erfgoedobject

Jongensweeshuis

bouwkundig element
ID: 6754   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6754

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Jongensweeshuis
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Voormalig Jongensweeshuis in neo-Vlaamserenaissance-stijl naar een ontwerp door de architecten Léonard en Henri Blomme uit 1876, gebouwd in opdracht van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen in 1879-1883.

Historiek en context

De oprichting van het Jongensweeshuis, dat het 16de-eeuwse Knechtjeshuis aan de Paardenmarkt moest vervangen, kaderde in de vernieuwing van de liefdadigheidsinfrastructuur van de stad Antwerpen. Het Liberale stadsbestuur gaf hiertoe de aanzet tijdens de eerste ambtsperiode van Leopold de Wael (1823-1892), burgemeester van 1872 tot 1892. Met dit doel werden in 1875 door het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen gelijktijdig drie architectuurwedstrijden uitgeschreven, voor het Jongensweeshuis in de Durletstraat, het Meisjesweeshuis in de Albert Grisarstraat, en het tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoeste Ouderlingenhuis in de Lange Lozanastraat. Voor het Jongensweeshuis ging het wedstrijdprogramma uit van een instelling voor 300 weeskinderen met twee afdelingen van gelijke omvang, elk voor 150 jongens respectievelijk jonger en ouder dan 12 jaar. Een maximumbudget werd niet vooropgesteld, aangezien het aantal lokalen reeds vastlag, en "par le motif qu'elle ne demande que des constructions simples, en excluant, autant que possible, les matériaux de luxe." Uit de dertien inzendingen voor het Jongensweeshuis bekroonde de jury in 1876 het project van Léonard en Henri Blomme. Ernest Dieltiëns, die de wedstrijden won voor het Meisjesweeshuis en het Ouderlingenhuis, behaalde de tweede prijs. De gebroeders Blomme behaalden dan weer de tweede prijs in de wedstrijd voor het Meisjesweeshuis. De bouw van het Jongensweeshuis werd bij openbare aanbesteding in oktober 1879 voor een bedrag van 524.500 Belgische frank toegewezen aan de aannemer Jean Joseph Buisseret. De inhuldiging vond plaats op 26 maart 1883, een jaar na het Meisjesweeshuis. In deze periode kwamen ook het Ouderlingentehuis en het Stuivenbergziekenhuis door Frans Baeckelmans, Jules Bilmeyer en Jozef Van Riel in de Lange Beeldekensstraat tot stand, en in 1879 organiseerde het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen nog een architectuurwedstrijd voor een Krankzinnigengesticht.

Het project van het Jongensweeshuis omvatte een achterliggende lagere school voor 720 leerlingen met onderwijzerswoning, en de centrale bakkerij van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen. Deze laatste vormde één geheel met het badhuis van de instelling, en werd ingeplant achter de hoofdgebouwen, met een doorgang naar de Ballaarstraat. Voor de school ontwierpen de gebroeders Blomme een U-vormig complex met twaalf klassen, dat echter nooit werd gebouwd. Het grensde met de hoofdvleugel aan een ruime voortuin die uitgaf op de Ballaarstraat, en waarin centraal de vrijstaande onderwijzerswoning was ingeplant. De klassenvleugels omringden aan drie zijden de speelplaats, die werd afgesloten door een gemeenschappelijke turnzaal voor school en weeshuis. Op een gedeelte van de terreinen die voor de school voorzien waren, werd in 1937 het complex bejaardenwoningen van “Onze Woning” opgericht. Het gebouwencomplex van het Jongensweeshuis, dat sinds midden jaren 1930 ook de Middelbare Handelsschool voor Meisjes huisvestte, liep aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zware schade op door inslagen van vliegende bommen. Vermoedelijk gingen daarbij de zuidvleugel van de grote binnenplaats, de zuidwestelijke dwarsvleugel en de turnzaal volledig verloren. In 1953 ruilde de Commissie van Openbare Onderstand het vroegere Jongensweeshuis met twee eigendommen van de stad Antwerpen, gelegen in de Lamorinièrestraat en op de Oever. Vervolgens onderging het complex in 1959-1965 een grondige renovatie naar ontwerp van stadsbouwmeester Ferdinand Peeters. Daarbij werden het monumentale gevelfront en de gevels rond de grote binnenplaats gerestaureerd, maar de drie overblijvende dwarsvleugels en de achtergevels is eigentijdse stijl gerenoveerd of heropgebouwd. Het complex huisvestte sindsdien het Stedelijk Hoger Instituut voor Handel en Administratie, meer recent het Centrum voor Volwassenenonderwijs en sinds september 2016 het Stedelijk Lyceum Durlet.

Het Jongensweeshuis behoort tot het vroegste gemeenschappelijke oeuvre van de gebroeders Blomme, die tussen 1876 en 1906 voor tal van bouwprojecten samenwerkten. Daarnaast voerden beiden ook in eigen naam belangrijke architectuuropdrachten uit, en bekleedde Léonard Blomme van 1869 tot 1899 het ambt van provinciaal architect voor het arrondissement Mechelen. Tot hun belangrijkste gezamenlijke realisaties, consequent ontworpen in neo-Vlaamserenaissance-stijl, behoren behalve het Jongensweeshuis, het Gemeentehuis van Borgerhout uit 1886-1889, en tijdens de jaren 1890 een reeks vastgoedprojecten voor de Naamlooze Maatschappij voor het Bouwen van Burgershuizen in de wijk Zurenborg. Over het ontwerp bericht L'Emulation in 1876: "La façade composée par Messieurs Blomme est sans contredit la meilleure au point de vue esthétique; c'est bien là un orphelinat et cette façade revêt comme un caractère de calme et de simplicité, le vrai caractère, le seul que doivent avoir des édifices de ce genre."

