erfgoedobject

Domein Hottat

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 300752   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300752

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Domein Hottat
    Deze bescherming is geldig sinds 06-01-1992

Beschrijving

Kasteel in eclectische stijl, gebouwd na brand in 1914, omgeven door landgoed van circa 45 hectare, waarvan de embryonale landschappelijke aanleg uit begin 19de eeuw rond 1840 wordt uitgebreid en rond 1900 grotendeels de 18de-eeuwse geometrische patronen verdringt; talrijke oude en zeldzame bomen; neogotische folly (toren) uit 1856; een van de mooiste en interessantste landgoede­ren van de regio.

Het Korbeeks Kasteel in de 18de eeuw

De afbeelding van het domein rond het "château Corbeeck" op de Ferrariskaart (1771-1775) laat door zijn geo­metrische regelmaat weinig vermoemden van het bewogen reliëf dat de site kenmerkt. Het kasteel, de voor­malige zetel van een heerl­ijk­heid, lag op de grens van Korbeek-Lo en Lovenj­oel, aan de voet van het Diestiaan massief van Pellen­berg-Lubbeek. De noord-zuid gerichte aanleg volgens een lang­gerekt geometrisch patroon liep uit op een van de vele col­luviale dalletjes aan de zuidrand van dit mas­sief en (helemaal boven) op het Bergenhof. Het steilste, door holle wegen door­kruiste gedeelte van de helling was bebost – het "bois de Cor­beeck". Het U-vormige grondplan van het kasteel­gebouw was naar het zuiden geopend, omringd door een slotgracht die een bijna vierkant eiland van ongeveer 1 hectare vormde. Het kasteel­gebouw lag op het snijpunt van twee assen: de asym­me­trisch opgebouwde noord-zuid as, gevormd door het Bergenhof, twee parallelle dreven die grote percelen hooi- en akkerland om­sluiten, het omgrachte kasteel met een kleine tuin en een klein 'sterrenbos'; de tweede as vormde een hoek van 45 graden ten opzichte van de eerste, liep even­wijdig met de hoogtelijnen ten oosten van het kasteel en wordt op de Ferrariskaart aangegeven door een 1,6 hectare grote, langwerpige boomgaard. De toegangsdreef lag aan de westzijde van het kasteel. Aan het einde van de 18de eeuw besloeg de aanleg zowat 10 hectare.

Het beeld van de Ferrariskaart (1771-1775) is dertig jaar later – op de oudste kadastrale kaartdocumenten (de 'plans géométriques' van Kor­beek-Lo en Lovenjoel) uit 1807 – nog helemaal in­tact, maar er is waarschijnlijk iets gebeurd met het "bois de Cor­beeck", dat nu "bois brûlé" heet. Op deze kaarten, die wat tuinen betreft geen onderscheid maken tussen 'nut' en 'lust', wordt het kasteel aangeduid met de naam van de eige­naar: "madame Scauten" (op de kaart van Korbeek-Lo doorgehaald en vervangen door 'madame Cauters'). Charles Schauten (of Schouten), die rond 1830 als eigenaar wordt ver­meld in de Primitieve kadastrale leg­ger, was burgemeester van Korbeek-Lo en behoorde ongetwijfeld tot de­zelfde familie.

De landschappelijke aanleg

De Primitieve kadaster­kaart (1830-1832) toont een sterk gewijzigd beeld: de slot­gracht is ver­dwenen op de zui­delij­ke arm na, die verbreed werd tot een echte vij­ver met een golvende oe­verl­ijn en voor­zien van een brugje – naar de manier van af­beel­den te oor­delen, een boogbrug. Uit de ka­das­trale legger blijkt dat deze "lustvij­ver" deel uitmaakte van een "lust­grond" van 2,7 hectare, die ook het sterrenbos van de Ferra­riskaart (per­ceel Lo­venjoel sectie A nummer 77) om­vatte. Of de ster op dat ogenblik nog bestond is weinig zeker. Vooral de vijvervorm en het brugj­e laten ver­moeden dat het Korbeeks Kasteel rond 1830 uitkeek over een infor­mele, vroeg-landschappelijke tuin of 'jardin à l'an­glaise'. Het grond­plan van het kas­teel bleef onveranderd: een U met de opening naar het zuiden. In de leg­ger van 1830 wordt echter een onder­scheid gemaakt tussen "huis" (de noor­delijke helft van de U) en "lust­huis" (de uitein­den die onmiddellijk bij de "lust­grond" aan­sluiten).

