Parochiekerk Sint-Margriet

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Dendermonde
Deelgemeente Grembergen
Straat Dokter Haekstraat
Locatie Dokter Haekstraat zonder nummer, Dendermonde (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Margriet

Deze bescherming is geldig sinds 04-12-2003.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Margriet

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Margriet: orgel
gelegen te Dokter Haekstraat zonder nummer (Dendermonde)

Deze bescherming is geldig sinds 12-10-1981.

Beschrijving

Beschermd als monument bij ministerieel besluit van 4 december 2003; orgel beschermd als monument bij koninklijk besluit van 12 oktober 1981.

Historiek

De parochie Grembergen maakte aanvankelijk deel uit van het geestelijk grondgebied van Zele, waarvan het patronaatsrecht door een gift van Karel de Grote, tussen 802 en 805, werd uitgeoefend door de abdij van Werden, in Westfalen. Monniken uit Werden stichtten een kloosterkerk in Zele, van waaruit de evangelisatie in de streek begon. Op het einde van de 11de of het begin van de 12de eeuw werd in Grembergen een kerk opgericht, in de wijk Zand (nabij de stad Dendermonde), die afhankelijk was van de moederkerk Zele. Wanneer Grembergen een zelfstandige parochie werd is nog niet met zekerheid uitgemaakt. Door tussenkomst van de bisschop van Doornik werd het grondgebied tussen Schelde en Durme, samen met de kapel van Grembergen in 1183 aan de abdij van Sint-Baafs geschonken. In 1194 echter werd de schenking door bisschop Stephanus van Doornik herroepen en bevestigde hij dat de abdij van Werden het eigendomsrecht had van de kerk van Zele, de kapel van Grembergen en al de erbij horende inkomsten. Vijf jaar later, in 1199, werd de teruggave aan de abdij van Werden bekrachtigd door Paus Innocentius III.

In de Geuzentijd werden de kerk en pastorie grotendeels verwoest. Zo verbleef de toenmalige pastoor in 1597 in Dendermonde, vanwaar hij zich bezighield met de heropbouw van de kerk. De herstelde kerk werd in 1599 ingezegend door Monseigneur Damantio. Uit een document van 1623 blijkt dat het kerkhof rond de kerk lag en door een muur omheind was. Omstreeks 1660 was er reeds sprake van een nieuw op te richten kerk omdat de oude romaanse kerk vermoedelijk stabiliteitsproblemen vertoonde. Men keek daarbij ook uit naar een veiliger plaats en zo werd de hofstede "De Coole", eigendom van juffrouw Barbara Staes, aangekocht. Deze boerderij was gelegen op de plaats van de huidige kerk. In 1679 vaardigde de militaire overheid het bevel uit om de oude kerk af te breken omdat ze hinderlijk was voor de verdediging van de stad Dendermonde. Zover kwam het echter niet, hoewel de oude kerkhofmuur wel gesloopt werd.

Pas na de belegering van Dendermonde in 1706 door de Franse troepen van Lodewijk XIV kon het kerkgebouw niet langer voor eredienst gebruikt worden. Van koning Filips V verkregen de pastoor, schepenbank en kerkmeesters van Grembergen in 1709 de toelating om een nieuwe kerk te bouwen. Dit nieuwe gebouw moest evenwel opgetrokken worden met de oude materialen van de bouwvallige kerk. De afbraak was in 1710 voltooid. De geestelijken en het gemeentebestuur achtten het niet raadzaam een nieuwe kerk op dezelfde plaats her op te bouwen uit angst voor nieuwe aanvallen. Er werd beslist de nieuwe kerk in het midden van de gemeente, buiten het bereik van het kanon, op te richten. Het nieuwe kerkgebouw bestond slechts uit één beuk en twee zijkapellen en werd in 1710 ingezegend en toegewijd aan Sint-Margriet en Sint-Elooi. Het broederschap van Sint-Elooi werd in 1715 opgericht en ontstond na een grote veeplaag waarbij heel wat staldieren het leven lieten. De statuten van het broederschap werden door de toenmalige bisschop van Gent goedgekeurd. Het broederschap stond in voor de inrichting van de jaarlijkse processie.

