Geografisch thema

Boomgaardstraat

ID: 3905   URI: https://id.erfgoed.net/themas/3905

Beschrijving

Tussen de Boterstraat-Neermarkt en de De Haernestraat. In 1317 vermeld als "Boomgartstrate" naar de Boomgaard, een afhankelijkheid van " 's Burggravenwalle" in het zuidelijk gedeelte van het castrumeiland (zie stadsinleiding).

Voor en evenwijdig met de oostelijke straatzijde liep eertijds de "scipleet" met op de westoever een aanlegplaats voor schuiten; op de oostoever werd in de tweede helft van de 18de eeuw een nieuw Vleeshuis gebouwd aan de zuidwestelijke hoek bij de Neermarkt (Neermarkt, nummer 8). Op de figuratieve stadskaart Thevelin-Destree van 1564 is de "leet" reeds overwelfd. Vervolgens, installatie van de vismarkt en de botermarkt respectievelijk in het zuidelijk en noordelijk straatgedeelte; de vroegere benaming Oude Botermarkt verwijst naar laatst genoemde marktfunctie. Circa 1800 Groene Lindestraat genoemd wellicht naar de toen aanwezige bomen.

Vooroorlogs uitzicht volgens stadsplattegrond en oude foto's omtrent de eeuwwisseling. Grosso modo trechtervormige straat; breder zuidelijk gedeelte als het ware met pleinuitzicht ten gevolge van de sterk vooruitspringende oostelijke rooilijn op de hoek bij het A.B.C.-straatje en de De Haernestraat.

In de oostelijke gevelwand uitgespaard rechthoekig pleintje achter het Vleeshuis, waar de pensenmarkt gehouden werd, en bekend als "Place du Musée" naar het sinds 1858 op de bovenverdieping van het Vleeshuis geïnstalleerde "Stedelijke Museum".

Kasseibestrating. De classicistische waterpomp in het midden van het kruispunt met de Kiekenmarkt en de Burchtstraat, toen Casselstraat genoemd, was reeds voor de Eerste Wereldoorlog overgebracht naar de Kloosterplaats (zie Deken Debrouwerstraat). Blijkbaar sociaal gevarieerde woonfunctie met burgerhuizen, winkels en herbergen; op de hoek bij de A.B.C.-straat: een achtervleugel van het voormalige Bellegodshuis (zie Rijselsestraat nummer 38).

Straatwanden gekarakteriseerd door panden van twee à drie bouwlagen onder zadeldak (blijkbaar nok parallel aan de straat; onder meer tichelen), uit de 17de eeuw, echter voornamelijk uit de 18de en 19de eeuw. Voornamelijk lijstgevels; verspringende kroonlijsthoogte. Beeldbepalende achtergevel van het Vleeshuis met twee hoge trapgevels waarvan de bovenbouw doorgaans van circa 1530 wordt gedateerd; lagere 17de-eeuwse gevels omringen de "Place du Musée" onder meer een trapgevel in lokale renaissancestijl getypeerd door een aediculavenster met schelpvulling.

Wederopbouw grosso modo met behoud van vooroorlogs straattracé, pandenindeling onder meer met bewaarde onderbreking van smalle doorgang naar achtererf (nummer 10, 12; ertussen), bouwhoogte en functies.

Kasseibestrating; zuidelijk straatgedeelte beboomd met linderij die de rijstrook aflijnt. Een doorslaggevend element voor het opnieuw aanknopen bij het vertrouwde straatuitzicht: het identiek naar het vooroorlogse uitzicht gereconstrueerde Vleeshuis. Historiserende wederopbouwarchitectuur. Geen nauwgezette reconstructies, echter wel enkele reminiscenties aan de voor de Eerste Wereldoorlog aanwezige lokale renaissancearchitectuur zie nummer 1, 3. Over het algemeen meer geverticaliseerde gevelwanden voornamelijk aan de oostelijke straatzijde met verschillende eenheidsbebouwingen (nummer 5-11, 5-19, 21-25).

Basisconcept: breedhuizen onder zadeldak (voornamelijk mechanische pannen) soms in combinatie met een topgevel. Enkele diephuizen: nummer 8, 10, 14.

Bouwmaterialen: baksteen, plint of sokkel van Atrechtse zandsteen en/of arduin. Gebruik van simili- en/of Euvillesteen onder meer voor sommige vensterconstructies. Dateringen door middel van muurankers of gevelstenen: 1922 (nummer 13, 16), 1924 (nummer 15).

De zogenaamde "wederopbouwstijl" is doorgaans eenvoudig eclectisch en gedomineerd door stijlelementen ontleend aan de gotiek, de lokale renaissancestijl en het classicisme. Meer uitgesproken neogotisch: onder meer nummer 16, gesigneerd V. Tinant (Oostende) in de arduinen plint, met brede Brugse travee doorgetrokken tot het centrale dakvenster met trapgeveltje. Nummer 20, een winkelhuis naar ontwerp van architect Oscar Hallaux (Brussel) van 1922, met neoclassicistische inslag zie de geblokte penanten; gewijzigde begane grond. Nummer 10: een eigenaardige combinatie van Brugse travee, met een soort van klokgevel. Nagenoeg geen oorspronkelijk bewaarde winkelpuien. Doorgaans bewaarde bouwaanvragen (Stedelijk Archief Ieper, 874.1).


Bron     : Delepiere A.-M., Huys M. & Lion M. 1987: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement Ieper, Kanton Ieper, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 11N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Delepiere, Anne Marie, Huys, Martine, Lion, Mimi
Datum  : 1987


Relaties

  • Omvat
    Eenheidsbebouwing van drie winkelhuizen

  • Omvat
    Eenheidsbebouwing van winkel en burgerhuizen

  • Omvat
    Herberg

  • Omvat
    Stadswoning

  • Omvat
    Twee burgerhuizen

  • Is deel van
    Ieper