Domein en kasteel van Huizingen en alpiene tuin Bloemendal

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Beersel
Deelgemeente Huizingen
Straat H. Torleylaan
Locatie H. Torleylaan zonder nummer, 100, Beersel (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Beersel (actualisaties: 25-04-2006 - 25-04-2006).
  • Adrescontrole Beersel (adrescontroles: 26-06-2007 - 26-06-2007).
  • Inventarisatie Beersel (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).

Juridische gevolgen

Op dit moment is dit object beschermd en vastgesteld.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Domein en kasteel van Huizingen en alpiene tuin Bloemendal

Deze vaststelling is geldig sinds 05-10-2009. (Vaststellingsbesluit)

omvat de bescherming als monument Alpiene tuin Bloemendal
gelegen te H. Torleylaan zonder nummer (Beersel)

Deze bescherming is geldig sinds 12-12-2002.

omvat de bescherming als monument Kasteel van Huizingen
gelegen te H. Torleylaan 100 (Beersel)

Deze bescherming is geldig sinds 27-10-1982.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Geschiedenis

Het oorspronkelijke ‘Hof ter Borcht’ lag tegenover de oude pastorie. Er bestaat geen beschrijving van en het is dus onduidelijk of de naam slaat een zuivere hoeve-uitbating zoals die op de Atlas der buurtwegen (1841) afgebeeld staat, dan wel het hele domein van kasteel en neerhof. In 1491 wordt in het cijnsboek een anonieme site omschreven die voldoet aan de beschrijving van de locatie van het huidige kasteel van Huizingen; omgeven door water, aan de weg naar Alsemberg en aan de achterzijde de Molenbeek en een parallelle weg. Er is in de tekst zowel sprake van ‘huys’ als ‘thof’. Het beschreven huis werd in 1540 verkocht aan Pieter Boisot, de eerste Heer van Huyzingen. De familie bezat een kapel in de kerk. Begin 16de eeuw, mogelijk als gevolg van de godsdiensttroebelen, brandde het huis af. Pieter Boisot liet in 1545 het huis terug opbouwen. Het goed staat sinds dan bekend als het “Hoff ter Borght” of het Speelhuys. In 1556 werd Pieter Boisot de jonge geridderd. Het Hof ter Borcht’ werd vererft aan Karel Boiset die echter het Eedverbond der edelen (1565) tekende waardoor hij genoopt was naar de noordelijke Nederlanden uit te wijken. Zijn goederen werden door Filips II verbeurd verklaard en vervielen terug aan de kroon.

Via vererving ging het domein over naar de families Micault, Van Varick, de Gonzague en vander Gracht van Rommerswael. Door verkoop werd het kasteel eigendom van Ferdinand K.J. de Beeckmans van Schore (1812) en later van Karel Vaucamps in 1819. De grafsteen van Karel Vaucamps bleef op de begraafplaats bewaard. Karel was burgemeester van Huizingen. Op het primitief kadasterplan (1820-1830) is een U-vormig kasteel zichtbaar op een kasteeleiland in een vierkante vijver, voorafgegaan door een L-vormig neerhof en een lusttuin met stervormig padenpatroon, boomgaarden, moestuin en een ‘kwekerij’. Links van het geheel ene hoeve met losse bestanddelen (het oude Hof te Borght’?) en aan de andere kant van de straat de oude pastorie.

Na zijn dood ging het domein door vererving en verkoop voor de familie verloren. Albert Vaucamps (1837-1900), jongste zoon van Karel, rijk geworden door de aanleg van spoorwegen in Italië, kocht in 1875 het kasteel terug. Hij was burgemeester van Huizingen en senator. Van 1875 tot 1881 moderniseerde hij het kasteel en gaf het zijn huidige uitzicht. Bouwmeester was Blondiau of mogelijk Gédéon Bordiau uit Brussel. Het oorspronkelijk U-vormige kasteel werd in verschillende fases uitgebreid, omgevormd tot een kasteel op vierkant plattegrond en deels herbouwd.

