Geografisch thema

Itterbeek

ID: 14248   URI: https://id.erfgoed.net/themas/14248

Beschrijving

Itterbeek is sinds 1977 de zuidelijk gelegen fusiegemeente van Dilbeek. De gemeente telt 4487 inwoners (2010) en is 541 hectare groot. Het dorp ligt circa 7 kilometer ten zuidwesten van de hoofdstad Brussel en wordt omringd door de gemeenten Dilbeek, Schepdaal, Vlezenbeek en Anderlecht. De gemeente kent één belangrijk gehucht: Sint-Anna-Pede. Het dorp van Itterbeek bezet slechts een klein deel van de totale oppervlakte van de gemeente, het gehucht Sint-Anna-Pede neemt het grootste deel van de oppervlakte in beslag.

De kern van Itterbeek zonder het gehucht Sint-Anna-Pede heeft zeer grillige gemeentegrenzen en vormt eigenlijk een enclave binnen de gemeente Dilbeek. De grenzen met Dilbeek bestaan uit diepe inhammen tot tegen de dorpskern van Itterbeek. Enkel het bebost park bij het Sint-Anna-Kasteel (de Rutting) vormt de verbinding tussen het dorp van Itterbeek en Sint-Anna-Pede. Deze grenzen worden niet bepaald door een natuurlijke afbakening zoals bijvoorbeeld een beek of door een oude veldindeling, maar zijn gebaseerd op de grenzen van percelen (zie historiek). Dankzij deze grillige grenzen liggen sites zoals de Koning Albert I residentie op het grondgebied van Dilbeek, maar zijn ze toegankelijk via het dorp van Itterbeek. Het dorpscentrum van Itterbeek ligt tussen twee heuvelruggen, naar de Ninoofsesteenweg en de Itterbeeksebaan toe klimt het terrein.

Itterbeek wordt ten noorden van oost naar west doorsneden door de drukke Ninoofsesteenweg, die van Brussel richting Ninove loopt en ten zuidwesten door de spoorlijn Brussel-Gent die van het zuidoosten naar het noordwesten loopt. Sint-Anna-Pede is gelegen in de Pedevallei en wordt van oost naar west doorsneden door de Pedebeek, een zijrivier van de Zenne. Langs de Pede liggen ook nog andere nederzettingen, zoals bijvoorbeeld Sint-Gertrudis-Pede in Schepdaal.

De kern van Itterbeek rond de Sint-Pieterskerk is sterk verstedelijkt, terwijl Sint-Anna-Pede zeer landelijk is gebleven. Itterbeek sluit ook nauwer aan bij Brussel ten opzichte van Sint-Anna-Pede. Op vlak van landbouw zal de gemeente net als andere gemeenten in de omgeving eind 19de en begin 20ste eeuw meer en meer overschakelen op tuinbouw met in hoofdzaak groente- en aardbeienteelt met als afzetgebied Brussel; dit door een verbeterde verbinding met Brussel door de tramlijn. De gemeente is net als de omliggende gemeenten ook gekend om zijn lambiekbieren en kent nog één actieve brouwerij, brouwerij Timmermans.

Historische inleiding

Over de oudste geschiedenis van Itterbeek zijn we zo goed als niet ingelicht. Er werden tot nu toe geen noemenswaardige archeologische opgravingen gedaan die uitsluitsel geven over de oorsprong van de gemeente. Volgens Wouters was er al sprake van Itterbeek in de 9de eeuw. De oudste gekende vermelding van Itterbeek dateert uit 1142, wanneer paus Innocentius II de bezittingen van de abdij van het Heilig Graf te Kamerijk bevestigt. In de 12de eeuw komen de eerste benamingen "Itterbecca" voor, later "Itrebecche" en in de 13de eeuw "Itterbeka" en "Itterbeke". In de 12de en 13de eeuw zouden Itterbeek en Pede op gelijke voet met elkaar hebben gestaan. Volgens een tekst uit 1291 zou er in Itterbeek een castrum gelegen zijn. Volgens Verbesselt lag dit ten noorden van de kerk tegen de huidige Kerkstraat, op de Ferrariskaart (circa 1770-1778) volgens Verbesselt zichtbaar als een omwalde site (volgens ons niet zichtbaar als een omwalling).

