Parochiekerk Sint-Pieter

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Maarkedal
Deelgemeente Schorisse
Straat Zottegemstraat
Locatie Zottegemstraat 1, Maarkedal (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Maarkedal (adrescontroles: 31-01-2008 - 31-01-2008).
  • Inventarisatie Maarkedal (geografische inventarisatie: 01-01-1998 - 31-12-1998).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Pieter

Deze bescherming is geldig sinds 13-01-1981.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Pieter

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Parochiekerk Sint-Pieter en omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 13-01-1981.

Beschrijving

Dorpskerk ingeplant aan de oostelijke straatzijde met oostelijk georiënteerd koor afwijkend naar het zuiden op rechthoekig perceel aan hoek Essestraat, ruimte overeenstemmend met het vroeger kerkhof, sinds 1967 omgevormd tot parking. Afhellende bakstenen kerkhofmuur ten zuiden aan Essestraat, geleed door verhoogde lisenen tussen brede rechthoekige spaarvelden; voorste muurpijler met jaartal 1916 in natuursteen, wellicht verwijzend naar jaar van (her)opbouw. Huidige kerk kende drie grote bouwfasen, de oudere bouwevolutie is evenwel slechts fragmentarisch bekend.

Oudste gegevens aangaande een kerk te Schorisse hebben betrekking op de restitutie van de altaarrechten in 1177 aan de Sint-Amandusabdij te Elnone (Noord-Frankrijk); deze abdij behield sindsdien het patronaatsrecht. De heren van Schorisse uit het huis van Gavere hadden een nog niet duidelijk inschatbaar aandeel in het bouw- en/of het veranderingsproces van de kerk, voorheen wellicht een eenbeukige kruiskerk waarvan de kruisingstoren in 1627 door sloop verdween. Van voorafgaandelijke aan- en verbouwingen bleef evenwel de laatgotische westtoren (tweede kwart van de 16de eeuw) behouden: een verweerde gevelsteen boven het portaal draagt een thans nog moeilijk leesbare inscriptie van jaartal 1538. Vernielingen in 1566 en 1579, gevolgd door herstellingswerken. Nieuwbouw van een noordelijke zijbeuk in 1684-85 en van een zuidelijke zijbeuk in 1701-1702. In het derde kwart van de 18de eeuw heropbouw van het huidige koor met ten zuiden aanleunende sacristie (in 1757-58 of circa 1765) en oprichting van een nieuwe doopkapel (1758). Torenspits herbouwd in 1779-1780. Afbraak van de kerk in 1788-90 met uitzondering van het koor en de westtoren met ten zuiden aangrenzende kleine doopkapel; tussenbeide opbouw van een nieuw driebeukig schip. Aansluitend (circa 1790) interieurdecoratie met nieuwe altaren door de befaamde Italiaan C. Moretti. Toevoeging van een bergplaats ten noorden van het koor in 1872. Herstellingswerken in 1885-1887. Ingrijpende restauratie van de kerktoren in 1902 naar ontwerp van architect Henri Vaerwyck met namelijk vervanging van veel bouwmateriaal. Plaatselijke herstellingen in 1930 en 1932. Brand van het koor in 1949 waarbij onder andere het waardevolle portiekaltaar van 1680 door C. Mahieu verloren ging; de figuratieve schilderingen met onder meer heiligen, van 1873 door P. Van Coillie, die koorwanden en -gewelf sierden, zijn sindsdien ook verdwenen. Nodige herstellingswerken van het koor in 1953-54 naar ontwerp van architect Adrien Bressers gepaard met herschildering van het hele interieur. Doopkapel gewijzigd in neogotische stijl en vergroot met berging voor elektriciteitscabine (1967). Grove herstellingswerken in 1978-79 met voegwerken. Beperkt kleurenonderzoek naar aanleiding van jongste herschildering van het interieur (1997) bracht een onvolledig beeld aan van oorspronkelijk vrij gediversifieerde marmerschildering. Vandaar keuze van een nieuwe kleurstelling in lichte okertinten die de architecturale sierelementen en structuur accentueren.

Het grondplan van de kerk omvat een zware vierkante westtoren (1538) met rond traptorentje tegen noordelijke oksel, een breed driebeukig schip van vijf traveeën (1788-90) uitlopend in een koor van twee traveeën met driezijdige sluiting, ten zuiden aanpalende sacristie en ten noorden berging (1872, vergroot met sanitair in 1978-79).

Laatgotische westtoren van vijf bouwlagen van bak- en zandsteen met hoekkettingen, geleed door omlopende waterlijsten en op hoge arduinen plint. Versneden hoeksteunberen. Korfboogpoort in deels originele spitsboogomlijsting. Ruim spitsboogvenster erboven met drieledige tracering, eveneens grotendeels vernieuwd. Derde geleding van westgevel met ruitmotieven in kruisvorm van geglazuurde baksteen. Twee spitsbogige hoge galmgaten in elke torenzijde onder omlopende geprofileerde daklijst. Korte ingesnoerde achtzijdige leien torenspits bekroond door een groot decoratief smeedijzeren kruis op bol en bekroond door windhaan.