Tussen 1875 en 1893 liet Albert Vaucamps het 90 hectaren grote park aanleggen in landschappelijke stijl met grote aanplant van sparren, eiken, beuken, kastanjes, rhododendrons, … en 12 km wandelpaden. De kasteelvijver kreeg een meer natuurlijke vorm en werd uitgebreid. Voor de creatie van zijn park kocht en ruilde Albert percelen grond, hoeves, hutten en huizen met de aangelanden. Hij kocht de oude pastorie uit 1720, integreerde de wegen 3 en 4 (Atlas der Buurtwegen) in zijn park. De holle weg is nog steeds in het bosgedeelte van het park te herkennen. Er werd zelfs een bakstenen brug overheen gebouwd. Het volledige gehucht Nekkerspoel verdween onder zijn aanleg. Het was Albert Vaucamps zelf die zijn tuin vorm gaf, paden uittekende en perken ontwierp, bijgestaan door landmeter Bourlard en Frans Van Cortenstraeten, hovenier van het domein. Albert Vaucamps zocht het plantgoed in kwekerijen uit en besliste zelf waar alles geplant moest worden. Er kwam een druiven- en bloemenserre, drie boomgaarden, een watermolen, stokerij, smidse, intendantswoning (vml pastorie), moes- en lusttuin en een bron die kasteel en tuin van drinkbaar water voorzag … In 1880-81 kocht hij een collectie Alpenplanten. Het wild werd opgesloten, eieren verzameld en uitgebroed, kuikens tegen roofdieren beschermd … Elke verwijzing naar oude landbouwuitbatingen, omheiningen, en dergelijke dienden aan het oog onttrokken te worden. Een tiental zomerhuisjes werden opgetrokken. Hij vormde het Hof ter Borcht om tot een ultramodern landbouwbedrijf.

De kasteeldreef werd voor het eerst vermeld in de Atlas der Buurtwegen (1841) als ‘drève’ wat een private weg doet vermoeden. Mogelijk ontstond de Dreef toen Vaucamps een weg liet aanleggen tussen zijn domein en de nieuw aangelegde Alsembergsesteenweg (1827-1833). Hij vertrok aan het kasteel en liep via de Reiberg tot op de grens met Buizingen. De dreef was private eigendom van Charles Vaucamps en fungeerde nooit als ontsluitingsweg. In 1930 werden nog 77 inheemse esdoorns aangeplant in de dreef. De dreef had vooral een puur visuele functie en werd nooit een uitsluitingsweg.

Na de dood van Charles werd het kasteeldomein verkocht aan de Henry Torley (1900) en later aan Lucien Devillers. De provincie kocht het domein in 1938 van het echtpaar Devillers-Michaël. Die vormde het domein om tot een recreatiegebied met wandelpaden, zwembaden, tennisvelden, horeca … Daarvoor werden ingrijpende werken uitgevoerd aan het gebouwenpatrimonium in 1939 onder leiding van bouwmeester Van Hall. Het kasteel werd nogmaals gerenoveerd in 1986-88 en ingericht voor horeca en een congres- en tentoonstellingsruimten, naar ontwerp van architect Vijverman-Vermeire uit Halle. Toen werd de witte bepleistering verwijderd waardoor oudere bouwsporen en ontlastingsbogen zichtbaar werden. De vijver werd nogmaals vergroot en ingericht als roeivijver. Op de funderingen van de oude pastorie werd een jeugdherberg gebouwd en de beemden werden ingevuld met sport- en spelaccomodatie. Het bosgebied werd aangevuld met pijnbomen.

De omvorming van het domein door de provincie moet gezien worden in het kader van het opkomende toerisme in het Interbellum. Dienstdoende architecten waren H. Van Hal en ingenieur Desgains.

Beschrijving

Bakstenen waterkasteel in neorenaissancestijl met vier vleugels van twee bouwlagen onder leien zadeldaken, gemarkeerd door twee vierkante, een ronde en een overkragende hoektoren met fantasierijke torendaken in klokvorm, ui-vorm en combinaties ervan. Een omlopende balustrade sluit de gevel visueel af en verbergt de dakaansluitng met de muren. Alle balkons hebben gietijzeren balustrades. De inplanting en het algemeen volume kunnen terug gaan op een middeleeuws kasteel, doch het huidig aspect met bakstenen gevels, decoratieve balkons, balustrades en terrassen, opengewerkte daklantaarns, uitgewerkte topgevels en dakkapellen met neorenaissance- _en barokinslag, deels opgetrokken in witte natuursteen, dateert van een restauratie van het gebouw in de loop van 1877-1880.

