Domein en kasteel van Huizingen en alpiene tuin Bloemendal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Beersel
Deelgemeente Huizingen
Straat H. Torleylaan
Locatie H. Torleylaan zonder nummer, 100, Beersel (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Beersel (actualisaties: 25-04-2006 - 25-04-2006).
  • Adrescontrole Beersel (adrescontroles: 26-06-2007 - 26-06-2007).
  • Herinventarisatie Beersel (Gebeurtenistypes: 02-03-2015 - 31-10-2017).
  • Inventarisatie Beersel (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Domein en kasteel van Huizingen en alpiene tuin Bloemendal

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

omvat de bescherming als monument Alpiene tuin Bloemendal
gelegen te H. Torleylaan zonder nummer (Beersel)

Deze bescherming is geldig sinds 12-12-2002.

omvat de bescherming als monument Kasteel van Huizingen
gelegen te H. Torleylaan 100 (Beersel)

Deze bescherming is geldig sinds 27-10-1982.

Beschrijving

Historisch waterkasteel, gelegen in een riant landschapspark uit de 19de eeuw met een alpiene tuin uit 1958. Het geheel kreeg zijn huidig uitzicht door toedoen van Albert Vaucamps vanaf 1875. Anno 2016 is de Provincie Vlaams-Brabant eigenaar van het domein.

Geschiedenis

Het oorspronkelijke 'Hof ter Borcht' lag ten noorden van het huidige kasteel. Er bestaat geen beschrijving van en het is dus onduidelijk of de naam slaat op een zuivere hoeve-uitbating zoals die op de Atlas der buurtwegen (1841) afgebeeld staat, dan wel op het hele domein van kasteel en neerhof. In 1491 werd in het cijnsboek een naamloze site omschreven die voldoet aan de beschrijving van de locatie van het huidige kasteel van Huizingen; omgeven door water, aan de weg naar Alsemberg met aan de achterzijde de Molenbeek en een parallelle weg. Er was in de tekst zowel sprake van 'huys' als 'thof'. Het beschreven huis werd in 1540 verkocht aan Pieter Boisot, de eerste Heer van Huyzingen. De familie bezat een kapel in de kerk. Begin 16de eeuw, mogelijk als gevolg van de godsdiensttroebelen, brandde het huis af. Pieter Boisot liet in 1545 het huis heropbouwen. Het goed staat sinds dan bekend als het 'Hoff ter Borght' of het 'Speelhuys'. Het Hof werd vererfd aan Karel Boiset die door het tekenen van het Eedverbond der edelen (1565) genoopt was naar de noordelijke Nederlanden uit te wijken. Zijn goederen werden door Filips II verbeurd verklaard en vervielen aan de kroon.

Via het in leen geven en vererving ging het domein naderhand over naar de families Micault, Van Varick, de Gonzague en vander Gracht van Rommerswael. Door verkoop werd het kasteel in 1812 eigendom van Ferdinand K.J. de Beeckmans van Schore en in 1819 van Karel Vaucamps. Karel was burgemeester van Huizingen, zijn grafsteen bleef op de begraafplaats bewaard.

Op het primitief kadasterplan (1820-1830) is een U-vormig kasteel zichtbaar op een kasteeleiland in een vierkante vijver, aan de westzijde voorafgegaan door een L-vormig neerhof en een lusttuin ten zuiden met stervormig padenpatroon, boomgaarden, moestuin en een 'kwekerij'. Ten noorden van het geheel een hoeve met losse bestanddelen (het oude Hof te Borght’?) en aan de andere kant van de straat de oude pastorie.

Na de dood van Karel Vaucamps in 1852 ging het domein door vererving en verkoop voor de familie verloren. Albert Vaucamps (1837-1900), jongste zoon van Karel, rijk geworden door de aanleg van spoorwegen in Italië, kocht in 1875 het kasteel terug. Hij was burgemeester van Huizingen en senator. Van 1875 tot 1881 moderniseerde hij het kasteel en gaf het zijn huidige uitzicht in neo-renaissancestijl. Als bouwmeester trad Blondiau of mogelijk Gédéon Bordiau uit Brussel op. Het oorspronkelijk U-vormige kasteel werd in verschillende fases uitgebreid, omgevormd tot een kasteel op vierkante plattegrond en deels herbouwd.

