erfgoedobject

Herenhuis in neorégencestijl

bouwkundig element
ID: 7086   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7086

Juridische gevolgen

Beschrijving

Historiek en context

Herenhuis in neorégencestijl, pendant van het hotel Jacobs, als één ensemble ontworpen door de architect Joseph Hertogs in 1900, en gelijktijdig opgetrokken. Opdrachtgever was de wisselagent Jules Gevers, echtgenoot van Jeanne Vanderlinden, en jongere broer van Maurice Gevers-Grisar. Hun vader Henri Jacques Gevers-Coveliers (1821-1895), was vennoot in de aan de Kaasstraat gevestigde suikerraffinaderij Gevers Frères. Over de relatie van Jules Gevers met de bankier Frédéric Jacobs, bouwheer van het hotel in pendant, en de reden voor hun gezamenlijke bouwproject, is niets bekend.

De hotels Gevers en Jacobs maken deel uit van het relatief vroege oeuvre van Joseph Hertogs, die als een van de meest succesvolle architecten in Antwerpen geldt, actief van omstreeks 1885 tot zijn overlijden in 1930. Zijn loopbaan in dienst van de mercantiele burgerij, met een hoogtepunt omstreeks de eeuwwisseling, leverde een vijfhonderdtal woningen en openbare gebouwen op. Deze evolueren van eclecticisme en neorenaissance, naar een klassiek geïnspireerde beaux-artsstijl. De neorégencestijl die Hertogs voor de hotels Gevers en Jacobs toepast, is ontleend aan de architectuur van Jan Pieter Van Baurscheit de Jonge uit het midden van de 18de eeuw. Niet toevallig voerde de architect in deze periode verbouwingswerken uit aan het Osterriethhuis op de Meir, Van Baurscheits laatste belangrijke realisatie. Het hotel Good-Engels in neorégencestijl aan de Koningin Elisabethlei en het hotel Auguste Grisar in neorococostijl aan de Louiza-Marialei, beide ontworpen in 1896, getuigen in een vroeg stadium van deze invloed. Deze voorbeelden lopen vooruit op de ruimere verspreiding die de neorégence en het neorococo in de Antwerpse residentiële architectuur zullen kennen tijdens het decennium voorafgaand aan de Eerste Wereldoorlog.

Architectuur

Beide herenhuizen vormen een geheel van twee voorname rijwoningen in half open bebouwing, ontworpen als gespiegelde pendants met een gelijkaardig volume en een duidelijke verwantschap in de opstand, onderling verbonden door gekoppelde inrijpoorten. Daarbij legde de compositie telkens de klemtoon op de torenvormig uitgewerkte hoekpartij, een effect dat verloren ging door de verbouwing van het hotel Jacobs in 1929.

Met een gevelbreedte van vijf bij vijf traveeën, omvat het hotel Gevers een souterrain en twee bouwlagen onder een leien mansardedak. Het statige gevelfront onderscheidt zich door een verzorgd parement uit witte natuursteen, op een plint uit blauwe hardsteen. Horizontaal geleed door de geboste sokkel, de puilijst en het klassieke hoofdgestel, en asymmetrisch van opzet, legt de compositie de klemtoon op het brede zijrisaliet. Dit laatste wordt achtereenvolgens gemarkeerd door het korfboogportaal in kwartholle omlijsting met cartouchesleutel, een golvend balkon met consoles en sierlijke smeedijzeren borstwering, en een breed, omlijst steekboogvenster. Een gebogen fronton met tandlijst, bewerkt timpaan en oculus, en een afgeknot tentdak vormen de bekroning. Verder is de opstand opgebouwd uit registers van rondboogvensters met waterlijst op doorgetrokken imposten en cartouchesleutel op de begane grond, en steekboogvensters in vlakke omlijsting met oren en drop, waterlijst en cartouchesleutel op de eerste verdieping, voorzien van licht golvende Franse balkons met smeedijzeren borstwering. Verticaal sluiten beide registers op elkaar aan, via de koppeling tussen de sluitstenen van het onderste met de Franse balkons van het bovenste. Het hoofdgestel bestaat uit een architraaf, een met cartouches versierde fries en een houten kroonlijst op klossen, waarboven twee rondbogige houten dakkapellen met waterlijst. De vormgeving van de cartouchesleutels en het patroon van het smeedwerk zijn ontleend aan de Franse régencestijl. Het houten schrijnwerk van de hoge inkomdeur met bovenlicht en de vensters, op de bovenverdieping met kleine roedeverdeling, is bewaard, evenals het smeedijzeren traliewerk van het souterrain en de gietijzeren voetschraper. Zij- en achtergevels zijn sober opgetrokken uit rood baksteenmetselwerk met gebruik van witte natuursteen voor het lijstwerk en blauwe hardsteen voor de plint. Het hotel wordt geflankeerd door een smeedijzeren inrijpoort tussen geblokte, natuurstenen pijlers.

De plattegrond is georganiseerd rond de ruime traphal met bovenlicht, die aansluit op de vestibule. Op de begane grond bevinden zich ontvangstvertrekken als het salon, het fumoir, de eetkamer en de veranda, op de eerste verdieping de privé- en slaapvertrekken, en in het souterrain de keuken. De bouwplannen ontbreken in het bouwdossier.

  • Stadsarchief Antwerpen, bouwdossier 1900#888.

Bron     : -
Auteurs :  Braeken, Jo
Datum  : 2016


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenhuis in neorégencestijl [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/7086 (Geraadpleegd op 19-09-2019)