erfgoedobject

Vallei van de Poekebeek met kasteeldomein van Poeke

landschappelijk geheel
ID: 135184   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135184

Juridische gevolgen

Beschrijving

Dit deel van de vallei van de Poekebeek strekt zich hoofdzakelijk op grondgebied van de gemeente Aalter uit, en ander deel, nabij de samenvloeiing van de Wantebeek, ook op Ruiselede.

Centraal in het gebied ligt het kasteeldomein van Poeke. De Poekebeek heeft hier nog een sterk meanderend patroon maar in het park is de waterloop rechtgetrokken. De vallei van de Poekebeek doorsnijdt een licht heuvelend gebied. De breedte van het alluvium varieert sterk van plaats tot plaats. Het bodemgebruik in de vallei bestaat uit aaneengesloten grasland, afgewisseld met enkele bospercelen. De hoeves situeren zich op de randen van de vallei, waar vooral akkerland domineert.

Het uitgestrekte kasteeldomein van Poeke blijft in zijn huidige vorm herkenbaar als een laat 19de-eeuws adellijk landgoed met hier en daar een accent uit de 20ste eeuw. Het is mogelijk dat de huidige site op een meerledig castraal motte-systeem teruggaat. Hoewel de oorsprong van dit belangrijke historische site tot in de 12de eeuw opklimt, staat het buiten kijf dat vooral de 18de-eeuwse cultureel-economische opleving in vorstelijk Vlaanderen dit kasteeldomein een duurzaam historisch profiel heeft bezorgd. In de vroege middeleeuwen was het versterkte kasteel van Poeke een bolwerk van ridderlijke gezanten uit het Vlaamse graafschap, dat vanuit Brugge werd bestuurd. De woonsite van de heren van Poucke werd meermaals door Gentse opstandelingen bestookt, waardoor het na 1453 voor lange jaren in puin achter bleef. Het duurde bijna anderhalve eeuw vooraleer een vernieuwend adellijk initiatief zou komen. De familie de Preudhomme d’Hailly nam in 1597 de kasteelgoederen over en zou het vanaf die datum de heerlijkheid Poeke meer dan twee eeuwen lang besturen en het kasteeldomein uitbouwen tot het middelpunt van hun steeds uitbreidende eigendommen.

De geïsoleerde ligging van Poeke, de afname van haar bevolkingsaantal en het agrarisch karakter van het dorp waren er de oorzaak van dat het adellijke machtssysteem tot na de Tweede Wereldoorlog vlot zou blijven functioneren. Financiële moeilijkheden verzwakten de positie van de familie de Preudhomme d’Hailly zowel binnen als buiten het dorp, waardoor ze onder meer het kasteeldomein te Poeke in 1872 moest prijsgeven. De familie Pycke de Peteghem kocht het kasteeldomein en domineerde het politieke leven in het dorpje Poeke. Het kasteeldomein doorstond beide wereldoorlogen, maar de adellijke invloed doofde uit na het overlijden van de laatste barones in 1955. In 1977 werd het kasteeldomein eigendom van de gemeente Aalter. Sindsdien doet het voornamelijk als recreatiezone dienst.

In de 18de eeuw, toen volop aan het toenmalige Rococo-kasteel van Poeke werd gebouwd, duiken de eerste aanwijzingen op die wijzen in de richting van concrete tuinarchitecturale plannen. Men had een symmetrisch concept in het achterhoofd waarbij ook rekening werd gehouden met het omliggende landschap. Naar alle waarschijnlijkheid werd in 1752, in aanvulling op een eng en reeds gedeeltelijk aanwezig drevenbestand, een axiaal drevenpatroon ontworpen. Doorheen het gedeeltelijk beboste domein achter het kasteel werden in deze periode zichtassen opengewerkt. In het radiale knooppunt van het drevenpatroon vervoegden zich blijkbaar tal van visuele relaties. Vanuit het knooppunt vertrok een brede centrale zichtas naar de achterzijde van het kasteel waar zich een uitgestrekt terras bevond. Andere dreven keken uit op de omliggende dorpskerkjes van Poeke, Lotenhulle, Ruiselede en Aalter. De overige dreven in het kasteeldomein waren evengoed gericht op belangrijke artificiële elementen uit het omliggende landschap, zoals de korenwindmolen van Poeke en Lotenhulle en het 'Goed te Axpoele' op Ruiselede, waar zich naast een windmolen ook een watermolen bevond. De silhouetten van de torenspitsen en windmolens waren over grote afstand in dit weinig reliëfrijke landschap te zien. In de periode voor de 19de eeuw waren deze duidelijk waar te nemen elementen signaturen, die naast hun eigenlijke functie ook de feodaliteit waarvan zijn deel uitmaakten, in het omliggende landschap symboliseerden. Het zorgvuldig ordenen van de dreven in een uitgekiend patroon, liet de Baron van Poeke toe zijn allesomvattende macht op een luisterrijke en creatieve wijze te manifesteren. Eind 18de eeuw waren de verbouwingen aan het kasteel in sobere Lodewijk XV- stijl voltooid. Voor en achter het kasteel werd de tuinen in klassieke geometrische stijl naar Frans model uitgewerkt.

