U-vormige vakwerkhoeve

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Diepenbeek
Deelgemeente Diepenbeek
Straat Stationsstraat
Locatie Stationsstraat 50, Diepenbeek (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Diepenbeek (actualisaties: 15-10-2007 - 16-10-2007).
  • Adrescontrole Diepenbeek (adrescontroles: 08-11-2007 - 08-11-2007).
  • Inventarisatie Diepenbeek (geografische inventarisatie: 01-01-1981 - 31-12-1981).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed U-vormige vakwerkhoeve

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als monument U-vormige vakwerkhoeve en waterput

Deze bescherming is geldig sinds 15-06-2009.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek U-vormige vakwerkhoeve: omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 15-06-2009.

Beknopte karakterisering

Typologiehoeven
Stijlvakwerkbouw
Datering18de eeuw

Beschrijving

Het U-vormige hoevecomplex bestaat uit een noordvleugel met woonhuis en stallen, een oostvleugel met inrijpoort en (dwars)schuur en een niet als monument beschermde zuidvleugel met voormalige varkensstallen en kippenhok, geschikt rond een rechthoekig binnenerf. Het complex wordt door een oprijlaan met de Stationsstraat verbonden.

Historiek

De hoeve, die naar verluidt eertijds door de graven van Loon aan Alden Biezen zou gegeven zijn, werd reeds weergegeven op de Ferrariskaart (circa 1771-1777) als bestaande uit een L-vormige (mogelijk twee tegen elkaar gebouwde volumes) en een rechthoekige component, die ten zuiden van de Caetsbeek (tegenwoordig Oude Kaatsbeek) gelegen zijn. In de Atlas der Buurtwegen (circa 1840-1844) werd ten noordoosten van beide hoevecomponenten een bakhuis ingetekend tegen de Caetsbeek. Ten laatste in 1862 werden de losstaande hoevecomponenten verbonden tot een semi-gesloten complex en vervolgens ten laatste in 1888 tot een gesloten complex. Dit gesloten hoevecomplex werd in 1922 geregistreerd als een U-vormig complex, wat overeenstemt met de huidige constellatie bestaande uit een woonhuis met koe- en paardenstal in het verlengde ten noorden, een inrijpoort en (dwars)schuur ten oosten, en een varkensstal met kippenhok in het verlengde ten zuiden. Het ten noordoosten van het complex ingetekende bakhuis lijkt ten laatste in 1939 verdwenen te zijn. Verder werden in 1990 ten oosten van het U-vormige hoevecomplex nog twee aanhorigheden (?) geregistreerd.

De gebouwen in stijl- en regelwerk werden gerestaureerd in het begin van de jaren 1970 door architect Van Grimbergen met respect voor de constellatie en de bestaande vakwerkstructuren. De muren dienden nieuw opgemetst te worden ter versteviging, waarbij de bestaande muuropeningen volgens de eigenaars behouden werden. Bij het vervangen van de voetplaat werd de stoel vernieuwd en verhoogd.

Beschrijving

Het U-vormige hoevecomplex bestaat uit een noordvleugel (woonhuis en voormalige koe- en paardenstal), een oostvleugel (inrijpoort en (dwars)schuur), en een zuidvleugel (voormalige varkensstallen en kippenhok) geschikt rond een rechthoekig binnenerf. Het complex wordt door een oprijlaan met de Stationsstraat verbonden.

De noordvleugel met een voormalige woonhuis-koestal-paardenstal ordonnantie telt in totaal negen traveeën onder een zadeldak met Vlaamse pannen, waarvan het bredere woonhuis zelf vijf traveeën onder een mank zadeldak beslaat. Het gebouw is opgetrokken in stijl- en regelwerk met versteende vullingen op een vernieuwde bakstenen stoel, die in het koe- en paardenstalgedeelte verhoogd werd. De erfzijdegevel omvat voor zover waarneembaar elf gepikte stijlen, een tussenstijlschoor in de tweede en derde travee (woonhuis), en een hoekstijlschoor in de laatste travee (paardenstal). De muuropeningen bestaan van links naar rechts uit twee beluikte kruiskozijnen met sponningbeloop, twee deuren met bovenlicht, een beluikt kruiskozijn, een deur met bovenlicht en een beluikt (stal)venstertje. De twee linkse kruiskozijnen lijken hun oorspronkelijk schrijnwerk met sponningbeloop behouden te hebben, terwijl het rechtse kruiskozijn uit vernieuwd schrijnwerk bestaat. Tijdens de restauraties werden de kruiskozijnen in hun oorspronkelijke kruisvorm hersteld op basis van sporen in het schrijnwerk. In de linkerzijgevel werd een groot raam geplaatst ten voordele van een grotere lichtinval. Ook in het dak zelf werden enkele dakvensters ingevoegd. De achtergevel heeft over de volledige lengte een verhoogde bakstenen stoel. De muuropeningen bestaan uit vijf enkelbeluikte venstertjes tussen regels in het woongedeelte en vier kleine enkelbeluikte venstertjes en een deuropening in het koe-en paardenstalgedeelte. Twee van de vijfvenstertjes in het woonhuis behielden het oorspronkelijke schrijnwerk en hebben diefijzers. Vermoedelijk werden de overige drie vensters op basis daarvan gereconstrueerd/vernieuwd. In de tweede en derde travee van het woonhuis is een - oorspronkelijk onderkelderde - opkamer zichtbaar. De rechterzijgevel (naast de inrijpoort) telt twee beluikte vensters. Opvallend is het verschil in zichtbare regels (Haspengouws type) voor wat betreft de erfzijdegevel en verdoken regels (Kempisch type) voor wat betreft de achtergevel van de noordvleugel.