Op kerkelijk gebied behoorde het gebied in oorsprong tot het eigengoed van Sint-Pieters-Leeuw, dat vanaf de 9de eeuw verbonden was aan het kapittel van Keulen. Juridisch ressorteerde Itterbeek onder de schepenbank van Leeuw. In de 13de eeuw kwam het gebied onder Gaasbeek net als Dilbeek en Sint-Martens-Bodegem en samen vormden ze het zogenaamde Nieuw Land van Gaasbeek. Het Nieuw Land van Gaasbeek werd in 1687 aan het geslacht Schockart verkocht. In 1690 werd het Nieuw Land verheven tot graafschap Thirimont in leen gehouden door het hertogdom Brabant. In 1690 werd Itterbeek tot heerlijkheid verheven door Karel II, koning van Spanje.

Volgens Verbesselt ligt het rechtsgebied van Itterbeek aan de oorsprong van de grillige gemeentegrenzen. Deze verdeling gebeurde op basis van het waternet. Dilbeek en Itterbeek liggen als dorpen zeer dicht bij elkaar maar worden van elkaar gescheiden door een heuvelflank. Tussen beide dorpen liepen de grenzen van twee graafschappen, dekenijen en grote domeinen. Itterbeek behoorde zoals gezegd tot het rechtsgebied van Leeuw en Dilbeek tot het rechtsgebied van Anderlecht. Itterbeek behoorde tot het graafschap en de dekenij Halle en Dilbeek bij het graafschap en de dekenij Brussel. Het landbouwareaal van Itterbeek-dorp was zeer beperkt en wordt gedeeld met Dilbeek. Volgens Verbesselt zou de veldindeling ouder zijn dan de dorpsgrenzen.

De parochie van Itterbeek is ontstaan uit de moederparochie van Sint-Pieters-Leeuw. Het patronaat van de kerk hoorde toe aan de abt van het Heilige Graf te Kamerijk. In 1244 werd Itterbeek een zelfstandige parochie, behorend tot het bisdom Kamerijk. De abdij van Affligem was tiendheffer in Itterbeek en Pede en droeg ook bij tot de onkosten van kerk en pastorij. De abdij had er ook gronden.

Ruimtelijke structuur

Itterbeek dorp kent een minder belangrijk wegennet dan Sint-Anna-pede, omdat er geen belangrijke verbindingswegen zijn die het dorp aandoen. De oude Ninoofsesteenweg (of Ninoofsebaan) liep van Molenbeek, richting Dilbeek dorp en daarna via de molen (huidige Molenstraat in Dilbeek) richting Schepdaal. In de 19de eeuw werd de huidige Ninoofsesteenweg getrokken die de oude baan verving. Deze baan als verbindingsweg tussen Brussel en Ninove vormt voor Itterbeek enkel een grensbaan. De Itterbeeksebaan is daarentegen voor het centrum van Itterbeek wel van belang. Deze weg vertrekt in Brussel en komt door Anderlecht en loopt ten noorden langs het centrum van Itterbeek. Hierna loopt de baan verder in de richting van Asse. Itterbeek dorp zelf werd aangedaan door een kleinere baan die verbonden was met deze verbindingsbaan, de huidige Kerkstraat. De centrums van Sint-Anna-Pede en Itterbeek zijn met elkaar verbonden door de Keperenbergstraat die ook deels over het grondgebied van Dilbeek loopt. Ten zuiden in Sint-Anna-Pede loopt van oost naar west de Lenniksebaan die Brussel met Lennik verbindt. Deze weg loopt door Itterbeek, maar is niet van belang voor de gemeente.

Volgens Verbesselt zijn de oude wegen en bebouwing een bewijs dat de grillige grenzen van Itterbeek later zijn ontstaan dan de wegen en bebouwing. Op de Ferrariskaart (circa 1770-1778) is de bebouwing in Itterbeek centrum voornamelijk geconcentreerd rond de huidige Kerkstraat en niet langs de Itterbeeksebaan. Op de kruising tussen de huidige Dorpsstraat en de Itterbeeksebaan was ook bebouwing aanwezig. De kerk was gelegen te midden van een dries centraal in het dorp. Het huidige gemeenteplein voor de kerk (ten westen ervan) is nog niet zichtbaar op de Ferrariskaart en de 19de-eeuwse kaarten. Op de Ferrariskaart is nog bebouwing aanwezig op de locatie van het huidige driehoekige plein. Pas begin 20ste eeuw werd het gebouw ten westen van de kerk afgebroken voor de aanleg van het plein (ontwerp van 1909).

