erfgoedobject

Ettingebos

landschappelijk geheel
ID: 135209   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135209

Beschrijving

Dit gebied situeert zich tussen Oosterzele en Scheldewindeke (Oosterzele) in het noorden en Balegem (Oosterzele) in het zuiden. Op het kasteelpark van Keiberg sluit het Ettingebos aan, dat in de vallei van de Ettingebeek gelegen is. Ten zuiden van het Ettingebos bevindt zich de stokerij ‘Van Damme’ en ten westen en zuiden daarvan liggen twee kouters met elk een windmolen.

Bodemkundig behoort dit gebied tot de zandleemstreek. Zwakgolvend in het noorden gaat het in het zuiden geleidelijk over in een hogere liggend, meer golvend reliëf. Het vertoont een open kouterlandschap met meestal gesloten depressies ten gevolge van de natuurlijke afsluitingen rond vooral weiden. Ook talrijke percelen nat bos komen in de depressies voor. De bewoning is in kleine gehuchten geconcentreerd. Eind 18de eeuw kwamen meerdere bossen in het gebied voor: het Ettingebos, bos in de beekvallei tussen Keiberg en Scheldewindeke en op de plaats van de Duivelskapel. Deze laatste twee bossen zijn nu praktisch verdwenen en liggen voornamelijk onder weiden met enkele bospercelen. Op de kaart van 1870 is het bos in de Ettingebeekvallei tussen Scheldewindeke en Oosterzele verdwenen, enkel in de vallei tussen Keiberg en Issegem is er nog bos. Deze situatie wijzigt niet in de daaropvolgende decennia. Het bosje op de kouter ten zuiden van Issegem staat reeds op de kaart van ‘Het land van Aalst’ uit 1644 aangeduid en op alle volgende kaarten.

Het ‘Kasteel Smissenbroek’ of ook ‘Kasteel Keiberg’ genoemd, is op de Keiberg gelegen. Op de plaats van het huidige 17 ha grote kasteeldomein, in de moerassige ‘Hettingen’, bevond zich aanvankelijk een herenverblijf dat in oorsprong minstens tot de 17de eeuw opklimt. In de jaren 1740 werd het vervangen door de bouw van een nieuwe buitenplaats op de oude omgrachte site met aanleg van een dubbele toegangsdreef en een kasteelpark met dreven, grachten, wallen en vijvers. Het Lodewijk XIV- kasteel heeft een H-vormige plattegrond. Aanvankelijk was het een waterkasteel waarvan de binnenwallen overeenstemden met die van het vroegere opperhof. Heden zijn die grotendeels gedempt. Na de brand van 1947 werd het kasteel gereconstrueerd. De twee vrijwel identieke, lange bijgebouwen aan weerszijden van het voorhof van het kasteel zijn waarschijnlijk voormalige paardenstallen. Aan de westelijke walgracht ligt een goed bewaarde ijskelder.

De landbouwstokerij Van Damme werd in 1862 opgericht. Bij deze graanjeneverstokerij hoorde een bestaande hoeve. Het landelijke complex van het semi- gesloten type klimt in oorsprong waarschijnlijk tot in de 13de eeuw op. De gebouwen werden in de tweede helft van de 19de eeuw en begin de 20ste eeuw aangepast en uitgebreid. De eigenlijke graanstokerij, met ronde bakstenen schoorsteen in de noordoosthoek van het erf, is haaks ingeplant naast de woning en eraan palend. In 1947 werd de stoomketel vernieuwd. Het stoken vindt plaats in de winter.

