erfgoedobject

Middenpaleolithische site Veldwezelt-Hezerwater en talud

archeologisch geheel
ID: 301305   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301305

Juridische gevolgen

Beschrijving

De middenpaleolithische vondsten van Veldwezelt-Hezerwater behoren tot de oudste sporen van menselijke bewoning in Vlaanderen. Middenpaleolithische sites zijn in Vlaanderen zeldzaam. Zowel de geologische opbouw als de aanwezigheid van goed bewaarde Neanderthalerkampementen zijn ook in Noordwest-Europese context zeer uniek.

Historiek

Van 1995 tot 1998 zijn in de leemgroeve van de N.V. Vandersanden te Veldwezelt geologische en archeologische prospecties uitgevoerd. Van 1998 tot 2003 werden op de site ook zes opgravingcampagnes georganiseerd. 24 verschillende vindplaatsen met archeologische vondsten werden hierbij ontdekt en opgegraven. Deze onderzoeken leverden - naast belangrijke informatie om de evolutie van klimaat en landschap te begrijpen - ook archeologische resten van drie verschillende jachtkampen van Neanderthalers (de zogenaamde VBLB-, TL- & WFL-Sites) en twee openlucht extractieplaatsen van vuursteen (de zogenaamde VLL & VLB Sites) op. De sites dateren uit het middenpaleolithicum.

Beschrijving

Fysische geografie

De leemgroeve lag in een beekdal aan de rand van een oud Maasterras. Topografisch gezien neemt de helling van de linkeroever van het Hezerwater een strategische positie in het omliggende landschap in. De archeologische site beslaat echter niet alleen het dal en de opeenvolgende linkeroevers van het Hezerwater, maar strekte zich ook uit over de gehele westelijke rug, die hoger in het landschap gelegen is. De locaties in het dal en op de linkeroevers zijn volledig opgegraven en dus niet meer in situ aanwezig. De westelijke rug - die tot aan het Albertkanaal doorloopt - werd niet opgegraven. Dit deel van de site is dus nog intact bewaard tot aan de rand van het Albertkanaal. Een leemprofiel vormt op het terrein de grens tussen het oostelijke opgegraven gedeelte van de site en het westelijke nog aanwezige gedeelte van de Neanderthalersite. Het is deze zone (inclusief de leemprofielen) die het onderwerp van de bescherming vormt.

De zuid-noord gerichte Maas en het parallelle Albertkanaal ten westen ervan vormen de belangrijkste waterwegen in dit gebied, dat het resultaat is van complexe processen van landschapsvorming, die sterk worden gekenmerkt door de met löss bedekte Maasterrassen. Twee Maasterrassen, het Rothem-1-terras en het Rothem-2-terras, werden onderscheiden in de omgeving van de site. Het Rothem-2-terras, ongeveer een half miljoen jaar oud, is rijk aan vuursteen. Dit terras werd bedekt door dunne lagen herwerkt grind en zand, op hun beurt bedekt door eolische löss tijdens de laatste ijstijd, wat resulteerde in een glooiend landschap doorsneden door het Hezerwater.

Geografisch neemt de site te Veldwezelt-Hezerwater een uitzonderlijke positie in. De prospecties en de archeologische opgravingen die in de leemgroeve werden ondernomen hadden tot doel om in de bewaarde sedimenten sporen van middenpaleolithische bewoning te traceren. Deze bewoning is ook daadwerkelijk vastgesteld. De lemige sedimenten zijn ter plaatse uitzonderlijk goed bewaard omwille van het feit dat de rivier het Hezerwater er naar het oosten migreerde en de rechteroever erodeerde, terwijl er steeds weer nieuwe sedimenten gedeponeerd werden op de linkeroever. De linkeroever werd zeer duidelijk beschermd door het oude Maasterras, dat er bewaard is gebleven. Ten gevolge van de aanleg van het Albertkanaal viel de benedenvallei van het Hezerwater droog. Gedurende het laat midden-pleistoceen en het laat-pleistoceen werd er een zeer complexe stratigrafie opgebouwd. Sedimentatie van löss werd afgewisseld met intense en minder intense periodes van bodemvorming. Deze alternerende opeenvolging van lössdepositie en bodemvorming stelde de onderzoekers van de site ook in staat om de verschillende lithostratigrafische eenheden vrij goed in de tijd te omschrijven. De afzettingen en paleobodems op deze site dateren uit de periode van ongeveer 190 000 tot 5 000 jaar geleden. De laat midden-pleistocene en laat-pleistocene leemstratigrafie te Veldwezelt-Hezerwater is uniek in Europa. Nergens biedt de quartairstratigrafie vergelijkbare mogelijkheden om op basis van de opeenvolging van de lagen en de bodems tot een betrouwbare relatieve datering te komen. Het onderzoek in de nabijgelegen leemgroeve van Maastricht-Belvédèrezich spitste zich vooral toe op de periode van 250 000 tot 129 000 jaar geleden, waardoor de groeve te Veldwezelt-Hezerwater perspectieven bood om de kennis van de bewoningsgeschiedenis van deze regio ook naar jongere periodes uit te breiden.