De voorgevel bestaat uit vijf traveeën, zonder de torens. Het middenrisaliet dat uitloopt in een dakraam, is uitgewekt in witsteen en gedecoreerd met renaissance en barokmotieven. In de top een wapensteen en een klok. De ramen zijn met witsteen omlijst. Hetzelfde materiaal is gebruikt voor de gevelfries met rondbogen, het bekronende balkon en de twee dakkapellen. Bouwsporen wijzen op oude configuraties en herstellingen. Links tegen de gevel een natuurstenen overkragend torentje op een centrale pijler. Het torentje biedt ruimte aan een kleine erker op de eerste verdieping. Ter hoogte van het dak is de toren opengewerkt en de dakbalustrade loopt door in de open toren.

De linker lijstgevel bestaat uit vijf ongelijke traveeën en twee bouwlagen onder een zadeldak. De rechter is uitgewerkt als een barokke klokgevel met serliana-raam in de top. Op het dak staan drie verschillende natuurstenen dakkapellen. In de gevel wijzen bouwsporen op een oudere toestand. Aansluitend bij de gevel staat een deels met schrijnwerk afgesloten erker op een verhoogd terras met gietijzeren omheining en stenen pijlers. De verspringende, doch symmetrische, erker heeft een plat dak en is ondersteund door een combinatie van ionische pilasters en zuilen. De vierkante toren werd opgetrokken in afwijkende bakstenen naar formaat en kleur wat wijst op zijn latere bouwdatum. De toren is drie bouwlagen hoog en heef natuurstenen, hoekblokken, raamomlijstingen, muurlijsten en een kroonlijst. Het dak heeft natuurstenen dakkapellen en een houten belvedère onder fantasierijk dak.

De achtergevel is slechts beperkt zichtbaar als gevolg van de achteruitbouw die mogelijk dienstig was als personeelsingang. Het zwaar verbouwde volume is met een natuurstenen balustrade bekroond. De drie traveeën tellende lijstgevel op de eerste verdieping heeft een centraal natuurstenen dakraam. Op de hoeken twee identieke, vierkante torens. Een gietijzeren hangbrug overspant de slotgracht naar het kasteel. De gevelafwerking is verder identiek aan de andere gevels.Vierkante toren identiek aan de reeds beschreven toren.

Tot slot is er de rechter zijgevel, uitkijkend over de grote vijver. Het is een vijf traveeën brede lijstgevel waarvan de linker travee en beide rechter traveeën uitgewerkt zijn als klokgevels. De linker travee is merkelijk breder dan de andere en heeft op beide verdiepingen een met natuursteen omlijst vierdelig kruisraam. Die travee wordt tevens geaccentueerd met natuurstenen hoekblokken. De drie middelste traveeën worden voorafgegaan door een luifel op ionische zuilen. De luifel fungeert op de bovenverdieping als balkon. De ronde toren werd opgetrokken met een kleinere baksteen van afwijkende kleur wat wijst op zijn constructie in de 19de eeuw. De toren heeft natuurstenen raam- en deuromlijstingen, muurbanden, consoles voor de balkons, kroonlijsten en een dakraam. Op de toren prijkt een houten belvedère onder fantasierijk dak.

Tuinelementen

Aan de Henry Torleylaan staat een smeedijzeren hek aan hardstenen pijlers. De pijlers zijn voorzien van lijsten in bossagewerk.

Portierswoning in neo-Franse barokstijl, opgetrokken in 1918 door weduwe Torley uit witte natuursteen, twee traveeën breed en één bouwlaag hoog, onder een leien mansardedak met dakkapellen. Het onderkelderde pand heeft een T-vormig plattegrond met in het vooruitspringende deel een kruisraam en de segmentboogvormige voordeur met erboven oeuil-de-boeuf. De gevel loopt uit op een dakraam met barokvormgeving. In de rechter achteruitspringende travee een kruisraam. De linker zijgevel telt twee traveeën met kruisramen en de rechtergevel telt er twee. In beide traveeën zit een klossterraam. Aan de achterzijde uitgebreid met een éénlaags volume onder plat dak. De linker zijgevel heeft twee rechte kruisramen en twee dakkapellen. De rechterzijgevel verspringt. De linkertravee heeft een recht klein raam en een dakraam, de rechter travee heeft een klein raam en een dakkapel.

