Persoon

De Bruyne, Pieter

ID: 10066   URI: https://id.erfgoed.net/personen/10066

Beschrijving

Pieter De Bruyne (1931-1987) wordt geboren in Aalst, als zoon van meubelmaker Emiel De Bruyne. Hij studeert binnenhuisarchitectuur aan het hoger instituut Sint-Lucas te Brussel en wordt er in 1955 op 24-jarige leeftijd leraar. Al vroeg knoopt hij banden aan met Italië. Hij volgt stage in Milaan bij studio Gio Ponti en kaapt in 1956 en 1961 uit duizenden mededingers de grote prijzen weg op de prestigieuze internationale meubelwedstrijd van Cantu. Vanaf 1954 neemt hij deel aan een groot aantal tentoonstellingen en wedstrijden en behaalt meerdere prijzen in binnen- en buitenland.
Zijn volledige carrière stond in het teken van het zoeken naar de essentie van het meubel, de oorspronkelijke betekenis van het meubel, op symbolisch en psychologisch vlak. In de jaren 1950 behoort hij tot de generatie meubelontwerpers die zich concentreert op de ontwikkeling van het ‘moderne sociale meubel’. Hij deelt de overtuiging dat meubels, naast hun esthetische waarde, ook redelijk moeten geprijsd zijn, in het bereik van het jonge moderne gezin met een beperkt budget. Dit seriematig vervaardigde meubilair wordt gekenmerkt door een rationele constructie en een sobere structuur. Teleurstellende ervaringen met meubelfabrikanten, die afbreuk doen aan zijn ontwerpen, brengen hem opnieuw tot het unieke, handgemaakte stuk, dat de allure krijgt van een ruimtelijk object met een symbolische gelaagdheid.
Tot 1965 zijn draagstructuren en verbindingen van het meubel duidelijk zichtbaar gehouden en maken zij deel uit van het concept. Tussen 1965 en 1969 wordt de structuur van het meubel nog duidelijker opgedeeld in draagstructuur en invulelementen, geaccentueerd door contrasterende materialen en kleur. Het meubel wordt naast een utilitair object een ruimtelijk object. In de jaren 1969-1976 staat de ruimtelijkheid centraal. De Bruyne ziet de woning als één globale bestemming, verdeeld in microbestemmingen die met elkaar in verbinding staan. Meubels zijn de kern van het huis en de muren zijn vergroeid in het kastensysteem zodat de ruimte één grote kast wordt. De meubels uit deze periode krijgen een architecturale organisatie en een grotere zelfstandigheid. Het meubel kan niet meer bestempeld worden als een louter functioneel object, maar eerder als een esthetisch volume dat ook functioneel kan aangewend worden. Ook kasten met een historische referentie verschenen in deze periode, zoals de bekende Chantillykast. In de laatste periode tussen 1976 en 1987 werkt hij verder met dezelfde ingrediënten nl. het meubel als zelfstandig object losstaand in de ruimte. De meubels krijgen een speelser karakter met doorbroken vlakken, met nadruk op het contrast tussen licht en donker, en open en gesloten delen. Het meubel evolueert naar het meubel-object, een zuiver kunstwerk met nadrukkelijk behoud van de functie. Doch het meubel-object overtreft de primaire functie en wordt een autonoom en bindend element in de ruimte. Gekoppeld aan deze evolutie van het meubel als ruimtelijk object zoekt De Bruyne ook naar een aangepaste ruimte, zodat object en omgeving in een harmonieus geheel vergroeien. Naar zijn mening mag er geen opsplitsing gemaakt worden tussen meubel en interieur, en interieur en exterieur dat in zijn geheel moet overeenstemmen met de levenswijze van de bewoners. Op het einde van zijn leven zocht hij –dank zij nauwkeurig opmeten van talrijke objecten- naar de eenheidsmaat van het Egyptische meubel.

  • BEKKERS L., Pieter De Bruyne, de ontwerper als kunstenaar, in: Ons Erfdeel, 31e jg., nr. 2 maart-april 1988, p. 175-181.
  • BOUCHEZ H., Het woonhuis van Pieter De Bruyne, Knack weekend, nr. 41, 8-14 oktober 2003, p. 60-66.
  • DAENENS L. – DEFOUR F., Meubeldesign en kunst. Pieter De Bruyne, Frans Van Praet, Emile Veranneman, Brussel, Gemeentekrediet, 1991, p. 29-45.
  • KIECKENS C., De meubelkunst van Pieter De Bruyne, 2000, onuitgegeven nota
  • NORBERG-SCHULZ C. en VANDERPERREN J., Pieter De Bruyne 25 jaar Meubels, Gent, 1980
  • SCHOFIELD M. (red.), Decorative Art and Modern Interiors 1978, Volume 67, London, New York, 1978, p. 38-45.
  • VALCKE J., Naar de essentie van het meubel, in: Belgisch kreatief ambacht, 23e jg., nr. 3, 1987, p. 3-10.

Erfgoedobjecten

Ontwerper van

Woning Pieter De Bruyne

Stationsstraat 16 (Aalst)
Het oorspronkelijke neoclassicistische burgerhuis werd in 1972 door Pieter De Bruyne volledig heringericht en uitgebreid tot eigen woning, toonzaal en kantoor.


Reumacentrum

Weg Naar As 123 (Genk)
Het Reumacentrum gaat terug tot een modernistische dokterswoning annex praktijkruimtes, gebouwd in 1968. In 1973, 1978 en 1989 vergroot en uitgebouwd tot medisch centrum met fysio- en hydrotherapieruimtes.


Apotheek Lambrecht

Heilig Hartlaan 10A (Aalst)
In 1963-1964 liet Maurice Lambrecht aan de Heilig Hartlaan 10A in Aalst een nieuwe apotheek bouwen naar ontwerp van meubelontwerper Pieter De Bruyne die bijgestaan werd door architect Piet C. Cammu.


Opdrachtgever van

Woning Pieter De Bruyne

Stationsstraat 16 (Aalst)
Het oorspronkelijke neoclassicistische burgerhuis werd in 1972 door Pieter De Bruyne volledig heringericht en uitgebreid tot eigen woning, toonzaal en kantoor.