De meerwaarde op grond van de landschappelijke context ligt in het feit dat de holocene topografie en geomorfologie nog steeds de pleistocene topografie en geomorfologie weerspiegelt. Er zijn weliswaar een aantal verschillen op te sommen, maar toch kan gesteld worden dat de typische morfologie van het Hezerwaterdal op deze plek het laatste half miljoen jaar niet ingrijpend veranderd is.

Archeologie

De meerwaarde op grond van de archeologische context ligt in het feit dat we met een bodemsequentie van löss te maken hebben die typisch is voor Haspengouw. De aanwezigheid van het Rocourt Bodemcomplex en de Tongenhorizont van Kesselt maken het mogelijk om de verschillende archeologische sites die te Veldwezelt-Hezerwater opgegraven werden goed in de tijd te omschrijven. De stratigrafie is herkenbaar in grote delen van Noordwest-Europa. Correlaties over grote afstanden behoren duidelijk tot de mogelijkheden. De sedimentologische en bodemkundige opeenvolgingen zijn hier met andere woorden zo volledig bewaard gebleven dat er vergelijkingen mogelijk zijn met standaard diepzee- en ijscurves (in Groenland en Antartica).

Te Veldwezelt-Hezerwater zijn de eerste in situ sporen van de Neanderthaler in Vlaanderen ontdekt. Deze sporen zijn trouwens de oudste aanduiding van menselijke bewoning in Vlaanderen. Tot op het moment van de bescherming werden er meer dan 2500 stenen artefacten en meer dan 650 beenderen en kiezen van een typische ijstijdfauna opgegraven (ongeveer 50.000 jaar oud). De meeste van deze faunaresten zijn in situ vondsten. De waarde van de site te Veldwezelt-Hezerwater voor de kennis van het middenpaleolithicum in België is dan ook bijzonder groot. Op basis van de huidige opgravingsresultaten en de voorlopige uitwerking van de vondsten is het al duidelijk dat de site een sleutelpositie inneemt in het onderzoek naar de Neanderthaler in Noordwest-Europa. Voor de betreffende periode is het van cruciaal belang dat we hier te maken hebben met vijf bewoningsmomenten van de Neanderthaler binnen éénzelfde stratigrafische context. Dit is een zeer uitzonderlijke situatie.

Op basis van het archeologisch onderzoek kan volgende beschrijving van de Neanderthalernederzetting gegeven worden:

  • De zogeheten “Lower-Sites” (VLL- & VLB-Sites) bevinden zich onder het complex van paleobodems uit het laatste interglaciaal en moeten daardoor in de voorlaatste ijstijd gedateerd worden. Met een dergelijke ouderdom behoren deze sites tot de oudste sporen van aanwezigheid van de Neanderthaler in Vlaanderen. Het zijn waarschijnlijk ook de oudste momenteel bekende in situ bewoningssporen in België. Deze sites lagen in een klein bronamfitheater verbonden met het Hezerwater. Deze bron erodeerde het lokale Maasterras. De Neanderthalers zijn meermaals op dezelfde plek langsgekomen om naar silex te zoeken. Dit wordt duidelijk geïllustreerd door de vele geteste kernen die werden gevonden. Deze “Lower Sites” worden dan ook als openlucht vuursteenextractieplaatsen van de Neanderthaler geïnterpreteerd.
  • De jongere VBLB-Site moet tegen het einde van het laatste interglaciaal worden gedateerd (ongeveer 85 000 jaar oud), dit omwille van het feit dat deze site werd aangetroffen in de bovenste grijsachtige Bth-horizont van het Rocourt Bodemcomplex. De steenbewerking op deze site gebeurde met de Levallois-kernreductiemethode. De vuursteen werd in de onmiddellijke omgeving van de site gewonnen, vermoedelijk in het nabij gelegen Maasterras. In de paleobodem van de laatste fase van het interglaciaal waren geen artefacten aanwezig. Dit was ook het geval voor sites in Noord-Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en West-Duitsland, wat er op wijst dat deze regio onbewoond was tijdens deze fase, die gekenmerkt werd door een uitgesproken oceanisch klimaat en een dichte vegetatie. Dit vegetatietype was niet aantrekkelijk voor de middenpaleolithische jagers die vooral op grote kuddedieren joegen. Zeer kenmerkend aan de VBLB-Site is het feit dat naast een debitageplaats ook nog een zone die door de Neanderthaler gebruikt werd om allerlei activiteiten uit te voeren aangeduid kan worden. Deze zone moet dan waarschijnlijk ook als de “werktuiggebruikszone” geïnterpreteerd worden. Dit wijst mogelijk op het bestaan van een zekere ruimtelijke organisatie op de site: de grotere afslagen werden geproduceerd op één bepaalde plek in het zuiden van de site om nadien als werktuig gebruikt te worden in het noordelijk deel van de VBLB-site.
  • Op de TL-Site (ongeveer 58.000 jaar oud) en op de WFL-Site (ongeveer 50.000 jaar oud) wordt er naast lithische werktuigen ook nog botmateriaal van een typisch glaciale fauna aangetroffen. De lithische industrie wordt gekenmerkt door het tegelijkertijd aanwezig zijn van de Levallois-producten en Quina-werktuigen, die zeer duidelijk afwijken van de oudere assemblages aangetroffen te Veldwezelt-Hezerwater. Geïmporteerde vuursteen van Lanaye/Ternaaien (ongeveer 10 kilometer verderop) werd aangetroffen op de TL-Site en de WFL-Site. Artefacten van de WFL-Site werden ook vervaardigd met Haspengouwse vuursteen en Wommersomkwartsiet. Het is opvallend dat op deze sites nauwelijks sporen van werktuigproductie zijn geregistreerd. Vermoedelijk werden de afgewerkte werktuigen naar deze sites gebracht, daar gebruikt (vermoedelijk voor de jacht) en nadien achtergelaten. De macrofaunaresten van de WFL-Site bestaan uit botten en kiezen van paard, wolharige neushoorn, rendier, bizon en mammoet, maar er werden ook botten van de holenleeuw en de holenhyena aangetroffen. Deze site werd bewoond gedurende een periode van de laatste ijstijd waarin het klimaat vrij gunstig was. Dat bewijzen de resten van de das, de mol en de kikker die ook op deze site opgegraven werden. Het wordt stilaan duidelijk dat de Neanderthaler in onze streken enkel maar aanwezig was in de meest “warme” fasen van een ijstijd, maar toch was hij ook in de koelere fasen van de tussenijstijd aanwezig. De Neanderthaler ging vrijwel dagelijks op jacht naar grote zoogdieren, die in kuddes door het landschap trokken. Die dieren waren enkel maar in de fasen met een steppeklimaat aanwezig, dus wanneer het relatief koel was, maar niet echt koud. De precieze invloed die de omgevingsfactoren, zoals het paleomilieu en de beschikbaarheid van vuursteen op de lithische assemblages uitoefenden, zal nog verder geëvalueerd moeten worden. Vooral niet-culturele omgevingsfactoren schijnen te Veldwezelt-Hezerwater een zeer grote rol gespeeld te hebben bij de totstandkoming van de diverse lithische ensembles.