De windmolen op de hoek van Berg en Molenstraat staat vooral bekend onder de naam ‘Guillotinemolen’, maar werd ook soms ‘Stenenmolen’, ‘Molen ten Berg’ en ‘De Grote Kucher’ genoemd. Dit zijn benamingen die verband houden met de wijknamen in de onmiddellijke omgeving. Oorspronkelijk was het een korenwindgemaal met oliestampkot, nadien enkel graanmolen die tot circa 1955 in gebruik was. Rond 1980 werd de molen gerestaureerd maar toch is hij nog steeds niet maalvaardig. Het houtwerk werd grotendeels bij de restauratie vernieuwd. Op de andere kouter staat de ‘Windekemolen’, een open staakmolen met teerlingen op een kleine molendam. In 1984 werd hij ontmanteld voor een grondige restauratie en nadien teruggeplaatst. Op de Ferrariskaart stond er reeds een houten staakmolen, maar meer oostwaarts midden op de zogenaamde Grote Meulecauter van Scheldewindeke. In 1910 brandde de Windekemolen af en kocht de molenaar een bestaande molen aan ter vervanging van de vernietigde korenwindmolen. Deze molen, ook 'Vissers Molen' genoemd is waarschijnlijk van rond 1815 en zou oorspronkelijk afkomstig zijn van Mark (Henegouwen). In 1853 werd hij overgebracht naar Denderwindeke en van daar in 1910 naar Balegem. Tot 1959 was hij in bedrijf. Deze molen is belangrijk in het opzicht dat hij de nog omvangrijkste bestaande molen in Oost-Vlaanderen is, en de enige in de provincie met armwielen. Ook de trekbalkconstructie is vrij uitzonderlijk.

De parochiekerk van Oosterzele, Sint-Gangulfus, is volgens de overlevering gesticht door de heilige Livinus en in 1230 tot parochiekerk verheven. Nadat de toren in 1723 instortte, werd de kerk herbouwd en uitgebreid. Op het einde van de 19de eeuw werd een nieuwe kerk in opdracht van burgemeester markies van Rode opgericht. De nieuwe kerk kwam op de plaats van de oude met behoud van de vroegere kruisingstoren in den nieuwe voorgevel. De kerk werd nu naar het westen i.p.v. het oosten georiënteerd en waarschijnlijk werd afbraakmateriaal van de oude kerk hergebruikt.

De ‘veldkapel’, door acht hoge populieren omgeven, staat ook als het ‘Duivelskapelletje’ bekend. Het staat ingeplant op het kruispunt van twee landwegen halverwege de kerk van Balegem en van Scheldewindeke. De oudere en grotere kapel is vervangen door de huidige bakstenen sokkelkapel van de Eerste Wereldoorlog. De Sint-Antonius-van-Paduakapel is een neogotisch getinte bak- en natuurstenen wegkapel uit 1905. Verder komen ook een eclectisch getinte burgerwoning in omringende tuin uit begin de 20ste eeuw en het ‘landgoed ten Berg’, gebouwd in de jaren 1890. In het bijhorende park staan een serre, paardenstallen en een conciërgewoning.

De Oude Heirbaan leidt van de vallei van de Grote Ettingbeek omhoog naar de dorpskouter. Deze holle weg vormt de historische verbinding tussen Oosterzele en Issegem langs de kortste route, dwars over de dorspkouter. Het rechte karakter van de weg en de naam Oude Heirbaan wijst erop dat deze weg ook deel uitmaakt van het oude (postkoets)traject Gent-Geraardsbergen. Het gehucht Issegem vormde een kruispunt van wegen die verbinding maakten met de vier windrichtingen. Het betrof vaak eenvoudige voetwegen die over het plateau de kortste route tussen de akkers volgden. Sommige voetwegen zijn nog bewaard en vormen relicten van het historisch stratenpatroon. Een aantal wordt reeds afgebeeld op de Horenbaultkaart van het Land van Aalst uit 1596 waarop Issegem duidelijk als belangrijk kruispunt wordt weergegeven.

  • ‘Caerte en(de) discriptie figuerative van(de) gheel den Lande van Aelst’, Jacques Horenbault, Parijs. Bibliothèque national de France, Cartes et plans, Rés. Ge AA. 817, schaal: 1:34117.
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaart van België, Philippe Vandermaelen, uitgegeven in 1846-1854, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Eerste editie, Krijgsdepot, uitgegeven in 1865-1880, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Tweede editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1880-1884, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1889-1900, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1928-1950, schaal 1:20.000.
  • Kaart van België, Militair Geografisch Instituut, uitgegeven in 1949-1970, schaal 1:25.000.

Bron     : Ankerplaats 'Ettingebos'. Landschapsatlas, A40035, Agentschap Onroerend Erfgoed, Brussel.
Auteurs :  Agentschap Onroerend Erfgoed
Datum  : 2001


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Ettingebos [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/135209 (Geraadpleegd op 19-09-2019)