't Volkshuis

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Sint-Niklaas
Deelgemeente Sint-Niklaas
Straat Vermorgenstraat
Locatie Vermorgenstraat 9-11, Sint-Niklaas (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Sint-Niklaas (actualisaties: 01-06-2007 - 30-06-2007).
  • Adrescontrole Sint-Niklaas (adrescontroles: 18-12-2007 - 18-12-2007).
  • Inventarisatie Sint-Niklaas (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed 't Volkshuis

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument 't Volkshuis: gevels, daken, gelagzaal en schouw
gelegen te Vermorgenstraat 11, Vermorgenstraat 9 (Sint-Niklaas)

Deze bescherming is geldig sinds 22-11-2001.

Beknopte karakterisering

Typologievolkshuizen
Stijlart deco
Dateringinterbellum
Betrokken personen

Beschrijving

Opgetrokken in 1925-1926 naar ontwerp van Robert Jan Soebert in art-decostijl. Het Volkshuis bevindt zich in de Vermorgenstraat, een straat die deel uitmaakt van de Stationswijk.

Historiek

Het Volkshuis bevindt zich in de Vermorgenstraat, die deel uitmaakt van de Stationswijk en de grens vormt met de Koningin Elisabethwijk. De coöperatieve maatschappij "De Toekomst" kocht een pand in de Vermorgenstraat van maalder Jean De Buck met een drieledig doel namelijk voor de inrichting van burelen, vergader- en voordrachtzalen van de partijafdeling, syndicaten en mutualiteit. Ten tweede voor burelen voor kunst-, muziek- en jeugdgroepen, bibliotheek, leslokalen voor muziek- en werkopvoeding. Ten derde voor de oprichting van een gelagzaal, leeszaal, theater- en concertzaal, turnzaal.

Het ontwerp voor het nieuwe "Volkshuis", opgemaakt door de Berchemse bouwmeester Robert Jan Soebert, dateerde van 3 juni 1925. Het kreeg de goedkeuring van het stadsbestuur op 27 juni 1925 en het gebouw kon reeds geopend worden op 27 februari 1926. Het ontwerp omvatte drie delen namelijk ten eerste een lichte verbouwing van het bestaande neoclassicistische herenhuis, ten tweede de opbouw van het eigenlijke Volkshuis op de plaats van de inrijpoort en de wintertuin van het herenhuis, ten derde de verbouwing van burelen en magazijnen van de voormalige maalderij tot traphal van de later te realiseren schouwburg. Meer gedetailleerd betekenden de werken:

  • Verbouwing van het bestaande neoclassicistische herenhuis namelijk op het gelijkvloers het bureel van de Bond Moyson, de eetkamer werd een bijkeuken en de veranda een vergaderzaal. Op de eerste verdieping werden mits kleine aanpassingen de vijf slaapkamers aangepast tot burelen en een doorgang werd gerealiseerd naar de eerste verdieping van het nieuwe Volkshuis.
  • De uitbreiding met het art-deco-Volkshuis omvatte een kelder met ruime bier- en wijnkelder, het gelijkvloers omvatte een gelagzaal van 180 vierkante meter met buffet en achterliggende trap en in de tuin een sanitair blok; de eerste verdieping telde vier burelen, een centraal bordes met sanitair blok en een buitentrap naar de tweede verdieping die aanving vanop het bordes. De eerste verdieping stond in verbinding met de eerste verdieping van het voormalig herenhuis. De tweede verdieping werd volledig ingenomen door de repetitiezaal en de buitentrap.
  • Het derde deel van het ontwerp was een verbouwing van de burelen en magazijnen tot een traphal naar de latere schouwburg.

De tweede bouwfase (1926-1927) omvatte de bouw van een schouwburg voor cinemavoorstellingen, toneel- en dansfeesten. Op 9 april 1926 verkreeg de c.v. "De toekomst" de vergunning voor de bouw vanwege de Bestendige Deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen en in juni 1927 werd de bouw voltooid.

