erfgoedobject

Architectenwoning Michel De Braey

bouwkundig element
ID: 7660   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7660

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voornaam burgerhuis in neorégencestijl, als architectenwoning gebouwd door Michel De Braey, naar een ontwerp uit 1905. Voor zover bekend was dit de eerste voor eigen rekening gebouwde praktijkwoning van De Braey, die toen op veertigjarige leeftijd op het hoogtepunt van zijn loopbaan stond. De architect zou het huis, dat in 1909 lovend werd besproken in het tijdschrift L’Émulation, amper een vijftal jaar bewonen. Al in 1911 liet De Braey in de nabijgelegen Markgravelei immers een grotere woning in dezelfde stijl optrekken, waar hij vanaf 1912 met zijn kantoor gevestigd was. Actief vanaf eind jaren 1880, maakte de architect omstreeks de eeuwwisseling naam met prestigieuze hotels in diverse neostijlen of landhuizen in cottagestijl. Tot de belangrijkste werken uit deze rijpe fase van zijn loopbaan behoren de neogotische Anglicaanse kerk Sint-Bonifacius in de Grétrystraat en het in neorenaissancestijl ontworpen Gemeentehuis van Wijnegem. Na de Eerste Wereldoorlog was De Braey nog een vijftal jaar geassocieerd met zijn zoon Jan, alvorens omstreeks 1925 een punt achter zijn carrière te zetten.

Met een gevelbreedte van drie ongelijke traveeën, omvat de rijwoning een souterrain en twee bouwlagen onder een mansardedak (leien). De lijstgevel met een verzorgd parement uit natuursteen, is vrij geïnspireerd op het model van het 18de-eeuwse Parijse hotel. In het oeuvre van De Braey is het ontwerp een vroeg voorbeeld van de neorégencestijl, die zijn residentiële stadsarchitectuur vanaf 1910 zou kenmerken. Vergelijkbare voorbeelden zijn de vermelde tweede eigen woning, en de hotels Lehmann, Fribourg en Herman die hij kort na elkaar in hetzelfde bouwblok aan de Jan Van Rijswijcklaan realiseerde. Voor het aanpalende hotel Van Engelen, paste de architect in 1906 nog een neotraditioneel idioom toe.

Het gevelfront wordt horizontaal opgedeeld in een pui en een bovenbouw, en afgewerkt door een klassiek hoofdgestel. De asymmetrische compositie met een centraal inkomportaal, beantwoordt aan de ruimtelijke indeling van het interieur. Een houten bow-window en een balkon leggen de klemtoon op de hoofdvertrekken in de brede zijtravee, die decoratief wordt bekroond door een tweeledige dakkapel, met een oeil-de-boeuf in het fraai bewerkte topstuk. Verder vertoont de gevel een regelmatige ordonnantie met steekboogvensters, achtereenvolgens in vlakke en geprofileerde omlijsting met waterlijst, op de bel-etage geaccentueerd door cartouchesleutels. Opvallend voor het neorégencedecor zijn de schelpornamenten en het patroon van de smeedijzeren borstweringen, daar waar het schouderboogportaal met middenkalf en waaier teruggaat op lokale rococovoorbeelden. Het houten schrijnwerk van de deur, de vensters met typische roedeverdeling, en de dakkapellen bleef behouden, evenals het smeedijzeren voortuinhek; de garage in het souterrain is een latere verbouwing.

De L-vormige plattegrond vertoont de typologische kenmerken van een woning voor de vermogende burgerij, met een duidelijke opdeling in ontvangst- en privé-vertrekken, praktijkruimten en dienstlokalen. De vestibule leidt vanaf de straat naar de grote traphal met bovenlicht, die de centrale ruimte vormt van het hotel. Volgens de bouwplannen biedt de begane grond ruimte aan een doorlopende suite van salon, eetkamer, veranda en overdekt terras over de volledige diepte van de woning, en verder een spreekkamer en een office. Op de bovenverdieping bevinden zich drie slaapkamers, waarvan de grootste met terras, en de badkamer. Opmerkelijk is de inplanting van het architectenbureau, dat over twee niveaus de afgeschuinde achterbouw inneemt, ruim verlicht en bereikbaar via de diensttrap. De keuken, een naaikamer en het washuis bevinden zich in het souterrain, de meidenkamers op de mansarde. In het interieur valt vooral de houten staatsietrap op, met een neorococo-trappaal.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1905#2026.
  • MOENAERT, R. 1909: Nos planches, L’Émulation 34.11, 87, LXVI-LXVII.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2012


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Architectenwoning Michel De Braey [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7660 (Geraadpleegd op 08-04-2020)