erfgoedobject

Schorren van de Durme, de Bunt en monding van de Durme in de Schelde

landschappelijk geheel
ID: 135065   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135065

Juridische gevolgen

  • omvat de aanduiding als beschermd cultuurhistorisch landschap Schorren van de Durme
    Deze bescherming is geldig sinds 04-02-1981

Beschrijving

Deze ankerplaats situeert zich op grondgebied van de gemeenten Hamme, Temse en Bornem. Het gebied wordt gekenmerkt door rivierbegeleidende wilgenstruwelen, schorren en slikken, die aan de Durme een nagenoeg natuurlijk karakter verlenen.

Fysische geografie

Topografie

De Durmevallei kenmerkt zich door een steile noord- en een zachthellende zuidkant. Deze asymmetrische vallei houdt verband met de monoclinale bouw van de tertiaire afzettingen, vooral op de noordhelling (cuesta van het Waasland). De bodem bevat er zware rivierklei in de alluviale delen en lichtere zand- en zandleemgrond op de hogere gedeelten.

Door de inpoldering en de aanleg van de Sassevaart veranderde de stroomsnelheid in de Durme en sindsdien verzandt de Durme, met een stijgend waterpeil tot gevolg. Buitengewoon is de sterke getijdenwerking die hier zo ver landinwaarts nog waargenomen wordt. Als zijrivier van de Schelde kent de Durme metershoge verschillen tussen hoog- en laagtij.

Geologie en bodem

Volgens de tertiaire geologische kaart primeren in dit gebied van noord naar zuid de donkergrijze, silt-, glauconiet- en glimmerhoudende (fijne) zanden behorend tot het Lid van Bassevelde (eoceen, 53 tot 33,7 miljoen jaar geleden), grijsblauwe klei behorend tot het Lid van Onderdijke (eoceen, 53 tot 33,7 miljoen jaar geleden) en donkergrijs, glauconiet- en glimmerhoudend fijn zand behorend tot het Lid van Buisputten (eoceen, 53 tot 33,7 miljoen jaar geleden). De bodem bevat zware rivierklei in de alluviale delen en lichtere zand- en zandleemgrond op de hogere gedeelten.

Vegetatie en fauna

Langsheen de rivier komen slikken en schorren voor, die overstromen bij vloed en droogvallen bij eb. Hier ontstond het zeldzame zoetwaterschorbiotoop met typische moerasvegetaties. Vaak zijn het vochtige ruigten en dichte wilgenstruwelen en meer zeldzaam metershoge rietkragen en spindotterbloemen. Vroeger werden de schorren als landbouwgrond gebruikt. Om de percelen tegen overstromingen te beschermen werden er zomerdijkjes omheen de schorren aangelegd. Deze schorren dienen als gras- en hooilanden. Later kwamen deze schorren in onbruik en evolueerden ze snel naar riet- en wilgenstruweel. Op het schor aan de Durmemonding is een grote verscheidenheid aan biotopen voorhanden, waarbij er zich een zekere differentiatie heeft voorgedaan in de struweeltypes.

De flora van dit gebied werd geïnventariseerd in 1981. Een belangrijk gedeelte van de schorren wordt ingenomen door de klasse van de wilgenvloedstruwelen- en bossen. Meer bepaald treffen worden er fragmenten van de associatie van amandel- en katwilg aangetroffen. Het kentaxon is amandelwilg, differentiërende taxa zijn liesgras, zwart tandzaad, waterpeper, ridderzuring, penningkruid, fluitenkruid en gele lis. Bovendien komen er overgangen naar de rietorde (faciesvorming van riet) en naar het elzen-vogelkersverbond voor. Op de dijken zijn fragmenten van de zevenbladassociatie te vinden. Kentaxa zijn grote brandnetel en witte dovenetel. Differentiërende taxa zijn kweekgras, Frans raaigras en witte dovenetel. Van hogergenoemde associatie vindt men ook de subassociatie met groot hoefblad. De zeer hoge eutrofiëringsgraad van het Durmewater zorgt voor een sterke verruiging, waardoor er heel wat ruigteplanten vooromen.

Als rivierlandschap herbergt het gebied een rijk vogelbestand met onder meer kleine karekiet, grote karekiet, blauwborst, bosrietzanger en rietzanger. Tot slot kan gesteld worden dat rivierschorren en zoetwatergetijdengebieden als levensgemeenschappen alsmaar zeldzamer worden. Schorren en slikken hebben bovendien een grote ornithologische waarde als rust- en foerageergebied van heel wat vogelsoorten.

Cultuurhistorie

De vallei wordt reeds heel lang bewoond, er zijn sporen van paleolitische en neolitische nederzettingen aangetroffen. De inpoldering kwam in de 13de eeuw op gang. Een eeuw later werd het kanaal Sassevaart gegraven.