De oostvleugel bestaat uit een inrijpoort en een (dwars)schuur van vier traveeën onder een zadeldak met Vlaamse pannen, waarin langs de erfzijdegevel twee dakvensters gemaakt werden. Ook in deze vleugel werden de oorspronkelijke lemen vullingen tijdens de restauraties vervangen door metselwerk en werd de bakstenen stoel vernieuwd. De erfzijdegevel van de schuur telt vijf gepikte stijlen en een hoekstijlschoor in de eerste travee. De muuropeningen bestaan uit een beluikt venstertje en een schuurpoort. De linkerzijgevel bevat een deuropening, terwijl tegen de rechterzijgevel een aangebouwde travee onder lessenaarsdak staat. De top van de rechterzijgevel draagt een pannen beschieting. De achtergevel van de schuur omvat vijf gepikte stijlen, een tussenstijlschoor en een hoekstijlschoor. De ankerbalkgebinten van de oorspronkelijke dakstructuur zijn inwendig bewaard, maar de kepers werden vernieuwd.

Op het erf, ten zuiden van het woonhuis bleef de waterput bewaard.

Interieur

De oorspronkelijke woonhuis-koestal-paardenstal ordonnantie werd opgegeven, aangezien het woongedeelte uitgebreid werd over de ganse noordvleugeL Zo bevindt zich onder meer een keuken in de koestal en een bad- en slaapkamer in de paardenstal. Hiertoe werden de oorspronkelijke scheidingsmuren tussen de stallen zelf alsook tussen de stallen en het woonhuis doorbroken. Tussen de voormalige koestal en het oude woonhuis loopt een laterale gang. Ook in het oude woonhuis zelf werd de oorspronkelijke schikking, bestaande uit enkele grote vertrekken (waaronder een eetkamer en een woonkamer) rond een centrale haard langs de zuidzijde en een reeks kleinere vertrekken (waaronder een opkamer en twee kleine keukentjes) langs de noordzijde, doorbroken. De oorspronkelijke houtstructuur evenals de scheidingsmuur tussen de grote en de kleinere vertrekken werd behouden. De oorspronkelijk hoger gelegen en onderkelderde opkamer werd op hetzelfde niveau gebracht als de overige vertrekken en verbonden met het erachter gelegen vertrek (oorspronkelijk een keukentje). De centrale haard werd afgebroken omwille van de bouwvallige toestand en vervangen door een antiek exemplaar tegen de scheidingsmuur met de vertrekken langs de achtergevel.

Omgeving

Het U-vormige hoevecomplex is bijna volledig gelegen in agrarisch gebied en wordt door een oprijlaan, die (ten tijde van de bescherming) langs de linkerkant afgezoomd wordt door een eikenhaag (Quercus), met de Stationsstraat verbonden. Op het rechthoekige binnenerf bevindt zich een waterput met betonnen bovenbouw en witgeschilderd metselwerk. Ten westen van het complex ligt een tuin, die langs drie zijden omgeven wordt door een - naar verluidt meer dan honderd jaar oude - meidoornhaag (Crataegus). Vóór de hoeve staan enkele lindebomen (Tilia), terwijl ten noorden de Oude Kaatsbeek loopt tussen de hoeve en de weg. Op de kruising van de oprijlaan met de straat bevindt zich een merkwaardig pijlerkapelletje. De omgeving van de hoeve wordt langs de straatzijde afgebakend door een geschoren haag. Aan de overzijde van de Stationsstraat, buiten de afbakening van de omgeving van de hoeve als dorpsgezicht, is een gerestaureerd vakwerkhoevetje gelegen, dat naar verluidt zou opgebouwd zijn met afbraakmateriaal van een gebouwtje dat eertijds deel uitmaakte van het U-vormige hoevecomplex.

  • SCHLUSMANS F. 1981: Bouwen door de eeuwen heen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur. Deel 6n I (A-Ha). Provincie Limburg. Arrondissement Hasselt, Gent, 95.

Bron: Beschermingsdossier DL002548, Vakwerkhoeves Diepenbeek (digitaal dossier)

Auteurs: Goeminne, Nele & Gyselinck, Jozef

Datum tekst: 2009

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Diepenbeek

Diepenbeek (Limburg)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.