Geografisch thema

Gottem

ID
14226
URI
https://id.erfgoed.net/themas/14226

Beschrijving

Kleine Leiegemeente ten westen van stad Deinze, met zijn 623 inwoners (1981) op 613 ha tevens de minst bevolkte fusiegemeente. Eerste vermelding in Liber Traditionum van de Gentse Sint-Pietersabdij als Gothemia (814-840) afgeleid van het Germaanse Gauta haim of woning van Gauten. Romeinse vondsten op het grondgebied wijzen op een zeer oude bewoning van het dorp. De gemeente grenst ten noorden aan Dentergem (West-Vlaanderen), Wontergem en Grammene, ten oosten aan Machelen, ten zuiden aan Machelen, Olsene en Oeselgem (West-Vlaanderen) en ten westen aan het Westvlaamse Wakken en Makegem met de Mandelbeek (ten noorden) en de oude Leie (ten oosten en ten zuiden) als natuurlijke grenzen. Door het rechttrekken van de Leie in 1972 werd de oostelijke Leiehoek afgesneden van de gemeente. Door protestacties onder meer van kunstschilder R. Raveel kon het dempen van de oude Leiebocht verhinderd worden.

Tot in de 16de eeuw was de dorpsheerlijkheid afhankelijk van de heren van Nevele. In 15 5 8 werd ze door F. de Montmorency in leen gegeven aan de Gentse schepen L. van Sicleers, na 1615 was F. Lanchals heer van Gottem, nadien de familie de Kerchove. Drie heerlijkheden bleven afhankelijk van het Land van Nevele: ter Walle, ter Leien en Meulenwalle, samen het "Heerschip van Gottem" genoemd met elk een eigen baljuw en één schepenbank. Andere heerlijkheden als Ten Hove.

Wallebeke, Sijbroecke, Ter Beken hadden een eigen baljuw en schepenbank. Ook de Gentse Sint-Baafsabdij bezat er verschillende goederen zoals het oudst bekende zogenaamd "Hof te Crinc", vermeld in 1400 (zie De Potter), het latere cijnsgoed "de Kruijncke" van het kapittel van Sint-Baafs in de oostelijke Leiebocht. Deze en de meeste andere hoeven en omgrachtingen, bekend door het landboek van 1712, verdwenen of werden sterk verbouwd. De gevechten aan de Leie tijdens beide wereldoorlogen vernielden immers het grootste deel van de oude bebouwing waar onder ook de kerk.

Bestuurlijk en fiscaal ressorteerde Gottem onder de kasselrij van Kortrijk, roede van Tielt. Kerkelijk maakte het tot 1559 deel uit van het bisdom Doornik, nadien van het bisdom Gent. Het patronaat bleef aan het kapittel van Doornik toebehoren.

Het reliëf wordt bepaald door de zuidwest-noordoost georiënteerde kouterrug (15 m), zogenaamd "Molenhoekkouter", met vruchtbare zandleemgronden en de beekdrepressie van de Mandel in het noorden en alluviale vallei van de Leie in het zuidoosten. Deze worden vooral ingenomen door weilanden en nog enkele vlaschaards die vooral in de 19de eeuw zeer talrijk waren. Gottem behoorde voornamelijk tot het vlasindustriegebied van de Mandelvallei met Tielt als middelpunt.

  • Rijksarchief Gent, Fonds Gottem, nummer 2.
  • Rijksarchief Gent, Scheldedepartement, nummer 5990.
  • DE POTTER F. - BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, reeks I, deel 3, Gent, 1864-1870.
  • GAUBLOMME V., Gottem, herinneringen uit de tijd van toen, Gottem, 1978.
  • VANDENBROUCKE S., De Gottemse hoeven, Winksele, 1990.

Bron     : Bogaert C. & Lanclus K. 1991: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Deinze - Nazareth, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N3, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Bogaert, Chris, Lanclus, Kathleen
Datum  : 1991


Relaties

  • Omvat
    Ardense Jagersstraat-Gottem

  • Omvat
    Boerenwoning

  • Omvat
    Heirbaan

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Hoeve

  • Omvat
    Kapelledreef

  • Omvat
    Langgestrekte hoeve

  • Omvat
    Ongarijstraat

  • Omvat
    Oude Heirbaan

  • Omvat
    Oude Heirbaan (Gottem)

  • Omvat
    Polderweg

  • Omvat
    Varingstraat

  • Is deel van
    Deinze


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Gottem [online] https://id.erfgoed.net/themas/14226 (Geraadpleegd op 09-05-2021)