erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Ursula met kerkhofmuur

bouwkundig element
ID: 80783   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80783

Juridische gevolgen

Beschrijving

De Sint-Ursulakerk is de laat- en neogotische kerk van Kleine Brogel. De kerk is omringd door een ommuurd kerkhof.

Historiek

De parochie van Kleine Brogel werd omstreeks 800 opgericht onder het patronaat van de abdij van Aldeneik. Toen in 1570 het kapittel van Aldeneik naar Maaseik werd overgeheveld, werd Kleine Brogel hiervan afhankelijk.

De kerk van Kleine Brogel wordt een eerste maal vermeld in een oorkonde van 1222. Daarin stond geschreven dat het bedehuis jaarlijks een zilverlinge te betalen had aan de abdij van Sint-Truiden.

In de 15de eeuw werd in de parochie een nieuwe kerk gebouwd, waarvan de mergelstenen toren geïncorporeerd is in de huidige kerk. De kerk uit de 15de eeuw had twee altaren, waarvan er één gewijd was aan de Onze-Lieve-Vrouw en geen beneficie was, terwijl de andere gewijd was aan de heiligen Nicolaas en Catharina en wel een stichting was.

In 1646 meldt een verslag van de aartsdiaken de ruïneuze toestand van het schip. In 1663 vond er mogelijk een herstelling van het kerkgebouw plaats. Bij het bezoek van de aartsdiaken in 1688 werden de gemeentenaren herinnerd aan hun tekortkomingen in verband met het kerkhof, dat open lag als een marktplein, en kregen ze het bevel mee voor een omheining te zorgen. Na 1726 vond de bouw van een sacristie plaats. In 1782 werd de toren hersteld, alsook van het portaal en de doopkapel. In 1846 werd een nieuwe kerkhofmuur gebouwd door Mathias Stienissen.

In 1904 zette pastoor J. Vencken (1865-1933) zich in voor de bouw van een nieuwe kerk en deed hiervoor een beroep op de tussenkomst van J. Helleputte (1852-1926). De bouwmeesters H. Martens en V. Lenertz wezen op de noodzaak van een nieuwe kerk met behoud van de 15de-eeuwse toren, die zij hoger wilden optrekken. Provinciaal architect Jaminé adviseerde daarentegen de bestaande kerk te behouden en te vergroten, maar hij kreeg geen steun. Jaminé klaagde tevens de slopingsdrang aan en de modetrent van nieuwbouw : "Et devant cet argument tout, archéologie, histoire locale, souvenirs de la paroisse, intéret de la science, preuve indéniable et souvent unique de l'antiquité et de la continuité du culte dans une paroisse, tout autre argument doit disparaitre... " De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen bracht een plaatsbezoek en keurde het nieuwe project goed, anderzijds gaf zij de opdracht de oude kerk in plan te brengen met de overweging dat: “rien ne l'empêchera de la reproduire dans une autre localité peu importante lorsque le cas se prédentera...

De bouwwerken van de kerk startten in november 1907 en werden uitgevoerd door J.H. Hanssen uit Neerpelt en waren in juni 1908 voltooid. Bij de verhoging van de toren werden de oorspronkelijke geledingen en muuropeningen gewijzigd en aangepast aan de neogotische stijl. Er werd ook een torenuurwerk geplaatst door de firma E. Michiels-Moermans en Zonen uit Mechelen. Op 22 september 1908 werd de parochiekerk ingewijd door monseigneur Rutten, bisschop van Luik. Op 27 september werd het nieuwe orgel, gebouwd door P.J. Vermeulen en Zonen uit Weert, ingewijd.

In 1957 werden herstellingen uitgevoerd aan het dak en de toren door architect P. Ceelen uit Helchteren en de aannemers De Niel uit Neerpelt en Dijkmans uit Hamont. In 1990 werd de toren hersteld door architect Stevens uit Kuringen en aannemer Vlaminck.

Ten noorden van de kerk bevindt zich de pastorie. De pastorie werd gebouwd naar ontwerp van H. Martens in 1895. Martens had reeds eerder een ontwerp voor een pastorie getekend, maar dit werd niet uitgevoerd. Hij gebruikte dit ontwerp later voor de bouw van zijn eigen woning in Stevoort. De vroegere pastorie was gebouwd in 1776 in de Zavelstraat en werd gesloopt in 1966.

De Sint-Ursulakerk wordt omgeven door een kerkhof met kerkhofmuur. In 1996 werd de kerkhofmuur hersteld en werd de ruimte rond de kerk aangelegd. In 1999 werd het kerkhof zelf heringericht door Marc Claessen en Gaby Van Dyck, van een ontwerpbureau voor buiteninrichting uit Wijchmaal.

Beschrijving

Exterieur van de kerk

De Sint-Ursulakerk is een neogotische kruisbasilica, in 1907-1908 door V. Lenertz en H. Martens aangebouwd tegen de 15de-eeuwse toren, de enige restant van de vorige kerk, die gesloopt werd. De kerk is opgetrokken in mergel op een basement van Maaslandse kalksteen en is zo geconcipieerd dat de toren de aanzet vormt van de west- en de zuidgevel. De kerk heeft een driebeukig schip van vijf traveeën, een transept en een rechthoekig koor met polygonale absis, geflankeerd door twee polygonale zijkoren. De eerste travee van de noordelijke zijbeuk is uitgebouwd tot polygonale doopkapel. De zuidelijke zijbeuk heeft, door zijn aansluiting op de toren, slechts vier traveeën. Aan de zuidwesthoek van het zuidelijke zijkoor werd een ronde traptoren toegevoegd. De sacristie ligt niet aangebouwd tegen het koor, maar is door middel van een overbouwde doorgang verbonden met het zuidelijke zijkoor. De dakbedekking bestaat uit leien van Herbeumont.