Links van het kasteel het koetshuis, in 1939 bekend als de ‘regisseurswoning’, uit 1874. Oorspronkelijk vermoedelijk een koetsierswoning van twee bouwlagen annex stallingen van één bouwlaag en een duiventoren. Plannen tot een grondige verbouwing en ophoging uit 1939 werden blijkbaar niet uitgevoerd. Witgeschilderd bakstenen gebouw op L-vormig plattegrond onder een leien zadeldak. Dwarse vleugel van twee bouwlagen met een voordeur boven een trap uit breuksteen en een recht raam. Mijtervormige druiplijsten boven de muuropeningen. In de linker zijgevel met aandak een mijtervormig raam op de bovenverdieping. Aansluitend een koppelgebouw van twee bouwlagen hoog onder een leien zadeldak. De puntgevel met aandak telt één travee en heeft drie boven elkaar gelegen mijtervormige ramen. Druiplijsten boven de ramen. De langsgevel telt twee traveeën met op de gelijkvloerse verdieping rechte ramen en op de bovenverdieping gemijterde ramen. Hardstenen druiplijsten en een gepleisterde muurband benadrukken de horizontaliteit. In de rechter zijgevel een mijtervormig zolderraam. De aansluitende éénlaagse vleugel met aandak telt vijf traveeën met drie rechte beluikte ramen. In het dakvlak vier dakkapellen. In de oksel van de L-vorm werd een duiventoren van drie bouwlagen onder een torendak ingeplant. De bovenverdieping kraagt over, steunend op mijtervormige fries. De torenramen zijn eveneens mijtervormig. Een bakstenen muurlijst onder de kroonlijst.

Een kleine duiventilmet vakwerkdecoratie, gesinterde decoratief gebruikte baksteen en een torendak. In de 20ste eeuw werd een luifel met leien schilddak toegevoegd.

Het weidse park is een ontwerp van Albert Vaucamps. De basis is het kasteel in de kasteelvijver, gevoed door de Molenbeek. Op de noordelijke valleiflank werd het landschapsperk aangelegd met zijn vloeiende padenstructuur door open en bebost gebied. De lussen aan paden wordt steeds kleiner naarmate ze de helling oplopen om na het kruisen van de bakstenen brug over de voormalige holle weg, uit te monden in een grote rotonde op het hoogste punt van het domein. Vaucamps liet vele parkbomen aanplanten waardoor de boszone op de stafkaart van 1893 ingetekend staat als lustbos en niet als gewoon bos. Talrijke van die beomen staan nog steeds in het bosgebied van het domein. Eén ervan is de oude tamme kastanje, een kampioenboom van meet dan 5 meter omtrek.

In 1958 werd door de Provinciale overheid een alpinetuin naar ontwerp van Paul Dewit aangelegd in het Binnenpark ten oosten van de kasteelvijver. Er kwam in de tuin een kunstmatige beek met watervallen. Het ontwerp is een late realisatie van een lange traditie aan rotstuinen in het kader van ‘Le Nouveau Jardin Pittoresque’, een Belgische tuinbeweging die de volledige eerste helft van de 20ste eeuw beheerste. De tuin kreeg de naam ‘Het bloemendal’. Het ontwerp werd goedgekeurd door de bestendige deputatie in 1957 en de werken werden toegewezen aan de firma Marijsse uit Kortrijk. Op 2 juni 1958 werden de werken opgeleverd. In 2015-2016 werd de alpinetuin gerestaureerd. De tuin die 52.500 m2 groot is, is voorzien van paden in ‘tête de Roches’, flagstones en dolomiet. De beek is ca 330 meter lang en heeft een hoogteverschil van 36 meter. Om en bij de 81.000 planten vonden er een plekje. Er is een evolutie te herkennen van rozenperken naar Japans (Rhododendron japonicum) en moerasazalea’s (Rhododendron x viscosa), Gentse Harde en Knaphill tot de hoger gelegen heidesoorten (Erica) en Chinese azalea’s (Rhododendron molle). Vele planten bleken niet ideaal voor hun stnadplaats, of de standplaats wijzigde en ze hebben een korte levensloop. Hun plaatsen werden ingenomen door sterkere soorten of door wilde planten die aangepast waren aan de standplaatsen. De perfect oost-west georiënteerde tuin wordt ontsloten door vier slingerende paden die bovenaan de tuin, bij de grote waterval, samen komen. De grote wandelpaden van het Binnenpark dwarsen de ‘Bloemenvallei’. Links en rechts van de alpinetuin ligt het landschappelijk aangelegde rosarium dat samen met de bomen en vaste planten een soepele overgang vormt naar het landschapspark.

