erfgoedobject

Kasteel en park ter Deck

bouwkundig / landschappelijk element
ID: 40509   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40509

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Kasteel ter Dect
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Groot park met landhuis en bijgebouwen als restant van het voormalige leengoed ter Deck. De gebouwen in een neotraditionele bak- en zandsteenstijl met een oudere kern uit de 16de-17de eeuw zijn het resultaat van een ingrijpende restauratie uit begin 20ste eeuw onder leiding van architect Paul Saintenoy. De aanleg van het park dateert uit dezelfde periode.

Het landgoed ligt op een sterk hellend terrein waarbij de gebouwen bovenop de heuvel zijn ingeplant met uitzicht over de Lanevallei. Aan de voet van het domein, ten zuiden, ligt een vijver. De loop van de bescheiden Paarde- of Reutenbeek vormt de zuidgrens van het domein. In het oosten loopt de parkgrens tot aan de Leemveldstraat, een holle weg.

Historiek

De naam van het landgoed zou afkomstig zijn van "ter eect", wat verwijst naar een uitgestrekt gebied met eiken. Mogelijks gaat het terug op een ontginningshof uit het begin van de 12de eeuw. Het was een leen- en cijnsgoed van de hertogen. De eerste vermelding van "ter Deck" dateert van 1284. In de literatuur wordt zowel melding gemaakt van "ter Deck", "ter Deckt", "ter Dect", "ter Deect" als van "ter Deeck". Op het einde van de 13de eeuw was het in handen van het geslacht "de Deck". De oudst gekende de Deck was Johannes in 1312. Wauters geeft een lijst van bezitters tot het einde van het ancien régime.

Volgens Verbesselt, die Wauters als bron aanhaalt, zou Gertrudis of Geertruid van Nethen er een castrale kapelanie ter ere van de Heilige Drievuldigheid stichten in 1437. Hij verwierf het goed rond 1401-1402. Volgens een brochure naar aanleiding van Open Monumentendag dateert de oudste vermelding van een huiskapel al van 1358, mogelijk zou ze al bij het begin van de 14de eeuw bestaan hebben.

Voor de aanleg van de Waversesteenweg liep het traject van Brussel naar Waver door Overijse via de Hertstraat ten zuiden van de huidige steenweg. De toegang tot het landhuis met hoeve was in het noorden gelegen, men kwam toe via een afsplitsing van de huidige Borrestraat op de viersprong met de Hertstraat en de Postweg. Deze weg vanaf de Borrestraat naar het kasteel bestaat vandaag niet meer. De poort met dateringsstenen in het huidige wagenhuis wordt toegeschreven aan deze voormalige toegang tot het domein. De toegang was echter meer noordelijk via de afgebroken hoevegebouwen. Sinds de aanleg van de kasseiweg, Waversesteenweg, in 1768, heeft het kasteel zijn toegang aan deze baan.

Jacques Charles O’Sullivan, officier bij de grenadiers, wordt door huwelijk in 1765 eigenaar van de heerlijkheid van ter Deck. De rechten van deze heerlijkheid zijn justitie, cijnsrecht, jachtrecht en visrecht op een deel van de Lane.

Op een plan van landmeter J.-B. Mans van 1777 wordt het kasteel weergegeven met tegen de oostgevel de kapel. Ten westen is het wagenhuis zichtbaar en ten oosten een bijgebouw met poort. Het wagenhuis en bijgebouw waren mee opgenomen in de ommuring rond het kasteel (deze ommuring is nog zichtbaar op oude foto's). Ten noorden stonden de eind 19de-eeuw afgebroken gebouwen, waarschijnlijk een hoeve met de toegang tot het kasteel vanop de Waversesteenweg.