De toren

De toren van de kerk had oorspronkelijk drie geledingen, maar werd door Martens en Lenertz verhoogd. Ook werden de geledingen en de muuropeningen gewijzigd. De eerste geleding heeft een sokkel in Maaslandse kalksteen. In de zuidgevel werd een portaal aangebracht. De houten toegangsdeur is gevat in een segmentboog onder een spitsboog. Op een hoogte van acht meter zijn twee smalle rechthoekige vensters aangebracht. In de westgevel staan twee analoge vensters met daaronder een lancetvenster. De tweede geleding heeft aan de zuid- en de westgevel centraal een lancetvenster. De derde geleding is aan vier zijden versierd met een spitsboog waarbinnen twee lancetvormige galmgaten en een uurwerkplaat op de oost-, zuid- en westgevel. De toren is afgedekt met een octogonale spits.

De westgevel

De westgevel heeft een centraal portaal, gevat in een spitsboog, waarboven zich een groot vijflichtvenster met maaswerk bevindt. In de puntgevel onder het zadeldak van de middenbeuk zijn vier vensters uitgewerkt. Links van het portaal werd een zeshoekige traptoren met lichtspleten toegevoegd. Uiterst links bevindt zich de westgevel van de zijbeuk. Deze is opengewerkt met een lancetvenster en wordt afgesloten met een steunbeer.

De noordgevel en de zuidgevel

Beide gevels hebben twee geledingen. De traveeën, gescheiden door steunberen, zijn voorzien van een lancetvenster. De vensters in de lichtbeuk zijn in twee verdeeld en hebben bovenaan een cirkel met vierpas. De transeptgevels worden bepaald door een groot spitsboogvenster. De puntgevel van het zadeldak is versierd met muurankers en centraal een smal rechthoekig venster en spitsboogvormige nis. Aan de zuidzijde werd, tussen de transeptarm en het zijkoor, een ronde traptoren met kegelvormig dak toegevoegd. Aan de eerste travee van de noordgevel werd een driezijdige doopkapel met spitsvensters aangebouwd. De sacristie, onder zadeldak, ligt aan de zuidzijde en is met de kerk verbonden door een gang. Deze wordt verlicht door twee biforae aan de zuidkant.

De oostgevel

De driezijdige koorsluiting met steunberen heeft drie grote lancetvensters, waaronder een doorlopende waterlijst. De zijkoren hebben drie muurvlakken, gescheiden door steunberen en een centraal lancetvenster.

Interieur van de kerk

De tweeledige opstand, in mergel, wordt gevormd door een arcade en een lichtbeuk. Het onderste gedeelte van de lancetvensters in de lichtbeuk is gesloten en omgevormd tot een bifore blindnis. De scheibogen steunen op zuilen met knopkapiteel in blauwe hardsteen. De traveeën zijn aangegeven door gordelbogen tussen kruisribgewelven. De ribben steunen op schalken met consoles met bladversiering. De gewelven zijn bepleisterd en beschilderd met decoratief rankwerk. Het straalgewelf boven het koor kreeg een extra figuratieve versiering met de voorstelling van de drie goddelijke deugden. De oorspronkelijke vloer, ontworpen door Martens en Lenertz, is nog aanwezig en ligt volgens een kleurrijk, geometrisch patroon van witte, zwarte, blauwe en rode tegels.

De inrichting en het mobilair van het kerkinterieur vertoont een zeer homogeen, neogotisch ensemble:

Glasramen: uitgevoerd en gesigneerd door het atelier A. Stalins in 1908. De thema’s zijn: de zeven smarten van Maria, Ons-Heer-Hemelvaart, het Pinksterwonder, de majestas Domini en een aantal heiligen;

Neogotisch hoofdaltaar bestaande uit een marmeren altaartafel met retabel in verguld koper met voorstelling van het offer van Abraham en van Melchisedech; Neogotische orgelkast, ontworpen door V. Lenertz; Neogotische communiebank in witte kalksteen, ontworpen door V. Lenertz; Neogotische en 18de-eeuwse biechtstoel; Neogotische kerkstoelen; Neogotische preekstoel (gedemonteerd); Sacristiekast, 18de eeuw; Doopvont, gedateerd 1618;

Beelden: Heilige Barbara, begin 16de eeuw (Jan van Steffeswert ?), Heilige Odilia, einde 16de eeuw, gepolychromeerd hout, Heilige Catharina, einde 16de eeuw, gepolychromeerd hout, twee evangelisten, 16de eeuw, hout, Heilige Antonius abt, 17de eeuw, gepolychromeerd hout, Heilige Ursula, 17de eeuw, gepolychromeerd hout, Calvariegroep, begin 17de eeuw en verscheidene neogotische, gepolychromeerde houten beelden;

Schilderijen: twee schilderijen op paneel met buste van Christus en van Maria, toegeschreven aan Otto Venius, tweede helft 16de eeuw en een Kruisweg van Lecrenier uit Luik, 1881;

Grafmonumenten: twee hardstenen grafkruisen, één van Gysbertus Vliegen (1752) en één van Jacobus Moone (1778).

De kerkhofmuur

De kerkhofmuur is opgetrokken uit baksteen.


Bron     : -
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2009


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Ursula met kerkhofmuur [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80783 (Geraadpleegd op 24-10-2019)