Tussen 1875 en 1893 liet Albert Vaucamps het 90 hectaren grote park aanleggen in landschappelijke stijl met grote aanplant van sparren, eiken, beuken, kastanjes, rododendrons, … en 12 km wandelpaden. De kasteelvijver kreeg een meer natuurlijke vorm en werd uitgebreid. Voor de creatie van zijn park kocht en ruilde Albert percelen grond, hoeves, hutten en huizen met de aangelanden. Hij kocht ook de oude pastorie uit 1720 en integreerde de wegen 3 en 4 (Atlas der Buurtwegen) in zijn park. Er werd zelfs een bakstenen brug overheen gebouwd. Het volledige gehucht Nekkerspoel verdween door de nieuwe aanleg. Het was Albert Vaucamps zelf die zijn tuin vorm gaf, paden uittekende en perken ontwierp, bijgestaan door landmeter Bourlard en Frans Van Cortenstraeten, hovenier van het domein. Albert Vaucamps zocht het plantgoed in kwekerijen uit en besliste zelf waar alles geplant moest worden. Er kwam een druiven- en bloemenserre, drie boomgaarden, een watermolen, stokerij, smidse, intendantswoning (voormalige pastorie), moes- en lusttuin en een bron die kasteel en tuin van drinkbaar water voorzag. Een tiental zomerhuisjes werd opgetrokken. In 1880-81 kocht hij bovendien een collectie alpenplanten. Elke verwijzing naar de oude landbouwuitbatingen, omheiningen, en dergelijke dienden aan het oog onttrokken te worden. Hij vormde het Hof ter Borcht om tot een ultramodern kasteel met landbouwbedrijf.

De kasteeldreef werd voor het eerst vermeld in de Atlas der Buurtwegen (1841) als 'Dreve'. Mogelijk ontstond de dreef toen Vaucamps een weg liet aanleggen tussen zijn domein en de nieuw aangelegde Alsembergsesteenweg (1827-1833). De dreef liep via de Reiberg tot op de grens met Buizingen. Hij was private eigendom van Charles Vaucamps en had vooral een puur visuele functie en fungeerde nooit als ontsluitingsweg. De ontsluiting van het domein gebeurde via de Oud Dorp. In 1930 werden nog 77 inheemse esdoorns aangeplant in de dreef.

Na de dood van Charles werd het kasteeldomein in 1900 verkocht aan de Henry Torley en later aan Lucien Devillers. De provincie, die het domein in 1938 aankocht van het echtpaar Devillers-Michaël, vormde het om tot een recreatiegebied met wandelpaden, zwembaden, tennisvelden, horeca … Daarvoor werden in 1939 ingrijpende werken uitgevoerd onder leiding van bouwmeester Van Hall. Het kasteel werd nogmaals gerenoveerd in 1986-88 en ingericht voor de horeca en een congres- en tentoonstellingsfunctie. Architect Vijverman-Vermeire uit Halle trad op als ontwerper. De witte bepleistering werd verwijderd waardoor oudere bouwsporen en ontlastingsbogen zichtbaar werden. De vijver werd nogmaals vergroot en ingericht als roeivijver. Op de funderingen van de oude pastorie werd een jeugdherberg gebouwd en de beemden werden ingevuld met sport- en spelaccomodatie. Het bosgebied werd aangevuld met pijnbomen.

De omvorming van het domein door de provincie moet gezien worden in het kader van het opkomende toerisme in het interbellum.

Beschrijving

Het domein is ingeplant in de Molenbeekvallei en bestaat uit het waterkasteel met ten westen een voorplein met dreef naar de Henry Torleylaan. Ter hoogte van de toegang tot het domein een smeedijzeren hek en een portierswoning. Ten noorden van het kasteel staat het koetshuis en de duiventil. Ten oosten en ten zuiden strekt zich het kasteelpark uit langs de valleiwand. In het zuidoosten van het park werd de Alpiene tuin ingericht. Verspreid in het park werden vrijetijdsinfrastructuren gerealiseerd, gekoppeld aan de functie als provinciaal domein.