De uitkijktoren

In 1836 worden het kasteel en het hele bezit Schauten te Korbeek-Lo en Lovenjoel (63,5 hectare) aangekocht door Louis-Alexandre de Dieudonné, advocaat en schepen te Leuven, later burgemeester van Korbeek-Lo, in 1842 geridderd en in 1843 "baron de Corbeeck over Loo". Hij zal zich metterwoon in Korbeek-Lo vestigen en een periode van ingrijpende veranderingen inluiden. Het resultaat hiervan zien we op de kadaster­kaarten van Popp (1860) en wellicht nog beter op de militaire topografische kaart van 1864. Een gekleurde litho uit het einde van de jaren 1840 geeft een ongetwijfeld realistisch beeld van het land­goed vlak na de transformatie. De beplan­tingen zijn vermoedelijk nog aan de gang, getuige hiervan de wals en de ­ man met de pot­plant op de voor­grond, mogel­ijk baron de Dieu­donné zelf, in ge­zelschap van een van de tuiniers.

In 1847-1849 wordt de ver­dwij­ning van het geo­me­tri­sche drevenpatroon ten westen en ten noorden van het kasteel door het kadaster gere­gis­treerd. Tegelij­ker­tijd wordt de vij­ver aanzienlijk uitgebreid in wes­telijke richting, waar­door het verband met de vroegere slot­gracht verdwijnt en de op­per­vlakte meer dan verviervoudigt (tot 73 are). Het ge­deelte van het kasteelcomplex dat in de Primitieve legger van Korbeek-Lo als "lu­sthuis" werd aangemerkt, wordt boven­dien ver­bouwd en aanzien­lijk uit­ge­breid. Het nieuwe kasteel dat wordt uitgebouwd op een van de vleugeluiteinden aan de oostzijde van het oude complex volgens een bijna vierkant grondplan zal – op enkele verbouwingen na, vooral in 1903 – tot 1914 standhou­den. Het heeft sober be­pleisterde gevels met een neoclassicistisch uit­zicht, drie bouw­lagen waarvan de onder­ste een sok­kel vormt, en een schild­dak, typisch voor de landelijke herenhuizen van rond 1850. De zuidgevel wordt gekenmerkt door een mid­den­risaliet bekroond door een driehoekig fron­ton, dat opgeno­men is in de kroon­lijst, en door lage tuin­deu­ren.

In 1856, naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van de troonsbestijging van Koning Leopold I – zoals blijkt uit een opschrift boven de ingangsdeur – wordt op het hoogste punt van het domein (hoogtelijn 102 meter), aan de noordrand van het "bois brûlé" en het vertrekpunt van het colluviale dalletje, een merkwaardige, voor de streek unieke, folly gebouwd: een vierkante, uit drie lagen bestaande toren, neo-Tudor ge­tint, uit baksteen met natuurstenen hoek­ket­tin­gen, boog­frie­zen en gekanteelde bekroningen, met de­cora­tieve venster- en deuromijstingen. Hiertegen is een poly­go­naal trap­to­ren­tje aangebouwd met schiet­gat­ach­tige ven­stertjes, dat be­kroond wordt door een open belvédère. Het panorama dat van op die plaats werd geboden omvatte het Meerdaalwoud en de Diestiaan­ heuvels ten noordoosten van Leuven. Deze toren is zowat het enige wat nog aanwezig is van het parkmeubilair. In de zuidoosthoek van het domein bevindt zich, op een heuveltje, een bakstenen sok­kel waarop vermoedel­ijk ooit een tuinvaas of een beeld stond en in 1983 viel ten oosten van de vijver op een ijzerzand­stenen sokkel nog een curieus beeldje te bewonderen: een half opgerichte, op een stok leunende figuur uit witte steen; hier­van is ook alleen de sok­kel overgebleven.