Door de aangroei van de bevolking werd de kerk te klein zodat in 1846 de zijkapellen werden afgebroken en vervangen door de huidige zijbeuken. Tijdens deze werken werd ook de voorgevel vernieuwd. In 1850 werd de vernieuwde kerk ingezegend. Toen werd ook de begraafplaats op het Grootzand (het huidige sportplein) ingewijd, terwijl de grond van het oude kerkhof, rondom de kerk, bij de tuin van de pastorie gevoegd werd. In 1871 vond een openbare aanbesteding plaats voor de verhoging van de kerktoren. Waarom er in 1873 een nieuwe aanbesteding volgde en wanneer of door wie de werken werden uitgevoerd is tot op heden nog niet achterhaald.

Beschrijving

Driebeukige noord-zuid georiënteerde kerk in neoclassicistische stijl. Het gebouw is opgetrokken in baksteenmetselwerk in combinatie met kalkzandsteen voor plinten, pilasters, deur- en vensteromlijstingen en andere architecturale en decoratieve elementen. De voorgevel is symmetrisch opgebouwd en bevat drie rondboogvormige deuropeningen in een rechthoekige natuurstenen omlijsting. Toegangen in het schip en de zijbeuken. In de zijbeuken zijn er grote ronde roosvensters en boven de deur in het schip bevindt zich een groot steekboogvormig venster. Het schip wordt bekroond met een halsgevel met een driehoekig fronton en twee vaasvormige decoratieve elementen. Vlak achter het fronton is een klein smeedijzeren kruis geplaatst. De gevel wordt geritmeerd door zes pilasters met eenvoudige geprofileerde kapitelen.

De zijbeuken worden verlicht door vijf steekboogvormige vensters in een kalkzandstenen omlijsting met een druiplijst. De traveeën zijn gescheiden door natuurstenen pilasters. Het schip en de zijbeuken zijn afgedekt met aparte leien zadeldaken.

Aan de oostzijde is er een vijfzijdig koor dat volledig wordt ingesloten door laterale sacristieën en een vierkante klokkentoren. In de zijwanden van het koor bevindt zich een grote steekboogvormige vensteropening.

De klokkentoren is tegen de achterwand van het koor aangebouwd. De verticaliteit van de toren wordt beklemtoond door de massieve hoekpilasters in kalkzandsteen. Door de horizontale geleding met druiplijsten wordt de toren in drie verdiepingen gedeeld. De hoogste verdieping is iets smaller dan de basis. Op de benedenverdieping is er alleen een steekboogvormig venster in de achtergevel, maar hogerop wordt de toren langs de vier zijden verlicht. In de klokkenstoel zijn houten galmborden in de muuropeningen aangebracht. Bovenaan is er aan alle zijden een rond torenuurwerk. De toren wordt bekroond door een klokvormig leien dak met een dubbel peervormige spits met kleine dakkapellen en een gesmeed ijzeren kruis.

De noordelijke sacristie heeft een nagenoeg vierkant grondplan en bevat één steekboogvormige vensteropening met een druiplijst. De vlakke plint, hoekpilasters en kroonlijst zijn gecementeerd. De zuidelijke sacristie is rechthoekig en omvat drie steekboogvormige vensters in een vlakke arduinen omlijsting. De vlakke plint, hoekpilasters en kroonlijst zijn opgebouwd in kalkzandsteenblokken. Tussen deze sacristie en de zijbeuk bevindt zich nog een klein bijgebouw in baksteen op een natuurstenen plint en een eenvoudige rechthoekige deuropening. Achter de zuidelijke sacristie staat een Christusbeeld.

Interieur. Binnenin wordt het schip van de zijbeuken gescheiden door telkens vijf ronde zuilen met een eenvoudige geprofileerde basis en dito kapiteel. De zuilen staan op octogonale sokkels in blauwe hardsteen. De wanden van de zijbeuken worden geritmeerd door pilasters. Het schip en zijbeuken zijn overwelfd met gordelbogen en kruisribgewelven. De bogen in de langsrichting van het schip zijn versierd met cassetten, terwijl de bogen in de dwarsrichting een rijkere versiering met gestileerde, florale motieven hebben.

Het kerkinterieur was aanvankelijk versierd met muurschilderingen, volgens De Potter en Broeckaert geschilderd door een zekere Beeckman uit Dendermonde. Mogelijk betreft het hier J.-B. Beeckman, stadsbouwmeester van Dendermonde. In 1927 werden de muurschilderingen hersteld, maar in 1954 overschilderd in het wit met enkele goudkleurige accenten.

De vloer van de kerk is bekleed met witte en zwarte marmeren tegels in een geometrisch patroon.