Het domein is toegankelijk via een smeedijzeren hek aan de Henry Torleylaan; het hek is gevat tussen hardstenen pijlers, die voorzien zijn van gebosseerde muurbanden, waardoor ze een geblokt uitzicht hebben.

De inplanting en het algemene volume van het waterkasteel kunnen terug gaan op een middeleeuwse site met kasteel, doch het huidig aspect met bakstenen gevels, decoratieve balkons, gietijzeren balustrades en terrassen, opengewerkte daklantaarns, uitgewerkte topgevels en dakkapellen met neorenaissance- en barokinslag, deels opgetrokken in witte natuursteen, dateert van de restauratie van het gebouw in de loop van 1877-1880 in opdracht van Albert Vaucamps. Bouwsporen wijzen op de oudere configuratie en ettelijke verbouwingen.

Kasteel in neorenaissancestijl, opgetrokken uit baksteen en bestaande uit een kleine binnenkoer waarrond vier vleugels van twee bouwlagen onder leien zadeldaken, gemarkeerd door hoektorens met fantasierijke torendaken in klokvorm, ui-vorm en combinaties ervan. Een omlopende attiek sluit de lijstgevels visueel af en verbergt de dakaansluiting.

De westvleugel bestaat uit vijf traveeën en twee flankerende ronde torens. De bakstenen lijstgevel wordt gedomineerd door het witstenen middenrisaliet dat uitloopt in een rijk gedecoreerd dakvenster met renaissance- en barokmotieven. In de top een wapensteen en een klok. Op de bel-etage een deurvenster met balkon voorzien van een ijzeren leuning. Rechthoekige vensters in een vlakke natuurstenen omlijsting onder een ontlastingsboog ritmeren de gevel. De gevel wordt onder de kroonlijst afgelijnd met een witstenen boogfries. Links tegen de gevel een natuurstenen fantasierijk uitgewerkt rond torentje met een open lantaarn en gestut door een natuurstenen zuil. De dakbalustrade loopt door in de lantaarn. De rechtse, ronde toren met afgeschuinde hoek werd opgetrokken met een baksteen van kleiner formaat en afwijkende kleur wat wijst op zijn constructie in de 19de eeuw. De toren wordt horizontaal belijnd met natuurstenen cordonlijsten en een fries onder de kroonlijst op uitgewerkte consoles. Uitgewerkte dakvensters. De noordelijke vleugel bestaat uit vijf ongelijke traveeën. Het algemene uitzicht sluit aan bij de westvleugel. De rechtse travee is uitgewerkt als een barokke klokgevel met serliana in de top. Drie verschillend uitgewerkte dakkapellen. Op de begane grond is er een uitbouw op een verhoogd terras met gietijzeren omheining en stenen pijlers. De verspringende, doch symmetrische uitbouw heeft een plat dak en wordt gemarkeerd door een combinatie van ionische pilasters en zuilen.

De oostelijke vleugel is slechts beperkt zichtbaar als gevolg van de achteruitbouw die mogelijk dienstig was als personeelsingang. De zwaar verbouwde vleugel telt drie traveeën en twee flankerende vierkante torens. De gevelafwerking sluit aan bij de andere vleugels. De vierkante torens die de lijstgevel flankeren werden opgetrokken in qua formaat en kleur afwijkende bakstenen wat wijst op hun latere bouwdatum. De torens zijn drie bouwlagen hoog en hebben natuurstenen hoekkettingen, omlijstingen, waterlijsten en friezen. Het dak heeft natuurstenen dakkapellen en een houten lantaarn onder uivormige spits. Een gietijzeren met houten loopdek hangbrug overspant de slotgracht naar het kasteel.

