Groeningeabdij

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Kortrijk
Deelgemeente Kortrijk
Straat Groeningestraat
Locatie Groeningestraat 42, Kortrijk (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Kortrijk (adrescontroles: 28-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Kortrijk (geografische inventarisatie: 01-05-2000 - 31-07-2003).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Groeningeabdij, museum

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Groeningeabdij: dormitorium
gelegen te Groeningestraat 42 (Kortrijk)

Deze bescherming is geldig sinds 18-12-1979.

omvat de bescherming als monument Groeningeabdij: kapellen, muurkapellen, grafmonument, woonhuis, afsluiting, deel van de schuur
gelegen te Groeningestraat 42 (Kortrijk)

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-2003.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Sint-Elisabethbegijnhof: omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 21-08-2003.

Beschrijving

Beschermd als monument bij M.B. van 18.12.1975 en 21.08.2003.

Historische achtergrond

De abdij van Groeninge was achtereenvolgens op drie verschilende plaatsen gevestigd.

Groeninge I ontstond vermoedelijk voor 1236 op een grond in Marke, later bekend als het Goed te Rodenborch, daartoe geschonken door Johanna en Agnes van Rodenborch. Reeds in 1260 waren er plannen voor de overbrenging van het klooster naar een plaats ten oosten van Kortrijk.

Groeninge II ontstond in 1265-1267 en was vermoedelijk gevestigd in de nabijheid van de huidige Abdijkaai. Met de bouw van de gebastioneerde vesting vanaf 1577 diende de abdij te verdwijnen.

De nieuwe abdij, Groeninge III, werd opgetrokken binnen de vesting Kortrijk ten oosten van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Kanunnikpoort. Op 27 mei 1581 kreeg abdis Maria III Van der Eecke (1573-1583) van de overheid de volmacht om in de wijk Overbeke een aantal huizen en erven te kopen voor de bouw van een nieuw klooster. Tussen 1591 en 1665 werden een 20-tal eigendommen verworven, waarop de abdij werd opgetrokken. Het domein werd begrensd door de huidige Groeningestraat, de Houtmarkt, de Lange Brugstraat en het begijnhofpark.

1593: (15 maart) Eerste steenlegging van de kerk, de afwerking duurde tot 1595. Ze bleef tot 1797 in gebruik en werd circa 1804 gedeeltelijk gesloopt.

1594: Bouw van een bergschuur met aanpalend wagenhuis.

1597: Eerste steenlegging van het dormitorium, voltooid in 1598. Bouw van een paardenstal op het neerhof.

1599: Start van de bouw van het eerste Patershuis.

1600: Aan de zuidoostkant bouw van molen- en bakkershuis en aanpalend hiermee het huis voor het hoevepersoneel en de stallen.

1608: Bouw van een westelijke brouwerij met waterput en riool naar de stadsgracht.

1610-1613: Bouw van centraal kloosterpand en de oostelijke vleugel tussen de kapel en het dormitorium.

1612: Plaatsing van de grote poort tussen de kerk en het huis van de abdis.

1614: Bouw van een achterpoort naar het Bordeelstraatje, herstelwerken aan de grote schuur op het neerhof, dat met een houten omheining afgesloten werd.

Plaatsing van een pomp en een steenput in de nieuwe keuken van het convent.

1615: Bouw van de nieuwe infirmerie. Verlenging van de kerk met een westelijke aanbouw (door inneming van het westelijk portaal).

1622: Inwijding van twee vleugels van het kloosterpand en bijbehorende begraafplaats.

1627: Bouw van de (nog gedeeltelijk bestaande) sluitmuur van de Houtmarkt naar de stadsgracht, ter begrenzing van het neerhof en de grote tuin.

1646: Oprichting van een bergschuur met "schaliënhuis" en duiventil, ter vervanging van de afgebrande gebouwen (1 juli 1645); hiervan bleef de 34 m lange westgevel bewaard.

1687: Een nieuw kwartier op de voorplaats.

1766: Bouw van een tweede Patershuis, gesloopt in 1984.

1768: Plaatsing van een westmuur als perceelsgrens tussen de moestuin en het begijnhof.

