Parochiekerk Heilige Petrus en Paulus met kerkhof

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Geetbets
Deelgemeente Geetbets
Straat Dorpsstraat
Locatie Dorpsstraat 43, Geetbets (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Actualisatie Geetbets (actualisaties: 25-04-2006 - 25-04-2006).
  • Adrescontrole Geetbets (adrescontroles: 02-07-2007 - 02-07-2007).
  • Inventarisatie Geetbets (geografische inventarisatie: 01-01-1969 - 31-12-1969).
  • Project beschermingsdatabank 2013-2016 (beschermingen: 01-01-2013 - 30-06-2016).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Heilige Petrus en Paulus

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Heilig Petrus en Paulus met kerkhofmuur
gelegen te Dorpsstraat 43 (Geetbets)

Deze bescherming is geldig sinds 08-12-2000.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Heilige Petrus en Paulus: orgel
gelegen te Dorpsstraat 43 (Geetbets)

Deze bescherming is geldig sinds 07-10-1981.

is deel van de bescherming als stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Kerkhof en pastorietuin Heilige Petrus en Paulusparochie

Deze bescherming is geldig sinds 08-12-2000.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Een rijk uitgevoerde plattelandskerk opgetrokken in baksteen en Gobertange en bestaande uit een ingebouwde westtoren, een brede beuk van vijf traveeën en een smaller koor met halfronde apsis en oostsacristie.

Historiek

Naar verluidt in oorsprong de castrale kapel van het nabijgelegen Hof ten Hove, ook bekend als de motte, maakte de Sint-Pauluskapel van Geetbets tot 1236 deel uit van de parochie Zoutleeuw. Toen rond 1236 de parochie Zoutleeuw door de bisschop van Luik grondig werd hervormd - de parochies van Sint-Sulpitius en Sint-Leonardus werden verenigd, met Sint-Leonardus als hoofdkerk - werd Geetbets een zelfstandige parochie. Het feit dat de Sint-Pauluskerk vanaf haar ontstaan twee 'patroni' telde, namelijk het Kapittel van Saint-Denis uit Luik en de abdij van Vlierbeek houdt vermoedelijk verband met haar vroegere afhankelijkheid van Zoutleeuw.

Over het uitzicht van de oorspronkelijke kerk is weinig bekend. Vast staat dat ze herhaaldelijk werd beschadigd en hersteld. Omwille van de slechte toestand werd in 1763 uiteindelijk beslist de oude kerk af te breken. In 1765 werden de funderingen gelegd voor de nieuwe kerk waarbij de oude toren bleef behouden. De bouw werd bekostigd door de grote tiendheffers, met name de abdij van Rothem en de Sint-Geertruiabdij.

Ontwerper was Jan Hustin, vermoedelijk te identificeren met landmeter, architect en ingenieur J.A. Hustin (1709-1787). Op 21 november 1769 volgde de plechtige inwijding, in 1772 werd het kerkhof genivelleerd. Wegens plaatsgebrek werd de kerk in de periode 1855-1859 met één derde vergroot, de bouwvallige toren gesloopt en vervangen door de huidige ingebouwde westtoren. Ontwerper was een architect uit Diest (Roelen?). In 1897 volgde de uitbreiding van het kerkhof. Naast de sacristie aan de koorzijde werd in 1915 een berging gebouwd voor de verlichtingsinstallatie. In 1935 is er sprake van de plaatsing van twee nieuwe glasramen van Charlier in het koor. Om het verlaten van de kerk vlotter te laten verlopen werd in 1938 aan de noordkant een zijportaal gebouwd. Bij die gelegenheid werd een van de biechtstoelen omgebouwd tot tochtportaal. Doorheen de jaren volgden diverse, zowel in- als uitwendige, herstellingswerken, onder meer aan de glasramen ingevolge oorlogsschade.

Volgens een oude postkaart (datumstempel 1923) met binnenzicht van de kerk was het interieur op dat moment voorzien van een polychrome beschildering. Wanneer deze afwerking werd verwijderd is niet bekend. In de jaren 1970 werd het interieur alleszins herschilderd en de originele witzwarte marmeren vloer samen met de oude grafstenen uitgebroken en vervangen door vast tapijt. Later werd opnieuw een natuurstenen vloer geplaatst en het interieur homogeen wit geschilderd.

Beschrijving

De ruim geproportioneerde, bak- en natuurstenen (Gobertange) Sint-Pauluskerk bestaat uit een ingebouwde westtoren, een brede beuk van zes traveeën en een smaller, twee traveeën diep koor met halfronde apsis waarop een sacristie en een recentere berging (1915) aansluit. De kroonlijst van de apsis draagt het jaartal 1768.

De Sint-Pauluskerk toont een sobere, door regelmatige hoekkettingen, plint en holronde kroonlijst belijnde gevelopbouw waarbij de hoge ramen voor een strakke ritmering zorgen. Koor- en beukramen zijn gevat in een vrij smalle, lichtgetoogde en vlakke omlijsting met oren voorzien van een rocaillemotief, neuten, sluitsteen en een geprofileerde druiplijst. Aan de oostzijde en in de as van het koor bevindt zich de sacristie, eveneens duidelijk belijnd met plint en hoekkettingen en opengewerkt met lichtgetoogde en getraliede openingen in een vlakke omlijsting met oren en neuten. Het natuurleien schilddak omvat tevens de aanleunende berging uit 1915, een ingreep die afbreuk doet aan symmetrie en volumeopbouw.