Architectuur

De inplanting van het Jongensweeshuis bestond oorspronkelijk uit een cluster van drie U-vormige gebouwencomplexen, ingeplant aan drie zijden van een grote, rechthoekige binnenplaats. Deze laatste werd aan de oostzijde afgesloten door het hoofdgebouw, zijde Durletstraat geflankeerd door twee voortuinen. Tegen de lange noord- en zuidvleugel van de grote binnenplaats leunden telkens twee parallelle dwarsvleugels aan die de speelplaatsen van de twee afdelingen van het weeshuis begrensden. De westzijde van de grote binnenplaats werd ingenomen door de keuken-, atelier- en infirmerievleugels, die een tweede binnenplaats vormden afgesloten door de turnzaal. Volgens de oorspronkelijke plannen sloot de school hier op aan, doorlopend tot de Ballaarstraat. De L-vormige vleugel van badhuis en bakkerij waren ten noorden van het complex ingeplant, bij de infirmerietuin; een moestuin grensde aan de zuidzijde. Deze configuratie is tot op heden bewaard, met uitzondering van de zuidwestelijke dwarsvleugel, de turnzaal, het badhuis en de bakkerij. Gemiddeld omvat het gebouwencomplex twee bouwlagen onder schild- en zadeldaken, met een bijkomende verdieping voor de risalieten van het hoofdgebouw.

Oorspronkelijk bood de plattegrond van het hoofdgebouw aan de oostzijde van de grote binnenplaats over de verschillende verdiepingen onder meer ruimte aan de centrale inkomhal met portiersloge en kantoren, de muziekzaal, de woningen van de directeur en de adjunct-directeur. Beide U-vormige afdelingen van het weeshuis aan de noord- en zuidzijde van de grote binnenplaats, huisvestten gelijkvloers de refters, de speelzaal (jonger dan 12) respectievelijk studiezalen (ouder dan 12) met bijhorende kleedkamers en wasplaatsen, en op de verdieping vier slaapzalen van vijftig bedden met bijhorend sanitair. De U-vormige keukenvleugel die gelijkvloers behalve de keuken werkplaatsen voor schoen- en kleermakerij, en de twee ziekenzalen van de infirmerie groepeerde, bood op de verdieping onderdak aan twee overige slaapzalen met bijhorend sanitair. Het gehele complex werd wat de circulatie betrof ontsloten door omlopende, gesuperposeerde galerijen aan vier zijden van de grote binnenplaats, met centraal in de lange vleugels de twee grote traphallen.

De constructie is opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk in kruisverband met smeedijzeren sierankers, overvloedig gebruik van witte natuursteen voor speklagen , kozijnen, waterlijsten, hoekkettingen, sluit- en kraagstenen, diamantkoppen, balustrades, topstukken, medaillons en deuromlijstingen, blauwe hardsteen voor de plint en leien als dakbedekking.

Het monumentale gevelfront van vijftien traveeën aan de Durletstraat, beantwoordt aan een volkomen symmetrische compositie, gemarkeerd door twee sterk geprononceerde zijrisalieten en een rijk uitgewerkt centraal ingangsrisaliet gedateerd "Anno 1880" in cartouches. Deze zijn elk drie traveeën breed en worden bekroond door halsgevels met flankerende voluten en een frontonbekroning. Het ingangsrisaliet onderscheidt zich verder door het korfboogportaal in een zware neorenaissance-omlijsting met wortelmotief, diamantkoppen en entablement, onder een ovaal bovenlicht in omlijsting met voluten en gebogen fronton. Erboven gekoppelde kruisvensters met balustraden, op de hoofdverdieping eveneens in een typische omlijsting met bas-reliëf. De zijrisalieten vertonen een gelijkaardige opbouw met het accent op de middenas, zij het eenvoudiger van uitwerking. Voorts regelmatige opstand met registers van overwegend kruiskozijnen afgewisseld met enkele kloosterkozijnen, doorgetrokken lekdrempels, een rond- en korfboogfries en een diamantkopfries in dambordpatroon onder de puilijst, steigergaten en getrapte dakvensters. Twee polygonale traptorens met leien spits en getrapte dakvenster accentueren beide zijgevels die aan de voortuinen grenzen.

De gevels rond de grote binnenplaats beantwoordden oorspronkelijk eveneens aan een symmetrisch opzet, waarbij zowel de hoofdvleugel als de langsvleugels werden gemarkeerd door brede ingangsrisalieten met een in- en uitgezwenkte geveltop. De zuidvleugel is in de naoorlogse periode vervangen door een open arcade onder zadeldak. Verder bestaan de opstanden uit gesloten korfboogarcaden op de begane grond, een register van kruiskozijnen op de verdieping, en getrapte dakvensters. Een vierkante traptoren met spits accentueert de soberder uitgewerkte keukenvleugel.

  • ALLARD E. 1876: Administration des Hospices civils d'Anvers. Concours. Exposition des projets d'Orphelinats de Garçons et de Filles, et d'Hospice de Vieillards, L’Emulation, 2.8, kolom 61-63 en 2.9 kolom 77-78.
  • GEUDENS E. 1895: Het Antwerpsch Knechtjeshuis sedert zijn voorhistorisch tijdperk tot op onze dagen, Antwerpen, 312-326.
  • S.N. 1875: Administration des Hospices Civils d'Anvers. Programme de concours pour l'érection de deux orphelinats et d'un hospice de vieillards, L'Emulation 2.2, kolom 17-18.
  • S.N. 1886: L’orphelinat de garçons, à Anvers, L'Emulation, 11.5, kolom 77-79, plaat 13 tot 19.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Jongensweeshuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/6754 (Geraadpleegd op 19-08-2019)