1779: Oprichting van een noordelijk kerkportaal.

Aldus bestond Groeninge III tijdens het Ancien Régime uit een negental gedeelten. Het centrale complex behelsde de reguliere gebouwen. Rond een centrale binnenruimte met pand en grafveld bevonden zich vier vleugels die een gesloten geheel vormden. In het noorden, grenzend aan de Groeningestraat, bevond zich de oost-west gerichte kerk, met oostelijke sacristie en westelijke aanbouw (1615). De aanbouw bleef bewaard, van de kerk rest enkel de noordgevel, de rest werd gereconstrueerd bij de restauratie. De zuidzijde werd gevormd door het (gerestaureerde) dormitorium. Het geheel bestond uit een oostelijke keuken, drie grote zalen (refter, werkplaats koorzusters en kapittel) en een westelijk verblijf voor de priorin. Aan de westzijde bevond zich de infirmerie of ziekenzaal en het verblijf van de rustende zusters. De oostzijde omvatte de verblijven van de lekenzusters en een receptie. Op de hoek van de Houtmarkt en de Groeningestraat stond de woning en tuin van de geestelijke directeur, het zogenaame Patershuis. Het gebouw werd in 1984 gesloopt. Het derde deel, het abdissenkwartier was gelegen tussen het patershuis en de abdijkern.

Een neerhof tussen de Houtmarkt en het dormitorium zorgde voor de voedselvoorziening en de ambachtelijke productie. Het omvatte stallen, wagenhuis, grote bergschuur en de verblijven van de knechten en lekenpersoneel. Hiervan bleven enkel de zuidelijke sluitmuur en de westelijke gevel van de schuur behouden in het Begijnhofpark. Tussen het neerhof en het dormitorium was een ommuurde siertuin aangelegd. Het zesde deel was een grote boomgaard, gelegen tussen de ziekenzaal en de stadsgracht. Hij werd aan de noordzijde begrensd door het verblijf van de novicen, de blekerij, de graanzolder met droogast, de mestvaalt en de brouwerij.

De kern van het huidige Begijnhofpark wordt gevormd door de grote tuin van de abdij. Van dit zevende element bleef aan de zuidzijde de bakstenen omheiningsmuur met verweerd witstenen opschrift bewaard. Tussen de grote tuin en de Lange Brugstraat lag de besloten tuin van de abdis. Ten westen lag een buitentuin tot tegen de stadsgracht.

Na twee eeuwen van bloei kwam er een eind aan Groeninge III. De moeilijkheden begonnen in 1791 toen men er wapens en munitie opsloeg van het regiment de Ligne en eindigden met de verdrijving van zusters op 15 februari 1797 uit het klooster. Het voormalige abdijterrein werd verkaveld, in loten verkocht en de meeste gebouwen werden ontmanteld of gesloopt. De kerk werd circa 1804 gesloopt, enkel de westelijke aanbouw van 1615 bleef bewaard en werd ingericht als werkplaats. In het zuidelijk deel van het abdissenkwartier werd de mechanische weverij van F. Catteaux-Gauquié ondergebracht. Het enige gebouw dat ongeschonden bleef was het Patershuis van 1766. Het werd bewoond door industrieel Emile Catteaux. In 1849 komt het dormitorium, in het kadaster vermeld als een katoenspinnerij, in eigendom van de fabrikant broeder Marnell die het herinricht als magazijn. In het vroegere abdissenkwartier komt de mechanische weverij Catteaux, in 1899 werd het eigendom van groothandel in voedingswaren Verwee. Na de stichting van de nieuwe kloostergemeenschap van de Zusters Arme Klaren-Coletienen namen zij op 13 juli 1842 hun intrek in een huis op de hoek van de Recolettenstraat en de Overleiestraat. Op 5 mei kwamen ze in het bezit van een pand gelegen aan de Groeningestraat 42, met tuin, uitgevend op de Houtmarkt. Ze slaagden er in hun bezittingen uit te breiden tot hun klooster zich uitstrekte tot de kern van de voormalige Groeningeabdij, welke een deel van de kerk van 1593, de aanbouw van 1615, het gesloopte pand van 1600-1613, het omgebouwde dormitorium van 1597 en het grotendeels verdwenen neerhof omvatte. De vestiging van dit nieuwe klooster (1845-1978) betekende ingrijpende veranderingen aan het complex. De abdijkerk werd vervangen door een kerkpleintje met spreekplaats, keuken en ziekenkamer op de plaats van het verdwenen oostkoor, in de aanbouw van 1615 werd een magazijn en washuis ondergebracht. Tussen de vroegere kerk en het dormitorium verrees aan de westzijde van het gesloopte pand een eenbeukige kerk met aanpalend koor in het zuiden en een oratorium in het westen. Het gebouw, daterend uit 1850 (volgens mutatieschetsen van 1852) werd in 1918 door bominslagen beschadigd en in 1919 hersteld. De restanten van het pand werden gesloopt voor een binnenkoer met sacristie, een viertal spreekplaatsen en de ingang van het slot. Tussen de ingang en het dormitorium kwam een tweede koer met wandelgang tot stand. Aldus bleef enkel het zuidelijke dormitorium bewaard en de noordwestelijke aanbouw van de abdijkerk.

