Kasteel van Evergem

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Evergem
Deelgemeente Evergem
Straat Vurstjen
Locatie Vurstjen 25, 33, Evergem (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Evergem (adrescontroles: 01-08-2008 - 01-08-2008).
  • Inventarisatie Evergem (geografische inventarisatie: 01-01-1993 - 31-12-1993).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel van Evergem

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Kasteel van Evergem met walgracht
gelegen te Vurstjen 25 (Evergem)

Deze bescherming is geldig sinds 27-06-2003.

Beschrijving

Het voormalige zogenaamde Kasteel van Evergem, nu behorend bij Het Molenschip, kent een boeiende geschiedenis die opklimt tot de middeleeuwen en nauw verbonden is met het ontstaan en de geschiedenis van de gemeente Evergem.

Historiek

Evergem maakte oorspronkelijk deel uit van het Sint-Baafsdomein. In de 11de eeuw werden de heren van Dendermonde aangesteld als voogden van Evergem in het oude Sint-Baafsdomein. Ondervoogden, die de voogdij van het latere graafschap Evergem zouden uitoefenen, waren de heren van Evergem en de heren van Gavere.

Vermoedelijk werd het eerste heerlijke kasteel van Evergem gebouwd in de 12de eeuw door Raas van Gavere, ondervoogd van Evergem, als tegenhanger van de burcht van de heren van Dendermonde, voogden van Evergem. In laatst genoemd kasteel is thans het gemeentehuis gevestigd. In 1282 verkocht Raas III van Gavere zijn rechten aan de Gentse Sint-Baafsabdij, het kasteelgoed zelf werd nog niet aan de eigendommen van de abdij toegevoegd. In 1395 werd het kasteel door de graaf van Vlaanderen verkocht aan de Sint-Baafsabdij. Het werd toen ook wel vermeld als "la forte maison d’Everghem". Het kasteel deed dienst als buitenplaats van de abten die ook heren van het graafschap Evergem waren. Na de afschaffing van de abdij in 1540 en de oprichting van het bisdom Gent in 1560 werd het kasteel verblijfplaats van de bisschoppen van Gent, die tevens graven van Evergem waren. Tijdens de godsdiensttroebelen werd het kasteel sterk beschadigd toen het in 1583 beschoten werd door de troepen van Alexander Farnese.

Het heerlijke slot van Evergem, omwald en voorzien van een rechthoekig binnenplein, afgebakend met hoektorens is afgebeeld in het boekwerk Flandria Illustrata van A. Sanderus van 1641-1644, in de Nederlandse uitgave van 1735 wordt het vermeld als "een kasteel, toebehoorende aan den Bisschop van Gendt, het welk door den oorlog zeer verwoest zijnde, onlangs door Hendrik François van der Burch, Bisschop van die stad, voor het grootste gedeelte hersteld is". Van der Burch was bisschop van Gent van 1613 tot 1616. In het rijksarchief in Gent zijn ontvangstbewijzen bewaard van werken aan het kasteel in 1614. Het bijbehorende neerhof was van de 16de tot de 18de eeuw de woonplaats van de baljuw van Evergem. Hier was ook de gevangenis ondergebracht.

Het kasteel werd na de Franse Revolutie in 1795 te koop gesteld als nationaal goed. Volgens F. De Potter en J. Broeckaert bouwde de nieuwe eigenaar, Fernand Ottevaere, het kasteel opnieuw op in de eerste helft van de 19de eeuw. In 1878 komt het kasteeldomein in handen van baron August Van Loo (1810-1897), burgemeester van Evergem van 1882 tot 1891, en zijn echtgenote Mathilde Malfait, hun wapenschild bevindt zich in het centrale dakvenster van de voorgevel. In 1904 wordt het kasteel eigendom van Victor Pipyn en tenslotte in 1912 van Leon François Feyerick de Kerckhove de Denterghem. In 1948 werd het kasteel aangeworven door de Belgische staat voor de inrichting van de schippersschool of het Rijkstehuis voor kinderen van schippers en foorreizigers. In 1957 en vooral vanaf de jaren 1970 werden nieuwe paviljoenen gebouwd; in 1978 werd het nieuwe schoolgebouw opgetrokken.