Tot slot is er de zuidvleugel van zes traveeën, uitkijkend over de grote vijver. De linker en beide rechter traveeën van deze lijstgevel zijn uitgewerkt als gecombineerde topgevels. De linker travee is merkelijk breder dan de andere en heeft op beide verdiepingen een met natuursteen omlijst vierdelig venster. Die travee wordt tevens geaccentueerd met natuurstenen hoekkettingen. De drie middelste traveeën worden voorafgegaan door een luifel op ionische zuilen. De luifel fungeert op de bovenverdieping als balkon.

De interieurindeling en -decoratie werden zwaar aangepast bij de renovatiewerken in de late jaren 1980.

Portierswoning in neo-Fransebarokstijl, gebouwd in 1918 door weduwe Torley. Het uit witte natuursteen opgetrokken en onderkelderde pand heeft een T-vormige plattegrond, twee bij twee traveeën en één bouwlaag hoog, onder een leien mansardedak met oeils-de-boeuf. Lijstgevel waarvan het linkse risaliet gemarkeerd wordt een in-en uitzwenkende top voorzien van een dakvenster met parapet. Vensters in de vorm van kruiskozijnen en een eenvoudige rondboogdeur. Het uitzicht van de overige gevels sluit hier bij aan met uitzondering van de oostgevel die geopend wordt door kloosterkozijnen.

Ten noorden van het kasteel staat het koetshuis uit 1879, in 1939 bekend als de 'regisseurswoning', met een duiventoren. Plannen uit 1939 voor een grondige verbouwing en verhoging werden blijkbaar niet uitgevoerd. Witgeschilderd bakstenen gebouw op L-vormige plattegrond van één à twee bouwlagen onder leien zadeldaken met eenvoudige dakkapellen en aandaken. Het geheel wordt gemarkeerd door eenvoudige, beluikte rechthoekige vensters, mijterboogvormig op doorgetrokken lekdrempels op de tweede bouwlaag, alle onder mijtervormige druiplijst. De gelijkaardig uitgevoerde deur wordt voorafgegaan door een trap uit breuksteen In de oksel van het L-vormige volume werd een duiventoren van drie bouwlagen onder een hoog schilddak met pirons ingeplant; het uitzicht sluit aan bij het hoofdgebouw. De bovenverdieping kraagt over op een mijterboogfries. Een kleine duiventil met vakwerkdecoratie, decoratief gebruikte gesinterde baksteen en een ingesnoerde spits staat naast het koetshuis. In de 20ste eeuw werd een luifel toegevoegd.

Het weidse park is een ontwerp van Albert Vaucamps. Op de oostelijke valleiflank werd het landschapspark aangelegd met zijn vloeiende padenstructuur door open en bebost gebied. De paden lopen in lusbewegingen de heuvel op om, eens ze de bakstenen brug over de holle weg hebben overgestoken, uit te monden in een grote rotonde op het hoogste punt van het domein. Vaucamps liet vele parkbomen aanplanten waardoor de boszone op de topografische kaart van 1893 ingetekend staat als lustbos en niet als gewoon bos. Talrijke van die bomen staan nog steeds in het bosgebied van het domein. Eén ervan is een oude tamme kastanje, een kampioenboom van meer dan vijf meter omtrek.

