Parochiekerk Sint-Denijs

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Sint-Dionysiuskerk
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Laarne
Deelgemeente Kalken
Straat Kalkendorp
Locatie Kalkendorp zonder nummer, Laarne (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Laarne (adrescontroles: 01-05-2008 - 01-05-2008).
  • Inventarisatie Laarne (geografische inventarisatie: 01-09-2001 - 31-12-2002).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Denijs

Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010.

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Denijs

Deze bescherming is geldig sinds 28-12-1936.

Beschrijving

Parochiekerk Sint-Denijs of Sint-Dionysius. Plattelandskerk ingeplant in het dorpscentrum in de hoek gevormd door Kalkendorp, voorheen omgeven door een kerkhof.

Historiek

Aan de hand van de resultaten van onderzoeken tot op heden werd getracht een voorlopige hypothetische bouwgeschiedenis van de kerk op te stellen.

Het "altare" van Kalken en het patronaatsrecht behoorde toe aan de abdij van Saint-Nicolas-au-Bois (Frankrijk) evenals de altaren van onder meer Heusden, Laarne, Wetteren die begin van de 12de eeuw aan de abdij geschonken waren. Een eerste preromaans of romaans kerkje, waarvan funderingsmuren van een rechthoekig gebouw terug gevonden werden ter hoogte van het huidige schip, zou uit deze periode kunnen dateren. Lindanus vermeldt in 1612 dat circa 1400 de kerk vergroot werd door Zeger van Kalken; mogelijk dateert de nog bestaande toren uit deze bouwcampagne. Een tweede uitbreiding gebeurde in 1433. Volgens de literatuur hadden in 1530-1531 verschillende verbouwingen en vernieuwingen plaats, waaronder het hoogkoor. De kerk had dan vermoedelijk de vorm van een basilicale kruiskerk met drie traveeën, kruisingstoren en hoogkoor, met rechts aansluitend een flankeertorentje. Funderingen hiervan werden teruggevonden bij de opgravingen. Bij het bisschoppelijke bezoek in 1575 werden twee zijkapellen vermeld, één toegewijd aan Sint-Anna en één aan Sint-Maurus. Kerk tussen 1587 en 1596 hersteld na de beeldenstorm. Volgens kerkrekeningen en bewaarde jaarsteen werd de noordelijke transeptarm vergroot in 1609. Volgens literatuur werd de vloer vernieuwd in 1615 waarbij al grondvesten van de oorspronkelijke kerk ontdekt werden. Het grootste deel van de kerk zou overwelfd zijn in 1619. Volgens een bewaard contract werd de kruising in 1619 overwelfd door Fr. Sanders, metser uit Gent. Het oorspronkelijke houten spitstongewelf bleef bewaard boven het stenen gewelf van het schip. In 1633 werd tegen de intussen verbrede noordelijke beuk, aanleunend tegen de westgevel een doopkapel gebouwd (zie de nu verweerde jaarsteen tussen bovenvensters). De gedichte rondboogvormige bovenlichten met Y-tracering als gevolg van deze verbreding zijn boven het stenen gewelf bewaard. Het zuidelijke transept zou gebouwd zijn in 1634-35. Ook de benedenverdieping van de oude sacristie, aanleunend tegen het noord- en hoogkoor stamt vermoedelijk uit deze periode. In het testament van pastoor Jan Van der Zijpe, van 15 juli 1645, legeerde hij een grote som voor het bouwen van het derde koor. Aannemer G. Waesberghe werd in 1654 betaald voor het bouwen van "de nieuwercke van de kercke van Calckene". De deur van het hoofdportaal is op de makelaar gedateerd "1668".

In 1710 werd het hoogkoor overwelfd, uitgevoerd door R. Rommens. Nog begin 18de eeuw moet het uitzicht van de kerk grondig gewijzigd zijn met de vergroting en vernieuwing van de zuidelijke zijbeuk en het zuidelijke transept in barokke bak- en zandsteenarchitectuur. Naar analogie werden de vensters van de noordelijke zijbeuk en noordelijk zijkoor segmentboogvormig aangepast. De kerkvloer werd vernieuwd in 1783. In 1845 werd een bakstenen berging aan het zuidelijk koor gebouwd. De nieuwe sacristie en bergingen aan de noordzijde van het noordelijke koor werden volgens een jaarsteen in de gevel gebouwd in 1862.

