Banque de Reports, de Fonds Publics et de Dépôts

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Meir
Locatie Meir 48, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Antwerpen (actualisaties: 05-01-2006 - 05-01-2007).
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Herinventarisatie stad Antwerpen architectuur 20ste eeuw (thematische inventarisatie: 01-01-2015 - 31-12-2019).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Bankgebouw

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Bankgebouw Banque de Reports: gevel en daken
gelegen te Meir 48 (Antwerpen)

Deze bescherming is geldig sinds 02-03-1983.

Beschrijving

Historiek en context

Monumentaal bankgebouw in beaux-artsstijl, opgetrokken in opdracht van de Banque de Reports, de Fonds Publics et de Dépôts, naar een ontwerp door de architect Emile Thielens uit 1906. De bouw aangevat in 1906 door de aannemer J.H. Bolsée & Em. Hargot, werd voltooid in 1908. Voor de bouw werd de barokke herenwoning van de kunstschilder Gerard Seghers (1591-1651), die van omstreeks 1631 dateerde, gesloopt. Het bankgebouw flankeert het 18de-eeuwse Koninklijk Paleis, waarvan de rococogevel het ontwerp tot voorbeeld strekte.

De Banque de Reports, de Fonds Publics et de Dépôts werd in 1900 als privébank opgericht door Edouard Thys (1868-1914), echtgenoot van Hélène Cateaux (1869-1933). De bankier en zakenman was eveneens betrokken bij de oprichting van de Antwerpse elektriciteitsmaatschappij en trammaatschappij, en had belangen in een tachtigtal ondernemingen verspreid over vier continenten. Verder zetelde hij als rechter aan de Handelsrechtbank en als voorzitter van de Zoo. In 1905 liet hij door de architect Joseph Hertogs een imposant hotel optrekken aan de Belgiëlei, het latere Museum Ridder Smidt van Gelder, en in 1907 kwam hij in het bezit van het kasteel van Brasschaat. De Banque de Reports, de Fonds Publics et de Dépôts, voerde in 1913 een forse kapitaalsverhoging door, en opende een bijhuis in Brussel. Daartoe verbouwde de bank het monumentale Palais de l’Expansion aan de nieuw aangelegde Koloniënstraat, een ontwerp in beaux-artsstijl uit 1909 door de architect Franz Van Ophem. Na het overlijden van Edouard Thys en het einde van de Eerste Wereldoorlog, werd de bank in 1919 overgenomen door de Banque d’Anvers, die al snel haar hoofdzetel van de Lange Nieuwstraat overbracht naar het prestigieuze gebouw aan de Meir. Deze fuseerde in 1965 met de Bank van de Generale Maatschappij van België en de Société Belge de Banque tot de Generale Bankmaatschappij, voorloper van Fortis. Het complex werd in 1983-1986 uitgebreid met een nieuwbouwvleugel op de hoek van Wapper en Jodenstraat.

Binnen het late oeuvre van Emile Thielens, die actief was tot zijn overlijden in 1911, geldt de Banque de Reports, de Fonds Publics et de Dépôts veruit als de belangrijkste en meest prestigieuze realisatie. Vooral bekend van de gebouwen voor de Antwerpse Zoo, verliet de architect aan het eind van zijn loopbaan de art nouveau voor een klassieke beaux-artsstijl, hier van indrukwekkend monumentale allure. Uit dezelfde periode dateert het kantoorgebouw Zeller, Villinger & Cie aan de Minderbroedersrui. Waar het gevelfront en de interieurinrichting van het bankgebouw representatief zijn voor deze stilistische ontwikkeling, beantwoorden het programma aan een eigentijdse typologie, en de uitvoering aan een vooruitstrevende constructiewijze.