In 1958 werd door de provinciale overheid een alpiene tuin aangelegd in het 'Binnenpark' ten oosten van de kasteelvijver naar ontwerp van Paul Dewit. In de tuin werd onder meer een kunstmatige beek met watervallen aangelegd. Het ontwerp is een late realisatie in een lange traditie aan rotstuinen in het kader van 'Le Nouveau Jardin Pittoresque', een Belgische tuinbeweging die de volledige eerste helft van de 20ste eeuw beheerste. De tuin kreeg de naam 'Het bloemendal'. Het ontwerp werd goedgekeurd door de bestendige deputatie in 1957 en de werken werden toegewezen aan de firma Marijsse uit Kortrijk. Op 2 juni 1958 werden de werken opgeleverd. In 2015-2016 werd de alpiene tuin gerestaureerd. De tuin die 52.500 m2 groot is, is voorzien van paden in 'tête de Roches', flagstones en dolomiet. De beek is circa 330 meter lang en heeft een hoogteverschil van 36 meter. Om en bij de 81.000 planten vonden er een plekje. Er is een evolutie te herkennen in de plantenkeuze gaande van klassieke rozensoorten naar Japanse planten(Rhododendron japonicum) en moerasazalea’s (Rhododendron x viscosa), Gentse Harde en Knaphill tot de hoger gelegen heidesoorten (Erica) en Chinese azalea’s (Rhododendron molle). Vele planten bleken niet geschikt voor hun standplaats, of de standplaats wijzigde en ze hadden een korte levensloop. Hun plaatsen werden ingenomen door sterkere soorten of door wilde planten die aangepast waren aan de standplaatsen. De perfect oost-west-georiënteerde tuin wordt ontsloten door vier slingerende paden die bovenaan de tuin, bij de grote waterval, samen komen. De grote wandelpaden van het 'Binnenpark' dwarsen de 'Bloemenvallei'. Ten noorden en ten zuiden van de alpiene tuin ligt het landschappelijk aangelegde rosarium dat samen met de bomen en vaste planten een soepele overgang vormt naar het landschapspark.

In het park staan verschillende betonnen parkbanken in cementrustiek (boomimitatie). Verder zijn er twee ijskelders waarvan bij één de toegang is uitgewerkt in zandsteenknollen en waarvan de heuvel beplant is met taxussen. De andere werd beplant met beuken. Over de holle weg die van Brussel naar Halle liep en door Albert Vaucamps in z’n tuin werd geïncorporeerd, werd een bakstenen brug gebouwd. Tot slot staan er in het park standbeelden die tot de provinciale kunstcollectie behoren waaronder werk van Eugène Canneel ‘Lentevreugde', Raymond de Meester de Biezenbroeck 'Poolbeer', Marnix D’Haveloose ‘danseres’, Eugène De Bremaecker 'De sabelslag in het water'.

Voor het kasteel liggen de restanten van de grafsteen van de familie Boisot-Tisnick die teruggevonden werden bij de opgraving in de oude kerk van Huizingen (Pieter Boisot (+1561) en Louiza van Tisnack (+1569)). Het opschrift luidt 'Cy-gist messire Pierre Boiset chevalier, seigneur de Roun, de Huyssinghen, Buijssinghen, Eijsinge, Dorpe et Tresorier de l’ordre, et des finances de roy, qui trepassa le 28d’octobre 1561 et dame Loyse de Tisnack sa femme qui trepassa le 29 mars 1569. Stilo Rom.

  • Gemeentearchief Beersel, Bouwdossier B4001/1939 en B131/1986.
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Beersel, afdeling IV (Huizingen), 1875/8, 1878/8 en 1882/7.
  • Atlas der buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • BAL A. 1957: Geschiedenis van Huizingen en van het kasteel, De Brabantse Folklore 133.
  • BAL A. 1958: Geschiedenis van Huizingen en van het kasteel, s.l.
  • DENEEF R. & WIJNANT J. 2003: Beersel (Huizingen): kasteeldomein van Huizingen – Provinciaal domein, M&L 22.4, 12-17.
  • S.N. 1958: Geschiedenis van Huizingen en zijn kasteel, De Brabantse Folklore 138.
  • STIENS H. 2002: Verdwenen Huizingen, En het dorp zal duren … 4.16.
  • THEYS C. 1936: Huizingen-bij-Halle, Toerisme 15.1.
  • VANDENBOSSCHE H. 2003: De alpentuin ‘het bloemendal’ in het Provinciaal Domein van Huizingen. Apotheose van een tuinbeweging en beschermd monument, M&L 22.4, 10-27.
  • VASTAU M. 2006. Beerselse kerkhoven, En het dorp zal duren … 8.32, 6-14.
  • Informatie verkregen van Heemkundig Genootschap ‘van Witthem’ (10 maart 2015).

Bron: -

Auteurs: Mertens, Joeri

Datum tekst: 2016

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van H. Torleylaan

H. Torleylaan (Beersel)

omvat Oude tamme kastanje

H. Torleylaan 100, Oud Dorp zonder nummer (Beersel)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.