Van de oorspronkelijke circulaire omgrachting van het kasteel, in de 19de eeuw verbonden met een grillige vijver en verschillende grachten deel uitmakend van het landschapspark, is nog een groot deel bewaard, met in de oostelijke hoek een walbrug met sierlijke ijzeren leuningen. Ook over de aanpalende vijver is een brug aangelegd, waarvan de bruggenhoofden in nabootsing van rotswerk merkwaardig zijn.

Het kasteel in zijn huidige vorm is volgens het kadasterarchief opgetrokken omstreeks 1913 door L. Feyerick de Kerkchove. Oude prentbriefkaarten ten tijde van de familie Pipyn (1904-1912) bevestigen dit. Op deze gezichten zien we het 19de-eeuwse kasteel met een vermoedelijke oudere kern met trapgevels en een vierkante toren die wel overeenstemt met de huidige toren. De toren en het voorgevelfronton bevatten verschillende wapenschilden. De ontwerper of architect van het nieuwe, huidige kasteel is niet bekend.

Beschrijving

Exterieur

De vernieuwde imponerende buitenplaats werd opgetrokken in beaux-artsstijl, een eclectische stijl met overwegend neoclassicistische inspiratie, een succesvolle bouwstijl bij de welstellende behoudsgezinde burgerij. Van vernieuwende architectuur is hier geen sprake. Het gebouw met zijn opvallend en onregelmatig volume telt twee bouwlagen boven een souterrain en wordt afgedekt door mansardedaken met leien, verrijkt met oeils-de-boeuf en dakkapellen. De gevels zijn bekleed met een simili-bekleding van beraapte bepleistering en worden verrijkt met een overvloedig gebruik van arduinen elementen en gedetailleerd houtwerk. Een hoge vierkante traptoren van vijf geledingen onder een koepeldak met leien op de noordelijk hoek domineert het geheel. De vrij hoge onderbouw van het kasteel met de kelderverdieping is uitgevoerd in arduinen blokken met bossage.

Midden de zuidwestelijk gerichte voorgevel leidt een dubbele arduinen steektrap met bordes naar de brede boogvormige hoofdingang op de verhoogde begane grond. De vensters van de gelijkvloerse verdieping hebben nog het typische schrijnwerk en vormgeving uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. De ramen hebben bovenlichten met sierlijke onderverdelingen gevuld met licht gekleurd en getextureerd glas. Alle vensters en deuren kunnen afgesloten worden met rolluiken met binnenshuis aangebrachte rolluikkasten, kenmerkend voor de bouwtijd (1913). Neoclassicistische vormelementen zijn onder andere de symmetrische gevelopbouw met accentuatie van de centrale partij, de tegen de gevels geplaatste pilasters van de kolossale orde en de kroonlijsten op consoles boven de vensters. Het fronton van het centrale dakvenster ter hoogte van de voordeur is versierd met het wapenschild van de familie Van Loo-Malfait, eigenaar in de periode 1878 - 1897. Dit wapenschild evenals het wapenschild van baron van Loo ter hoogte van de kelderverdieping van de toren is hergebruikt uit het 19de-eeuwse kasteel. Het volume van de vierkante traptoren van vijf geledingen onder een koepeldak met leien op de noordelijk hoek gaat terug tot een oudere toren, later voorzien van een nieuwe aankleding en vensteropeningen. De rechter aanbouw van drie traveeën met aangebouwde veranda en erker herinnert nog aan het aanbouwsel van het 19de-eeuwse kasteel.

Interieur

Het sober aangeklede interieur bleef met uitzondering van het meubilair vrij goed bewaard mits enkele lichte aanpassingen zoals enkele verlaagde plafonds.

