erfgoedobject

Burgerhuis in art-nouveaustijl

bouwkundig element
ID: 304134   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304134

Juridische gevolgen

Beschrijving

Burgerhuis in art-nouveaustijl met cottage-inslag, onderdeel van een groep van oorsponkelijk vijf woningen, naar een ontwerp door de architecten Walter Van Kuyck en Emile Vereecken uit 1903. De opdracht ging uit van de bankiers Heinrich Albert von Bary (Barmen, 1847-Amsterdam, 1929), die het initiatief nam voor de aanleg van de naar hem genoemde straat, en mede-investeerder Louis Van de Put (Antwerpen, 1858-Antwerpen, 1933), beide leidende figuren in de Antwerpse 'haute finance'.

Historiek en context

Het pand maakt deel uit van een groep van vijf gelijkaardige burgerhuizen, die symmetrisch de hoeken van de nieuw aangelegde Albert von Barystraat (huidige Jan Blockxstraat) markeerden. Walter Van Kuyck en Emile Vereecken ontwierpen ook het aanleg- en verkavelingsplan van de straat, en de in 1904 geopende turnzaal van het Deutscher Turnverein. Allicht was het vastgoedproject bedoeld als aanzet voor de bebouwing van de straat, om zo kopers voor de overige bouwpercelen aan te trekken. Aan het uitgevoerde ontwerp van de cottages ging een voorontwerp vooraf waarvan enkel het inplantingsplan bewaard is, en dat zich onderscheidde door het toepassen van afgeronde hoekpartijen of hoekrotondes. Van de vijf woningen is verder enkel het hoekhuis met de Vinkenstraat bewaard. De tegenoverliggende tweelingpanden Jan Blockxstraat 5 en Vinkenstraat 33 zijn begin jaren 1960 gesloopt voor nieuwbouw. Het eveneens verdwenen vijfde pand sloot in een rechte hoek aan op de turnzaal van het Deutscher Turnverein, die aan de korte straatarm was ingeplant. Het vastgoedproject is het enige gekende gezamenlijke ontwerp van Van Kuyck en Vereecken.

Heinrich Albert von Bary, die zich omstreeks 1875 vanuit Duitsland in Antwerpen gevestigd had, was naast bankier ook ondernemer, koopman en maritiem agent, consul-generaal van Argentinië en Italië. Als voorzitter van de Central-Ausschuss der Deutschen Vereine, bekleedde von Bary een leidende positie in de Duitse kolonie, waaraan hij de bijnaam 'de Duitse burgemeester van Antwerpen' ontleende. Hij was in tweede huwelijk getrouwd met de Amerikaanse Anna Maria Merrill (°Natchez Mississipi, 1857), vader van zes kinderen waarvan twee uit het eerste en vier uit het tweede huwelijk, betrok een statig hotel aan de Van Eycklei en een buitenhuis "Villa Ralph" in Kalmthout. Vanwege een onvoorwaardelijke loyauteit aan het Duitse keizerrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, werden zijn bezittingen na de Wapenstilstand onder sekwester geplaatst en vervolgens openbaar verkocht. Zijn kapitaal had von Bary nog tijdens de oorlog via Berlijn verhuisd naar Amsterdam, waar hij in 1919 de Handel-Maatschappij H. Albert de Bary & Co oprichtte.

Het vastgoedproject von Bary-Van de Put behoort tot het vroege oeuvre van Walter Van Kuyck, die in 1901 debuteerde met het neotraditionele "In Het Huwelijksbootje" aan de Grote Markt. Het oeuvre van de ingenieur-architect bestaat in deze periode hoofdzakelijk uit burgerhuizen, stadsvilla's en landhuizen in stijl variërend van cottage en gematigde art nouveau, tot de klassiek geïnspireerde beaux-arts van zijn eigen woning in de Jan Blockxstraat uit 1905, of het monumentale woon- en handelspand Coetermans uit 1906 op de hoek van Leysstraat en Jezusstraat, zijn belangrijkste realisatie tot dan.

Emile Vereecken was als architect actief in Antwerpen van omstreeks 1890 tot midden jaren 1920. Hij startte zijn loopbaan op het architectenbureau van zijn vader Jean Baptiste Vereecken, en zette na zowat vijftien jaar samenwerking de succesvolle praktijk vanaf 1906 in eigen naam verder. Tijdens het decennium voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog evolueerde Vereecken’s architectuur van een overladen eclecticisme, naar de Frans georiënteerde beaux-artsstijl. Zijn belangrijkste creatie uit deze periode is het monumentale kantoorgebouw Bunge & C° in de Arenbergstraat. De art-nouveau- en cottagestijl paste hij omstreeks de eeuwwisseling veeleer sporadisch toe.

Architectuur

De rijwoning in half open bebouwing, met een gevelbreedte van twee bij vier traveeën, omvat een souterrain en twee bouwlagen onder een mank en afgewolfd schilddak. Voor het parement van de gevels is rood baksteenmetselwerk toegepast in kruisverband met knipvoegen, schaars verwerkt met witte natuursteen voor speklagen, hoekblokken, dorpels, lateien, kraagstenen en het balkon, op een plint uit blauwe hardsteen, en met rode pannen als dakbedekking. Voor- en zijgevel beantwoorden aan een pittoresk opzet ontleend aan de cottage-architectuur, bepaald door asymmetrie en een onregelmatig ordonnantieschema in functie van de indeling van de plattegrond. Kenmerkend is de speelse variatie aan venstervormen: rechthoekig, getoogd of rondbogig, enkelvoudig of gekoppeld tot twee- en drielichten. Grote vensterpartijen, op de eerste verdieping geaccentueerd door een balkon met consoles en smeedijzeren art-nouveau-borstwering, geven in de linker travee de hoofdvertrekken aan, een drielicht positioneert de inkomhal met trappenbordes in de afgeschuinde hoekpartij, en in het risaliet van de zijgevel tekent de traphal zich af. Kleurrijke art-nouveau-sgraffitopanelen op de borstweringen en in de geveltop, met een gestileerde voorstelling van bloemen in de stijl van Eugène Grasset, geven het geheel een decoratieve toets. Een breed uitkragende houten kroonlijst op consoles, die omloopt over de afgesnuite geveltoppen, lijnt de opstand af. Het houten schrijnwerk van de inkomdeur en vensters met typische roeden is bewaard, evenals het smeedijzeren traliewerk.

De plattegrond is volgens de bouwplannen georganiseerd rond de centraal ingeplante traphal, die op de begane grond wordt geflankeerd door de inkomhal met trappenbordes en de office. Parallel hiermee strekt zich over de volledige diepte van de woning de enfilade van salon, eetkamer en veranda met bovenlicht en terras uit. De eerste verdieping biedt volgens dezelfde indeling ruimte aan twee slaapkamers, een 'cabinet de toilette' en de badkamer. Het souterrain herbergt de keuken met pomp en een spreekkamer.

  • Stadsarchief Antwerpen, archieven Van Kuyck KUYCK#115; bouwdossier 1903#1129.
  • KURGAN-VAN HENTENRIJK G., JAUMAIN S. & MONTENS V. (red.) 1996: Dictionnaire des patrons en belgique. Les hommes, les entreprises, les réseaux, Brussel, 650-651.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Burgerhuis in art-nouveaustijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/304134 (Geraadpleegd op 11-12-2019)