De uitkijktoren vormde het eind- en (letterlijk) hoogtepunt van een circuit dat voor­namelijk het diep ingesneden bovenste gedeelte van het colluviaal dal benutte, maar via lusvormige vertakkingen ook het hele Korbeekbos ontsloot. Deze naar het kasteel toe uitwaaierende ruimte werd opgesmukt met een qua kleur en vorm gevarieerde beplanting, waarvan nog een groot gedeelte bewaard gebleven is: bruine beuken (Fagus sylvatica 'Atropunicea') met stamomtrekken van meer dan 400 centimeter, twee mammoetbomen (Sequoiadendron giganteum) met omtrekken tot 545 centimeter, een oud exemplaar zomerlinde met ingesneden blad (Tilia platyphyllos 'Laciniata') en, vooral, een varenbeuk (Fagus sylva­tica 'Asplenifolia') met een stamomtrek van 365 centimeter. Een tamme kastanje (Castanea sativa) met 444 centimeter omtrek in het zuidoosten van het park, en twee bruine beuken met respectievelijk 640 centimeter en 589 centimeter omtrek behoren mogelijk tot een oude­re, misschien zelfs laat 18de-eeuwse generatie van aanplantingen. De dreef die de grens vormt tussen het zuidoostelijke bosge­deelte en de boomgaard ten oosten van het park bevat waar­schijnlijk ook relicten uit de Dieudonné-periode, zomereiken (Quercus robur) met circa 4 meter stamomtrek en een wintereik (Quercus petraea) met 305 centimeter omtrek.

Het landschappelijk park zoals het te zien is op de stafkaart van 1864 bleef voor een belangrijk gedeelte bewaard. In de centrale ruimte werden na de brand van 1914 en de verplaatsing van het kasteel (zie verder) enkele in­grijpende herschikkingen uitgevoerd. Daardoor kwamen de be­plan­tings­heuvels ten oosten van de vijver met bruine beuken en Oostenrijkse dennen (Pinus nigra subspecies nigra) buiten de oorspronkelijke zich­tassen te liggen. In de zuidwestelijke hoek van het domein bevindt zich een beplan­tingsheuvel met een oude taxus (Taxus baccata) en oude opslag van zilveresdoorn (Acer saccharinum) die eveneens tot het oorspronkelijke architectu­rale reliëf behoort, want op de kaarten van 1864 en 1893 wordt dit heuveltje door een pad omsloten.

In 1864 bevond de nutstuin zich ten westen van het kasteel, op een vierkant stuk grond van ongeveer 1 hectare. De ruimte rond de vijver was daardoor visueel grotendeels ge­scheiden van de hellingen ten noorden van het kasteel. Het grootste gedeelte van de oppervlakte ten zuiden van de vijver werd in beslag genomen door een boomgaard, maar die komt in het kaartbeeld van 1893 al niet meer voor. Pas op de kaart van 1908 is te zien dat deze visuele compartimentering verdwenen is, net als elke zweem van interne rechtlijnig-geometrische aanleg. De nutstuin werd verplaatst naar een blok in het zuidwesten, buiten het eigenlijke park, aansluitend bij de portiersloge. De 18de-eeuwse, rechthoekige om­kadering van de open ruim­te tussen de vijver en het steile gedeelte van de helling (en de monding van het colluviaal dal) bleef evenwel bewaard.