In 1978 moest de gemeenschap het klooster in het kader van een stadskernvernieuwing verlaten. In 1984 kocht de stad de overblijvende gebouwen aan om ze te restaureren onder leiding van architect E.J. De Meyere en er een museum in onder te brengen. De werken waren voltooid in 1992.

Beschrijving

Ten noorden, aan de straatzijde, georiënteerde eenbeukige en deels gereconstrueerde kapel op rechthoekig grondplan met driezijdige apsis onder zadeldak (leien). Baksteenbouw op natuurstenen plint. Straatgevel van acht traveeën met sporen van gedichte vensters, boven natuurstenen waterlijst rondboogvensters in geprofileerde omlijsting op afzaat. Korfboogdeur onder geprofileerde waterlijst met gestrekte uiteinden, twee muurplaten met opschrift: KERKGEVEL VAN DE VROEGERE GROENINGHE ABDIJ 1393-1797 EN HIER GEBEURDE IN DE "LANGE WEKE" 1643 O.H. HEMELVAART TOT ZINXEN EEN KERKELIJK ERKEND WONDER ROND HET MIRALULEUS BEELD VAN O.L.VROUW VAN GROENINGHE. De voormalige kapel werd deels gereconstrueerd en omvat een hedendaagse binnenstructuur.

Ten zuiden voormalig dormitorium, zijnde oost-west gerichte vleugel van anderhalve bouwlaag en dertien traveeën onder zadeldak (Vlaamse pannen) aan de oostzijde afgewolfd. Verankerde bakstenen zuidgevel op arduinen plint (met restanten Doornikse steen), horizontaal geleed door natuurstenen waterlijst en dakgoot op consoles. Rechthoekige benedenvensters en deur naar 16de-eeuws model in geprofileerde bakstenen steekboogomlijsting op afzaat, rechts blinde travee waarin heden trappenhuis (na 1918). Geprofileerde steekbogige bovenvensters. Westelijke tuitgevel met aandak op arduinen plint (met restanten van Doornikse steen). Rechthoekige benedenvensters naar 16de-eeuws model in geprofileerde bakstenen steekboogomlijsting op afzaat. Boven natuurstenen waterlijst rechthoekig bovenvenster naar 16de-eeuws model met steekboogomlijsting en zes kleinere steekboogvensters met luiken. Gevel opgesmukt met vlechtingen en metseltekens: onderaan onder meer hartvorm, bovenaan jaartal 1597 en kruis op driezijdige voet. Ten westen restant muur. Oostgevel (na 1918) van twee bouwlagen (voorheen drie) en twee traveeën (voorheen drie). Noordgevel met sporen van gedichte vensters en steekbogen, boven witte natuurstenen waterlijst zes kleinere steekboogvensters.

Op de benedenverdieping voorheen van west naar oost verblijf van priorin, kapittelzaal, dagverblijf van koorzusters, refter, keuken. Indeling nu verdwenen door museumfunctie. Oostelijke travee met bewaarde rococotrap. Op bovenverdieping voorheen dormitorium. Behouden roostering.