Tochtportaal en balustrade op het doksaal in gemarmerd en geschilderd hout, vervaardigd door J. Beeckman in 1854. Deur onder het doksaal in eik uit 1854 met de geschilderde voorstelling van de Aanbidding van de Heilige Eucharistie. Buitendeur uit 1709. Deur van de doopkapel in eik uit 1854 met de geschilderde voorstelling van de Heilige Geest in de gedaante van een duif boven een doopvont tussen twee engeltjes.

Trap in de torenvoet uit 1709.

De vensters in de zijbeuken werden, samen met de twee glasramen in het koor, afwisselend gevuld met geometrische motieven, met een rondlopende omlijsting met veelkleurige bloemen en bladwerk. Boven de zijdeuren in de voorgevel zijn er gelijkaardige roosvensters. Naast de zijaltaren realiseerde de Antwerpse glazenier Eugène Yoors in 1937 twee figuratieve glasramen van het Heilig Hart van Jezus in een stralenkrans op een achtergrond van vuurrode vlammen en onderaan het opschrift D.D. FAM. DE WAEPENAERT en het Heilig Hart van Maria in een gele en rode stralenkrans met onderaan het opschrift D.D. PARYS PAST.

Mobilair. Schilderkunst: Boodschap van de aartsengel Gabriël aan Maria uit de 17de eeuw door de Vlaamse School. Piëta naar Antoon Van Dijck, uit de 17de eeuw door de Vlaamse School. Altaarstuk uit het noordelijk zijaltaar uit de eerste helft van de 17de eeuw met de voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw, die rozenkransen uitdeelt aan de Heilige Dominicus Guzman, Heilige Carolus Borromeus(?), een paus, Lodewijk van Frankrijk(?) en andere heiligen. Altaarstuk van het zuidelijk zijaltaar uit de 18de eeuw met de Heilige Eligius van Noyon, die mensen en dieren zegent. Doodstrijd van Jezus in de Hof van Olijven uit de 17de of 18de eeuw. Panelen met de Tien Geboden in de zijbeuken, uit de 18de eeuw. De Heilige Catharina van Siëna, vermoedelijk uit de eerste helft van de 18de eeuw. De Heilige Clara van Assisi, vermoedelijk uit de eerste helft van de 18de eeuw. Gravures uit een missaal (Plantijndruk van 1701) door de Vlaamse School. Taferelen op doek in het koor, grauwschilderingen, met de voorstelling van de Vermenigvuldiging van de broden en de Vissen en het Laatste Avondmaal, door F. Kieckens in 1956.

Beeldhouwwerk: Gepolychromeerd houten beeld van de Heilige Rochus uit Montpellier, waarschijnlijk van de hand van Deveyter (Brussel) uit de 19de eeuw. Gepolychromeerd houten beeld van de Heilige Margareta van Antiochië, waarschijnlijk van de hand van Mathias Zens omstreeks 1904. Gepolychromeerd houten beeld van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, vermoedelijk uit de 18de eeuw.

Meubilair. Hoofdaltaar en tabernakel in gemarmerd hout in wit en grijs en gedeeltelijk verguld. Op het deurtje van het tabernakel staat de voorstelling van de Maaltijd met de Emmaüsgangers. Het tabernakel wordt bekroond door een beeldengroep in wit geschilderd hout die in 1734 (of 1743) vervaardigd werd door beeldhouwer Cornelis Struyf (Antwerpen) en schrijnwerker Hendrik De Smet (Dendermonde). De beeldengroep is een voorstelling van de Calvarie tussen het Geloof en de Hoop.

Zijaltaar van de Heilige Eligius van Noyon in de zuidelijke zijbeuk: eiken portiekaltaar uit 1622 dat gedeeltelijk verguld is. Dit altaar werd opgericht voor de broederschap van het Heilig Sacrament. In de attiek staat een beeld van de heilige en in de getorste kolommen van de portiek bevinden zich stoeiende engeltjes. Boven de kaarsenbank is er een reliëf met de voorstelling van de Heilige Eucharistie tussen engelen in aanbidding. Op de sokkels staan een Jezus- en Mariamonogram. Zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw in de noordelijke zijbeuk: eiken portiekaltaar uit 1622 dat gedeeltelijk verguld is. In de attiek staat een beeld van de Heilige Margareta van Antiochië (Sint-Margriet). In de getorste kolommen van de portiek bevinden zich musicerende en stoeiende engeltjes. Boven de kaarsenbank is er een reliëf met de voorstelling van Onze-Lieve-Vrouw met Kind, staande op een sokkel met een wereldbol en een slang. Het tafereel staat tussen een Jezus- en Mariamonogram in een medaillon dat getoond wordt door engeltjes. Op de sokkels is er een voorstelling in een cartouche van de Boodschap van aartsengel Gabriël aan Maria en van de Bezoeking.