Herstellingswerken door architect A. Bressers in 1960. Vanaf 1975 werden verwarmingsinstallatiewerken en elektriciteitswerken aangevat; dit leidde tot een noodopgraving in september 1979 uitgevoerd door architect R. Hanselaer. In 1981 had de restauratie van het interieur plaats waarbij haast alle pleisterwerk vernieuwd werd. De buitenrestauratie werd uitgevoerd in 1996-1997 onder leiding van architect R. Janssens. De interieurrestauratie onder leiding van dezelfde architect werd opgemaakt in 2007 en wacht op uitvoering.

Beschrijving

Parochiekerk

De plattegrond ontvouwt een driebeukige kruiskerk van drie traveeën, kruisingstoren op vierkante aanzet, uitspringende transeptarmen, hoogkoor van twee traveeën met vijfzijdige apsis en zijkoren van twee ongelijke traveeën met driezijdige sluitingen. Tegen de westgevel van de noordelijke zijbeuk aangebouwde doopkapel en sacristieën en bergingen aansluitend bij het noordelijke transept en tussen hoogkoor en zijkoren aan de oostzijde.

Kruisingstoren opgetrokken uit Ledische zandsteen, hoogkoor en noordelijk zijkoor zijn uitgevoerd in Gobertangesteen, westgevel van schip en doopkapel van Balegemse zandsteen en zijbeuken, transeptarmen, zuidelijk zijkoor en aanbouwen van bak- en zandsteen. Leien zadeldaken van verschillende hoogten dekken koren, transeptarmen en zuidelijke zijbeuk af. Het schip en de noordelijke zijbeuk werden onder één zadeldak gebracht. Berging, oude sacristie en doopkapel onder lessenaarsdaken. De nieuwe sacristie is met drie parallelle schilddaken overdekt. Toren met vrij stompe ingesnoerde achtzijdige naaldspits met bekronend kruis en windhaan.

Asymmetrische westgevel met centrale hoge zandstenen puntgevel met schouderstukken (enkel rechts behouden) en topstuk met stenen kruis, afgelijnd door versneden steunberen. Centrale rondboogdeur in vlakke hardstenen omlijsting op neuten met geprofileerde imposten en sluitsteen, toegevoegd in 1854. Eikenhouten poort met 1668 gedateerde makelaar. Erboven, groot spitsboogvenster met drieledige gotische tracering, onder waterlijstje. Voor de noordelijke zijbeuk gebouwde doopkapel van twee traveeën en twee bouwlagen boven een kelderverdieping, horizontaal gemarkeerd door twee omlopende waterlijsten, één onder de stompe spitsboogvormige benedenvensters, één die omloopt boven de bovenvensters. Zuidelijke zijbeuk met vroeg 18de-eeuwse bak- en zandstenen klokgevel op hoge zandstenen plint en gemarkeerd door zandstenen platte banden die het blind steekboogvormige venster en het zolderluik in de geveltop aflijnen. Begrenzende zandstenen pilaster op de rechter hoek.

Noordelijke zijgevel gemarkeerd door grote ankers, met drie steekboogvormige omlijste vensters onder waterlijst en sporen van zandstenen negblokken van de vroegere spitsboogvensters; natuurstenen plint en aflijnende zandstenen daklijst. Zuidelijke zijgevel met gelijkaardige vensters tussen zandstenen pilasters.

