erfgoedobject

Vallei van de Kindernouwbeek

landschappelijk geheel
ID: 135035   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135035

Juridische gevolgen

Beschrijving

De vallei van de Kindernouwbeek is een intact gebleven vallei van een laaglandbeek. Op een kleine schaal komen hier sterk verschillende begroeiingstypes voor. De typische percelering van dit gebied ontstond door turfontginning tijdens de nieuwe en nieuwste tijden.

Fysische geografie

Topografie

De vallei van de Kindernouwbeek bevindt zich te Lille, ten zuiden van de autosnelweg E34. Het gebied is te situeren tussen de E34 (in het noorden), de Wechelsebaan en de Broekzijstraat (in het oosten) en de Roverstraat (in het zuiden en westen).

De Visbeek-Kindernouwbeek ontspringt in Beerse. Vanaf de bron wordt deze beek de Diepteloop genoemd om ten zuiden van de gemeentegrens Beerse - Lille over te gaan in de Visbeek en vanaf de E34 in de Kindernouwbeek . Bij de grens met Vorselaar verandert de naam in Bosbeek. Door de aanleg van de E34 is het valleigebied structureel in twee delen opgesplitst. De Kindernouwbeek stroomt in dit gebied in zuidwestelijke richting om meer zuidwaarts ten oosten van Vorselaar uit te monden in de Aa-Nattenloop. De gemiddelde hoogte bedraagt 13 tot 15 meter +TAW.

Het gebied vormt een intact gebleven valleigebied van een laaglandbeek met de daarbij horende structuren en reliëfvormen, bodemtypes, kwelsituaties en overstromingen. De fosfaatarmoede in grote delen van de vallei is onder meer het gevolg van een ijzerrijke kwelstroom waardoor het aanwezige fosfaat kan neerslaan. Het typische perceleringspatroon is het gevolg van turfontginningen.

Geologie en bodem

Het geologisch substraat in de vallei van de Kindernouwbeek bestaat uit alluviale afzettingen van het holoceen (10 000 jaar geleden tot heden). Deze afzettingen zijn ten zuiden van de Snaersdijk gelegen op de Formatie van Poederlee (plioceen, 5,3 tot 2,6 miljoen jaar geleden), bestaande uit bleekgrijs, goed gesorteerd, klei- en weinig glauconiethoudend, fijn zand met ijzerzandsteenbanken en regelmatig schelpenhorizonten. Ten noorden ervan liggen de afzettingen op de Formatie van Brasschaat, meer bepaald het Lid van Hemeldonk (plioceen). Deze afzetting bestaat uit lichtgrijs tot lichtgroen, fijn, zeer goed gesorteerd, klei-, glauconiet- en glimmerhoudend zand.

De vallei zelf bestaat bijna geheel uit zeer natte gronden op licht zandleem of lemig zand. De randen ervan bestaan uit natte tot matig natte gronden op (lemig) zand. Een zone ten noorden van de Snaersedijk aan de westkant van het landschap bestaat uit uiterst natte gronden op lemig zand met veensubstraat beginnend op geringe of matige diepte. Twee zones aan de zuidoostelijke grens hebben verstoorde bodems.

Vegetatie

Fytogeografisch behoort de vallei van de Kindernouwbeek tot het Kempens district. In dit gebied werden in 1996 213 plantensoorten waargenomen, een vijfde van het totale aantal in dit district voorkomende plantensoorten.

De meest representatieve socio-ecologische groepen in dit gebied zijn de planten van (licht) bemeste graslanden op matig voedselrijke tot voedselrijke, vochtige tot natte grond en de planten van zoete waters en oevers. De plantensoorten van de zure laagveenmoerassen zijn ook goed vertegenwoordigd. De matig bemeste graslanden op (matig) vochtige grond komen eveneens regelmatig voor. Andere socio-ecologische (deel)groepen zijn de verlandingsvegetaties in zoete, voedselrijke, stromende of periodiek droogvallende wateren, plantensoorten van relatief voedselrijke plaatsen met wisselende waterstand of anderzijds sterk fluctuerende milieuomstandigheden en aanspoelingsgordels, natte ruigten en rivierbegeleidende wilgenstruwelen van voedselrijke milieus. Overeenkomstig met de aanwezige bodemtypes betreft het begroeiingstypen van matig voedselrijke en aan zuiver water gebonden vegetaties die in het grootste deel van dit gebied voorkomen. Deze situatie is in Vlaanderen zeldzaam geworden. Daarnaast zijn er ook een aantal aan water gebonden deelgroepen van meer voedselrijke plaatsen aanwezig in dit gebied. Een andere begroeiing in grote delen van de vallei wordt gevormd door de bossen (voornamelijk loofbossen). Deze kunnen onderverdeeld worden in bossen op relatief voedselrijke, vochtige tot natte grond, bossen op matig voedselarme, droge, zure grond en de bossen op gerijpte, matig voedselrijke, matig vochtige tot droge grond.

