
    • Heilige Grignont de Montfort: gepolychromeerd beeld in gips.
    • Heilige Eligius: gepolychromeerd beeld in gips.
    • Heilige Rochus: gepolychromeerd beeld in gips.
  • Schilderkunst:
    • Kroning van Maria door de Heilige Drievuldigheid, 17de of 18de eeuw, kopie naar Peter Paul Rubens.
    • Jezus aan het kruis, 18de eeuw, kopie naar Antoon Van Dijck.
    • Aanbidding der wijzen, circa 1750, Hollandse School.

Ommegang 

In de onmiddellijke omgeving van de Boskapel werden in 1949 de vijftien statiën of Geheimen van de Heilige Rozenkrans (een reeks gebeden tot Onze-Lieve-Vrouw) opgericht door Octave Tondeleir en Zoon, uit Oude God nabij Antwerpen. De taferelen zijn voorgesteld in rotssculpturen gemaakt in cementrustiek met op één daarvan het opschrift: "Tondeleir Oct. rotsbouwkundige paysagiste", van de vermaarde cementrustiekfirma Tondeleir. Centraal in de ommegang, achter de kapel, bevindt zich een wit geschilderde calvarie. Eenzelfde ommegang van de firma Tondeleir bevindt zich bij de Kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Kerselare bij Oudenaarde en deze firma was ook werkzaam in het bekende Mariapark van Averbode.

  • Pastorie Buggenhout, archief.
  • BOEYKENS G. 1970: Bijdrage tot de geschiedenis van Buggenhout, Buggenhout, 88-95.
  • VERSCHRAEGEN H. 1982: Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Dendermonde, Brussel, 17-19.

Bron     : Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Bogaert, Chris
Datum  : 2000


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Boskapel en ommegang [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/44566 (Geraadpleegd op 26-09-2020)