Constructiewerkplaats Carels

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Gent
Deelgemeente Gent
Straat Dok-Noord
Locatie Dok-Noord 4-6, 5-7, Gent (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Gent (actualisaties: 01-01-2006 - 24-09-2007).
  • Adrescontrole Gent (adrescontroles: 25-09-2007 - 25-09-2007).
  • Inventarisatie Gent (geografische inventarisatie: 01-01-1976 - 31-12-1983).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Constructiewerkplaats Carels

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

ACEC-site, voorheen constructie-atelier Carels. Het bedrijf werd in 1839 door Charles-Louis Carels opgericht aan Klein Meerhem (constructie van onder meer kleinere stoommachines en poldergemalen); in 1861-62 overgebracht naar de huidige vestiging aan Dok-Noord, waar het zich weldra tot een der speerpuntbedrijven in de machinebouw zal opwerken. In 1880 bouwde de firma de eerste compoundstoommachine in België, en in 1900 verwierf men als eerste ter wereld, een licentie op de bouw van dieselmotoren; dit betekende een belangrijke uitbreiding van het bedrijf. Een zelfontwikkelde Carels marinediesel werd vanaf 1910 in licentie gebouwd in Frankrijk (bij Schneider & C°, Le Creusot), Engeland en Duitsland; uitvoer geschiedde naar de meeste Europese landen (met inbegrip van Rusland), Argentinië, Brazilië, Australië en de USA. Belangrijk in de constructie van deze machines was het progressieve gebruik van gietstaal en de verzorgde vormgeving. In 1921 smolt het bedrijf samen met de S.E.M. (bouw elektrisch materieel); in 1934 gebeurde een fusie met de ateliers Van den Kerchove (zie Coupure).

De burelen en werkplaatsen omvatten thans het volledige binnenblok tussen Dok-Noord, de Doornzele-, Sint-Salvator- en Sassevaartstraat. Hierbij werden delen van oudere bedrijven opgeslorpt. Het huidige gebouw der onderhoudsdienst en de zijkanten der vroegere grote gieterij (waaronder magazijn noordelijk en de vroegere droogkamer) lijken afkomstig te zijn van het oude gasbedrijf. In de kleine gieterij werden onlangs tijdens verbouwingswerken de grondvesten van cilindervormige gastanks ontdekt.

De onderhoudsdienst is in een industriële constructie van circa 1870 ondergebracht. Bakstenen gebouw, twee bouwlagen (doch waarvan circa 1975 één bouwlaag en de zolderverdieping gesloopt werden) met getoogde openingen met ijzeren roedeverdeling. Vloeren geconstrueerd door middel van bakstenen troggewelven tussen zware gegoten I-balken, op gietijzeren kolommen welke doorheen de balklaag gaan; de balken dragen van muur tot kolom, zijn in de gewelflaag door middel van houten bouten om de doorlopende kolomtussenstuk bevestigd en rusten op een uitkragend kopstuk. Aan de muren, en door middel van bouten om de kolommen, zijn opleggingen voor de rails van rolbruggen bevestigd (1948?).

Aan de noordzijde van de zogenaamde grote gieterij bevindt zich een constructie van bakstenen troggewelven tussen metalen I-balken (oost-west georiënteerd), rustende op in de muur bevestigde geklonken liggers. Aan de zuidgevel ervan werden de vroegere getoogde ramen tot op grondniveau doorstoken, zodat thans de indruk gewekt wordt dat de I-liggers op zware pendanten rusten. Aan de zuidzijde der gieterij resten opgespannen bakstenen troggewelven tussen metalen I-balken (noord-zuid oriëntatie), rustend op de buitengevels en (thans, na verbouwing) eveneens op de metalen draagkolommen der gieterij. Vermoedelijk werd de gieterij einde negentiende eeuw tussen twee bestaande gebouwen ingeplant.

De meeste huidige constructies, gelegen ten noorden van de huidige toegang tot de werkhuizen kwamen voor 1912 tot stand. Op de hoek van Dok-Noord en Sassevaartstraat, thans de toegang tot de burelen, rest nog het volume van het woonhuis Carels (derde kwart negentiende eeuw) ontdaan van zijn gevelpunt en zadeldak; de voorheen in het verlengde hiervan liggende burelen in de Sassevaartstraat werden in 1946 grondig verbouwd tot het huidige magazijn J, doch de directieburelen langsheen Dok-Noord (te herkennen als lager gedeelte van twee bouwlagen, links van het vroegere woonhuis) behielden in het interieur nog steeds hun stijlvolle eind-negentiende-eeuwse houten afsluitingen. De huidige burelen (drie bouwlagen langsheen Dok-Noord) kwamen in twee bouwfasen tot stand. Het deel rechts van de poort wordt gedateerd door twee hardstenen jaarstenen: "R. Van Der Mersch / Constructeur / 1913 / Gand", en "Myncke Frères / Entrepreneurs / Gand"; waarschijnlijk betreft het hier een verbouwing van vroegere werkhuisruimten. Het deel 1inks van de poort kwam in 1919 tot stand. In 1969 werd de zolderverdieping aan de zijde van Dok-Noord door brand vernield, en vervangen door de huidige verhoging met één bouwlagen door middel van prefab-burelen. Opmerkelijk in de straatgevels is hoe tijdens alle bouwfasen het dominerend karakter (geschapen door boogramen in verdiepte rondboognissen) gerespecteerd bleef. Tevens dient het opmerkelijk gebruik van metaal in de poortomlijsting vermeld van: Dok-Noord (gekoppelde poort- en deuromlijsting in geklonken plaatijzer ca. 1920) en in de poort van Hal O, Sassevaartstraat (sierlijke geklonken gietijzeren ligger als latei, circa 1910).