Het kasteel is volledig onderkelderd. In het souterrain zijn keuken, dienstruimten en bergplaatsen ondergebracht die nog enkele mooie vloeren met cementtegels bewaren. Zij zijn tevens toegankelijk via verschillende buitendeuren in de achtergevel. De centrale inkomhal met mozaïekvloer is aan alle zijden voorzien van beglaasde deuren naar de belendende vertrekken met voor begin 20ste eeuw typische vormgeving van schrijnwerk en beslag. De inkomhal geeft toegang tot een rechthoekig trappenhuis met ongewone afmetingen die de volledige bouwdiepte inneemt. Beglaasde deuren leiden naar de verschillende woonvertrekken. De vloer is bekleed met een gelijkaardige mozaïekvloer. De grootste aandacht in het interieur gaat naar de imponerende eretrap of staatsietrap met rijk uitgewerkte trappalen en houten balusterleuningen die qua sculpturale vormgeving 18de-eeuws aandoet. De trap wordt op het bordes verlicht door een hoog rondboogvormig en drieledig traplicht met eenvoudige glasvulling in de achtergevel. Onder het trapbordes, dus tegen de achtergevel, is een dienstruimte met toilet ondergebracht voorzien van betegelde wanden kenmerkend voor het eerste kwart van de 20ste eeuw. Twee andere, secundaire diensttrappen met eenvoudige bordestrappen bevinden zich in de hoeken van het kasteel, namelijk ingebouwd in de erkervormige uitbouw aan de voorgevel en in de hoge vierkante toren aan de achtergevel. Links van het trappenhuis bevindt zich een ruime kamer met parketvloer, houten lambriseringen en een sierschouw met marmeren zuiltjes in neostijl. Rechts van het trappenhuis is een open salonruimte voorzien van een stucplafond met rocailles. De zogenaamde balzaal in de rechter vleugel kan volgens oude prentbriefkaarten nog een overblijfsel zijn van de 19de-eeuwse buitenplaats. Er staat een opmerkelijke schouw, voorzien van het jaartal 1664 op de gesculpteerde schouwbalk, die rust op rijk uitgewerkte zandstenen schoorstenen. De balzaal geeft verder uit op een polygonale houten veranda aan de zuidelijke zijgevel en aan de kant van de voorgevel op een gemetste veranda met een overdekte buitentrap.

Omgeving

Het Kasteel van Evergem is ingeplant in de vallei van de Kale, de vroegere gemeentegrens met Wondelgem, ten zuiden van de dorpskern. Daar situeert zich tevens de oudste bewoningskern van Evergem.

Het uitgestrekte domein was tot halverwege de 20ste eeuw toegankelijk via verschillende dreven en voorzien van een nog volledig omgracht kasteel en een park met grote vijver en waterpartijen. De omgrachting van het kasteel is thans aan twee zijden gedempt. De oude kasteeldreef vertrok van de voormalige toegang in Eindeken, vlakbij de dorpskern. Deze toegang is nu van het domein afgesneden door de aanleg van een drukke verkeersweg naar Sleidinge en een tramlijn. De toegangsdreef was aangelegd op een dam, opgeworpen in de 16de eeuw tegen de overstromingen van de Kale. In het verlengde daarvan staat nog een tweede bakstenen toegangspoort met kantelen en een smeedijzeren hek. De huidige toegang tot het vroegere kasteeldomein bevindt zich in Vurstjen, ten westen van het kasteel, en bestaat uit een fraai ijzeren hek aan dito pijlers. In het park zijn nog waardevolle architecturale tuinelementen zoals brugjes met betonnen leuningen in imitatieboomstammen.

Ten oosten in het park, in de buurt van de toegang in Vurstjen, staan nog de ruime dienstgebouwen in eclectische stijl uit het derde kwart van de 19de eeuw met meestal gecementeerde gevels met sierankers, overluifelde geveltoppen en trapdakvensters.

Het kasteel is volgens het gewestplan gelegen in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen.

  • Kadasterarchief Oost-Vlaanderen, Mutatieschetsen.
  • BAUWENS G. 1994: Dorpsbeelden uit het verleden. Evergem - Sleidinge - Ertvelde, Nazareth.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J. 1864-1870: Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, Eerste reeks – Arrondissement Gent, Deel 2, Evergem, Gent, 72-74.
  • DE VOS A. s.d.: Heemkundige Kroniek, Zo oud als de straat …, Artikelenreeks uit Het Vrije Noorden.
  • LANCLUS K. & VERBEECK M. 1993: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Evergem - Lochristi, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N4, Brussel - Turnhout.
  • WERKGROEP ACHIEL DE VOS 1994: Geschiedenis van Evergem, Aalter.
  • WOLFAERT G. 1982: Oude prentbriefkaarten van Evergem, Evergem.

Bron: Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier DO002220, Kasteel Evergem.

Auteurs: Lanclus, Kathleen

Datum tekst: 2003

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Vurstjen

Vurstjen (Evergem)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.