Op de kabinetskaart van de Ferraris (1770-1778) had de Schelde direct stroomopwaarts de Durmemonding nog een andere, iets meer stroomopwaarts gelegen loop, waardoor er ter hoogte van het huidige schor slechts een smal, vermoedelijk onbedijkte schor bestond. Midden 19de eeuw was het schor reeds groter, maar had het nog niet de huidige omvang gekregen. Het schor kreeg in het noorden de benaming 'Schoor van de Molen', terwijl het zuidelijk deel van het huidige schor de naam 'Nieuw Schoor' kreeg, wat kan geïnterpreteerd worden als een mogelijke aanduiding van schoraangroei. Ter hoogte van Weert zijn in 1872, 1892 en 1909 kleine bedijkte hooilandjes zonder sluisjes aanwezig. In 1903 is de Schelde ter hoogte van Driegoten rechtgetrokken, waarna het Stort bij Weert ontstond. In 1951 bestond het schor uit een mozaïek van rietvelden en struwelen (waarbij wijmenstruweel langs de binnenkant en aan de buitenrand van een vermoedelijke zomerdijk te herkennen is). In tegenstelling tot andere zoetwaterschorgebieden was het dus niet meer als landbouwgrond in gebruik. In 1967 was het gebied vrijwel volledig ingenomen door houtige vegetaties. Het Stort wordt nog steeds vrijwel volledig ingenomen door een dicht, lange tijd niet meer onderhouden wijmenstruweel, waarbij de bomenrijen langs geulen en zomerdijken verdwenen zijn. Langs de binnenkant tegen de dijk komt een brede strook, door pionierende kruiden gedomineerde vegetatie voor, die vermoedelijk ontstaan is door recente graafwerken ten gevolge van de Sigmawerken. Op de noordelijk kop komt tussen de verspreide bomen een ruigtekruidenvegetatie voor.

Het schor aan de Durmemonding en het Tielrodebroek heeft op historische kaarten een andere vorm. Voor 1830 lag in de Durme een min of meer driehoekig eiland dat de monding in twee afzonderlijke armen verdeelde. Dit eiland, dat Luizenbosch werd genoemd, werd voor het eerst vermeld in 1648. Na een langdurige betwisting tussen Hamme en Tielrode werd het aan de laatst genoemde gemeente toegewezen en rond 1830 bij Tielrode ingedijkt. Gegevens van het oorspronkelijke kadaster uit het begin van de 19de eeuw wijzen op weiland. In het midden van de vorige eeuw was zowel het Tielrodebroek als het schor aan de Durmemonding in gebruik als (zomer)bedijkte (vloei)weide. Aan de hand van luchtfoto’s kan worden vastgesteld dat in 1951 het schor volledig wordt ingenomen door landbouw; er liggen homogene weilanden, die omwald zijn met bomen beplante zomerdijken. In 1971 is het duidelijk niet meer als landbouwgebied in gebruik. Er is nog geen struweelvroming maar wel komen enkele struiken en bomen voor op de zomerdijk. De situatie is in 1982 grondig gewijzigd: her en der treedt natuurlijke struikopslag op, met name op het centrale deel van het schor. De situatie doet reeds sterk denken aan de latere situatie met dien verstande dat de struwelen minder uitgebreid waren.

Het natuurreservaat Schorren van de Durme is een bedijkte vloeiweide op de topografische kaarten van 1872 tot 1948. Het is opgedeeld door compartimenteringsdijken en in de westhoek is er één sluis voorzien. Op het zuidoostelijk gedeelte zijn wijmen aangeplant. Hetzelfde geldt voor een smalle zone rivierwaarts de zomerdijk. Rond 1948 wordt een deel van de hooilandjes vervangen door wijmen. Het oude uitveningsgebied ‘De Bunt’ vormt een vrij groot plassenrijk en bebost geheel. De aanplanten en bossen zijn te vergelijken met die van de Scheldevallei. De oude plassen van de Bunt zijn overblijfselen van de vroegere uitveningen in dit gebied. Ze zijn vrijwel allemaal in gebruik als privé-visvijver, evenals recent gegraven putten. Het gebied is bijgevolg ook bezaaid met weekendverblijven of vissershutten.

  • Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen, Beschermingsdossier DO000630, Schorren van de Durme, advies KCML (1981).
  • Onroerend Erfgoed Oost-Vlaanderen, Beschermingsdossier DO000630, Schorren van de Durme (VAN DEN BREMT P., 1981).
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Eerste editie, Krijgsdepot, uitgegeven in 1865-1880, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Tweede editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1880-1884, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1889-1900, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1928-1950, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven in 1949-1970, schaal 1:25.000.
  • Databank Landschapsatlas Vlaanderen [CD-rom uitgegeven door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Afdeling Monumenten en Landschappen], Ankerplaats Schorren van de Durme, de Bunt en monding van de Durme in de Schelde A14003, 2001.
  • Tertiair-geologische kaart van Vlaanderen, Hamme, Bunt [online], http://www.geopunt.be/ (geraadpleegd op 11 juni 2015).

Bron     : -
Auteurs :  De Meirsman, Reginald, Tack, Guido, Van den Bremt, Paul, Van der Linden, Geert, Vanmaele, Nele
Datum  : 2015


Relaties

  • Omvat
    Rijshoutaanplanting op Het Stort
    Molenstraat zonder nummer (Bornem)

  • Is deel van
    Bornem
    Bornem (Antwerpen)

  • Is deel van
    Hamme
    Hamme (Hamme)

  • Is deel van
    Tielrode
    Tielrode (Temse)

  • Is deel van
    Weert
    Weert (Bornem)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Schorren van de Durme, de Bunt en monding van de Durme in de Schelde [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135065 (Geraadpleegd op 15-10-2019)