De weduwe van Ferdinand Lemaire – O' Sullivan de Terdeck (in het kadaster d'Lullivan) was eigenaar van het goed eind 19de eeuw. Onder O' Sullivan de Terdeck werd er in 1898 een wijziging geregistreerd op het kadaster waarbij er twee gebouwen gesloopt werden ten noorden van het huidige kasteel. Waarschijnlijk gaat het om de voormalige hoevegebouwen. Verder werd er een bakhuis en een achthoekig tuinpaviljoen gebouwd ten zuiden achter het kasteel (gesloopt). Begin 20ste eeuw is de eigenaar van het domein magistraat Edouard Joly, uit Elsene. In 1907 wordt er in het kadaster een gedeeltelijke reconstructie van het huis genoteerd, dat toen "kasteel" genoemd werd. Ook de bijgebouwen worden gewijzigd. Het bakhuis en het achthoekige tuinpaviljoen in het park zijn weg, maar er werd een nieuw achthoekig tuinpaviljoen gebouwd ten noordoosten voor het kasteel. Vooral het kasteel ondergaat bij deze wijziging grote veranderingen. De historiserende restauratie zal het gebouw uitbreiden en verfraaien. Het wagenhuis kreeg een torenvolume. Het materiaal voor de bouw zou afkomstig zijn van de afbraak van een voormalige schuur. De dateringssteen "1649" zou ook gerecupereerd zijn.

Bij het bestaande landhuis waarschijnlijk met kern uit de 16de-17de eeuw werden tijdens de restauratie uitspringende traveeën met puntgevel en een portaal toegevoegd,evenals een uitbouw tegen de achtergevel.

Beschrijving gebouwen

De kern van de gebouwen opgetrokken in neotraditionele bak- en zandsteenstijl zouden dateren uit de 16de-17de eeuw. Hiervan getuigen nog dateringsstenen (al dan niet gerecupereerd van gesloopte gebouwen).

Landhuis

(Waversesteenweg nummer 244)

De kern van het verankerd bakstenen landhuis telt negen traveeën en twee bouwlagen onder een leien zadeldak. Verschillende trapgevels en een polygonaal traptorentje tegen de achter- of zuidgevel, een uitspringende kapel tegen de oostzijgevel en een aanbouw onder lessenaarsdak tegen de westgevel. In de laatste rechtse travee van de noordgevel zit een ingemetste jaarsteen: "ANNO 1656". Op een oude postkaart (van voor de restauratie begin 20ste eeuw) is te zien dat het kasteel bepleisterd of witgeschilderd was. Begin 20ste eeuw werden de uitspringende traveeën met trapgevel en het voorportaal tegen de noordgevel aangebouwd. Alle trapgevels zijn eveneens een toevoeging van tijdens de restauratie. In de trapgevel van het portaal zit een wapensteen van Joly. De uitspringende travee tegen de zuidgevel naast de toren had voor de restauratie nog een tentdak in plaats van de huidige trapgevel met zadeldak.

Het geheel heeft vandaag een homogeen uitzicht van een neotraditionele bak- en zandsteenbouw met gebruik van witte zandsteen voor onder andere de plint, de speklagen en de kruisvensters en kloosterkozijnen (ingebracht begin 20ste eeuw). Puntgevels met top- en schouderstukken en vlechtingen. De delen toegevoegd tijdens de restauratie worden gekenmerkt door het gebruik van sierankers. Tegen de noordgevel alarm- of luiklok onder zadeldakje. Deels bewaard schrijnwerk van tijdens de restauratie begin 20ste eeuw. Opgeklampte toegangsdeur met gebeeldhouwde makelaar en bewaard hang- en sluitwerk en deurklopper.

Bewaard interieur met neorenaissance kenmerken ingebracht tijdens de restauratie begin 20ste eeuw. In de inkom zijn onder andere de zwart-witte tegelvloer, het schrijnwerk van deuren, lambriseringen met ingewerkte banken en de trap bewaard. In de inkom ook is ook schouw aanwezig met uitgewerkte natuurstenen schouwboezems, houten schouwbalk en vuurplaats in gesinterde en rode baksteen. Het schrijnwerk van de kruiskozijnen met luiken is ook bewaard in de inkom met bovenaan glas in lood met wapenschild van onder andere Joly. De moerbalk van de balkenroostering heeft een balksleutel met floraal motief en rustend op een console met hetzelfde motief. Ook de kapel heeft nog bewaarde glas-in-loodramen. Op foto’s uit de jaren 1980 zijn ook nog bewaarde stucwerk bas-reliëfs te zien onder andere op een schouwboezem en als supraporte (of deurstuk).