De gemeente kende een sterke bevolkingsaangroei vanaf de 19de eeuw die een verstedelijking met zich meebrengt. De belangrijkste woonconcentraties zijn te vinden in het dorpscentrum van Itterbeek, in het centrum van Sint-Anna-Pede, in de wijk Bettendries ten noorden van Sint-Anna-Pede en in de wijk Nachtegaal ten zuiden van Sint-Anna-Pede op de grens met Vlezenbeek. Ten opzichte van het gehucht Sint-Anna-Pede kent het dorp van Itterbeek een grotere verstedelijking. Wijk Nachtegaal behoort tot de nieuwe wijken met residentiële bebouwing uit de tweede helft van de 20ste en het begin 21ste eeuw en omvat de Lennikseweg, de Halleweg, de Nachtegaallaan, de Herdebeekstraat, de Gaasbeekstraat, de Beersbrugstraat, de Lenniksebaan en de Vinkenlaan. Deze straten met villabouw sluiten aan bij Sint-Pieters-Leeuw. De wijk Bettendries ten zuiden van de Ninoofsesteenweg is een nieuwe sociale woonwijk met woningen uit het derde kwart van de 20ste eeuw. Deze wijk omvat de straten (deels) de Herdebeekstraat, de Bettendrieslaan, de Middenlaan en (deels) de Nieuwlaan, bestaande uit gekoppelde woningen (per twee of meer) onder een gezamenlijk zadeldak; witgeschilderde bakstenen woningen van twee bouwlagen, soms bel-etage woningen.

In het dorpscentrum van Itterbeek zijn een aantal 19de-eeuwse kasteeldomeinen gelegen: het domein van het kasteel De Steenpoel, het domein van het kasteel Chantemerle, Kasteel van Winssinger en het Guldenkasteel. Deze parken geven het dorp zijn specifiek karakter en werden meestal opgericht door de gegoede klasse uit Brussel die ontspanning kwam zoeken in de "groene rand". Verder wordt het dorpscentrum gekenmerkt door een aantal dorpswoningen uit eind 19de en begin 20ste eeuw in de Kerkstraat en Steenpoel. Het gemeentehuis met gemeenteschool van Itterbeek ligt niet in het centrum van het dorp maar ten zuiden ervan aan de Keperenbergstraat op de grens met Dilbeek.

Itterbeek centrum kent door zijn verstedelijking weinig sporen van voormalige agrarische activiteiten. In het dorpscentrum van Itterbeek was er tijdens de inventarisatie in de jaren 1970 nog een kleinere langgestrekte hoeve aanwezig met resten van leembouw; deze is heden afgebroken. De enige rest van leembouw die nog aanwezig is in Itterbeek centrum staat in de Zakstraat nummer 17, maar hiervan is anno 2011 enkel het houten skelet met enkele stukken leem bewaard. Dit gebouw stond al weergegeven op het primitief kadaster (1830).

De gemeentelijke begraafplaats is gelegen ten zuiden van het centrum van Itterbeek en is toegankelijk via de Keperenbergstraat. Een nieuwe uitbreiding van de begraafplaats is gelegen op het grondgebied van de deelgemeente Dilbeek. De oudste begravingen dateren van de jaren 1950.

  • Archief Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, 1533, Dilbeek, Itterbeek, Kerkstraat, Sint-Pieterskerk en kerkhofmuur, Studiebureau Clerckx P.V.B.A. openbare werken, Herstellingswerken aan de kerkhofmuur rond de Sint-Pieterskerk te Itterbeek, Historisch onderzoek, 1982 (?).
  • HASQUIN H. 1980: Itterbeek, Gemeenten van België, geschiedkundige en administratief-geografisch woordenboek, deel 1, Brussel, p. 438-439.
  • JOURDAIN A. & VAN STALLE L. 1895-1896: Itterbeek, Dictionnaire Encyclopédique de Géographie Historique du Royaume de Belgique. Description de ses neuf provinces et de ses 2607 communes, dl. 1, Brussel, 593.
  • LAURENT R. 1996 : De goederen van de abdij van Ter Kameren in Brabant. Kaartboek 1716-1720, Brussel, 63-64.
  • POUMON E. 1964: Aux portes de Bruxelles: Itterbeek, Brabant, 7-8, 12-15.
  • VERBESSELT J. 1988: Itterbeek – Sint-Pieter en Sint-Anna-Pede, Het parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, deel XXI, De Dekenij Halle III. De Moederparochie Leeuw, Koninklijk Geschied- en Oudheidkundig Genootschap van Vlaams-Brabant, Brussel, 197-266.
  • WAUTERS A. 1971 (heruitgave van 1855): Histoire des environs de Bruxelles, Description historique des localités qui formaient autrefois l'Ammanie de cette ville, deel 2, Brussel, 29-40.

Bron     : -
Auteurs :  Verwinnen, Katrien
Datum  : 2012


Relaties