erfgoedobject

Romeinse villa Steenbeke

archeologisch geheel
ID
301457
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301457

Juridische gevolgen

Beschrijving

Archeologische nota

Het Provinciaal Archeologisch Museum Velzeke voerde in 1987-1988 noodopgravingen uit op de aslijn van drie nieuw geplande ruilverkavelingswegen. Op de plaats Steenbeke kwamen bij het onderzoek van een van die wegen, sporen uit de Gallo-Romeinse tijd aan het licht: grachten, greppels, en sporen van een houtbouwfase uit de 1ste eeuw. In het westelijk deel van de opgraving tekende zich een opvallend grote structuur af: een systeem van twee paralelle grachten, met aan de binnenzijde een palissade bestaande uit een dubbele rij paalkuilen. De structuur wordt gedateerd in de midden-Romeinse tijd. In het oostelijk deel van de opgraving werden vertrekken van een Romeinse villa aangesneden: 3 vertrekken waarvan er een voorzien was van een hypocaustverwarmingssysteem met twee stookplaatsen.

De onderzochte steenbouwresten maken deel uit van de oostelijke hoekvleugel van een naar het zuiden gerichte villa. Een grote oppervlakte ten zuiden van dit hoofdgebouw is bezaaid met bouwpuin, afkomstig van het bedrijfsgedeelte dat bij de villa hoort. De aangetroffen houtbouwsporen uit de eerste helft van de 1ste eeuw na Chr. wijzen op een vroegen agrarische uitbouw van Zuid-Oost-Vlaanderen. (Rogge 1995, 11; Rogge 1989, 181-189)

Van oost naar west strekt zich in Vlaanderen in de vruchtbare leemstreek en met uitlopers in de Maasvallei en op de zandleemgronden in de Romeinse tijd een zogenaamd villalandschap uit. Het systeem van de Romeinse villa’s is met niets uit vroegere of latere perioden vergelijkbaar. Het is een organisatie van landbouwexploitaties, ingericht om voor markten te produceren.

In principe hebben villae met vici als archeologisch herkenbare nederzettingsvorm gemeenschappelijk dat belangrijke delen van het gebouwenbestand in steen werden opgericht. Een Romeinse villa bestaat doorgaans uit een woongedeelte (pars urbana) en een bedrijfsgedeelte (pars rustica) en gaat gepaard met off site-verschijnselen zoals villa-gebonden landindeling en verkeersinfrastructuur, begravingen en cultusplaatsen. Er bestaat een grote variatie in grootte en rijkdom van de woongedeeltes, van eerder bescheiden huizen tot rijke paleizen. Ook de grootte van het bedrijfsgedeelte kan aanzienlijk verschillen. De bebouwde oppervlakte van een villa met bijgebouwen kan variëren van enkele tot tientallen hectaren. Het landgoed dat door deze bedrijven geëxploiteerd werd, had een grootte van ca. 50 tot 100 hectaren. Vaak zijn er op deze domeinen ook sporen van allerlei artisanale activiteiten te vinden. Het fenomeen van de stenen villa's verschijnt omstreeks het midden van de 1ste eeuw en verdwijnt in de tweede helft van de 3de eeuw.

Globaal situeren zich in Vlaanderen twee regio's die in de Romeinse tijd door een villalandschap gekenmerkt werden: de centrale leemzone in de civitas Tungrorum, met een uitloper in de Maasvallei, en de zandleem- en leemzones in de civitas Nerviorum en de civitas Menapiorum.

Uit de huidige stand van onderzoek blijkt dat er tot nu toe in Vlaanderen, behalve de recent onderzochte villa in Dilbeek, nog geen enkele Romeinse villa volledig is opgegraven. De hiaten in onze huidige kennis over het Vlaamse villalandschap zijn zeer groot en heel divers, onder meer over de architectuur en de inrichting van de villaterreinen, de chronologische ontwikkeling, de verspreiding van de villa's in het landschap en de omvang van de domeinen, het economische, sociale en culturele kader en de zgn. off site-verschijnselen. Ten opzichte van de ons omringende landen is de achterstand op het vlak van villa-onderzoek enorm. Ook is er nauwelijks kennis over wat aan een villa is voorafgegaan en wat erop is gevolgd. Het staat alleszins vast dat in veel gevallen de stenen villa uit de midden keizertijd niet de enige bewoningsfase van het nederzettingsterrein is, maar deel uitmaakt van een veel langere occupatiegeschiedenis.

  • DE BOE G. 1971: De stand van het onderzoek der Romeinse villa, Archaeologia Belgica 132, 5-14.
  • DE BOE G. 1973: De landelijke bewoning in de Romeinse tijd, Het Oude Land van Loon 28, 85-114.
  • HEIMBERG U. 2003: Römische Villen an Rhein und Maas, Bonner Jahrbücher 2003, 57-148.
  • WIGHTMANN E.M. 1985: Gallia Belgica, London.
  • ROGGE M. & DE MULDER G. 1995: Een status quaestionis van het onderzoek in Zuid-Oost-Vlaanderen, in: Romeinendag 1995, p. 9-12.
  • ROGGE M. 1989: De opgravingen van het Archeologisch Museum van Zuid-Oost-Vlaanderen in 1987-1988. Een beknopt verslag, Zottegems Genootschap voor Geschiedenis en Oudheidkunde. Handelingen IV, p. 181-189.
  • VANDERHOEVEN A. 2009: Vici: http://www.onderzoeksbalans.be/onderzoeksbalans/archeologie/romeinse_tijd/bronnen/archeoarcheol/civiele_nederzettingen/villae
  • Centrale Archeologische Inventaris, CAI ID 500001, Velzeke Steenbeke.

Bron     : -
Auteurs :  Cousserier, Katrien
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Romeinse villa Steenbeke [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/301457 (Geraadpleegd op )