erfgoedobject

De Spieghel

bouwkundig element
ID: 4036   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4036

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed De Spieghel
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

  • is aangeduid als beschermd monument De Spieghel
    Deze bescherming is geldig sinds 17-07-1981

Beschrijving

Kantoorgebouw in neogotische stijl heropgebouwd naar een ontwerp door de architecten Frans Van Dijk en Michel De Braey uit 1902, uitgevoerd in 1903-1904. Opdrachtgever was Eugène Kreglinger (1840-1914), weduwnaar van Marie Grisar (1850-1884), en hoofd van de firma G. & C. Kreglinger. Het betrof de reconstructie van een gebouw in laatgotische stijl dat van omstreeks 1500 zou dateren.

Historiek

"De Spieghel", een herenhuis dat zich oorspronkelijk uitstrekte van de Grote Markt tot de Oude Beurs, wordt vermeld vanaf de vroege 14de eeuw. Tot het midden van de 15de eeuw was “De Spieghel” in het bezit van de aristocratische families Bode, Wilmaer en Van Halmale. Zij werden opgevolgd door vermogende kooplui, zoals Petrus Gillis, deken van het Meerseniersambacht, die het herenhuis in 1506 verwierf. Uit deze periode bleven in “den Spieghel” aan de Oude Beurs de binnenplaats met huistoren bewaard. Opgedeeld in de late 16de eeuw, werd het pand aan de Grote Markt in 1620 aangekocht door het schuttersgilde van de Jonge Handboog. Deze bleef eigenaar van het gildehuis tot de verkoop als nationaal goed door het Frans bewind in 1798. Zo kwam “De Spieghel” in het bezit van de Duitse koopmansfamilie Kreglinger, die ook de aanpalende gildehuizen “Spaengien” en "De Arend” verwierf. Christian Emmanuel Kreglinger (1770-1813), gehuwd met Charlotte Troistorff (1781-1852), liet in de vroege jaren 1800 de gevel in laatclassicistische stijl aanpassen, met sloop van de geveltop. De vlak bepleisterde en beschilderde lijstgevel, met registers van rechthoekige bovenvensters, vertoonde enkel in de pui en insteekverdieping nog sporen van de laatgotische ordonnantie. Na het gezin Kreglinger-Troistorff werd “De Spieghel” betrokken door hun neef Joseph Matthias Kreglinger (1789-1856), wiens weduwe Elisa Kreglinger (1807-1895) hier tot haar overlijden bleef wonen. Haar zoon Eugène liet het pand volledig slopen en als kantoor heropbouwen naar een ontwerp door de architecten Frans Van Dijk en Michel De Braey uit 1902, uitgevoerd in 1903-1904. Het gevelfront werd daarbij mede op basis van de nog aanwezige bouwsporen vrij gereconstrueerd naar laatgotische voorbeelden. De Stad Antwerpen kocht “De Spieghel” in 1996, samen met de aanpalende Kreglingerhuizen.

De broers Georg Friedrich (1756-1821) en Christian Emmanuel Kreglinger, afkomstig uit Karlsruhe, richtten in 1797 de handelsfirma G. & C. Kreglinger op, gevestigd in het vroegere gildehuis “Spaengien” op de Grote Markt. Actief in de import en handel van wol, schaapsleder, tabak en koffie, kende het bedrijf naar het einde van de 19de eeuw toe een wereldwijde expansie met vestigingen in Latijns-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In 1935 werd de financiële activiteiten ondergebracht in de Bank Kreglinger. Eugène Kreglinger, als kleinzoon van Christian Emmanuel behorend tot de derde generatie Kreglingers in Antwerpen, trad toe tot de firma in 1867 en nam de leiding in 1875. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Albert Kreglinger (1874-1953). Deze kwam na het overlijden van twee van zijn achterneven en zijn eigen zoon Eugène (1899-1933), alleen aan het hoofd van het bedrijf, dat hij tot aan zijn dood in 1953 zou leiden.