De verschillende functies van deze sites tonen aan dat de middenpaleolithische vuursteenbewerkers meestal eerst de lokaal aanwezige lithische grondstoffen exploiteerden (bijvoorbeeld op de VLL-, VLB- en VBLB-Sites). Een voorraad vuursteen en werktuigen was blijkbaar voorhanden om meteen aangesproken te worden, zoals de TL- en WFL-Site aantonen. Het is bovendien opvallend dat op deze laatste sites de lokale vuursteen nauwelijks of niet gebruikt werd, hoewel die toen beschikbaar was. Dit kan er op wijzen dat tijdens het middenpaleolithicum complexe strategieën voor het transport van stenen kernen en werktuigen in deze regio bestonden.

De aanwezigheid van minstens vijf verschillende in situ sites maakt het mogelijk om van een zekere ‘culturele’ opeenvolging te spreken die aanwezig is binnen de leemgroeve te Veldwezelt-Hezerwater. Tenslotte zijn er naast deze vijf sites nog 25 ex situ sites aanwezig te Veldwezelt-Hezerwater. Deze verspoelde sites kunnen ons niet meer zoveel vertellen over het leven van de Neanderthaler in de Hezerwatervallei, maar tonen toch aan dat deze strook in de vallei van het Hezerwater vrij intensief bewoond moet zijn geweest.

Door het visueel conserveren van de profielwand blijft de site van Veldwezelt-Hezerwater deels waarneembaar in het landschap en dit zonder het uitzicht van het landschap te beïnvloeden. Het feit dat de site gelegen is in het Hezerwaterdal waar er in de onmiddellijke omgeving nauwelijks sporen van “hedendaagse” menselijke bewoning te vinden zijn, maakt de site tot een ideale plek om zich een beeld te vormen van de omstandigheden van de middenpaleolithische bewoning. Het relatief open landschap met enkel bomen op de hellingen van het dal illustreert bijna perfect de leefomstandigheden van de Neanderthaler. De stilte en rust die de omgeving uitstralen en de “verlatenheid” van het gebied verschilt eigenlijk nauwelijks van de prehistorische toestand. Het landschap zelf is dus duidelijk één van de grootste troeven van Veldwezelt-Hezerwater.

Bibliografie

BRINGMANS P. & VERMEERSCH P. 2008: Veldwezelt-Hezerwater. Een eerste beschermd midden-paleolithisch monument in Vlaanderen, Monumenten en Landschappen 27.1, Brussel, 4-20.


Bron     : Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DL2531, Lanaken: Middenpaleolithische site Veldwezelt-Hezerwater en talud.
Auteurs :  Van den Hove, Peter
Datum  : 2007


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Middenpaleolithische site Veldwezelt-Hezerwater en talud [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301305 (Geraadpleegd op 29-05-2020)