Net als vele andere parken ging men in Poeke in de 19de eeuw vooral op de landschapsstijl verder borduren. Het concept van het verreikende axiale drevenpatroon hield tot het derde kwart van de 19de eeuw stand, waarna het, samen met een opmerkelijke vermindering van het bosbestand, gedeeltelijk leek weg te kwijnen. De rechtlijnigheid die vroeger de aanleg beheerste, werd doorbroken door de aanleg van enkele graslanden met gebogen omtreklijnen. De beslotenheid van het ‘nieuwe’ kasteeldomein werd mogelijk versterkt door een gevoelige inperking van het stervormige drevenpatroon en een drastisch uitbreiding van het bosareaal.

De romantische stroming van het einde van de 19de eeuw vervaagde gedeeltelijk door de opkomst van een verregaand eclecticisme bij de aanvang van de 20ste eeuw. De voortuin was in deze periode getransformeerd tot een voorbeeld van een neo-stijl die teruggreep naar de regelmaat van het Franse classicisme. De compositie van de tuin werd opnieuw rechtlijnig. Nog andere elementen getuigen van het nieuwe elan dat het domein op het einde van de 19e eeuw kreeg. Het koetshuis, de ommuurde moestuin, een tweetal broeikassen en een ruim hondenhok. De relatief laaggelegen bosbestanden kenden een zorgvuldig hakhoutbeheer met korte omlooptijden. Op de laagst gelegen vochtige graslanden in het kasteeldomein paste men een maaibeheer toe. Bij deze techniek werd de bodem op een afdoende manier verschraald door het betreffende perceel bij het begin van de zomer te hooien. De dreven waren niet enkel decoratief maar zorgden eveneens voor brand- en constructiehout.

Rond het kasteeldomein liggen talrijke hoeven, waarvan sommige voormalige pachthoeven zijn van het kasteel. Het 'Goed te Leurebroeck' is een hoeve die half omwald is. Een rechte populierendreef loopt naar de straat. De hoeve wordt al in 1626 vermeld. Het oude pachtgoed was deels een leen van Poeke en deels een leen van de heerlijkheid van Bellem en Schuurveld. Het 'Goed te Vormezele' was een foncier van de gelijknamige heerlijkheid, dat zeker al sinds de 15de eeuw bestond. Van de vroegere omwalling zijn enkele restanten over. Het huidige boerenhuis dateert uit de 18de eeuw. Het 'Hof te Barel' werd in de 15de eeuw ook 'Hof te Baarle' genoemd. Het was een leen van de heer van Nevele met vier achterlenen. De 'Meulemeershoeve' heeft een kern die minstens tot de 18de eeuw opklimt. Aan de Molenmeersen, ten zuidwesten van de hoeve, komen graslanden voor die met knotbomen zijn afgeboord. De 'Pluimstedehoeve' werd al in 1509 vermeld. Het woonhuis dateert uit ongeveer midden 19de eeuw. De kerk van Poeke werd samen met het beboomde dorpsplein ervoor en de onmiddellijke dorpsbebouwing en het voormalige armenhuis, in de ankerplaats opgenomen. Het door het kerkhof omgeven neogotisch kerkje dateert uit 1842.


Bron     : Ankerplaats 'Vallei van de Poekebeek met kasteeldomein van Poeke'. Landschapsatlas, A34008, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001


Relaties

  • Omvat
    Kasteeldomein van Poeke

  • Is deel van
    Lotenhulle

  • Is deel van
    Poeke

  • Is deel van
    Ruiselede

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Vallei van de Poekebeek met kasteeldomein van Poeke [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135184 (Geraadpleegd op 11-12-2019)