Wagenhuis met stallingen

Ten westen van het landhuis ligt het wagenhuis met stallingen en later ingebrachte woning. Tegen de westgevel van het wagenhuis werd een vierkant torentje aangebouwd met ingemetste jaarsteen "1649". Ten noorden haakse travee, met boven de deur eveneens een jaarsteen "1720". Oostgevel met op de imposten "ANNO 1662" en op de sluitsteen Christusmonogram "IHS". Eveneens bak- en zandstenen gebouw met pannen zadeldak op uitgesneden modillons. Zandstenen rondboogdeuren met imposten, sluitsteen en druiplijst en drie rondboogpoorten met imposten en zuilen van het wagenhuis.

Wagenhuis met bewaarde moerbalken voorzien van uitgewerkte balksleutels. Paardenstallen met bakstenen troggewelven tussen moerbalken op hun kant gelegen. Zuidelijke traveeën met later ingebrachte woning.

Bijgebouw

(Waversesteenweg nummer 246)

Ten oosten ligt een bijgebouw (vandaag een afzonderlijke eigendom) met polygonaal torentje. Het gebouw zou opgebouwd zijn met gerecupereerd materiaal van de eind 19de eeuw afgebroken schuur. Het is opgebouwd uit baksteen onder een pannen zadeldak met kalkzandstenen zijgevels voorzien van aandaken en vlechtingen uit baksteen (noordgevel). In de westgevel rondboogdeur met geprofileerde omlijsting en omlopende waterlijst. Torentje met leien tentdak en gebruik van zandsteen voor hoekblokken, omlopende speklaag en kloosterkozijn.

Het park

De oudste sporen van tuinaanleg situeren zich vermoedelijk rondom het wagenhuis en het huidige landhuis waar de vlakheid van de grond en een uitgesproken aftekening in het profiel van het terrein ten zuiden van het landhuis doen vermoeden dat hier waarschijnlijk in de 17de eeuw een terras werd aangelegd. Het beeld dat de Ferrariskaart (1770-1778) van het domein ter Deck schetst, is dat van een domein waar het economische nut prevaleert. Ten zuiden van het gebouw waar heden het landhuis staat, bevindt zich een omhaagde moestuin. Twee langgerekte percelen ten oosten van het gebouwencomplex en aan weerszijde van de vroegere oprijlaan zijn in gebruik als boomgaard. De andere percelen zijn in gebruik als landbouw- en weidegrond. De vijver in de zuidelijke punt van het domein beschrijft nagenoeg een vierkant waaruit links onderaan een halve cirkel werd uitgespaard. Het perceel van de vijver is tot op heden van de rest van het domein afgescheiden door een voetweg, hier geflankeerd door een bomenrij. Deze voetweg kreeg het nummer 153 in de Atlas der Buurtwegen (1840) en kruist het domein van oost naar west.

Op de militair topografische kaart van 1868 is een uitbreiding van de moestuin zichtbaar. Het goed is op dat moment in handen van de weduwe O’Sullivan de Terdeck. Deze tuin vlakbij de woning was vermoedelijk niet enkel als moestuin in gebruik, maar als een gemengde nuts- en siertuin. Zo werd in 1898 op het kadaster de bouw van een bakhuis en een tuinpaviljoen op tegenoverliggende hoeken van de tuin gekadastreerd. Naast de moestuin ten zuiden van het landhuis, werd een nieuwe, deels ommuurde moestuin ten westen van de nu verdwenen bijgebouwen opgericht. Een deel van de moestuinmuur, opgetrokken uit natuursteen en later opgehoogd met baksteen, is nog bewaard. Spijkers op de zuidzijde van de muren wijzen er op dat hier vroeger leifruit stond.

Een 25-tal jaren later, op de topokaart van 1908, is het zuidelijke deel van het terrein met de vijver volledig als bos ingekleurd. Een langgerekte, smalle beplantingsstrook langs de westzijde van het domein vanaf het kasteel tot aan de buurtweg samen met een halfrond tuinpad dat achter het kasteel tot aan de steile helling van het domein loopt, verwijzen naar de eerste parkaanleg van ter Deck. De nieuwe eigenaar, magistraat, Edouard Joly, liet kort voordien eveneens grote verbouwingen aan het kasteel uitvoeren, waarbij ook de moestuinmuur, het paviljoen en bakhuis werden afgebroken. Op een oude prentkaart van de achterzijde van het kasteel is de moestuin langs de zuidzijde afgesloten door een witgeschilderde bakstenen fruitmuur waartegen verschillende leivormen staan. Aan de voet van de muur staat tevens een rij koude bakken opgesteld.