Kruisingstoren met achtzijdige klokkenkamer, per zijde voorzien van een rondboogvormig galmgat met afgeschuinde dagkanten, vier uurwerkplaten en een aflijnende getande fries onder de daklijst. Overgang van vierkante basis naar achtzijdige geleding door middel van afgeschuinde, met leien bezette driehoeken. Noordelijke transeptarm met bakstenen puntgevel met zandstenen hoekkettingen en een hoog steekboogvormig venster onder waterlijstje; erboven sporen van het vroegere spitsboogvenster en jaarsteen "1609". Links en rechts van het venster aangebrachte metselaarstekens. Gedicht vierkant omlijst zolderluik. Rechts, korfboogdeur in zandstenen omlijsting van een vroeger portaal, later verhoogd onder aansluitend lessenaarsdak. Aflijnende hoekkettingen en zijgevel met metselaarsteken; gelijkaardig gedicht korfboogdeurtje in rechter travee. Zuidelijke transeptarm met klokgevelbekroning met voluutvormige vleugelstukken rustend op zandstenen hoekpilasters; omlijste oculus als zolderluik; groot omlijst steekboogvenster onder waterlijst. Hoog oprijzend zandstenen middenkoor met vijfzijdige sluiting gestut door zware versneden steunberen. Oorspronkelijk vijf hoge spitsboogvensters met drieledige gotische tracering, middelste venster en zijvenster aan de noord- en zuidzijde gedicht. Tegen het blinde middenvenster bevindt zich een calvarie onder gebogen afdak op houten consoles met fraaie uitgesneden houten fries. Een ijzeren hek tussen de met hardsteen bezette steunberen met Ionische pilasters, sluit de calvarie af. Volgens De Potter werd deze calvarie in 1861 gedeeltelijk herbouwd. Noordelijk zijkoor van twee zandstenen traveeën met getoogde vensters gescheiden door een versneden steunbeer; de driezijdige sluiting zit verscholen achter de oude sacristie verhoogd met een bakstenen bovenverdieping met archiefruimte. Het leien dak sluit aan bij het koordak. Een lage zandstenen ruimte onder lessenaarsdak vult de ruimte tussen de sacristie en de calvarie op.

Tegen de noordzijde aansluitende bakstenen sacristie van 1862, afgedekt door drie schilddaken. Het iets lagere zuidelijke koor, opgetrokken uit bak- en zandsteen, heeft twee getoogde omlijste vensters en een blinde driezijdige sluiting. Een laag gebogen bakstenen volume met berging heeft twee vierkante getraliede venstertjes en een lessenaarsdak; het vult de ruimte tot aan het hoogkoor op.

Interieur kerk

Ruim, helder, thans witgeschilderd interieur van een kruiskerk met drie haast even brede beuken gescheiden door spitsboogarcaden op ronde zuilen en halfzuilen op achtzijdige hoge sokkel met geprofileerd kapiteel en dekplaat. Overwelving met gepleisterde kruisribgewelven; brede vlakke ribben met versierde sleutels; in de zijmuren rustend op versierde consoles. Kruising op vier zware pijlers met rondboogvormige scheibogen op pilasters met dekplaat; kruisriboverwelving met centraal O-klokkengat. Transeptarmen en koren met kruisribgewelven met fijne geprofileerde ribben en netgewelven in de koorsluitingen. Oude sacristie achter het noordelijk zijkoor met 18de-eeuws stucplafond en aansluitend gewelfd kamertje met omlijste nis afgesloten door een doek met hostiedragende kelk omgeven door 18de-eeuws stucwerk. Korfboogdeur en stenen trap naar archiefkamer op de bovenverdieping.

In noordelijke zijbeuk, iets verhoogde doopkapel toegankelijk via een korfboogdeur en drie treden. Overwelving met gedrukt kruisgewelf. Twee stompe spitsboogvensters met figuratieve glasramen met voorstelling van het doopsel van Christus en doop van Clodovech.