Een groot aantal plantensoorten in dit gebied zijn (zeer) zeldzaam in het Kempens district of behoren zelfs tot de heel zeldzame soorten in Noord-België. Voor de graslanden zijn knolsteenbreek (Saxifraga granulata) en adderwortel (Polygonum bistorta) vermeldenswaardig, voor de planten van oevers en waters middelste (Ranunculus aquatilis) en vlottende waterranonkel (Ranunculus fluitans), duizendknoopfonteinkruid (Potamogeton polygonifolius), moerashertshooi (Hypericum elodes), oeverkruid (Littorella uniflora), vlottende bies (Scirpus fluitans) en stijve zegge (Carex elata). Voor planten van de matig voedselarme, zure laagveenmoerassen is het waterdrieblad (Menyanthes trifoliata) het vermelden waard. Andere zeldzame tot zeer zeldzame plantensoorten zijn waterpunge (Samolus valerandi), bosmuur (Stellaria nemorum) en borstelbies (Scirpus setaceus).

Omwille van de sterk variërende milieuomstandigheden, zoals vochtigheidsgradiënten, bodemtypen, het beheer, verschillen in voedselrijkdom en de goede waterkwaliteit in het hydrografisch net komt op een relatief beperkte oppervlakte een rijke verscheidenheid aan begroeiingen voor. Het geheel krijgt daarenboven een zeer kleinschalig uitzicht door de aanwezigheid van houtkanten en bomenrijen. De soms brede bermen van de aanwezige zandwegen die rond en doorheen het landschap lopen, zijn eveneens floristisch zeer rijk. Op deze manier is een landschap ontstaan dat enerzijds vanuit botanisch standpunt van uitzonderlijk belang kan geacht worden en anderzijds een grote esthetische waarde heeft door de kleinschalige variatie van open, halfopen en gesloten structuren met een zeer verscheiden opbouw.

Fauna

In de vallei van de Kindernouwbeek komt een zeer gevarieerde en soms zeldzame fauna voor door de aanwezigheid van structureel sterk verschillende en soms zeldzame begroeiingen en plantengemeenschappen en de goede waterkwaliteit.

Vooral het aantal broedvogels is vrij groot met in 1996 zeldzame soorten als de kleine bonte specht, zwarte specht en de ijsvogel. Andere vermeldenswaardige soorten zijn de wielewaal, de staartmees, boomkruiper, groene specht, het goudhaantje, de braamsluiper, de spotvogel, de nachtegaal en de grasmus. In het meer open landschap werden onder andere de boompieper, grote lijster, steenuil, ransuil, grauwe vliegenvanger en de bosrietzanger aangetroffen. De roodborsttapuit werd waargenomen in de drogere vegetatiestroken en de wegbermen in de landbouwzones. Het bosachtige en moerassige gebied is tijdens de trekperiode een aantrekkingspool voor (soms zeldzame) vogelsoorten zoals de boomvalk, het witgatje, de waterral, houtsnip, kleine karekiet, bonte en grauwe vliegenvanger en het paapje. De vallei vormt in de winterperiode een belangrijke pleisterplaats voor de sperwer, kramsvogel, buizerd, koperwiek, keep, roek en sijs.

Het aantal zoogdieren is beperkt met enkel waarnemingen van de vos, ree, haas, konijn, wezel, egel en mol. Het algemeen voorkomen van het bermpje is belangrijk omdat deze vissoort een indicatorsoort vormt voor zuivere beken. Verder werden nog de grondel, de drie- en tiendoornige stekelbaars waargenomen. De waterpartijen bevatten snoek, blankvoorn en baars. Het veelvuldig voorkomen van amfibieën als gewone pad, Alpenwatersalamander, vinpootsalamander en groene en bruine pad wordt verklaard door de aanwezigheid van vrij zuiver water.

Een aantal vlindersoorten is zeer kenmerkend voor dit gebied. Het oranjetipje is bijvoorbeeld typisch voor vochtige graslanden in de buurt van bossen. Het zeldzame bonte dikkopje en het geelsprietdikkopje zijn kenmerkende soorten voor Kempense beekdalen en heidevelden. Het hooibeestje, vuurvlindertje, geelsprietdikkopje, zwartsprietdikkopje, oranje dikkopje, booblauwtje en Icarusblauwtje zijn andere vermeldenswaardige soorten. Enkele vlindersoorten, zoals de eikenpage, zijn zeldzaam te noemen.