Na de brand van 1961 werd het rechtergedeelte van het complex namelijk het Volkshuis verkocht aan de brouwerij Bosteels uit Buggenhout. Het oude herenhuis werd verbouwd tot trappenhuis die toegang verleende tot de eerste verdieping van het voormalige Volkshuis. Deze verdieping werd omgevormd tot drie slaapkamers, een berging, een vergaderzaal en het sanitair blok. De tweede verdieping behield zijn oorspronkelijke structuur. Tijdens de laatste verbouwing van 1995-1996 werd het linkergedeelte naast het art-deco-Volkshuis volledig verbouwd en verhoogd. Om deze nieuwe constructie van vier bouwlagen maximaal te benutten – in harmonie met en mits het behoud van de structuur van het art-deco-Volkshuis – werd de verticale verbinding tussen beide constructies verzekerd door een split-levelsysteem en door een lift die te paard staat op beide constructies. Deze lift met bijhorende trap neemt de plaats in van de vroegere bergruimte en de trap. De oorspronkelijke art-decotoog werd verschoven voor het inbrengen van de lift- en trapschacht.

In het eigenlijke art-deco-Volkshuis werden volgende wijzigingen aangebracht: in de kelder werd de liftschacht, de machinekamer, de trap en de stookruimte ingebracht. Op het gelijkvloers bleef de gelagzaal behouden terwijl het sanitair blok op de koer verdween. Rond de gelagzaal werden aan de linker- en rechterzijde burelen met bijhorend sanitair gebouwd, terwijl ook een toegang werd gemaakt tot de achterliggende parking. Op de eerste verdieping werden de kamerindelingen vervangen door lichte beglaasde wanden. Het linkergedeelte van het Volkshuis werd ingericht tot burelen, traphal, keuken en sanitair. Op de tweede verdieping werd de vroegere repetitiezaal door middel van lichte wanden in twee verdeeld. Vanop de trap heeft men zicht op het artdecoschouwelement dat zich centraal bevindt in het rechtergedeelte van de gedeeltelijk behouden repetitieruimte. Het linker gedeelte van de vroegere repetitieruimte werd opgedeeld in twee burelen, de lift- en trapschacht en een wachtruimte. De uitkragende trapzaal werd behouden en met hout bekleed. De achtergevel werd bepleisterd. Tijdens deze laatste verbouwing werd zodus de voorgevel van het art-deco-Volkshuis behouden, de gelagzaal werd – met uitzondering van de toogruimte – in oorspronkelijke staat gerenoveerd. De toog werd meer naar het midden verplaatst en de wandspiegel tegen de nieuwe lift- en trapschacht geplaatst. De eerste en tweede verdieping werden volledig aangepast met behoud van het monumentaal schouwelement.

Beschrijving

't Volkshuis

Het gebouw 't Volkshuis, daterend van 1925-26, is van het rijwoningtype in art deco met een sterk geometrische vormgeving naar het ontwerp van bouwmeester Robert Soebert. Bakstenen gebouw met gevelbekleding in natuursteen (Euville) van vier traveeën en drie bouwlagen onder plat dak. Middentraveeën geaccentueerd door de monumentale rechthoekige vleugeldeur gevat in een getrapte en korfbogige omlijsting met op de hoeken gehurkte mannenfiguren uitgewerkt in hoog-reliëf met voorstelling van de arbeid namelijk een steenkapper en een metaalbewerker. Deze reliëfs zijn van de hand van de Berchemse beeldhouwer E. Vereecken. Rechthoekige vensters met vernieuwd schrijnwerk. Borstweringen voorzien van driezijdig uitgewerkte panelen. Vleugeldeur met art-decosmeedwerk en ingewerkte letters DT en WP zijnde de afkortingen van "De Toekomst" en "Werklieden Partij". Licht driezijdig uitgewerkte hoektraveeën geaccentueerd door de brede overkragende kroonlijst. Gelijkvloerse brede rechthoekige vensters met getrapte en korfbogig uitgewerkte lateien.