De reconstructie van “De Spieghel” behoort tot het rijpere oeuvre van Frans Van Dijk, die al vroeg in zijn loopbaan, omstreeks 1880, naam maakte als medeontwerper van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten aan de Leopold De Waelplaats. Omstreeks de eeuwwisseling deed hij zich verder opmerken met enkele van de meest opvallende huizengroepen in de wijk Zurenborg waaronder "Boudewijn met de IJzeren Arm" en "Scaldis" in de Cogels-Osylei, en het imposante Grand Hôtel Métropole op de hoek van Leysstraat en Kipdorpvest. Als een van de uitverkoren architecten van de Antwerpse elite, de financiële wereld en het bedrijfsleven, beoefende hij zijn carrière lang een monumentaal architectuuridioom van eclectische signatuur. In opdracht van Eugène Kreglinger had Van Dijk in 1892-1893 al de restauratie uitgevoerd van het gildehuis “Spangien”, en in 1906 volgde de heropbouw van het gildehuis “Den Arend”, de buurpanden van “De Spieghel” aan de noordzijde van de Grote Markt. Onder leiding van zijn zoon Henri Van Dijk werden In 1947-1949 ook de aanpalende panden “De Pauw” en “Den bonte Mantel” heropgebouwd, in opdracht van Albert Kreglinger.

Actief vanaf eind jaren 1880, maakte Michel De Braey omstreeks de eeuwwisseling naam met prestigieuze hotels in diverse neostijlen of landhuizen in cottagestijl. Tot de belangrijkste werken uit deze rijpe fase van zijn loopbaan behoren de neogotische Saint Boniface Anglican Church in de Grétrystraat, het in neorenaissancestijl ontworpen Gemeentehuis van Wijnegem, en zijn eerste eigen woning in beaux-artsstijl aan de Van Putlei. Na de Eerste Wereldoorlog was De Braey nog een vijftal jaar geassocieerd met zijn zoon Jan, alvorens omstreeks 1925 een punt achter zijn carrière te zetten.

Architectuur

Diephuis met enkelhuisopstand van vijf traveeën en vier bouwlagen onder een zadeldak (nok loodrecht op de straat, leien). De monumentale trapgevel van acht treden bekroond door overhoekse pinakels, is volledig opgetrokken uit witte natuursteen. De compositie onderscheidt zich door een sterk gearticuleerde skeletstructuur, rijke profileringen en een sculpturaal decor. Nadrukkelijk horizontaal geleed door waterlijsten, is de opstand opgebouwd uit verkleinende registers van gekoppelde, spitse korfboogkozijnen met kruismonelen en waterlijst. Deze worden verticaal geritmeerd door colonnetten met polygonaal basement en kapiteel, in kolossale orde over de hoofdverdiepingen. Het maaswerk in de bovenlichten van de pui en topgeleding, en in de blinde boogvelden van de twee hoofdverdiepingen, heeft een driepasvorm. Het in de rechter travee geïntegreerde korfboogportaal, wordt geaccentueerd door een wimberg met hogels en kruisbloem. De waterlijsten van de tweede verdieping onderscheiden zich door fialen, hogels en kruisbloemen. Op de borstwering van de eerste verdieping verwijst een doorlopende inscriptie naar de wederopbouw: "Der vaadren kunst lag hier gedekt/ En sliep tot ik haar heb gewekt/ Nu glanst en lacht zij weer vol pracht/ Tot vreugd' van ons en 't nageslacht". Boven het portaal wordt het wapenschild van de familie Kreglinger geflankeerd door de jaartallen 1500 en 1904. De geveltop is opgevat als een Brugse travee, gemarkeerd door klimmend maaswerk in driepasvorm met hogels en loofwerk, omschreven door een driehoekige waterlijst. Het drielicht bestaat uit een kruiskozijn tussen rechthoekige zijlichten, de respectievelijk spitse en ronde boogvelden met maaswerk in driepasvorm. Hierboven is het wapen van de Jonge Handboog aangebracht, en in de gevelpunt het vergulde beeld van hun patroonheilige Sint-Sebastiaan door de beeldhouwer Jan Gerrits. Het houten schrijnwerk van de deuren en luiken met smeedijzeren beslag en de vensters met glas-in-loodramen is bewaard.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1903#150.
  • ASAERT G. 2005: Honderd huizen aan de Grote Markt van Antwerpen. Vijf eeuwen bewoningsgeschiedenis, Zwolle en Antwerpen, 318-323.
  • BAETENS R. (red.) 1998: Spiegels van Mercurius. Plouvier & Kreglinger. Tweehonderd Jaar Handel en Maritiem Transport te Antwerpen, Deurne.
  • HUYBRECHS, J. 1994: Frans Van Dijk, Architect te Antwerpen, Antwerpen, 89-90.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2018


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: De Spieghel [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/4036 (Geraadpleegd op 16-10-2019)