Cultuurhistorisch landschap

Het valleigebied is een fragment van één van de weinig nog goed bewaarde ruimtelijke geledingen ten gevolge van verschillende historische ontginningsfasen. Deze chronosequentie is duidelijk te zien op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778). De dorpskern van Lille vormt de oudste ontginningskern te midden van een open akkerland. Vanaf de volle of late middeleeuwen is dus een open-field landschap ontstaan. Aan de rand van deze ontginningsenclave vestigde zich jongere rijbewoning. Tussen deze ontginningsas (wellicht van het Waldhufen-type) en de natte valleibodem ontstond een gesloten landbouwland met blokpercelen afgesloten door houtkanten. De natte valleigronden werden als beemden en hooilanden gebruikt met een typische strookvormige en opstrekkende percelering, die geassocieerd is met turfontginning. Ten westen van de vallei komt dan de droge heide voor geassocieerd met de vorige ontginningen. Deze ruimtelijke geleding is één van de gaafste chronosequenties die bestaan en vooralsnog goed bewaard is (op enkele naaldhoutbossen na). In termen van zeldzaamheid is dit bijna uniek te noemen.

Een gedetailleerde weergave van de evolutie van dit landschap in de laatste eeuwen kan afgeleid worden uit een reeks historische kaarten. In de 18de eeuw bestond de vallei grotendeels uit moerassige graslanden en onbegaanbaar moeras. De Kindernouwbeek trad tot omstreeks de Tweede Wereldoorlog jaarlijks twee maanden buiten haar oevers, waardoor het Kindernouw volledig blank kwam te staan. Grote delen ervan zijn ontgonnen door middel van een rastervormig grachtensysteem. De grachten en de Kindernouwbeek zijn afgezoomd met hoogstammige bomen. Deze hooilanden sluiten aan bij een met hagen afgezoomd akkerland langsheen de Broekzijstraat (op de Ferrariskaart aangeduid met het toponiem “Brocxie”). Volgens de kaart van Vandermaelen (1854) is die situatie niet wezenlijk veranderd. De vallei is nog steeds voor het overgrote deel grasland. Er zijn geen afwateringsgrachten ingetekend. Enkel het noordelijk deel van de Kindernouwbeek is aan de oostkant afgezoomd met bomen. Er komen enkele stukken heide voor in het westelijke deel van het landschap ter hoogte van de Snaersdijk en in de zuidoostpunt. In dit deel en in het noordoostelijk deel komt in beperkte mate akkerland voor. In laatstgenoemd deel is er ook een klein dennenbosje aanwezig. Her en der komen loofbosjes voor. Ten westen van de Snaerdijkbrug is een klein veen, nu Zulven genoemd, aangeduid.

Ook een halve eeuw later, zoals weergegeven op de kaart van het Institut Cartographique Militaire (1909), zijn slechts enkele veranderingen in de vallei waar te nemen. Ze blijft ingetekend als grasland, maar is nu grote zones in lange, smalle, rechthoekige percelen afgeboord met houtkanten opgedeeld, meer bepaald aan de zijde langsheen de bewoning. Deze zeer smalle perceelrepels zijn later vastgelegd in de kadastrale percelering en zijn ook nu nog vrij goed waar te nemen in het landschap. Dit type percelering wijst op turfontginningen. De Kindernouwbeek is afgezoomd met een houtkant. Aan de westzijde van het landschap komt nog heide voor. De kleine, rechthoekige bospercelen zijn op één na niet uitgebreid. Ook het akkerareaal is nagenoeg gelijk gebleven. Het open akkerland rond de dorpskern van Lille verliest stilaan zijn karakter door opsplitsingen, bewoning en beplantingen.

In 1996 waren grote delen van het landschap geëvolueerd tot struwelen en (moeras)bossen. In het zuidoostelijk deel komt ook moeras voor. Er zijn meerdere putten (onder andere voor visvijvers) gegraven en op een aantal plaatsen zijn er weekendverblijven opgericht. Bij het beheer door Natuurpunt wordt zo veel mogelijk gestreefd naar het behoud van de diversiteit in dit gebied door hooien, hakhoutbeheer en de inzet van vee (onder andere Gallowayrunderen). De recreatievijvers worden waar mogelijk omgezet in natuurlijke waterpartijen. Op enkele plaatsen werden poelen voor amfibieën aangelegd.

  • Onroerend Erfgoed Antwerpen, digitaal beschermingsdossier DA002016, Vallei van de Kindernouwbeek (DE BORGHER M., 1996).
  • Topografische kaart van België, Nationaal Geografisch Instituut, uitgave 2006, schaal 1:10.000.
  • DE BORGHER M. 1997: Het beschermd landschap ‘De vallei van de Kindernouwbeek’, Monumenten en Landschappen16.6, 6-23.

Bron     : -
Auteurs :  De Borgher, Marc
Datum  : 2015


Relaties

  • Is deel van
    Lille
    Lille (Antwerpen)

  • Is deel van
    Vorselaar
    Vorselaar (Vorselaar)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Vallei van de Kindernouwbeek [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135035 (Geraadpleegd op 19-09-2019)