De westzijde wordt gedomineerd door de forse, vierkante klokkentoren gevat tussen de met aandak en schouderstukken afgewerkte westgevel. De sobere bovenbouw met rondbogige galmgaten en ingesnoerde torenspits is typerend voor de bouwperiode (1855-1859). De westingang ingeschreven in een door kolossaalpilasters en rondboog belijnd boogveld wordt geaccentueerd door een Louis XV-korfboogportiek met bekronend rondboogvenster. Het korfboogportiek met sluitsteen, imposten en een rocaillemotief op de zwikken wordt geflankeerd door ionische pilasters met ingediepte schachten waarboven een klassiek entablement.

Links en rechts van toegang bevinden zich telkens een nis met de beelden van respectievelijk de Heiligen Petrus en Paulus, beide in kunststeen en mogelijk kopies van Brugse beelden. Naar verluidt werden deze beelden in 1952 aangekocht door pastoor Deswert met giften van de parochianen. De aediculavormige toegang aan de noordzijde is een toevoeging uit de jaren 1930.

De homogeen witgeschilderde binnenruimte met grijze natuurstenen vloer wordt geritmeerd door ionische pilasters met ingediepte schachten die een omlopende, gekorniste kroonlijst dragen. Het geheel wordt overkapt met een met rocaillemotieven versierd stucplafond bestaande uit een vlak middengedeelte waarop een uitvergrote, door platte banden in vakken opgedeelde kooflijst aansluit. Achteraan wordt het doksaal met houten balustrade geflankeerd door tribunes met lichtgetoogde omlijsting en balusterafsluiting. De glasramen met eenvoudige geel-groen-witte geometrische motieven dateren van na de oorlog.

Meubilair

Het interieur wordt verfraaid met een vrijwel homogeen uit de tweede helft van de 18de eeuw daterend meubilair:

  • hoofdaltaar, deels beschilderd en gemarmerd hout, 1774, Frans Van Ursel, Antwerpen. Lam van de Apocalyps geflankeerd door hermen met respectievelijk symbolen van Geloof en Hoop.
  • zijaltaar (noord) toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, deels vergulde eik, 1772. In nissen worden beelden van Onze-Lieve-Vrouw geflankeerd door de Heiligen Barbara en Antonius.
  • zijaltaar (zuid) toegewijd aan de Heilige Anna, deels verguld hout, 1772. In nissen beelden van de Heilige Anna geflankeerd door de Heiligen Rochus van Montpellier en Paulus Apostel.
  • koorlambrisering, eik, vierde kwart 18de eeuw.
  • dienstaltaar met onderdelen van het voormalig koorgestoelte, eik, vierde kwart 18de eeuw, in 1970 verwerkt tot altaartafel.
  • twee biechtstoelen, eik, circa 1777, met in bekroning respectievelijk medaillon met de buste van Paulus en Maria Magdalena.
  • tochtportaal met kast van voormalige biechtstoel, eik, circa 1777, in bekroning medaillon met buste van Petrus.
  • preekstoel, eik, circa 1777: kuip met medaillon met buste Heilige Paulus; klankbord met tafelen der Wet en Heilige Geest.
  • orgel, 1863, Jan Arnold Clerinx (Sint-Truiden). Het eerste orgel in de parochiekerk werd in 1752 aangekocht van een klooster te Zepperen. Na de uitbreiding van de kerk, met de bouw van een nieuw doksaal, kon ook een nieuw orgel worden geïnstalleerd. Rond 1860 werd het oude orgel gedemonteerd. Het nieuwe orgel werd in 1863 geplaatst door Jan Arnold Clerinx. Op de linker binnenzijde van de pedaalkast staat vermeld: "Place en 1863 par A. Clerinx, A. Radino son accordeur" en op de rechterbinnenzijde: "Place le 23 juillette 1863 par A. Radino Accordeur St Trond". Alfons Radino was een stemmer in het bedrijf van Clerinx.
  • twee levensgrote, houten beelden van de Heiligen Petrus en Paulus, begin 18de eeuw.
  • doopvont, marmer, vierde kwart 18de eeuw.
  • schilderij met visioen van de Heilige Norbertus, tweede helft 17de eeuw.
  • twee glasramen in het koor met alliantiewapens en wapenschilden van Rijckman de Betz.
Kerkhof en kerkhofmuur

De Sint-Pauluskerk is nog grotendeels omringd door een kerkhof dat sinds 1965 niet langer als begraafplaats functioneert. Voor de aanleg van de parking werd in 1988 een gedeelte van het kerkhof aan de noordzijde van de kerk ontruimd. De eenvoudige, in hoogte variërende bakstenen ommuring is vrijwel volledig omlopend en op diverse plaatsen verstevigd met pilasters.

  • BORGERS F. 1949: Geschiedenis van Geetbets. De parochie, Eigen Schoon en de Brabander, 32, 104-122.
  • LEUS G. 1999: De heren van Bets; Kroniek van de rijke historiek van een dorp "zonder" geschiedenis, Geetbets.
  • WAUTERS A. 1887: Géographie et histoire des communes Belges. Arrondissement de Louvain. Canton de Léau, (anastatische herdruk van 1963), Brussel.

Bron: Onroerend Erfgoed, Digitaal beschermingsdossier DB002124, Parochiekerk Sint-Paulus en pastorie met ginkgo biloba (PAESMANS G., 1999).

Auteurs: Paesmans, Greta

Datum tekst: 1999

Alle teksten

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Geetbets

Geetbets (Geetbets)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.