Interieur
Gelagzaal

Rechthoekige symmetrisch opgebouwde gelagzaal met aan de beide korte zijden lichtinval door de vensters en de centrale portiek aan de voorgevels, en aan de tegenoverliggende zijde het centrale zaalhoge glas-in-loodraam van de Berchemse kunstenaars E. Vereecken en F. De Blok, voorstellende "de toekomst" met de afbeelding van een man en een vrouw die een kind dragen. Over de zijramen uitwaaierende stralenbundel in rood en geel met een zwarte belijning, voorstellende "de dageraad". Onder deze flankerende ramen bevinden zich vleugeldeuren. Plafond met zware betonnen moerbalken op getrapte consoles, uitbekleed met grijs geaderde roze marmer. Zware wit geschilderde pseudo-kinderbalken en vierkante rood-bruin geschilderde casementen. Bij het glasraam bevindt zich een rechthoekig bovenlicht. De vloer in keramische tegels vormt een geometrisch patroon met rode en witte banden afgeboord in dambordmotief van zwarte en witte tegels.

De wanden zijn voorzien van een monumentale lambrisering in Sloveense eik. Vooraan links en achteraan rechts werden tegen de lambrisering vaste zitbanken aangebracht. De uitspringende deuren zijn geaccentueerd door een vlakke omlijsting van grijs aderde roze marmer. Tevens zijn de houten deuren zelf nog eens uitspringend met afgeschuinde hoeken, centraal rechthoekig vlak paneel in zware marmer, en verder in het houtwerk nog geribd lijstwerk. Lambrisering bestaande uit rechthoekige panelen met centrale vlakke panelen van zware marmer, geribd lijstwerk, panelen met ruitvormige versiering. Tussen de panelen geribde pilasters met vierkante bekroning, deze bekroning wordt bij een aantal pilasters vervangen door de koperen geometrische -door de bouwmeester ontworpen- lichtarmaturen met matte beglazing. De rechthoekige vlakke toog is eveneens bekleed met dezelfde roze marmer. De monumentale getrapte spiegel bestaat uit verticale paneeltjes die afwisselend vlak of driehoekig zijn. Het tooggeheel werd tijdens de laatste renovatie in 1995-1996 meer vooruit geschoven in de zaal, daar achter deze toog de lift- en trapkokers werden geïntegreerd.

Schouw

De tweede verdieping wordt gedomineerd door een monumentaal rechthoekig schouwelement met getrapte zijden. Versierd met een bas-reliëf voorstellende "de arbeid" in de vorm van een gehurkte steenhouwer. Dit reliëf is opgehoogd met gepatineerd slagmetaal en omgeven door vergulde stralenbundels. Het reliëf is tevens identiek aan dit van de voorgevel en zodus mogelijk het werk van beeldhouwer E. Vereecken.

  • BOEL M. & VAN DE STEENE B. 1996: Voorstel tot bescherming als monument van "het Volkshuis", onuitgegeven PCML werkdocument.
  • DEMEY A. 1998: Art Deco in Sint-Niklaas, Gent.
  • DEMEY A. 1981: Inventaris van het cultuurbezit in België, Provincie Oost-Vlaanderen, arrondissement Sint-Niklaas, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 7N2 (S-T), Gent, 572.
  • DEMEY A. 1983: Het land van Waas: Tien eeuwen bouwkunst deel 18, Sint-Niklaas (Koninklijke Oudheidkundige kring van het Land van Waas).
  • DEMEY A. & CHARLIER G. 1988: Sint-Niklaas aan het woord, Brugge.
  • LAEVAERT L. 1966: Stad Sint-Niklaas. Bijdrage tot de geschiedenis van de wijken, straten, pleinen, huizen en markt, Antwerpen, 82.
  • MEGANCK L. 1995: Bijdrage tot de methodologie van het onderzoek van interbellumarchitectuur, Gentse bijdragen tot de kunstgeschiedenis en oudheidkunde deel XXX, Gent, 163-184. VAN BOUCHAUTE P. 1998: Van les Milles Colonnes tot het Volkshuis, Archivaria 3.8, 45-54. VANDENBREEDEN J. & VANLAETHEM F. 1996: Art Deco en modernisme in België. Architectuur in het Interbellum, Tielt.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DO002189, Volkshuis

Auteurs: Wylleman, Linda

Datum tekst: 2015

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sint-Niklaas

Sint-Niklaas (Sint-Niklaas)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.