Eiken koorgestoelte uit 1738, vervaardigd door Egidius, Adriaan Nijs van Temse. In de rugpanelen bevinden zich bustes in medaillon met de voorstellingen van de allegorieën: Matigheid, Gerechtigheid, Voorzichtigheid, Samuel, David Koning Psalmdichter en de Heilige Cecilia. Eiken lambrisering in het koor, daterend uit 1680, met de bustes van de Heilige Gregorius de Grote, Onze-Lieve-Vrouw, de Goede Herder en de Sterkte. Communiebank van 1683 bestaande uit acht eiken panelen met in medaillons de voorstelling in medaillons van Geloof, Hoop en Liefde, de Ark van het Verbond, de Tafel der Toonbroden, het Offer van Brood en Wijn, de Hostiedragende kelk, het lam van de Apocalyps en de symbolen van de Eucharistie. Eiken preekstoel uit 1680, die in 1849 in deze kerk geplaatst werd. Op de kuip staan onder meer voorstellingen uit het leven van de Heilige Margareta van Antiochië. Biechtstoel in eik van omstreeks 1750 met een geschilderd medaillon met de buste van Johannes de Doper en een gesculpteerd medaillon met de buste van Maria Magdalena. Biechtstoel in eik van omstreeks 1750 met een geschilderd medaillon met de buste van de Heilige Carolus Borromeus en een gesculpteerd medaillon met de buste van de Heilige Paulus. Biechtstoel in eik uit de eerste helft van de 18de eeuw met een geschilderd medaillon met de buste van de Heilige Petrus.

Orgel (beschermd als monument koninklijk besluit 12 oktober 1981) van omstreeks 1860-1870, op basis van typische constructiekenmerken toegeschreven aan P.J. Vereecken uit Gijzegem. De eikenhouten achtvoetse orgelkast is in laatclassicistische stijl gebouwd en, naar 18de-eeuwse opvatting, ingedeeld in drie pijpenbundels met vlakke pijpenvelden er tussenin. Het pijpwerk is integraal van Vereecken. De nog originele klaviatuur is ingebouwd aan de prospektzijde.

Doopvont in blauwe hardsteen uit de 15de eeuw met een koperen deksel uit de 19de eeuw.

Eiken broederschaplijst (kast) van het broederschap van de Heilige Eligius van omstreeks 1750. Eiken broederschaplijst (kast) van het broederschap van de Allerheiligste van omstreeks 1750.

Kerkmeestersbank in eik met een ruggedeelte van omstreeks 1700 en een knielbank die behoorde tot het koorgestoelte uit 1680.

  • Stadsarchief Dendermonde, Oud en Modern gemeentearchief en Kerkarchief Grembergen.
  • Vlaamse Overheid, Ruimte & Erfgoed, Afdeling Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • DE COCK R., Grembergen, s.l., s.d.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen. Vierde Reeks - Arrondissement Dendermonde, Eerste deel, Gent, 1889.
  • Provincie Oost-Vlaanderen (red.), Beschermde monumenten, stads- en dorpsgezichten, Arrondissement Dendermonde, 1990, p. 34.
  • STROOBANTS A. & BAKELANTS I., Kleurig glas. Glasramen in openbare gebouwen te Dendermonde, Dendermonde, 1996.
  • STROOBANTS A., Werk van glazenier Eugène Yoors in de H.-Margaretakerk van Grembergen, in Cronycke, Mededelingenblad van de Oudheidkundige Kring van het Land van Dendermonde, november, 2000, p. 8.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Oost-Vlaanderen. Kanton Dendermonde, Brussel, 1982, p. 62-67.
  • V.V.B. Grembergen, Grembergen vroeger en nu, Grembergen, 1965.
  • WERKGROEP GESCHIEDENIS GREMBERGEN, Het oude Grembergen in beeld, Nieuwkerken-Waas, 1998, p. 47-53.

Bron: Bogaert C. , Duchêne H. , Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Duchêne, Helena & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2001

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Dokter Haekstraat

Dokter Haekstraat (Dendermonde)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.