Hoeve en landbouwstokerij Betsberg

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Oosterzele
Deelgemeente Landskouter
Straat Geraardsbergse steenweg
Locatie Geraardsbergse steenweg 31, Oosterzele (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Oosterzele (actualisaties: 09-04-2008 - 10-04-2008).
  • Adrescontrole Oosterzele (adrescontroles: 27-02-2008 - 27-02-2008).
  • Inventarisatie Oosterzele (geografische inventarisatie: 01-01-1989 - 31-12-1989).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Hoeve en landbouwstokerij Betsberg

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

is beschermd als monument Hoeve en landbouwstokerij Betsberg

Deze bescherming is geldig sinds 23-10-1981.

is beschermd als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Hoeve en landbouwstokerij Betsberg met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 23-10-1981.

Beschrijving

Voormalige hoeve en landbouwstokerij "Betsberg", ook zogenaamd stokerij Van de Velde. Beeldbepalend gebouwencomplex in een als dorpsgezicht beschermd agrarisch gebied, deels op de gemeente Oosterzele. Landbouwsite met een opvallende landschappelijke inplanting namelijk vrij geïsoleerd van de overige bebouwing in een binnenbocht van de Geraardsbergse steenweg, aan de Betsberg en pal tegenover Roberg, een straat die deze uithoek van het dorp verbindt met de dorpskern.

Beperkte historische gegevens. Bestaande landbouwstokerij circa 1770 aangekocht door de familie Van de Velde. Oud flessenetiket met vermelding "fondée en 1773" en stokerij-register uit 1794, bewaard ter plaatse. Productie gestaakt in 1948.

Landelijk bakstenen gebouwencomplex met losse bestanddelen omsloten door een bakstenen muur met verscheidene, onderling verbonden gekasseide binnenplaatsen. Ter breedte van de ondiepe voortuin van het woonhuis is de omheiningsmuur onderbroken door een ijzeren hek tussen ijzeren pijlers. Rechts aansluitend ijzeren toegangshek tussen twee vierkante bakstenen hekpijlers. Een houten hek voor voetgangers onder schildvormig leien afdak tegen het aanpalend koetshuis. Tweede groot toegangshek rechts van hetzelfde koetshuis, in een brede gebogen uitsparing van de omheiningsmuur, midden tegenover het stokerijgebouw, tussen vier vierkante bakstenen hekpijlers.

Gewit L-vormig woonhuis van twee verdiepingen, in kern mogelijk uit de 17de eeuw, met aanpassingen uit de 19de en de 20ste eeuw. Woonhuisgedeelte parallel met de straat van vijf traveeën. Onder zadeldak (kunstleien) voorzien van een klokkenstoel met windwijzer en vage sporen van muurvlechtingen in de zijpuntgevels. Overwelfde kelder onder de noordwestelijke kamer. Haaks achter aansluitende bouw met keuken-woonkamer en overwelfde kelder onder noordoostelijke salon; aanvankelijk slechts één verdieping, later bijgevoegde bovenverdieping onder schilddak (kunstleien, nok loodrecht op de straat). Verankerde en gewitte bakstenen lijstgevels met delen metselwerk van Ledesteen, onder meer sokkel met afschuining en hoekkettingen voor de zuidwestelijke hoektravee en een gedicht, smal rechthoekig venster met dorpels en negblokken van zandsteen. Oorspronkelijke muuropeningen op de benedenverdieping van de noordgevel (vijf traveeën): twee bewaarde smalle zandstenen kloosterkozijnen, aan weerszij van de lage korfboogdeur en sporen van gelijkaardige vensters in de overige traveeën. Deuromlijsting van rode en blauwe klompjes onder een gebogen druiplijst. Gelijkaardig omlijste korfboogdeur in de zuidgevel. Tegen de achtergevels aan de binnenerfzijde in L-vorm aangebouwde veranda met beglaasd skelet op gecementeerde bakstenen borstwering; houten kroonlijst rustend op versierde gietijzeren zuiltjes.