Mobilair

Schilderijen: "Aanbidding der Wijzen", doek op hoofdaltaar, door G. De Crayer, begin 17de eeuw; drieluik met middenpaneel "De onthoofding van de Heilige Dionysius van Parijs", gesigneerd en gedateerd: "Lucas Floquet faciebat 1616", linker paneel "De prediking van de Heilige Dionysius", rechter paneel "Heilige Dionysius draagt zijn hoofd naar zijn begraafplaats" met rechts onder de vermoedelijke schenker, pastoor Jan van der Sijpe, in 1654 toegevoegd aan drieluik (?); 16de-eeuwse schilderijen "Lazarus en de rijke vrek" en "Lazarus in de schoot van Abraham" ontdekt bij de restauratie op achterkant; "Sint-Anna-te-Drieën", paneel, circa 1611; "Marteldood van Heilige Sebastiaan", Vlaamse school, paneel, 17de eeuw; "Calvarie", doek, door E. Beeckmans, 1700; twee grisailleschilderingen uit 18de eeuw door P.N. Van Reysschoot.

Beeldhouwwerk: Heilige Ambrosius en Heilige Severinus bisschop, op sokkel, gepolychromeerd hout, 18de eeuw, vermoedelijk door Egidius Adrianus Nijs of zoon Philippe A. Nijs van Temse; Heilige Eligius bisschop en Heilige Anna, op sokkel, grauwschildering op hout, 18de eeuw; Heilige Sebastiaan, gepolychromeerd hout, 18de eeuw, in gepolychromeerde nis in stuc; Heilige Nicolaas van Tolentino, gepolychromeerd hout, 19de eeuw, op sokkel, in nis van gepolychromeerd hout; Heilige Maurus, wit plaasteren beeld; Heilige Dionysius van Parijs, geschilderd en verguld hout, circa 1750; Heilige Dionysius, gepolychromeerd hout, op sokkel, 19de eeuw; gepolychromeerde (plaasteren?) heiligenbeelden op sokkel, op de zuilen en pijlers van schip en koor: Heilige Rita, Heilige Barbara, Heilige Antonius, Heilige Theresia, Heiligen Van Jezus en Maria, Heilige Joseph.

Altaren: hoofdaltaar, portiekaltaar met in bekroning "Oog Gods" in stralen- en wolkenkrans, tabernakel en tombe onder altaartafel; gemarmerd en verguld hout, begin 19de eeuw; noordelijk zijaltaar van Onze-Lieve-Vrouw, portiekaltaar, zwart en wit marmer, geleverd in 1664 door Jacques Cocx, met in attiek beeld van Maria met Kind, terracotta Mariabeeld in plaats van schilderij, geplaatst in 1857; zuidelijk zijaltaar van Sint-Denijs, portiekaltaar met in bekroning beeld van Sint-Denijs bisschop, vermoedelijk 1616, beeld en bekroning uit eerste helft 18de eeuw; zijaltaar in noordelijk transept, portiekaltaar van Heilige Anna, van circa 1700 door J. B. Helder(en)berg (?), (Gent) met in de bekroning "De opvoeding van Maria", met beelden van Heilige Norbertus en Heilige Barbara, geschilderd en gemarmerd hout; zijaltaar in zuidelijk transept, portiekaltaar van Heilige Sebastiaan met in attiek beeld van heilige, wapenschild van de Heilige Sebastiaansgilde en twee boogschutters; beelden van Heiligen Petrus en Paulus, geschilderd en gemarmerd hout, van 1700 door J.B. Helder(en)berg (?), (Gent).

Koorbanken deel uitmakend van koorlambrisering met in medaillons, buste van Onze-Lieve-Vrouw en van de Goede Herder, gedeeltelijk verguld hout, vermoedelijk 1751, knielbank begin 19de eeuw. Links en rechts van hoofdaltaar, ingewerkte albasten en marmeren credensnis uit 16de eeuw.

Rest van communiebank, met gebeeldhouwde panelen met eucharistische symbolen, Slavonische eik, door A. Bressers, 1943.

Preekstoel, eik, kuip met panelen in marmer, rijk bewerkte trap en klankbord, begin 19de eeuw (1815-1820), vervangt preekstoel van 1616.