De bedrijfsruimten bestaan hoofdzakelijk uit ruime hallen, op metalen (vakwerk) kolommen, onder aanleunende beglaasde zadel- en raekemdaken, op metalen spanten. De metalen kolommen dragen in de meeste gevallen tevens de looprails van rolbruggen, welke de volledige breedte der hal overspannen. Deze constructies werden waarschijnlijk reeds einde negentiende eeuw, en zeker vanaf begin twintigste eeuw courant toegepast, gezien de huidige dakenstructuur van de oudere hallen reeds grotendeels op een perspectieftekening uit circa 1920 voorkomt. Nochtans zal een exacte datering van de verschillende bouwfasen, en verbouwingen (onder meer hoe ingrijpend werd hersteld na het bombardement van 1944?) slechts mogelijk blijken na grondig archivalisch en in situ onderzoek, onder meer aan de hand van giet- en walsmerken op de metalen constructie-elementen, welke voor een deel (onder meer in de grote gieterij) van Engelse herkomst blijken. De meeste zelfdragende metaalconstructies en -spanten lijken nochtans van voor 1920 te dateren.

De oorspronkelijke halconstructie circa 1870 lijkt nog bewaard in Hal Y, waar op bakstenen buitenmuren een houten breed, door verlenging der spantbenen verhoogd hangspant rust; de makelaar werd eveneens verlengd, en is door middel van spantangen met het ondereinde der spantberen verbonden. Op zware bakstenen binnenpilasters rusten de looprails der rolbrug. Hal M, uitziende op de Sassevaartstraat (gekenmerkt door groot rondvenster met ijzeren roedeverdeling boven poort) mogen we eveneens circa 1870-1880 dateren, doch bezit - in tegenstelling tot voorgaande - een metalen zogenaamd Engels spant; een zijlokaaltje ervan (ten oosten) bezit nog een traditionele Polonceau-spant.

In de elektrische centrale, en in de zogenaamde Kleine gieterij, beide circa 1920, werd gebruik gemaakt van metalen raekemdaken op parallelvakwerkliggers, rustend op bakstenen buitenmuren. Hallen S en R (1930, vergroot 1958) daarentegen zijn uit een volledige zelfdragende metaalstructuur opgebouwd, met in dun baksteenmetselwerk opgevulde gevelwanden; twee aanleunende volledig beglaasde zadeldaken, op aanleuningspunt rustend op metalen vakwerkkolommen, en op dubbel Polonceau-spant (doch laatst genoemde opgebouwd uit profielijzer).

Naast deze evidente metaalconstructies werd vanaf begin twintigste eeuw reeds beton als constructie-element gebruikt. Een kleine hangar ten westen van Hal Y, oorspronkelijk bestemd voor de afwerking van vliegwielen, werd reeds voor de eerste wereldoorlog integraal in beton uitgevoerd, met inbegrip van het raekem-spant en de loopvlakken der rolbrug; jammer genoeg werd de spantconstructie onlangs gesloopt. De bedrijfswatertoren, circa 1925, werd eveneens volledig in beton uitgevoerd en rust op een open betonnen staketsel. Het gebouw van de gereedschapsmakerij en het laboratorium (drie bouwlagen onder plat dak) in met baksteenmetselwerk opgevuld betonskelet en vlakke betonvloeren op mushroomkolommen werd in 1947 uitgevoerd naar ontwerp van Guilliam Callard.

  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, mutatieschetsen Gent.
  • CEUTERICK A. 1913: In nagedachtenis van M. Gustaaf Carels - Levensbeschrijvende nota's, Gent.
  • s.n. s.d.: Usines Carels Frères - Gand - Belgique, Machines à vapeur types compound parallèle, compound et équivourant. - Moteurs Diesel stationnaires à 2 et à 4 temps. Moteurs Diesels Marins réversibles , s.l.

Bron: Bogaert C., Lanclus K. & Verbeeck M. met medewerking van Linters A. 1979: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Gent,  Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 4NB N-O, Brussel - Gent.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1979

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Dok-Noord

Dok-Noord (Gent)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.