Na de brand

Zoals diverse andere kastelen in de omgeving – het Vij­ver­hof te Bier­beek (Kor­beek-Lo), het kas­teel de Mau­ris­sens te Lubbeek (Pell­en­berg), het kas­teel Van Tilt te Hols­beek – werd ook het Korbeeks Kasteel in 1914 door Duitse soldaten platgebrand. Bij de herop­bouw in 1920-1921 koos Pierre de Dieudonné voor een meer dramatische op­stelling, een loca­tie 200 meter noord­waarts, die ook een zicht bood op het bergop­waarts ver­small­ende dalletje, cen­traal genoeg om ook nog bergafwaarts, in zuidelijke richting, een boeiend, naar de vijver verbredend perspec­tief te bieden. De dienstgebouwen (volgens het kadaster 'garage' en 'broeikas') werden in een rustie­ke, neotraditionele stijl (bak­steen, spekla­gen, trapgeveltjes) opgetrokken op een gedeelte van de funderingen van het oude complex, half verscholen in het reliëf. Het nieuwe kasteel werd gebouwd in een imposante, eclectische, Lodewijk XV-XVI-mengstijl, vooral merkbaar in de stilistische uitwerking. Het bestaat uit twee bouwlagen onder een bekronen­de balustrade, die rond het hele gebouw loopt. Het man­sardedak heeft sier­lijke dakven­sters, afgewisseld met oeil-de-boeuf. De bakste­nen gevels worden geritmeerd door pilas­ters en, ho­rizontaal, door kordons van witte natuur­steen. In de zuidgevel is er een uitgebouwde inkompartij met een terras en een statige trap.

Uit de wederopbouwperiode dateert een nieuwe generatie min of meer interessante aanplantingen, in de eerste plaats de in het oog springende groep fijnsparren (Picea abies) met stamomtrekken tot 289 centimeter en tot 30 meter hoog, in het gazon ten zuidwesten van het nieuwe kasteel; maar ook meer zeldzame soorten, onder andere: nabij de dienstgebouwen een mooi exemplaar himalayazilvers­par (Abies spectabilis) met 212 centimeter stamomtrek, verwonder­lijk want deze soort wordt als min of meer vorstgevoelig beschouwd(in 1990 gedetermineerd als Abies nordmanniana onder nr. 6467 in het be­stand 'Beltrees'); ten oosten van de vijver een (momenteel kwijnend) exemplaar van de zeld­zaamste van de twee soorten moerascipres, de zogenaamde rijzige moerascipres (Taxodium ascendens); vlakbij het dienstgebouwencomplex een mooie bontbladige es­doorn (Acer pseudoplatanus 'Leopoldii') en nog andere dendrol­ogisch interessante bomen zoals varenbeuk. Al deze bomen hebben stamomtrekken tussen 2 en 3 meter. Dit geldt ook voor de dubbele beukendreef die vanaf de portiersloge de toegang tot het domein vormt. Langs de oprijlaan staat een prachtige, breed uitgegroeide hazelaar met veerspletig blad (Corylus avel­lana 'Heterophylla'), die waarschijnlijk ook in die periode werd aangeplant. De aanplantingen en wijzigingen die daarna werden uitgevoerd – bijvoorbeeld onder de familie Hottat, sinds 1939 eigenaar, onder wiens naam het domein nu vooral bekend is – zijn weinig belangrijk. Het Korbeekse kasteeldomein behoort hoe dan ook tot de mooiste en interessantste parken van de regio.

Merkwaardige bomen (Het cijfer vooraan verwijst naar het plan bij de afbeeldingen. Het cijfer achteraan geeft de stamomtrek gemeten op 150 cm hoogte gedurende drie periodes: in 1983 [cursief], in 1990 [gewoon] en september 1998[vet]. Het cijfer tussen haakjes geeft aan dat de stamomtrek op een afwijkende hoogte gemeten werd.)