Biechtstoelen: twee rijkelijk gesculpteerde barokke eikenhouten biechtstoelen, één met boven middenvak Onze-Lieve-Vrouw met Kind, vooraan stijlen met musicerende engelen en bekronend hoofdgestel met cartouche tussen engeltjes, en één met hoofdgestel met Christus Verlosser tussen engeltjes, en vooraan beelden van profeet Nathan, Heiligen Petrus en Paulus, David Koning psalmdichter, vermoedelijk van 1676; twee 18de-eeuwse biechtstoelen, één met jaartal 1732 en engelenkopje in fronton en één op het deurtje gedateerd 1758 en initialen AB in cartouche van fronton.

Houten barokke afsluiting van het zuidelijk transept of zijkapel van Heilige Sebastiaan, op deurtje gedateerd 1666; eikenhouten 18de-eeuwse afsluiting van het noordelijk transept of Heilige Annakapel met op de deur een hostiedragende kelk.

Orgel door Louis de la Hayes, Gent, 1712, uitgebreid en gewijzigd door P. Van Peteghem, Gent, 1784, door Lovaert, 19de eeuw, door Daem, Appelterre, 1952 en Loncke, Diksmuide, gerestaureerd in 1970; orgelkast door Jacques Desy, Gent, eik, 1672.

Doksaal: eikenhouten balustrade op zuilen, 1672; barok tochtportaal, binnendeur met op de makelaar beeldje van Onze-Lieve-Vrouw met Kind en Mariamonogram; zuilen vermoedelijk afkomstig van een portiekaltaar uit tweede helft 17de eeuw.

Doopvont zwart marmer, 1633-35 (?) en koperen deksel, met inscriptie Muys 1767 en vermelding van schenker Jacobus De Weilde kerckmeester en alferius. Glasramen, 12 ramen door de gebroeders Ganton, Gent, 1923-1928; twee ramen in doopkapel van 1932-36.

  • Vlaams ministerie van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Onroerend Erfgoed, Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, Afdeling Ruimtelijke Ordening Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, archief.
  • DE LANDTSHEER K., Bijdrage tot het Archeologisch onderzoek van de gemeente Kalken (Laarne) (O.-Vl.), onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Rijksuniversiteit Gent, 1980-1981, p. 1-23.
  • DE POTTER F. – BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, IV, 2, Gent, 1889.
  • HANSELAER R., De Sint-Denijskerk te Kalken, in Een eeuw zorg om Monumentenzorg, tentoonstellingscataloog, Sint-Pietersabdij, Gent, 1981, p. 196-200.
  • HANSELAER R., Parochiekerk Sint-Dionysius te Kalken, in Archaeologia Mediaevalis, Namur, 3, 1980, p. 44.
  • MEYS M., Honderd bewogen jaren uit de geschiedenis van de kerk van Kalken, in Castellum, VIII, 3, 1991, p. 5-63.
  • SCHINCK J., De Oude Kerk van Kalken of een korte bijdrage over haren oorsprong en uitbouw, s.l., 1934.
  • VAN DEN ABEELE-BELLON R., Een greep uit Oostvlaamse landelijke kerken, De St.-Denijskerk te Kalken, in Toerisme in Oost-Vlaanderen, XX, 3, 1971, p. 51-54.
  • VAN DER GHEYN G., Oudheidkundige Inventaris van Oost-Vlaanderen, Calcken, Gent, 1911, p. 1-3.
  • VAN KERSCHAVER T. , De kerk van Kalken, Archeologische studie, onuitgegeven studie, s.l., s.d.
  • VERSCHRAEGEN H., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Oost-Vlaanderen, Kanton Wetteren, Brussel, 1973, p. 14-19.

Bron: Bogaert C., Duchêne H., Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2002

Aanvullende informatie

Ook de orgelkast werd (tegen de destijds geldende reglementering in) vervaardigd door orgelmaker De la Haye, in 1712. In 1672 had J. Desy enkel een doksaal gebouwd (niet een orgelkast).

Roose, Patrick (28-09-2017 )

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Kalken

Kalken (Laarne)

is gerelateerd aan Bergplaats van de parochiekerk Sint-Denijs

Kalkendorp zonder nummer, Laarne (Oost-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.