Architectuur

Het imposante gebouw met een gevelbreedte van zeven traveeën, omvat een souterrain en vijf bouwlagen, waarvan de hoogste twee als terugwijkende attiekverdieping zijn opgevat. Monumentaal van opzet en slechts vier bouwlagen hoog, onderscheidt het gevelfront zich door een verzorgd parement uit witte natuursteen, op een hoge, geprofileerde plint uit graniet. Axiaal van opzet, en horizontaal geleed door de puilijst en het hoofdgestel, beantwoordt de opstand aan een klassiek drieledig schema. Dit laatste is opgebouwd uit de als sokkel geaccentueerde pui met schijnvoegen, de bovenbouw in kolossale orde, en de als attiek uitgewerkte topgeleding. Daarbij ligt de klemtoon op het vijf traveeën brede middenrisaliet. Een rondboogportaal in kwarthol geprofileerde omlijsting met waterlijst op gestrekte uiteinden markeert de travee uiterst links, bekroond door een gebeeldhouwde cartouche met cornucopia, guirlandes een stralenkrans en twee vrouwenfiguren. De flankerende traveeën zijn geopend door hoge rechthoekige vensters met sluitsteen en hanenkam. Fraaie smeedijzeren vleugeldeur, waaier, venster- en souterraintralies, waarin Mercuriusmotieven en de initialen BA van de Banque d’Anvers zijn verwerkt. In de bovenbouw wordt het risaliet gemarkeerd door een colonnade van kolossale composiete zuilen verbonden door een balustrade. De zijtraveeën zijn gevat in een rechthoekig spaarveld, geaccentueerd door een balkon met zware leeuwenkopconsoles, een smeedijzeren borstwering en hoge vuurvazen met mascarons op de postamenten. Rechthoekig op de bel-etage en rondbogig op de tweede verdieping, zijn de vensters gevat in oplopende omlijstingen met een waterlijst op imposten, een voluutsleutel, guirlandes, en op de borstwering gebeeldhouwde cartouches tussen putti; houten vensterschrijnwerk met kleine roeden. Het klassiek hoofdgestel met gelede architraaf, fries en kroonlijst op klossen en eierlijst, droeg oorspronkelijk als opschrift “BANQUE DE REPORTS DE FONDS PUBLICS ET DE DEPOTS”, later vervangen door “BANQUE D’ANVERS”. Als topgeleding wordt de opstand bekroond door een attiekverdieping, geflankeerd door klauwstukken met rankwerkvoluten en chutes, en bekroond door een balustrade. Het vensterregister in geriemde omlijstingen met oren, is gevat tussen pilasters en een entablement met stafwerk en cartouches in de fries. Twee paar putti bekronen de hoekpostamenten; hoge bewerkte schoorstenen markeren de achterliggende, terugwijkende verdiepingen.

Het langgerekte gebouw op een quasi rechthoekige plattegrond, is georganiseerd rond de centrale hal, afgedekt door een kap uit ijzer en glas. Volgens de bouwplannen geeft de vestibule met trappenbordes en lift via de traphal hal toegang tot de lokettenhal met bovenlicht die het overgrote deel van de begane grond beslaat. In de voorbouw wordt de begane grond ingenomen door de directiekantoren: een hal, drie ontvangstsalons, een secretariaat, en de kantoren van de directeur en de afgevaardigd bestuurder. Het souterrain omvat naast de conciërgewoning de grote en kleine kofferzaal met kabinettenzaal, de ‘trésor’, het archief en de personeelsrefter. Op de bovenverdiepingen worden de kantoren ontsloten door de traphal en de galerijen die op twee niveaus de centrale hal omringen. Een grote en kleine raadzaal nemen de westvleugel van de eerste verdieping in.

Het opulente, vandaag nagenoeg intact bewaarde interieur, wordt in L’Emulation als volgt omschreven: “Le luxe déployé dans cette décoration mérite d’être signalé; dans les dégagements et la grande salle des guichets tous les matéiaux sont apparent: pierre, marbre et bronze pour la décoration murale, bois précieux pour toute la ménuiserie, en un mot notre confrère E. Thielens a eu là l’occasion d’étudier un ensemble sans être arrêté par des considérations de dépense et le visiteur s’aperçoit rapidement que l’architecte lui donne une réelle impression d’art, une impression de grandeur et d’opulence tout à la fois.” Tot de belangrijkste onderdelen behoren de vestibules en traphal met zuilen- en pilasterordonnantie, smeedijzeren trapleuning en een gewelfde zoldering met ronde oculi, putti en guirlandes. De lokettenhal heeft een dambordvloer uit twee kleuren marmer, een zoldering met ijzeren balkenstructuur en prismatische glasdallen, en een wandgeleding door Korintische pilasters uit marmer en brons met wandluchters. Van het oorspronkelijke houten schrijnwerk zijn enkel de inkomdeuren bewaard; de loketten werden vernieuwd. De bovenliggende centrale hal, oplopende over drie bouwlagen en de attiek, wordt omringd door registers van hoge rondboogopeningen, galerijen met een ijzeren structuur en consoles, een vloer uit glasdallen en een smeedijzeren borstwering, en afgedekt door de ijzer-en-glaskap. De ondergrondse kofferzaal met smeedijzeren vleugeldeuren in de antichambre, wordt over twee niveaus omringd door kluisjes, ontsloten door een ijzeren galerij met borstwering. Directiekantoren, ontvangstsalons en raadzalen onderscheiden zich door marmeren schouwmantels, lambriseringen, parketten en stucplafonds.

  • NOV. 1908: Nos planches, L'Emulation 33.3, 18-19, plaat XIII-XX.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo

Datum tekst: 2017

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Meir

Meir (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.