  • 1. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 389
  • 2. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 423
  • 5. tamme kastanje (Castanea sativa), tweestam­mig, 399, 395
  • 10. hazelaar met veerspletig blad (Corylus avellana 'Heterophylla') 11 meter kroon­diameter
  • 11. Corsicaanse den (Pinus nigra subspecies laricio) 235
  • 13. fijnspar (Picea abies) 285/289
  • 14. fijnspar (Picea abies) 245
  • 17. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 412
  • 19. blauwe spar (Picea pungens) 262
  • 21. varenbeuk (Fagus sylvatica 'Asplenifolia') 369/365
  • 23. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 580/589
  • 24. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 462
  • 25. zomerlinde met ingesneden blad (Tilia platyp­hyllos 'Laci­niata') 445(60)
  • 30. zuilvormige zomereik (Quercus robur 'Fastigiata') 350(70)/380(70)
  • 31. rijzige moerascipres (Taxodium ascendens) 200/220/222
  • 32. bontbladige cultivar van gewone esdoorn (Acer pseudo­pla­tanus 'Leopoldii') 255/264
  • 35. himalayazilverspar (Abies spectabilis) 196/216
  • 41. zomereik (Quercus robur) 345
  • 49. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 405
  • 53. gewone robinia (Robinia pseudoacacia) 288/302
  • 67. wintereik (Quercus petraea) 305
  • 69. mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) 545
  • 70. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 610/627/640
  • 71. varenbeuk (Fagus sylvatica 'Asplenifolia') 172/196
  • 73. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 416
  • 74. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 352
  • 75. gewone beuk (Fagus sylvatica) 365
  • 79. gewone taxus (Taxus baccata) 286(10)
  • 87. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 490
  • 88. mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) 468
  • 93. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 445
  • 98. hangende zilverlinde (Tilia x petiolaris) 341
  • 101. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 395
  • 102. Oostenrijkse den (Pinus nigra subspecies nigra) 300/328
  • 103. Oostenrijkse den (Pinus nigra subspecies nigra) 340/349
  • 105. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 388
  • 106. bruine beuk (Fagus sylvatica 'Atropunicea') 387
  • 107. tamme kastanje (Castanea sativa) 383
  • 112. tamme kastanje (Castanea sativa) 444
  • 113. zomereik (Quercus robur) 353
  • 114. zomereik (Quercus robur) 284
  • 122. gewone taxus (Taxus baccata) 244(80)

  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Kadastrale opmetingsschetsen Lovenjoel 1847/1 en 1904/13-14; Korbeek-Lo 1847/2, 1849/diverse.
  • BAUDOUIN J.C. e.a., Bomen in België. Dendrologische inventa­ris 1987-1992, Stich­ting Spoelberch-Artois in samenwerking met de Belgische Den­drol­o­gische Vereni­ging, 1992.
  • COOMANS DE BRACHENE O., Etat présent de la noblesse belge. Annuaire de 1987 (I), p. 356-360.
  • JORIS G. & KENNIS J., Korbeek-Lo en zijn fanfare. Geschiedenis en cultuur. Korbeek-Lo, Koninklijke Fanfare Orpheus v.z.w., s.d., p. 133-137.
  • KRÜSSMANN G., Handbuch der Nadelgehölze, 1972, p. 50-51.
  • MASSY W., Korbeek-Lo, p. 143 in: Oost-Brabant, Het mooie Hageland, (2de druk), Heverlee, Renova, 1965.
  • VAN DEN BROECK E., Carte géologique de la Belgique, feuille N° 90 Lubbeek-Glabbeek-Suerbempde, 1905.
  • SCHEYS G., Bodemkaart van België: kaartblad Lubbeek 90W.

Bron     : DENEEF R., 2004: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Vlaams-Brabant. Bierbeek, Boutersem, Glabbeek en Oud-Heverlee, Brussel: Vlaamse Overheid. Onroerend Erfgoed.
Auteurs :  Deneef, Roger, Halflants, Jacques, Mondelaers, Lydie, Wijnant, Jo
Datum  : 2004


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Domein Hottat [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300752 (Geraadpleegd op 20-10-2019)