Een luchtfoto uit 1947 geeft een duidelijker beeld van het park aangelegd in laat-landschappelijke stijl en met een in architectonische stijl aangelegd deel rondom het landhuis. Deze dualiteit tussen enerzijds een landschappelijke aanleg met vloeiende vormen en anderzijds een strakke, geometrische aanleg rondom de woning werd onder invloed van publicaties zoals de Traité général de la composition des parcs et jardins(1879) van Edouard André en het werk van de Franse tuinarchitecten Henri en Achille Duchêne populair op het einde van de 19de eeuw.

Een licht slingerende oprijlaan vanaf de Waversesteenweg loopt tot aan het met een balustrade afgebakende ereplein. Deze balustrade, versierd met beelden van geschilderd terracotta uit het begin 20ste eeuw, vormt een duidelijke grens tussen het landschappelijke deel en de formele aanleg. De beelden kregen een stempel: "[...] terracotta Milano". De foto suggereert hier een geometrische aanleg met twee parterres versierd met snoeivormen, vermoedelijk zijn de nu nog aanwezige bolvormig gesnoeide taxussen hier nog relicten van.

De deels ommuurde moestuin ten westen van het kasteel is duidelijk zichtbaar op de foto. Westelijk hiervan bevindt zich vermoedelijk een boomgaard. De parkaanleg ten noorden van het kasteel bestaat uit een gazon met een omringende bomenrand en voornamelijk rondom de bijgebouwen bomengroepjes. Het park strekt zich op dat moment nog uit ten noorden van de voormalige moestuin. Het padenpatroon beperkt zich tot de oprit en een wandelpad dat een lus beschrijft waarbij het de parkgrens volgt. Ten zuiden van het landhuis loopt een tweede lus die de grens van de moestuin volgt, vervolgens in het oosten verder loopt op de golvende grens van gazon en bomenrand, het gazon aan de vijver doorkruist en ten slotte verdwijnt in het westelijke parkbos. Het gazon wordt ten noorden van het landhuis door een tweetal bomengroepen opgesmukt. Ten zuiden staan in de nabijheid van de woning een aantal solitairen aangeplant.

Vandaag situeert de toegang tot het domein zich nog steeds aan de Waversesteenweg, waar twee hardstenen hekpijlers de toegang markeren. Het eerste deel van de oprit loopt door een dicht bebost deel met veelvuldige aanplanting van witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) en loopt vervolgens licht buigend tussen zacht oplopende gazons tot aan de gebouwen. Langs de oostzijde vormt een jongere greenbelt de grens met het afgescheiden deel van het vroegere park en de voormalige moestuin (percelen 96E en 98E). De door een balustrade afgescheiden erekoer ligt deels in gazon met strak gesnoeide taxusbollen, deels in grind. Voor de bijgebouwen staat een beeldbepalende gewone plataan (Platanus x hispanica). Rondom de woning werden een aantal recente bloemperken aangelegd.

Ten zuiden van de woning staan op het talud nog een aantal solitairen, die ook op de luchtfoto uit 1947 herkenbaar zijn, waaronder een tamme kastanje (Castanea sativa) met getorste stam en uitgestorven kruin, vermoedelijk het gevolg van een bliksemslag. Op de rand van het talud groeit een taxus met korte naalden (Taxus baccata 'brevifolia'), mogelijk als haagrestant van de moestuin die hier ooit stond. Achter de voormalige moestuin werd recent een halfcirkelvormige moestuin aangelegd, de moestuinbedden afgeboord met palm (Buxus sempervirens). Als eindpunt van de vista naar de vijver, staat als blikvanger op de grens met de buurtweg een groepje van vier bruine beuken (Fagus sylvatica 'Atropunicea') met een onderbeplanting van boerenjasmijn (Philadelphus corronarius). Recente aanplantingen van onder meer moeraseik rond de vijver en sierbeplanting rondom de woning verfraaien het goed onderhouden park.