Ten westen kapel van de zusters Arme Klaren uit de 19de eeuw. Volume van twee bouwlagen onder zadeldak (leien). Oostgevel vertoont sporen van gedichte vensters en vier rondboogvensters ter hoogte van het schip van de vroegere kapel.

Ten westen in tuin westgevel van abdijschuur (1645, ter vervanging van afgebrande schuur van 1600). Dwarsschuur met drie korfbogige muuropeningen.

Ernaast ligt de woning van het hoevepersoneel van 1600. De westgevel van de woning valt samen met het nog bestaande deel van de vroegere oostmuur van de schuur. De oostgevel van de woning (Houtmarkt) werd in een latere periode gewijzigd, mogelijk onder de Arme Klaren. De westgevel is een tuitgevel met vlechtingen (gerestaureerd in 1999). Ook het pannen dak (zadeldak met schild ter hoogte van de Houtmarkt) werd in 1999 gerestaureerd. In de verankerde noordgevel zijn sporen van vroegere muuropeningen in Balegemse steen (lateien en negblokken). Typerende aflijning onder het dak. Behouden moerbalken en gerestaureerd dakspant. Onder de Arme Klaren werd dit pand als washuis gebruikt.

Afsluitingsmuur van het neerhof ter hoogte van de Houtmarkt. Ten tijde van Sanderus was er ter hoogte van de Houtmarkt een poort in de muur. Ten tijde van de Groeningeabdij waren tegen de noordzijde stallingen tegen de muur aangebouwd. De muur werd na het vertrek van de zusters Coletienen verlaagd. De muur vertoont talrijke bouwsporen en is aan de zijde van de Houtmarkt gecementeerd met schijnvoegen, imitatiebanden en panelen. De twee poortpijlers zijn beschadigd.

Ten zuiden in tuin grafmonument van de zusters Arme Klaren. Bakstenen constructie uitgewerkt als grafheuvel. Ten noorden ingang, ten zuiden staande neogotische grafsteen met de namen der overleden zusters Coletienen. Ten oosten en ten westen aan weerszijde van de ingang trap afgebakend door middel van stenen paaltjes. Boven de deur plantenbak en ter hoogte van de met aarde bedekte heuvel stenen sokkels, met sporen van vroegere verankering, vermoedelijk van beelden.

Zeven muurkapellen van gesinterde baksteen. Voorheen waren de kapelletjes voorzien van een beglaasd deurtje met kleine roedeverdeling.

In het begijnhofpark bevindt zich nog een kapelletje met opschrift: "alles tot meerdere eer en glorie van God, 13 mei 1935". Rode baksteenbouw onder leien zadeldak. Rechthoekige plattegrond. Rondboog met steekbogige deuropening. In zijgevels in oorsprong rondboogvenster.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen te Brugge, mutatieschetsen nr. 207 (1849/schets 169, 1852/schets 28, 1864/schets 221, 1872/schets 66, 1877/schets 61, 1900/schets 78, 1902/schets 208, 1943/schets 28); legger nr. 212 (nrs. 619, 382, 4157, 8937).
  • DE MEYERE E.J., Onuitgegeven geschiedkundig overzicht van de Groeningeabdij, maart 2002.
  • DESPRIET P., De Kortrijkse Groeningeabdij. Een archeologische en historische studie, in Handelingen van de Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk, Nieuwe Reeks, LIX (1993).
  • DESPRIET P., 2000 jaar Kortrijk, Kortrijk, 1990, 180-186.
  • VAN HOONACKER E., Duizend Kortrijkse straten, Kortrijk, 1986, p. 153-156, 199-200.
  • STAD KORTRIJK, DIENST PATRIMONIUM, restauratie groeninge abdij, dormitorium.

Bron: WVL5

Auteurs: De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie & Metdepenninghen, Catheline

Datum tekst: 2003

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Groeningestraat

Groeningestraat (Kortrijk)

maakt deel uit van Sint-Elisabethbegijnhof en omgeving

Begijnhofpark, Begijnhofstraat, Groeningestraat, Guido Gezellestraat, Guldenbergplantsoen, Lange-Brugstraat...

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.