In het park verschillende betonnen parkbanken in cementrustiek (boomimitatie), twee ijskelders waarvan bij één de toegang is uitgewerkt in zandsteenknollen en de heuvel beplant met taxussen, de ander werd beplant met beuken, standbeelden die tot de provinciale kunstcollectie behoren (vb ‘Lentevreugde van Eugène Canneel, Poolbeer van Raymond de Meester de Biezenbroeck, ‘danseres’ van Marnix D’Haveloose, De sabelslag in het water’ van Eugène De Bremaecker en een bakstenen brug over de verdwenen holle weg die van Brussel naar Hulchin liep en door Albert Vaucamps in z’n tuin werd geïncorporeerd.

Voor het kasteel liggen de restanten van de grafsteen van de familie Boisot-Tisnick die teruggevonden werden bij de archeologische opgraving in de oude kerk van Huizingen. De fragmenten zijn van het grafteken van Pieter Boisot (+1561) en zijn echtgenote Louiza van Tisnack (+1569). Het opschrift luidt 'cy-gist messire pierre boisot chevalier, seigneur de roun, de huyssinghen, buijssinghen, eijsinge, dorpe et tresorier de l’ordre, et des finaces de roy, qui trepassa le 28 d’octobre 1561 et dame loyse de tisnack sa femme qui trepassa le 29 mars 1569. Stilo rom.'

  • Gemeentearchief Beersel, bouwdossier B 4001/1939 en B 131/1986.
  • Kadaster Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Beersel, afdeling IV (Huizingen), 1875/8, 1878/8 en 1882/7.
  • Atlas der buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • BAL A. 1957: Geschiedenis van Huizingen en van het kasteel, De Brabantse Folklore, 133.
  • BAL A. 1958: Geschiedenis van Huizingen en van het kasteel, sl.
  • DENEEF R. WIJNANT J. 2003: Beersel (Huizingen): kasteeldomein van Huizingen – Provinciaal domein, M&L, 22.4, 12-17.
  • S.N. 1958: Geschiedenis van Huizingen en zijn kasteel, De Brabantse Folklore, 138.
  • THEYS C. 1936: Huizingen-bij-Halle, Toerisme, 15.1.
  • VANDENBOSSCHE H. 2003: De alpentuin ‘het bloemendal’ in het Provinciaal Domein van Huizingen. Apotheose van een tuinbeweging en beschermd monument, M&L, 22.4, 10-27.
  • VASTAU M. 2006. Beerselse kerkhoven, En het dorp zal duren …, 8.32, 6-14.
  • STIENS H. 2002: Verdwenen Huizingen, En het dorp zal duren …, 4.16.
  • Informatie verkregen van Heemkundig Genootschap ‘van Witthem’ (10 maart 2015).

Bron: -

Auteurs: Mertens, Joeri

Datum tekst: 2016

Alle teksten

Relaties

is gerelateerd aan Oude tamme kastanje

H. Torleylaan 100, Oud Dorp zonder nummer (Beersel)

is gerelateerd aan Wolfshagenkapel

Frans Walravensstraat 42, Beersel (Vlaams-Brabant)

U kunt deze pagina citeren als:

Agentschap Onroerend Erfgoed 2016: Domein en kasteel van Huizingen en alpiene tuin Bloemendal, Inventaris Onroerend Erfgoed [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/38897 (geraadpleegd op ).
Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.