In het park staan verder nog zomereik (Quercus robur), haagbeuk (Carpinus betulus), gewone beuk (Fagus sylvatica), grauwe abeel (Populus canescens), gewone robinia (Robinia pseudoacacia), Amerikaanse eik (Quercus rubra), hemelboom (Ailanthus altissima), gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), gladde iep (Ulmus minor), ruwe iep (Ulmus Glabra), Noorse esdoorn (Acer platanoides), purperbladige gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus ‘Purpurea’) en bij de vijver geoorde wilg (Salix aurita). In de struiklaag treffen we gewone vlier (Sambucus nigra), sering (Syringa vulgaris), scherpe hulst (Ilex aquifolium), wilde hop (Humulus lupulus), wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia), sneeuwbes (Symphoricarpus alba), rimpelroos (rosa rugosa), hazelaar (Corylus avellana), Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina), eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna), sporkehout (Rhamnus frangula), rode kornoelje (Cornus sibrica), wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), aalbes (Ribes rubrum) en bosrank (Clematis vitalba). In de kruidlaag onder meer gewone aronskelk (Arum maculatum), kleine maagdenpalm (vinca minor), engelwortel (Angelica archangelica) en grote klis (Arctium lappa).

Bomen (Het cijfer in vet geeft de stamomtrek gemeten op 150 centimeter hoogte).

  • 1. Plataan (Platanus x hispanica) 479
  • 2. Bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) 378
  • 3. Tamme kastanje (Castanea sativa) 293
  • 4. Tamme kastanje (Castanea sativa) met getorste stam en uitgestorven kruin, vermoedelijk door blikseminslag 319
  • 6. Fijnspar (Picea abies) 213
  • 7. Amerikaanse eik (Quercus rubra) 339
  • 9. Boskers (Prunus avium) 183
  • 10. Bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) 323
  • 11. Bruine beuk (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) 267 (met voetent)
  • 12. gewone es (Fraxinus excelsior) 240
  • 13. zomereik (Quercus robur) 292
  • 14. Boskers (Prunus avium) 233
  • 15. Boskers (Prunus avium) 215
  • 16. Plataan (Platanus x hispanica) 418
  • Kadasterarchief Vlaams-Brabant, Mutatieschetsen en bijhorende mutatiestaten Overijse, Afdeling II (Overijse), 1898/113 en 1907/71.
  • Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant, lopend archief Overijse, Kasteel ter Deck (5270).
  • Atlas van de Buurtwegen, opgesteld naar aanleiding van de wet op de buurtwegen van 10 april 1841, schaal 1:2.500 (overzichtsplannen schaal 1:10.000).
  • Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden voor Zijn Koninklijke Hoogheid de Hertog Karel Alexander van Lotharingen, Jozef Jean François de Ferraris, Koninklijke Bibliotheek van België, uitgegeven in 1770-1778, schaal 1:11.520 herleid naar 1:25.000.
  • Topografische kaarten van België, Eerste editie, Krijgsdepot, uitgegeven in 1865-1880, schaal 1:20.000.
  • Topografische kaarten van België, Herziening derde editie, Militair Cartografisch Instituut, uitgegeven in 1900-1930, schaal 1:20.000.
  • Brochure uitgegeven naar aanleiding van Open Monumentendag 2013.
  • DE MAEGD C. & VAN AERSCHOT S. 1975: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Vlaams-Brabant, Halle-Vilvoorde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 2N, Gent.
  • DENAYER R. 1982: Twee letterstenen ontcijferd, Zoniën 6, 3, 100-105.
  • VANDE PUTTE G. s.d: Bijdrage tot de geschiedenis van een Overijses gehucht: Tombeek. De heyde van Tombeek en haar Keizer Karel-legende, z.p., 15-16 en 28-32.
  • VERBESSELT J. s.d.: Tussen Zenne en Dijle VII, Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13de eeuw, deel XVII, Tielt, 63-66.

Bron     : -
Auteurs :  Michiels, Marijke, Verwinnen, Katrien
Datum  : 2016


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kasteel en park ter Deck [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/40509 (Geraadpleegd op 23-07-2019)