Lagere Hoofdschool voor Jongens 2

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Antwerpen
Gemeente Antwerpen
Deelgemeente Antwerpen
Straat Prinsstraat
Locatie Prinsstraat 24, Antwerpen (Antwerpen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Antwerpen (actualisaties: 05-01-2006 - 05-01-2007).
  • Adrescontrole Antwerpen (adrescontroles: 23-07-2007 - 23-07-2007).
  • Inventarisatie Antwerpen (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1992).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Lagere Hoofdschool voor Jongens 2

Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019.

Beschrijving

Voormalig herenhuis met vier vleugels rond een binnenplaats, dat minstens uit het derde kwart van de 18de eeuw dateert, maar in kern mogelijk opklimt tot de 16de of 17de eeuw. In 1844 werd de voorbouw, destijds vijf traveeën breed en twee en een halve bouwlaag hoog, uitgebreid tot zeven traveeën, een ingreep waarvan ontwerper noch aannemer gekend zijn. Opdrachtgever was Louis Jean François Le Grelle-Dhanis (Antwerpen, 1817-Berchem, 1852), die in 1841 was gehuwd met Caroline Dhanis (Antwerpen, 1817-1887), dochter van de bankier Antoine Dhanis-van Cannart (Antwerpen, 1792-Antwerpen, 1855). Deze bloemenkweker en tuinbouwkundige bezat in de jaren 1840 de grootste bloemenkwekerij van België. Achteraan op het perceel werd in het derde of vierde kwart van de 19de eeuw een pittoreske paardenstal in neotraditionele stijl opgetrokken, met drie boxen in het interieur. Hiervan is het bouwdossier niet teruggevonden, bouwheer, ontwerper noch aannemer zijn gekend.

Na aankoop door de stad Antwerpen, onderging het hotel een ingrijpende verbouwing tot Lagere Hoofdschool voor Jongens 2. Dit type school met een driejarige leergang voor jongens en meisjes ouder dan 12 jaar gericht op een opleiding tot klerk, ontstond in 1897. De eerste Lagere Hoofdschool voor Jongens was gevestigd aan de Oudaan, de eerste Lagere Hoofdschool voor Meisjes in de Offerandestraat. Het grote leerlingenaantal noopte in 1904 tot de oprichting van twee nieuwe scholen, voor jongens in de Prinsstraat en voor meisjes in de De Vrièrestraat, in 1907 overgebracht naar de Oever. Stadsbouwmeester Alexis Van Mechelen tekende begin 1904 het ontwerp voor de verbouwing van het vroegere herenhuis in de Prinsstraat. De bouw begroot op drie maanden werd in juni van dat jaar voor een bedrag van 46.620 Belgische frank toegewezen aan de aannemer Victor Merckx-Verellen uit de Rodestraat. De belangrijkste ingrepen betroffen het globaal verhogen van het complex tot drie volwaardige bouwlagen, het wijzigen van de ordonnantie van de straatgevel van zeven tot tien traveeën, de de sloop van de galerij op de eerste verdieping van de westvleugel. De structurele aanpassingen van het bestaande interieur bleven volgens de bouwplannen beperkt tot het uitbreken van de halfronde traphal in de noordvleugel, het vergroten van meerdere lokalen, de installatie van nieuwe trappen en sanitair. Ook het overdekken van de binnenplaats met een ijzer- en glaskap maakte vermoedelijk deel uit van de verbouwingswerken, tenzij deze al van vroeger dateerde. De turnzaal vond een onderkomen in de paardenstal, die een bescheiden uitbreiding kreeg. In januari 1905 nam de school haar nieuwe lokalen in gebruik, en tot op vandaag is hier een stedelijke lagere school gehuisvest.

Voorbouw van tien traveeën en drie bouwlagen onder een schilddak (leien). Eenvoudige, bepleisterde en beschilderde lijstgevel met een plint uit blauwe hardsteen en een houten kroonlijst. Deze opstand is het resultaat van de uitbreiding van het 18de-eeuwse enkelhuis met koetspoort van vijf traveeën en twee en een halve bouwlaag tot acht traveeën in 1844, en de verhoging ven de tweede en derde bouwlaag met volledige wijziging van de traveeënindeling in 1904. Regelmatige registers van rechthoekige vensters met hardstenen lekdrempel. Van de oorspronkelijk opstand is enkel de rondboogpoort bewaard, gevat in een schouderboogomlijsting uit blauwe hardsteen in Lodewijk XV-stijl. Geprofileerd kwarthol beloop met neuten, imposten en rocaillesleutel, afgedekt met een geprofileerde, gebogen waterlijst op gestrekte uiteinden. Bewaarde houten vleugeldeur met een weelderige rocaille in S-vorm als makelaar van de blinde waaier. Binnenplaats met cementtegelvloer en gelijkaardige, bepleisterde en beschilderde opstanden, boven de tweede bouwlaag overkapt.

Volgens de bouwplannen uit 1904 biedt de gelijkvloerse verdieping ruimte aan de vestibule, drie klassen en twee traphallen in de noordvleugel (voorbouw), één klas en een derde traphal in de zuidvleugel, één klas en sanitair in de westvleugel, het directeurskantoor en de bibliotheek in de oostvleugel. De eerste verdieping omvat zes klassen, de tweede verdieping drie klassen, een teken- en werkklas.

De paardenstal vormt een paviljoen van vijf traveeën en één tot twee bouwlagen onder een zadeldak met dakkapellen, geflankeerd d, opgetrokken in baksteenbouw verwerkt met witte natuursteen en blauwe hardsteen. De opstand wordt links gemarkeerd door een polygonale traptoren met spits en smeedijzeren topstuk, en in de middenas door een driezijdige erker met flankerende kruiskozijnen.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1844#232, dossier MA#83005, plannen 697#3066-3074.

Bron: -

Auteurs: Braeken, Jo

Datum tekst: 2018

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Prinsstraat

Prinsstraat (Antwerpen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.