Bakstenen schip op plint van Doornikse steen, afgedekt door een leien zadeldak en verlicht door rondboogvensters in de langsgevels der zijbeuken. Lagere koor met blinde oostgevel, evenals sacristie met zandstenen plint en hoekkettingen. Segmentbogige koorvensters, gedicht in de schuine muren van de sluiting. Doopkapel met blinde oculus aan zuidzijde; sporen van vroegere dakhelling in westgevel van zuidelijke zijbeuk. Vrij jonge Calvariebeeldengroep onder luifel tegen westkant van doopkapel achter ijzeren hekwerk.

Bepleisterd en geschilderd homogeen classicistisch kerkinterieur gekenmerkt door een overzichtelijke ruimte met harmonieuze verhoudingen. Lagere en smallere zijbeuken gescheiden van de middenbeuk door rondbogen op Toscaanse zuilen met vierkante sokkel; typerende pilasterordonnantie, wanddecoratie met lijstwerk en stucconsoles in Lodewijk XVI-stijl, overwelving met hangkoepels gescheiden door brede moerbogen. Rijke en verfijnde stucdecoratie van oostelijke zijbeukwanden en voornamelijk van koorgewelf en -boog door C. Moretti waarvan de opgetrokken draperie met gekroonde baronmots evenals de gewelfsluitstukken zeer opmerkelijk zijn. Twee monumentale rondboogdeuren met paneelwerk. Koorwandgeleding met nissen voor reliekschrijnen naast koorhoofd. Doopkapel achter rondboog voorzien van gewelf opgesmukt met stralenkrans en wolken in stucreliëf. IJzeren hekwerk versierd met Christus- en Mariamonogram.

Doksaal mogelijk nog deels uit 1781 door D. De Staercke, gewijzigd in 1837 onder meer met ijzeren borstwering.

Mobilair: Altaardoek met voorstelling van Geboorte van Christus, uit de 17de eeuw, toegeschreven aan G. De Crayer. Altaardoek voorstellende "De pestlijders aanroepen de Heilige Rochus, Sebastiaan en Antonius abt, uit de 17de eeuw. In het koor, doek "Onze-Lieve-Vrouw schenkt rozenkrans aan Heilige Dominicus", uit de 17de eeuw. In de doopkapel, doek "De boodschap van de engel aan Maria", waarschijnlijk schilderwerk van N. De Liemaker, uit de 17de eeuw.

16de-eeuws houten Heilig Margaretabeeld met jonge polychromie. Gekleed houten Onze-Lieve-Vrouwebeeld met Kind, begin 19de eeuw. Verscheidene 19de-eeuwse houten heiligenbeelden, evenals enige plaasteren, overschilderd in de jaren 1960.

Twee zijaltaren evenals gebogen wandbekleding van beide, gemarmerd hout en stucwerk, circa 1790 door C. Moretti. Eiken koorbanken van 1793 met fraai sculpteerwerk. IJzeren communiebank uit de eerste helft van de 19de eeuw. Merkwaardige preekstoel geassembleerd uit diverse elementen: zeshoekige kuip mogelijk van 1670 door W. De Croock met laat-18de-eeuwse toevoegingen en/of van 1810 en gepolychromeerd beeld van Goede Herder (1810). Twee midden-18de-eeuwse biechtstoelen met rococokenmerken en een barokke biechtstoel, gedateerd 1687, door C. Mahieu, thans in de doopkapel. Opmerkelijke zandstenen doopvont, waarschijnlijk uit de 15de eeuw, met gebeeldhouwde achtkantige kuip; koperen deksel en ophanging met duif van 1935 door H. Verdonck (Gent). Kruisweg van 1851 geschilderd op doek. Glasramen van 1922 en van 1938-39 door H. Coppejans. Twee 18de-eeuwse reliekschrijnen.

Nieuw orgel gebouwd in 1836-37 door Pierre van Peteghem (Gent); werken in 1872 door Ch. Anneessens (Geraardsbergen) en in 1878 door J. Vergaert (Gent); in 1953 zwaar gerenoveerd door J. Loncke (Esen) zodat behalve de orgelkast niet veel meer overblijft van Van Peteghem. Grafzerk van Jaqueline de Gavere . 1505, Doornikse kalksteen en witmarmeren kopie van Doornikse kalksteen; witmarmeren 18de-eeuwse grafzerken.

  • Schorisse, Pastorie, Liber Memorialis ab anno 1865.
  • DE BROUWER J., Bijdrage tot de geschiedenis van de kerkelijke instellingen en het godsdienstig leven in het Land van Aalst tussen 1621 en 1796, Deel II, De parochiekerken, Dendermonde, 1975, p. 426, 441, 449, 480, 540, 612, 622.
  • DE SMAELE F., De Kerk van Schorisse. I, II en III, in Jaarboek van de Zottegemse Culturele Kring, 1953-54, p. 25-73; 1954-55, p. 65-135; 1955-56, p. 17-35.
  • DEVOS P., De Sint-Pieterskerk van Schorisse, De interieuraankleding van de Sint-Pieterskerk van Schorisse, Uit het meubilair van de Sint-Pieterskerk van Schorisse, Monumenten en Landschappen in Oudenaarde & Maarkedal, (9) 1997, p. 66-75.
  • DHANENS E., Inventaris van het kunstpatrimonium van Oost-Vlaanderen, VII, Kanton Sint-Maria-Horebeke, tekst, Gent, 1971, p. 233-257.

Bron: Verbeeck M. & Tack A. 1998: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Oudenaarde, Kanton Oudenaarde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 15N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1998

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Zottegemstraat

Zottegemstraat (Maarkedal)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.