Oorspronkelijke hoeve- en stokerijgebouwen minstens uit de tweede helft van de 18de eeuw, wijzigingen uit de loop van de 19de eeuw. Aanpassing of vernieuwing van een gedeelte van de bedrijfsgebouwen in begin 20ste eeuw en in de periode 1919-1927 tot een ensemble met een aantal gemeenschappelijke bouwkarakteristieken. In omvang en functie gediversifieerde gebouwen in landelijke baksteenarchitectuur onder overstekende en veelal afgewolfde zadeldaken (Vlaamse pannen) met houten gootlijsten. Gevels verlevendigd door lisenen, rechte muizentandlijsten en kopse baksteenlijsten, onder meer voor druiplijsten en vensterlekdrempels. Rechthoekige muuropeningen onder ijzeren I-lateien met rozetten en segmentboogvormige spaarvelden, en met kleine roedeverdeling. Midden, aan de straat palend koetshuis, stallen voor koetspaarden en aan de erfzijde geïncorporeerde vierkante duiventoren voor sierduiven, onder leien schilddak. Vermoedelijke flessenwasserij in de noordwesthoek van het complex met Sint-Agathakapel in de afgetopte straatgevel achter een omlijste rondboogdeur. Altaar met beeld van Onze-Lieve-Vrouw, Heilig Hart en Sint-Agatha.

Ten oosten achter de woning gelegen kippenstal onder schilddak, voorts varkensstallen met aanpalende voederopslagplaats, mestkot en schuur. Bij de schuur aansluitende oude maalderij en dorslokaal; duidelijk geërodeerd bakstenen metselwerk in de zijpuntgevel met hijsbalk in het zoldervenster. Resten van een verticale gietijzeren stoommachine met rechtstreekse aandrijving van het vliegwiel (type gepatenteerd circa 1800) in 1840 geplaatst door M. Van de Velde, vermoedelijk geconstrueerd in 1837 door Hisette voor katoenspinnerij Heyman te Gent. Stoommachine voor de aandrijving van een verdwenen dorsmachine en een koppel maalstenen (gedemonteerde steenkist). Uniek voorbeeld van vroege transmissie gekopieerd op het in molens gebruikelijke assen-systeem met houten kamwiel op drijfstang; later aangepast door middel van riemschijf en drijfriem. Bewaarde ketelruimte doch verdwenen stoomketel.

Tegen de zuidelijke omheiningsmuur aangebouwde ruime wagenloodsen met klimmende dakkapellen en aanpalende oudere constructie met aardappelkelders en bovenverdieping onder lessenaarsdak.

Centrale langsvleugel met stokerij gereconstrueerd circa 1909, omvattende van noord naar zuid: paardenstallen, koestallen, stokerijgebouw met achter aansluitend ketelhuis en hoge ronde fabrieksschoorsteen, en het zogenaamd "bijzonder magazijn" (accijnzen). Volledige stokerijinstallatie "Oud Systeem" van circa 1924 met oudere delen waaruit de koperen elementen tijdens de eerste wereldoorlog werden aangeslagen. Omvat op het gelijkvloers: een Cornwall-stoomketel (gegolfde vuurhaard van het Morissontype) Mahy Frères Wondelgem 1907; horizontale monocylinder-stoommachine, van het type dat vanaf circa 1880 courant werd aangewend in de kleinnijverheid, derdehands en geplaatst in 1925-1926 ter vervanging van een verticale stoommachine; drie op de centrale drijfas aangesloten pompen (19de eeuw); distillatiekolom van Ateliers de Construction Dufour Frères, Elouges, 1924; overhaalbak van dezelfde constructeur (1924); een waterbak; drie gistkuipen (twee van 50 hl, één van 66,70 hl); 19de-eeuws meetvat in het "local spécial" der accijnzen. Op de bovenverdieping: twee koelvaten, een ronde gietijzeren mengbak (19de eeuw) aangesloten op de centrale drijfas en een grote watertank. Drie alcoholbewaarbakken in het bijzonder magazijn en een graanzolder boven.

  • DE HERDT R. & DESEYN G., Onder stoom, Gent, 1983, p. 151-160.
  • LINTERS A., Stokerij "Betsberg", eig. Vandevelde, historische nota bij het beschermingsdossier, Bestuur Monumenten en Landschappen.

Bron: Bogaert C. & Verbeeck M. 1989: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Destelbergen - Oosterzele, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Bogaert, Chris; Lanclus, Kathleen & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 1989

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Landskouter

Landskouter (Oosterzele)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.